“De Vlaming betaalt voor zijn eigen desinformatie”, interview samen met Katleen Gabriëls in De Morgen, 11 juni 2021

Interview door Jorn Lelong, Beeld door Wouter Maeckelberghe, verschenen in De Morgen, op 11 juni 2021.

‘Volgens de nieuwe documentaire Future Shockedhebben nogal wat mensen in deze overgevoelige woke-tijden moeite met de snelle maatschappelijke veranderingen. Moraalfilosofen Tinneke Beeckman en Katleen Gabriels verschaffen inzicht. ‘Van het ene spectaculaire schandaal naar het andere hobbelen, werkt niet.’

Zijn leven lang had regisseur Johan Van Schaeren kampvuur geassocieerd met vrijheid, natuur, rust, gezelligheid en sfeer. Tot op een zomeravond een vriend hem erover aansprak: “Je weet dat zoiets toch echt niet meer kan?” We weten allemaal waarom: het fijnstof dat erbij vrijkomt, beschadigt de planeet. Toch voelde Van Schaeren een diepe weerstand. Het leidde tot een maandenlange zoektocht naar maatschappelijke verandering en de ongemakkelijkheid die ermee gepaard gaat.

De documentaire Future Shocked, het resultaat van die zoektocht, laat zien hoe die snelle maatschappelijke verandering ons vandaag van hetze naar hetze drijft. Het hoofddoekendebat dat terug van weggeweest is, de verhitte discussie over rechts-extremisme en de Voorpost-veroordeling: de afgelopen weken leken haast een uitgekiende marketingcampagne voor de film, die morgen uitkomt. Een gedroomde speeltuin ook voor moraalfilosofen Tinneke Beeckman en Katleen Gabriels, twee van de zes experts die de kijker door de documentaire loodsen.

Toont de veroordeling van enkele Voorpost-leden dat de vrijheid van meningsuiting in ons land in gevaar komt?

Tinneke Beeckman: “Je kunt voor meningen vervolgd worden als die kwaadwillig, doelbewust racistisch of xenofoob zijn. Dat is hier niet het geval, voor zover ik kan zien. Maar ik denk daarnaast dat de juridisering van dat soort maatschappelijke conflicten grote beperkingen heeft.”

Katleen Gabriels: “Door zo’n uiting te juridiseren, ga je het debat uit de weg. Je kijkt dan niet meer naar wat iemand daarmee precies wil zeggen, en eigenlijk raakt het thema daardoor alleen maar meer gepolariseerd. Tegelijk denk ik dat een meer fundamenteel debat over wat we bedoelen met vrijheid van meningsuiting niet slecht zou zijn. Die vrijheid werd in het leven geroepen om burgers te beschermen tegen de staat. Maar vandaag wordt er te pas en te onpas mee geschermd. Vrijheid van meningsuiting is geen exacte wetenschap, daar zijn altijd al grenzen aan gesteld.”

Moeten we het voorstel om haatspraak te verbieden zien als een stuiptrekking om het politieke klimaat dat giftig geworden is te herstellen en minderheden te beschermen?

Beeckman: “Er moeten regels zijn om minderheden te beschermen, maar het is iets anders als je de vrijheid van meningsuiting gaat beperken. Mensen veranderen daardoor ook niet van gedacht. Zoals Katleen aanhaalt, is die wet er net om contestatie van de macht mogelijk te maken. Veel sociale en politieke bewegingen in onze geschiedenis konden zich ontwikkelen net omdat er zo’n vrijheid was. Dat uitgerekend de liberalen aan die vrijheid willen morrelen, is pijnlijk.”

We zijn in het algemeen gevoeliger geworden voor het kwetsen van anderen. In de documentaire zegt u dat dat bij jongeren nog sterker speelt. Waarom?

Beeckman: “Vandaag wordt er veel verwacht van het ‘zelf’: jij bent verantwoordelijk voor je eigen lot en positie. Kleding bijvoorbeeld is voor jongeren een manier om zich te uiten. De waarden van de kledingmerken die ze dragen moeten overeenstemmen met hun eigen waarden. En daarin willen jongeren niet belemmerd worden. Door die nadruk op expressie zijn ze gevoelig voor het discours rond kwetsen en beledigen.

