“Links en rechts zouden moeten samenwerken”, DS 29 aug 2016

Unknown 08.33.05“De fotoreeks op het strand in Nice was vanuit mediastandpunt zonder meer geniaal. In enkele beelden had de fotograaf de progressieve nachtmerrie gevat: blanke, mannelijke agenten dwingen een onschadelijke, onschuldige vrouw van een minderheidsgroep om zich om te kleden. De progressieve boerkini-verdediger moet wel vol afschuw reageren tegen de staatse, republikeinse politieke tegenstander, die een verbod van de boerkini verdedigt vanuit een gemeenschapsethiek (slechts in een republiek of natie kan een burger vrij zijn, de Franse staat is seculier). Dat staat haaks op de liberale ethiek, met haar voorkeur voor autonomie en individuele keuzevrijheid, en haar afkeer voor staatsgeweld en het groepsdenken van een gemeenschap of natie. Maar mijns inziens vergist de boerkini-verdediger zich jammerlijk: terwijl hij of zij voor autonomie pleit, voor het recht de boerkini te dragen, dreigt hij vooral de ethiek van het goddelijke te beschermen.

En daarmee wordt het een ander verhaal. Er bestaat namelijk niet alleen een progressieve versus een conservatieve visie op politiek en staat. Een deel van de wereldbevolking denkt ethiek helemaal niet vanuit democratische principes (wetten zijn door en voor de bevolking geschreven), maar vanuit het goddelijke. Hier zijn we in het rijk van het Heilige, van de zonde, de eer, de schande. Hier staat de westerse persoonlijke vrijheidsopvatting gelijk aan goddeloosheid, decadentie, eerloosheid. Deze ethiek kent in het westen geen politieke vertegenwoordiging. Wie op deze ethiek kritiek heeft, richt zich dus op niet-vertegenwoordigde minderheden.

Migratie, globalisering brengen die ethiek van het goddelijke tot op het strand in Nice. De eenvoudige toepassing van de progressieve liberale matrix op de samenleving – voorkeur voor individuele rechten en vrijheden – volstaat niet om het schouwspel op het strand te duiden. De progressieve boerkini-verdediger begrijpt niet dat een ethiek vanuit het goddelijke geen individuele visie op de symbolische orde erkent. Die symbolische orde overstijgt de rationele, individuele keuze. Ze dient om groepen te binden, om loyaliteit tussen de leden van de ene groep te versterken, en de afstand met anderen groepen te vergroten. Zelfs tot segregatie toe.

De werkelijkheid levert het bewijs: op het strand in Corsica hadden enkele strikt religieuze moslimfamilies een stukje strand met een bordje geprivatiseerd. Ze gingen in de clinch met omstanders die foto’s durfden te nemen. Als elk individu met of zonder boerkini inderdaad een liberale ethiek volgde – en de claim ‘elke vrouw kiest vrij’ is het belangrijkste argument pro-boerkini – hoe komt het dan dat zulk handgemeen ontstaat? Staat eigenhandig een strand privatiseren trouwens niet haaks op een liberale, publieke ruimte? Elders in Frankrijk zijn er gelijkaardige spanningen: zedenpolities willen religieuze voorschriften doen naleven, en er zijn relletjes rond vrouwen die ‘te naakt’ rondlopen. De anti-liberale ethiek van het goddelijke heerst in Saoedi-Arabië, waar vrouwen geen enkele individuele keuzevrijheid hebben, waar er geen open, vrije publieke ruimte is. De progressieve boerkini-verdediging is eurocentrisch, omdat ze geen enkele moeite doet om de ethische logica van religieus fundamentalisme te begrijpen.

Ondertussen verliest links zich in afkeer voor rechts (de ethiek van de autonomie verafschuwt de ethiek van de gemeenschap), terwijl ze geen antwoord heeft op de derde ethiek van het goddelijke, die zelfs buiten het democratische valt. En rechts reageert ruw op de morele zuiverheid-claim van links, die heroïsch de onderdrukten wil redden. De taal van de politiek dreigt de taal van afkeer en onbegrip te worden. Eigenlijk zouden linkse én rechtse partijen moeten samenwerken, en de noodzaak van elkaars morele intuïties moeten begrijpen. Rechtse partijen zouden de meerwaarde van de linkse kritiek op brute staatsmacht moeten vatten. En links zou moeten inzien dat voor het recht op de boerkini een liberaal principe (individuele vrijheid) wordt ingeroepen om een anti-liberale code ingang te doen vinden.”