“Dat hangt deels samen met het fenomeen van ‘helikopterouders’. Mensen hebben minder kinderen dan vroeger en alle aandacht gaat naar de ontwikkeling van dat kind. Het kind moet zijn ‘zelf’ helemaal kunnen ontplooien. Veel jongeren leiden zo een leven waarin hun ouders bij alles inspringen en alle obstakels proberen weg te nemen.”

Gabriels: “Ik merk het ook aan de universiteit. Als we opendeurdagen hebben, komen ouders zelfs mee de hoorcolleges volgen. Ik kan me moeilijk voorstellen dat mijn ouders dat gedaan zouden hebben. (lacht) Je kunt kanttekeningen maken bij dat intensieve ouderschap: studies uit de Verenigde Staten tonen aan dat kinderen die zo opgevoed werden, aan de universiteit minder zelfstandig denken omdat ze niet geleerd hebben om zonder hun ouders te kunnen.”

Beeckman: “Daardoor krijg je mensen die een fragieler zelfbeeld hebben en zich bewuster zijn van andermans kwetsbaarheid. Als vrijheid zelfexpressie is, moet de buitenwereld die fragiele oefening aanvaarden en ondersteunen, vinden deze jongeren. Je kunt hen dat niet verwijten. Het zijn omstandigheden die zij niet gecreëerd hebben.”

Wanneer wordt die gevoeligheid overgevoeligheid?

Gabriels: “De context is belangrijk. Je kunt niet de hele woke-beweging op één hoop gooien. Wat betreft het zwartepietendebat, dat in Nederland erg leeft, vind ik bijvoorbeeld dat je een roetpiet prima aan kinderen kunt uitleggen en dat het sinterklaasfeest daarmee dus helemaal niet verdwijnt. Ik zie er ook de gevoeligheid van in als zwarte kinderen bijvoorbeeld voor zwarte piet worden uitgemaakt. Het woordje ‘freshman’ (algemene aanduiding voor eerstejaars, ook als ze vrouw zijn, JL) zal bijvoorbeeld ook verdwijnen. Dat is nu eenmaal een gedateerde term en er kwamen aan de universiteit van Maastricht opmerkingen over, zonder dat dat echt met activisme gepaard ging.”

Beeckman: “Vaak is er, zoals bij ‘freshman’, al een natuurlijke taalevolutie. Dan is het niet nodig om telkens te steigeren. Ik denk zelfs dat activisme de natuurlijke gang van zaken soms hindert, omdat het polariseert. Als mijn driejarige dochter bijvoorbeeld naar sprookjes als Sneeuwwitje kijkt, heb ik zelf bedenkingen bij het verhaal van een passief meisje dat tot leven wordt gekust door een prins. Dus grijp ik graag naar andere vertellingen, fabels of nieuwe verhalen, die rijk en fantasievol zijn. Als Sneeuwwitje op een natuurlijke manier op de achtergrond verdwijnt, is dat niet het einde van de westerse samenleving.”

Vormt woke-activisme een bedreiging van de vrijheid van meningsuiting?

Gabriels: “De slinger slaat inderdaad soms door nu. Zo is in de context van QAnon (beweging van extreemrechtse complottheoretici, JL) ineens de Facebookpagina van de satirische site De Raaskalderij offline gehaald door één foto van de Ku Klux Klan. Daar zie je de macht van big tech, die met een druk op de knop zomaar iets offline kan halen. Of neem die aflevering van Fawlty Towers die verwijderd werd vanwege raciale stereotiepen, terwijl die net dingen aan de kaak stelt. Dat is het gevaar, dat je dingen gaat verwijderen alsof ze nooit gebeurd zijn.”

Is de stem van woke-activisten niet nodig om het algemene bewustzijn over bijvoorbeeld gender vooruit te stuwen?