Essay van J. De Ceulaer – “ons systeem is superieur, maar daarom wij nog niet”, DM, 18 juni 2016

Unknown-1Joël De Ceulaer schreef in De Morgen een essay over de waarden van de Verlichting in De Morgen op 18 juni 2016. Dit is de integrale tekst. Etienne Vermeersch reageerde met een scherp stuk.

ESSAY Ons systeem is superieur, maar daarom zijn wij dat nog niet

Zijn die verlichte geesten allemaal wel zo verlicht?

Elke aanslag lijkt het te bevestigen: de westerse normen en waarden steken er met kop en schouders bovenuit. De democratische rechtsstaat en de Verlichting zijn hipper dan ooit. Maar over welke Verlichting hebben we het precies? Moet iedereen atheïst worden of mogen moslims, joden en christenen nog geloven dat God niet van homo’s houdt?JDC DM1

Het was een televisie-interview dat de geschiedenis zal ingaan. Met één simpele vraag heeft Bart Schols woensdagavond het debat over onze normen en waarden nog eens op scherp gezet. Toen hij in De Afspraak imam Brahim Laytouss en rabbijn Aaron Malinsky vroeg wat ze ervan zouden vinden mocht een van hun respectieve zonen zeggen dat hij homo is, begonnen ze te kronkelen als palingen in een emmer zeepsop. Door de vraag rustig te blijven herhalen, legde Schols de vinger stevig op de wonde: monotheïstische godsdiensten hebben een probleem met homoseksualiteit. Niet alleen de islam, ook het jodendom. En de katholieke kerk, uiteraard – als ze recht in de leer is, tenminste.

De conclusie zou kunnen zijn dat Laytouss en Malinsky, en hun geloofsgenoten, nog niet volslagen verlicht zijn, dat wil zeggen, nog niet echt doordrongen van de westerse waarden en normen die vorm kregen in de beroemde achttiende eeuw, de eeuw van de Verlichting. Maar klopt dat ook? Wel, dat hangt er maar vanaf, zou ik in dit essay willen betogen, wat we precies onder Verlichting verstaan. Als u mij toestaat, maak ik even een omweg om dat duidelijk te maken. Een omweg via Guy Verhofstadt.

Onze liberale oud-premier heeft in mijn bijzijn ooit iets angstaanjagends gezegd. Dat gebeurde in 2014, terwijl ik hem in zijn kantoor zat te interviewen over zijn kandidatuur voor het voorzitterschap van de Europese Commissie. Verhofstadt is, zoals bekend, nogal passioneel aangelegd en dat spreekt veel mensen aan. Mij niet zo. Ik ben veeleer beducht voor de bevlogenheid van politici zoals Verhofstadt, omdat ze in al hun enthousiasme weleens over hun eigen veters dreigen te struikelen. Geef mij maar de rustige vastheid van leiders zoals Herman Van Rompuy.

Toen ik Verhofstadt vroeg of passie niet levensgevaarlijk kan zijn, gaf hij dat meteen toe. Het is te zeggen: hij gaf het maar hálf toe. Passie kan levensgevaarlijk zijn “als het voor de verkeerde zaak is”, zei hij. Mijn volgende vraag was de logica zelve: “Twijfelt u nooit of u wel voor de goede zaak vecht?” Ik wist haast zeker dat Verhofstadt nooit twijfelt, maar zou hij dat ook toegeven? Zat ik hier oog in oog met een man die ervan overtuigd is dat hij altijd voor de goede zaak vecht, en dat hij zich dus niet kan vergissen? Ik spitste mijn oren. En ja, hoor. “Als je idealen en doelen ingebed zijn in de traditie van vrijheid en rechtvaardigheid, als je de verlichtingsidealen voor ogen houdt, dan kun je je toch niet vergissen?” zei Verhofstadt meteen, zonder verpinken. Ik probeerde mijn verbazing te verbergen en vroeg het voor alle zekerheid nog eens: “Nee?”

Verhofstadt gaf geen krimp. “Wanneer vergissen mensen zich?” vroeg hij uitdagend. “Als ze het pad van de Verlichting verlaten. Als ze de principes van vrijheid en gelijkheid opzij zetten. Als ze identiteit en etniciteit als criteria gebruiken. Als emotionele en irrationele argumenten het winnen van de ratio. Het probleem is nu net dat de verlichtingsidealen met te weinig passie worden uitgeschreeuwd. Wie dat doet, wie gepassioneerd opkomt voor de Verlichting, kan niet verkeerd zitten.”

Lees: ik ben eigenlijk onfeilbaar.

Ketters en dissidenten

Ik moest op dat moment, terwijl ik in het kantoor van Verhofstadt zat, terugdenken aan een interview dat ik in 2011 had gedaan met Samuel IJsseling, de ondertussen overleden Leuvense filosoof die het postmodernisme in onze contreien introduceerde. Toen ik hem vroeg om die filosofische strekking eens te definiëren, gaf hij een antwoord dat ik nooit zal vergeten. “Het postmodernisme gaat in tegen de cultus van de eensgezindheid”, zei IJsseling. “De werkelijkheid is meervoudig, nooit eenduidig.
Het postmodernisme kent de prioriteit van de veelheid boven de eenheid. Van de dissensus boven de consensus. Eigenlijk is de democratie een postmoderne zaak: de veelheid aan opvattingen en keuzes kan nooit samenvallen in een eenheid. Ik zeg niet dat het modernisme per se tot de dictatuur moet leiden, maar er is in dat modernisme toch die cultus van de eensgezindheid. Het idee dat alles maakbaar is, dat alles controleerbaar is.”

Het idee, vulde ik aan, dat er voor elk probleem een optimale oplossing bestaat, waar eigenlijk geen alternatief voor is. “Precies”, zei IJsseling. “Dat idee. En dat kán dus niet. Die overtuiging leidt makkelijk tot de dictatuur. Als ik weet wat de beste weg is, dan zijn de mensen die het niet met mij eens zijn dus dom. Ik zeg niet dat postmodernisme en democratie per se samenvallen, maar er zijn toch raakpunten. We moeten respecteren dat andere mensen heel anders denken, en dat zij daarom nog geen slechte mensen zijn. In het totalitaire denken is dat wel zo: de kerk kent ketters, totalitaire systemen kennen dissidenten die worden opgesloten of uitgeroeid.”

IJsseling had gelijk, Verhofstadt zat ernaast. Ook wie het goed met de mensheid voor heeft, kan zich soms terdege vergissen. Verhofstadt zelf, bijvoorbeeld. Laten we ons tot de twee bekendste voorbeelden beperken. Eén: in 2002, toen hij premier was, kondigde Verhofstadt in het parlement de arrestatie van activist Dyab Abou Jahjah aan – een aanfluiting van de scheiding der machten, toch een waardevolle erfenis uit die fameuze achttiende eeuw. Twee: in datzelfde jaar liet Verhofstadt tientallen Roma in Gent onder valse voorwendsels naar het politiekantoor lokken en collectief deporteren – iets waarvoor hij later op de vingers werd getikt door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, nog zo’n prachtige verworvenheid van de westerse beschaving.

Om maar te zeggen: zo verlicht is die Verhofstadt niet. Gelukkig is dat niet zo erg, want het systeem is dat wel. Die verlichte, democratische rechtsstaat van ons zit zo goed in elkaar dat zelfs flaterende premiers hem niet uit balans kunnen brengen. Het systeem is slimmer dan de som der delen. Het is iets wat we volgens mij dezer dagen voortdurend voor ogen moeten houden, in de discussies over de superioriteit van onze normen en waarden. Niet wij zijn allemaal zulke verlichte geesten, die volledig doordrongen zijn van die normen en waarden. Nee, wij zijn feilbaar en gebrekkig en onvolmaakt, maar wij hebben het geluk dat we leven in een robuust systeem dat erin slaagt om ons allemaal hoe langer hoe beter in het gareel te houden. Zelfs de bekendste filosoof van Vlaanderen.

Gênant maar leerzaam

Als iemand in Vlaanderen de Verlichting helemaal in zijn eentje lijkt te belichamen, dan zal het filosoof Etienne Vermeersch wel zijn. Als jongeman liet hij de duisternis van het klooster achter zich om met de lantaarn van zijn verstand onverdroten op zoek te gaan naar de waarheid. Hij bewijst op eenvoudig verzoek dat God niet bestaat en speelde een cruciale rol bij de totstandkoming van de euthanasiewet. Beleidsmakers doen graag een beroep op hem als ze de fundamenten van onze maatschappijmodel eens uitgebreid op papier willen zetten. Zo liet staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken zijn fameuze nieuwkomersverklaring door Vermeersch nalezen en goedkeuren.