Gabriels: “Het gaat ook om de manier waarop. Het probleem is dat het woke-idee een soort morele zuiverheid van mensen verwacht die gewoon niet des mensen is. Iedereen maakt nu eenmaal fouten. Ik kan me ook voorstellen dat veel mensen zich verliezen in het hele genderdebat. Voor veel mensen blijft het moeilijk om zich iets voor te stellen bij bigender, trigender of genderfluïde, dat verander je niet in één nacht. Kijk hoe J.K. Rowling is aangepakt voor een tweet die we tot een aantal jaren geleden misschien heel normaal hadden gevonden. Ik herinner me dat er sterk gemikt werd op haar statuut als witte, rijke vrouw, waardoor het meer een machtskwestie werd.”

In welke mate dragen sociale media bij tot die polarisatie?

Beeckman: “Die hebben zeker veel veranderd. Het verdienmodel van al die platformen bestaat erin de aandacht van de gebruiker vast te houden. Dat lukt bij emotionele boodschappen. Het is dus gewoon kapitalisme: die platformen hebben er baat bij om verontwaardiging en tegenstellingen te versterken. Elke zachte, redelijke impuls wordt uitgeschakeld. Het zou bijna een mirakel zijn als mensen dan uiteindelijk niet fel tegenover elkaar zouden staan.”

Gabriels: “Hoe die platformen zijn opgebouwd, bepaalt hoe mensen zich gedragen. Je ziet nu wel dat er meer en meer spijtoptanten opduiken, zoals Chris Wetherell. Hij is de IT’er die de retweetknop op Twitter bedacht en heeft daar nu grote spijt van. Die retweetknop was bedoeld om de stem van minderheden te versterken, maar bleek al snel net zo goed te leiden tot heksenjachten en polarisering. ‘Het is alsof je een vierjarige een geladen geweer geeft’, zei hij daarover.”

Worden sociale media de jongste tijd niet te vaak als boosdoener weggezet? Heel wat bewegingen, zoals MeToo, waren er zonder sociale media niet gekomen.

Beeckman: “Zeker, ze kunnen goed en slecht gebruikt worden. Negatief vind ik ook dat schandalen de persoonlijke verantwoordelijkheid verbergen. Neem de verontwaardiging over het verkrachte meisje dat zelfmoord pleegde: meteen volgden haat en doodsbedreigingen naar de daders toe. Maar als je van specialisten hoort hoeveel duizenden jongeren in groepen zitten waar beelden van misbruikte meisjes gedeeld worden en privé-informatie rondgaat om hen te intimideren, besef je dat heel veel mensen met die praktijken in contact komen. Ze steken de kop in het zand of doen eraan mee. Tot er een schandaal ontstaat en iedereen voluit tekeer kan gaan op sociale media. Meningen verkondigen en integer moreel handelen zijn twee verschillende dingen.

“Het is ook niet voldoende dat er schandalen uitbreken, zoals bij MeToo. Er moeten institutionele veranderingen op volgen. Anders hobbel je van het ene spectaculaire schandaal naar het andere. En dus: als sociale media helpen politici die de rechtsstaat ondergraven verkiezingen te winnen, is er een ernstig probleem. Want dan volgt die institutionele verandering niet.”

Gabriels: “In de literatuur wordt dat een ‘algocratie’ genoemd. Iedereen ziet 2016 op dat vlak als een kanteljaar, maar ook studies die van daarvoor dateren tonen bijvoorbeeld al aan dat mensen vaker stemmen voor kandidaten die bovenaan in de zoekresultaten prijken. Hetzelfde zie je met Google Shopping: mensen kopen wat goed verkoopt. Ze denken steevast dat ze een autonome, goed geïnformeerde keuze maken, maar in feite worden we dus erg beïnvloed door wat bovenaan verschijnt.

“De politiek gaat daar trouwens gretig in mee. Kijk hoe politieke partijen gefinancierd zijn en hoeveel geld naar campagnes op sociale media gaat. Er zijn heel wat campagnes geweest, bijvoorbeeld rond het Marrakech-pact, die gewoon niet klopten. In feite betaalt de Vlaming dan voor zijn eigen desinformatie.”

Waar vinden we antwoorden voor die problematiek? Kan de filosofie ons helpen?