Met die verklaring moeten nieuwkomers expliciet aangeven dat ze akkoord gaan met de waarden en normen die onze samenleving schragen: de gelijkheid van man en vrouw, de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van eredienst, de wetten van het land, enzovoort. Dat alleen nieuwkomers die tekst moeten ondertekenen, wekt de suggestie dat iedereen die hier woont al deze normen en waarden kent en toepast. Een verkeerde suggestie, zo bleek ondertussen. De opstellers van de tekst hadden zélf een essentiële verworvenheid van de Verlichting over het hoofd gezien: de vrijheid van geweten. In de oorspronkelijke tekst stond om de haverklap dat nieuwkomers die fundamenten moeten “aanvaarden”, en dat kun je niet vragen. Je kunt eisen dat mensen ergens naar “handelen”, niet dat ze iets ten diepste “aanvaarden” of “denken”. De gedachten zijn namelijk vrij.

Gelukkig kent ons systeem een Raad van State die staatssecretarissen en filosofen kan terugfluiten als ze normen en waarden van de Verlichting met de voeten treden, en zal de nieuwkomersverklaring worden aangepast. Een gênant, maar leerzaam incident.

TB2Er valt wel iets te zeggen voor die verklaring, trouwens. Het is geen slecht idee om de fundamenten van ons maatschappijmodel eens op een rijtje te zetten. Dat is ook wat de leden van de Kamercommissie Grondwet proberen te doen: grondig nadenken over de rechten en vrijheden die iedere burger in dit land geniet. Dat is ook wat verschillende auteurs de laatste tijd doen: van filosofe Tinneke Beeckman tot oud-reclamemaker Guillaume Van der Stighelen – allemaal denken ze na over de Verlichting. Beeckman publiceerde eerder al Macht en onmacht: een verkenning van de hedendaagse aanslag op de Verlichting, en schreef mee aan het boekje De Verlichting uit evenwicht?, dat onlangs door denktank Itinera werd uitgegeven. Van der Stighelen publiceerde pas Samen door één deur: hoe wij, kinderen van de Verlichting, onze samenleving moeten beschermen. Opmerkelijk: Beeckman en Van der Stighelen schrijven “Verlichting”, in deze betekenis althans, met een hoofdletter, hoewel dat sinds de laatste spellingshervorming officieel met een kleine letter moet. En ze hebben natuurlijk gelijk. Daarom doe ik dat ook. De Verlichting is hip, en meer dan ooit een hoofdlettertijdperk.

De vraag is alleen: over welke Verlichting hebben we het nu eigenlijk?

Van homo tot hetero

Laat ik opnieuw de onvolprezen Etienne Vermeersch als voorbeeld nemen. Als hij met moslima’s discussieert over de hoofddoek, wat hij al vaak en grondig heeft gedaan, dan doet hij dat met de Koran in de hand. Vermeersch zou moslima’s er graag van overtuigen dat ze die hoofddoek helemaal niet hoeven te dragen. Omdat die verplichting nergens in de Koran te vinden is. Vermeersch probeert moslima’s te bevrijden uit hun religieuze dwaling. Dat is zijn goed recht en dat siert hem. Het is alleen een beetje raar. Omdat het daar in het hoofddoekendebat eigenlijk niet over gaat. De relevante vraag voor het maatschappelijk debat over de hoofddoek is niet: zegt de Koran dat je als vrouw een hoofddoek moeten dragen? De juiste vraag is: mag je als vrouw een hoofddoek dragen als je vindt dat die praktijk bij je geloof hoort? Als Vermeersch met de Koran zwaait, zou de moslima met de grondwet kunnen zwaaien. En wie van de twee is dan verlicht? Staat de grondwet niet boven de Koran?

De discussie over homoseksualiteit sluit daarbij aan. In een verlichte, democratische rechtsstaat is het niet verboden om homoseksualiteit zondig te vinden. Gelukkig maar, anders zou de gedachtenpolitie veel werk hebben. Vandaag worden alle pijlen gericht op de islam, maar in essentie hebben jodendom en christendom precies dezelfde visie: niet de homo zelf, maar de homoseksuele daad is zondig. In een interview met deze krant legde Michael Freilich, hoofdredacteur van Joods Actueel, dat onlangs nog eens uit. “Voor de joodse leer is homo zijn ook geen probleem, maar de homoseksuele daad wel. Dat staat nu eenmaal in de Bijbel. Als iemand als homoseksueel wil leven, mag hij dat doen. Maar dan buiten de joodse gemeenschap. Hij kan er in elk geval niet binnen de gemeenschap mee te koop lopen. Ik ken joodse mensen die homoseksuele gevoelens hebben, maar die zijn weggetrokken uit de gemeenschap. En als ze nog eens op bezoek komen, houden ze rekening met de gevoeligheden en geven ze elkaar geen hand.”

Het is een mooie paradox: in een verlichte maatschappij is niet elk individu verplicht om volkomen verlicht te zijn. De democratische rechtsstaat beschermt afwijkende ideeën en overtuigingen, ook als die niet in overeenstemming zijn met het algemeen geldende eenheidsdenken. Om maar te zeggen: tot 1973 stond homoseksualiteit in de Diagnostic and Statistic Manual of Mental Disorders, de Bijbel van de psychiatrie, geboekstaafd als een mentale afwijking. Reconversietherapie, die van homo’s hetero’s probeert te maken, bestaat vandaag nog altijd – weliswaar in de marge, maar toch. En dichter bij huis: bij de MR, de partij van onze eigen premier Charles Michel, stemden de meeste Kamerleden tien jaar geleden tégen het wetsvoorstel dat adoptie door homo’s mogelijk maakt.

Niet wij zijn allemaal per se zo verlicht, het systeem is verlicht. De morele vooruitgang die de westerse beschaving kenmerkt, is een eigenschap van het geheel, dat meer is dan de som der delen. Zoals katholieken en liberalen zich gaandeweg hebben verzoend met gelijke rechten voor homo’s, zo zullen ook steeds meer moslims en joden dat doen. Dé islam en hét jodendom zullen niet gauw veranderen, maar individuele moslims en joden natuurlijk wel. Niet allemaal, en zeker niet allemaal tegelijk. Maar goed, ook Godfried Danneels en André-Joseph Léonard zullen in dit leven de homoseksuele daad nooit kunnen aanvaarden als een volstrekt normale uiting van lust en liefde. Dat is jammer, maar het is niet verboden. Zoals het ook niet verboden is, misschien zelfs aangewezen, om te blijven proberen hen van het tegendeel te overtuigen. Zolang we daarbij maar niet overgaan tot geweld.

Van loge tot moskee

Het is wellicht de belangrijkste taak van dat prachtige, verlichte systeem waarvan wij deel mogen uitmaken: de beteugeling van geweld. Daar is het allemaal mee begonnen. Onze voorouders hebben de tolerantie en later de rechtsstaat niet uitgevonden omdat ze zo slim en idealistisch waren, maar omdat ze het verwoestende geweld beu waren. In Samenleven met overtuiging(en) schrijft filosoof Patrick Loobuyck: “De religieuze tolerantie als antwoord op de godsdienstoorlogen is niet geboren als een verheven waarde, een ideaal of een morele deugd, ze was het noodgedwongen resultaat van een pragmatisch zoeken naar vrede en maatschappelijke stabiliteit. Knarsetandend hebben onze politieke en religieuze leiders een vorm van religieuze tolerantie ingevoerd, om een groter kwaad, namelijk dat van aanhoudende godsdiensttwisten, te vermijden.”

Zo is ook de vrijmetselarij ontstaan: toen een aantal heren van stand besloten om elkaar op discrete wijze af en toe te ontmoeten en zo de diepe verschillen die hadden geleid tot al die godsdienstoorlogen, te kunnen overstijgen. Zij wilden elkaar niet bekeren, ze wilden integendeel net een einde maken aan de moordzuchtige bekeringsdrift waar Europa eeuwenlang onder had geleden. In katholieke landen zoals België en Frankrijk is de vrijmetselarij ondertussen geëvolueerd naar een sectaire club die kandidaat-leden nog durft te weigeren omdat ze hun kinderen naar een katholieke school sturen – dat is zo ongeveer het tegenovergestelde van wat hun founding fathers voor ogen hadden. Dat veel Belgische vrijmetselaars het voortouw nemen in de islamkritiek is trouwens nogal ironisch: in de meeste Belgische loges is het streng verboden om vrouwen in te wijden. Nee, de maçonnieke werkplaats verschilt niet zo hard van de moskee.

Niet wij zijn allemaal per se zo verlicht, de Verlichting schuilt in het systeem dat wij geërfd hebben. Misschien moeten we dat systeem vergelijken met de wetenschappelijke methode. Ook in de wetenschappen geldt dat het geheel sterker is dan de individuele delen. Niet alle wetenschappers zijn even slim. Sommigen zitten er hun hele leven volledig naast. Anderen zijn corrupt of kwaadaardig of lichten de boel op. Dat is erg, maar nooit fataal, want het systeem is perfect in staat om zichzelf te corrigeren. Zo is het ontworpen. De wetenschappelijke methode leidt de mensheid onafwendbaar tot een steeds betere benadering van de waarheid.