Beeckman: “Je vindt altijd antwoorden in de filosofie! (lacht) Ik put vaak uit wijsheid van het verleden. Van auteurs die schreven in tijden van conflicten, religieuze vervolgingen of hopeloze rampen, dat is nog wat anders dan dat wij meemaken. Daaruit leer je dat omgaan met snelle veranderingen nu eenmaal deel uitmaakt van het leven, zoals nog maar eens gebleken is met de pandemie. Maar ik zie ook een deel van de antwoorden in technologie. De werking van online trollen moet worden aangepakt en de platformen moeten worden aangesproken op hun verdienmodel. Anders wordt verbetering heel moeilijk.”

Gabriels: “In de filosofie vind je rust en diepgang, ook om standpunten te lezen waar je het misschien niet mee eens bent. Alles wat je mist op sociale media. Wellicht zie je net door ons chaotisch klimaat vandaag een revival van bijvoorbeeld de stoïcijnen. Zij kunnen ons iets zeggen over hoe je moet omgaan met emoties, dat je geen tijd moet verspillen aan dingen waar je geen vat op hebt. Ik heb recent veel vrienden aan de stoïcijnen gekregen.” (lacht).

In documentaire ‘Future Shocked’ van Johan Van Schaeren

‘Future shocked’

“De tijden veranderen en de maatschappij evolueert voortdurend. Wat vandaag als normaal beschouwd wordt, kan binnen enkele decennia onacceptabel zijn. Dat is op zich niets nieuws. Maar de snelheid waaraan de morele regels evolueren de laatste jaren, is dat wel.

Rond thema’s als gender, klimaat en ras woeden de laatste jaren heftige maatschappelijke debatten, waarbij een voorhoede activisten steeds verder voorop loopt. Een deel van de bevolking volgt niet meer en zet ostentatief de hakken in het zand. De snelle gedragsverandering die gevraagd wordt, blijkt, hoe nodig en dringend ze ook is, helaas voor velen onhaalbaar. De polarisatie, flink gestimuleerd door de sociale media, neemt ongekende vormen aan. Wat is er hier aan de hand? En hoe krijgen we in een deze gespannen situatie dan toch snel die noodzakelijke vooruitgang gerealiseerd?

“Future Shocked” is een persoonlijke queeste van de regisseur. Hij gaat op zoek naar antwoorden op vragen waar velen van Generation X, gesandwicht tussen de ‘wokers’ en de ‘boomers’, vandaag mee worstelen. Aan de hand van interviews met moraalfilosofen Patrick Loobuyck, Tinneke Beeckman en Katleen Gabriëls, socioloog Walter Weyns en psychologen Herman Konings en Tom de Bruyne, en geïllustreerd met een massa beeldfragmenten, geeft de film inzicht in hoe maatschappelijke verandering wérkt, waarom ons morele landschap vandaag zo sterk wijzigt en hoe we polarisatie kunnen tegengaan.”

De documentaire is te zien tijdens het filmfestival Docville in Leuven, en elders.

“Verdiensten maken mensen gelijk”, column DS 4 maart 2021

Hoe kun je tegemoetkomen aan de eisen van minder­heden zonder in identiteitspolitiek te belanden?Achter de discussie wie Amanda Gorman moet vertalen, gaan twee schrikbeelden schuil. Voor minderheden illustreert het voorval hoe ze zelden aan de bak komen. En blanke mensen ontwaren in het voorval een nieuw soort racisme: je wordt ‘wit’ genoemd (‘oude, witte man’ is het allerergste) en dus moet je zwijgen.

In deze complexe discussie helpt het om privilege, verdienste en voordeel van elkaar te onderscheiden. Westerse rechtsstaten hebben privileges zo goed als afgeschaft. Sinds de verlichting klinkt het dat alle mensen gelijk zijn voor de wet. De inherente hiërarchie ­ zoals ze tijdens het ancien régime ­bestond, werd neergehaald.