Daar zit de spanning tussen de twee niveaus waarop de Verlichting zich manifesteert: dat van het individu en dat van het systeem. Het systeem kent morele vooruitgang en vergaart steeds meer kennis. Maar ieder individu heeft het recht om op vreedzame wijze te dwalen: de oud-premier, de filosoof en de rabbijn en, om een voorbeeld uit een heel andere hoek te geven, de arts die homeopathie voorschrijft en zo de geloofwaardigheid van een levensgevaarlijk bijgeloof in stand houdt. Want niet iedere uitspraak is even waar of evenwaardig. Op dat vlak heeft het postmodernisme van Samuel IJsseling ook onheil gesticht, zoals Tinneke Beeckman in haar werk aantoont. Het postmodernisme heeft de neiging om vooruitgang en waarheid helemaal weg te relativeren. En daar moet iedereen die de Verlichting genegen is, natuurlijk tegen blijven argumenteren.

Zolang niemand maar denkt dat hij of zij als individu de volmaakte belichaming is van de normen en waarden die onze samenleving schragen. En zolang niemand maar omver valt als zijn buurman anders blijkt te denken. Want dat is het net: wie wil dat iedereen hetzelfde denkt, hoort niet thuis in een democratische rechtsstaat, maar in het kalifaat.”

‘Vrouwen mogen puinruimen’, DS 16 juli 2016

Unknown 08.33.05Deze tekst verscheen in De Standaard op 16 juli 2016.

“HET PATROON ACHTER DE AANSTELLING VAN THERESA MAY

Theresa May heeft in het Verenigd Koninkrijk gelijk de toon gezet: vastberaden, helder en zelfbewust. De mannen druipen met de staart tussen de poten af. Geeft deze ‘erfgenaam van Margaret Thatcher’ het ambt van regeringsleider opnieuw aanzien, vraagt TINNEKE BEECKMAN zich af, of ondervindt dat ambt imagoschade omdat het wordt bekleed door een vrouw?

Home Secretary Theresa May arrives to deliver her speech at Manchester Central during the Conservative Party conference. PRESS ASSOCIATION Photo. Picture date: Tuesday October 6, 2015. See PA story TORY Main. Photo credit should read: Stefan Rousseau/PA Wire

Theresa May heeft de eed afgelegd als nieuwe eerste minister van het Verenigd Koninkrijk. Ze staat voor een schier onmogelijke taak: Groot-Brittannië succesvol en vlot uit de Europese Unie leiden, zonder dat de Britse Unie uit elkaar valt en zonder dat een economische crisis het land verarmt. Volgens de kleinzoon van Winston Churchill heeft zijn land geen grotere crisis gekend, sinds zijn grootvader in 1940 eerste minister werd.
Nu moet een vrouw het land redden. De mannelijke toppolitici – David Cameron, Boris Johnson en Michael Gove – vonden hun persoonlijke rivaliteit belangrijker dan het algemeen belang. Hun verraderlijke strijd maakte de Britse politiek tot een aflevering van Game of Thrones.

May, daarentegen, is volgens Jenni Russell, columniste van The Times een duty-driven politician en een grown-up: politiek is een ambacht voor verantwoordelijke volwassenen, geen spelletje voor verwende jongetjes. May wordt niet gedreven door ego, ze is realistisch. Ze schittert niet in de media en ze houdt haar privéleven uit de belangstelling. Ze staat bekend als luisterbereid en doortastend. Kortom, ze is van het type old school, saaie, hardwerkende staatsman.
Het lijkt er dus op dat May’s aanstelling het politieke ambt wat in ere zal herstellen.

Nochtans klinkt het vaak dat de status van een beroepsklasse afneemt wanneer meer vrouwen toetreden. Deze ‘Wet van Sullerot’ – naar de Franse sociologe Evelyne Sullerot – impliceert dat zowel vergoeding als status dalen zodra vrouwen deelnemen. Rechter, arts of leraar zouden dan minder aantrekkelijke beroepen zijn, omdat er meer vrouwen tot die groep behoren. Maar de relatie lijkt eerder omgekeerd: pas wanneer de status van een beroep afneemt, kunnen of mogen vrouwen toetreden. De patriarchale autoriteit is dan al grotendeels gesneuveld.