Maar tussen principe en realiteit gaapt soms een kloof. Sommige burgers behouden privileges omdat ze dankzij familiebanden, financiële middelen of hogere sociale status exclusieve rechten genieten. Zo ontsnappen ze aan geldende regels en soms aan de rechtsgang. Welke verdiensten deze mensen hebben, speelt nauwelijks een rol voor de positie die ze hebben ­bereikt. Denk maar aan de matig intelligente zoon van de president die ook president kan worden dankzij de financiële en politieke connecties van de ­vader. Of aan de frauderende fils à papa die faillissementen opstapelt, maar toch een imago van briljante zakenman kan neerzetten in een realityshow. En op zijn beurt ­president wordt. Deze voorbeelden zijn pijnlijk actueel. Naarmate dergelijke praktijken couranter zijn, is een samenleving ongelijker.

Privileges bestaan, maar niet alleen blanke mensen hebben ze. In geglobaliseerde, diverse grootsteden wonen ­geprivilegieerde inwoners van uiteen­lopende afkomst.

Je hebt ook heel wat mensen die geen privileges genieten, in de zin dat ze zich niet boven de wet kunnen stellen, en dat ze de regels in de samen­leving niet naar hun hand kunnen zetten. Die mensen hebben soms wel voordelen: ze hebben juist dat stapje voor op een groep echt achtergestelden. Ze krijgen dus meer kansen, bijvoorbeeld omdat hun ouders hoger opgeleid zijn. Een vrije samenleving doet er goed aan ook deze voordelige posities te proberen corrigeren: meer mensen moeten alle kansen krijgen, ongeacht afkomst of inkomsten. Niet alle blanke mensen ­genieten deze voordelige positie. Heel wat kinderen uit de arbeidersklasse worstelen met ongelijke behandelingen in het onderwijs, bijvoorbeeld. Hardnekkige vooroor­delen spelen daarbij een rol.

Het belangrijkste criterium voor een positie moet idealiter verdienste zijn: wat je doet of kunt, wat je geleerd hebt of waarin je ervaring hebt. Verdienste is niet gebonden aan kleur, gender, religie of andere kenmerken. De beste vertaler krijgt de opdracht, bijvoorbeeld. In een wereld waar de geprivilegieerden de plak zwaaien, weegt merite amper door. Maar aanhangers van identiteitspolitiek dreigen verdienste ook als secundair te beschouwen. Niet ­zozeer ­iemands argument telt, wel wie spreekt. Niet wat ­iemand doet, maar wie handelt, bepaalt iemands geloofwaardigheid. Identitaire hardliners spiegelen de logica van het privilege dat ze proberen te bestrijden.

Het lijkt me duidelijk dat de keuze voor Marieke Lucas Rijneveld als vertaler gewoon fout was. De selectie gebeurde niet op basis van verdienste. De eerste Nederlandse winnaar van de International Booker Prize zei in een vroeger interview ‘steenkolen-Engels’ te spreken. De aanstelling was bovendien een vorm van identiteitspolitiek: als non­binair persoon streeft de vertaler, zoals de auteur, naar een inclusieve samen­leving. Dat is gewoon een fout criterium. Ironisch genoeg deed het Rijneveld de das om, omdat ze niet in de juiste hokjes paste.

Een uitgeverij kan ook proberen om de voordelen tussen kandidaten te corrigeren. Ze kan op zoek gaan naar getalenteerde jongeren en hen desnoods mee opleiden, vooral als ze de ervaring ontberen die mensen met meer kansen nu eenmaal makkelijker hebben. Deze corrigerende houding vereist geen ideologische stellingname over groepen, maar wel een kritische kijk naar de eigen commerciële motieven. De uitgeverij wilde op korte termijn een hit scoren door de bekende naam van de vertaler te koppelen aan de bekende naam van de auteur. Dat een uitgever boeken wil verkopen, kan niemand kwalijk vinden. Dat de bekommernissen om literaire kwaliteit niet primeerden, is pijnlijk. En de gemakzucht is ontgoochelend: als het besef speelt dat meer mensen kansen moeten krijgen, zijn langetermijnvisies nodig.

Deze column verscheen in De Standaard op 4 maart 2021.

Over verdiensten en privilege schrijf ik uitgebreid in mijn laatste boek ‘Machiavelli’s Lef. Levensfilosofie voor de vrije mens‘.