In de politiek lijkt die dynamiek nog veel sterker: pas als de situatie hopeloos is geworden, en de mannelijke kandidaten geen idee hebben hoe ze de situatie nog kunnen redden, krijgen de vrouwen kansen. Continue Reading ›

Etienne Vermeersch reageert op J. De Ceulaer, ivm de Verlichting, DM, 21 juni 2016

Etienne Vermeersch schreef deze tekst als reactie op de tekst van Joël De Ceulaer over de Verlichting (op 18 juni), in De Morgen, 21 juni 2016.

Unknown-1“In zijn ‘essay’ Zijn die verlichte geesten allemaal wel zo verlicht? (DM 18/6) brengt Joël De Ceulaer (JDC) enkele zinnige gedachten naar voren, maar de logische spankracht van zijn argumentaties laat te wensen over. Hij vraagt zich af of het ‘verlicht’ karakter dat wij aan onze maatschappij toeschrijven, wel zo algemeen aanwezig is als we graag suggereren.

Een eerste illustratie van zijn vraagstelling vindt hij in een uitspraak van Guy Verhofstadt (Open Vld): “Wie de verlichtingsidealen voor ogen houdt mag zeker zijn dat hij voor de goede zaak vecht.” Ik laat hier in het midden of men dat principe in zijn algemeenheid kan volhouden. Mij interesseert de wijze waarop JDC meent het te kunnen ontkrachten. Hij verwijst naar het feit dat Verhofstadt in 2002, toen hij premier was, tot tweemaal toe een inbreuk pleegde op het principe van ‘scheiding van de machten’, een van de kroonjuwelen van de verlichting. JDC besluit hieruit dat Verhofstadt niet zo verlicht was en suggereert hiermee tevens dat zijn principe niet algemeen geldig is.

Illustratie bij artikel van Joël de Ceulaer.

Illustratie bij artikel van Joël de Ceulaer.

Maar dat klopt niet. Iemand die een rekenfout maakt brengt de stellingen van de rekenkunde niet in het gedrang, en iemand die tegen een algemeen principe zondigt, tast daarmee dat principe zelf niet aan. Hij biedt alleen een illustratie van het woord van Jezus: “De geest is gewillig, maar het vlees is zwak (Mc 14, 38).” Als Verhofstadt wel degelijk zijn ideaal trouw gebleven was, dan was er geen fout gebeurd. En terloops: wie zonder zonde is, werpe de eerste steen.

Vervelend is echter dat JDC deze anekdote aanhaalt na een betoog voor het postmodernisme van Sam IJsseling. Sam was een minzaam man, maar zijn theorie was al even gevaarlijk als ze aantrekkelijk lijkt: “Het postmodernisme gaat in tegen de cultus van de eensgezindheid.” In zijn algemeenheid opgevat leidt zo’n opvatting tot relativisme: alle denkbeelden zijn gelijkwaardig. Maar de grootste realisatie van onze beschaving is het tot stand brengen van de wetenschap. Dat is een verzameling van waarnemingen, wetten en theorieën waarover volkomen ‘eensgezindheid’ bestaat, wereldwijd. Er zijn terreinen waarop het onderzoek nog aan de gang is, maar dat vertrekt van een kerngebied van kennis waarover niemand twijfelt. Continue Reading ›

Activiteiten in Juli 2016

Tijdens de zomermaanden geef ik twee klassen aan The School of Life te Antwerpen:

  • donderdag 14 juli – The School of Life – ‘How to have better conversations’, 19.00 – 22.00  uur.
  • zondag 17 juli – The School of Life – ‘What is philosophy for?, 10.00 – 13.00 our.

Beide klassen zijn in het Nederlands. Op voorhand inschrijven kan via de link op de website.

11026057_370135679836865_3974021730242769904_nOver de eerste klas schreef journaliste Jana Anthonissen een artikel in De Morgen.

De tweede klas – over de zin van filosofie – vind ik een geweldig thema. Ik geef een overzicht van verschillende strekkingen, waarvan we de praktische zijde samen bespreken.

Welkom!

 

‘Terug naar Utopia’, boek Davidsfonds, oktober 2016

Voormalig VRT-journalist Dirk Tieleman interviewde me over de betekenis van Utopia, het werk van  Thomas More.

“In oktober verschijnt het boek ‘Terug naar Utopia’ (Geert Heymans/Dirk Tielemans): Utopia van Thomas More wordt opnieuw vertaald vanuit het Latijn door Geert Heymans bij het Davidsfonds.

Tussen de hoofdstukken door komen Tinneke Beeckman, Marc Buelens, Bea Cantillon, Geert Noels, Rik Torfs en Herman Van Rompuy aan het woord. Journalist Dirk Tieleman bevraagt hen over wat een boek van 500 jaar geleden kan betekenen. Elk vanuit hun eigen invalshoek denken ze na over Utopia toen en nu. Bij het boek hoort ook een DVD, een documentaire van Fabio Wuytack”.

En op 26 oktober geef ik over Thomas More een ‘praktische levensles‘ aan The School of Life in Antwerpen.

 

 

“Kijk in je eigen ziel, niet in die van een ander”, DS 20 juni 2016

Unknown 08.33.05“Op het bericht dat Omar Mateen een bloedbad aanrichtte in een homobar in Orlando, volgden twee soorten commentaar. Volgens de ene interpretatie is de dader IS-aanhanger, en houdt zijn daad verband met de islam. De andere strekking minimaliseert het geloof: Mateen was een gek, verward over seksualiteit, die al te snel aan wapens kwam.

Maar beide insteken – fanatiek geloof en worstelingen met eigen demonen – staan niet haaks op elkaar. Zelfs al is de schutter een zelf-hatende homo zonder contact met IS, dan nog blijft de vraag welke houvast iemands geloof of overtuiging biedt om seksuele verlangens te beleven. Zelfs dan blijft het Verlichtingskader relevant: de filosofen die religie kritisch analyseerden en fundamentele mensenrechten voorstonden, reflecteerden tegelijkertijd over hun persoonlijke ervaringen, verlangens en motieven.

C. Banti - G. Galilei voor de Inquisitie

C. Banti – G. Galilei voor de Inquisitie

De Verlichting legt de basis voor universele mensenrechten en gelijkwaardigheid. Ze introduceert een nieuwe opvatting over godsdienst en politiek: niet meer de onveranderlijke, door God geopenbaarde orde is de basis van het recht, maar de aanname dat alle mensen ongeacht hun geloof gelijkwaardig zijn. Vanaf de zeventiende eeuw brengen wetenschappelijke ontwikkelingen de religieuze zekerheden aan het wankelen. En de studie van het heelal – de kijk op de relatie tussen God, de mens, de natuurwetten – spoort met de zoektocht naar het innerlijke van de mens. Die twee aspecten – de blik naar buiten én naar binnen – vormen één geheel. Denkers willen namelijk begrijpen hoe het komt dat mensen zich verbeelden dat ze het centrum van de schepping uitmaken. Welke andere dwalingen maakt de geest nog? Hoever gaat de neiging tot zelfbedrog? Welke innerlijke motieven bepalen het menselijk gedrag?

koen de sutter dadanero montaigneNog voor de Verlichting, keek Montaigne kritisch naar zichzelf. In zijn Essays stelt hij dat de mens een ‘verbazend ijdel, complex en veranderlijk wezen’ is. Hij wilde weten wie zijn ‘ik’ was, dat schommelde tussen melancholie en creativiteit. Het ‘zelf’ blijkt een vreemd continent, met moerassen en hellegaten. In de achttiende eeuw maakte Jean-Jacques Rousseau van eerlijkheid en waarachtigheid het hoofdthema in zijn ‘Bekentenissen’. In dit autobiografisch werk biecht hij onverschrokken zijn minder fraaie karaktertrekken op. Die drang naar zelfkennis en waarachtigheid versterkt de afkeer voor huichelarij. De vraag naar wie ‘ik’ ben, vergroot dus de behoefte om mezelf nooit iets voor te liegen. Genadeloos in de eigen ziel kijken is sindsdien een rijk literair thema.

Rousseau’s tijdgenoot Diderot beschreef in ‘Le Neveu de Rameau’ een protagonist voor wie het ‘zelf’ een constructie lijkt. In de maatschappij speelt elk individu soms een rol – daar gaat altijd enige hypocrisie mee gepaard – maar een mens neemt het personage dat hij speelt best niet al te ernstig. Wie een beetje eerlijk is met zichzelf, geeft toe dat hij lijdt aan de kwalijke eigenschappen die hij anderen toedicht. Zo vermijdt de wijze mens een absolute opdeling tussen goed en kwaad. Uiteindelijk werkt dit inzicht bevrijdend.

Woody Allen in 'Annie Hall'.

Woody Allen in ‘Annie Hall’.

Wie de blik dus naar binnen richt, claimt geen absolute, morele zuiverheid van anderen. Meer nog, zo’n zuiverheid eisen klinkt bijna verdacht. Al te streng moraliseren past niet meer bij een modern mensbeeld.

In de psychiatrie introduceerde Freud een nieuwe visie op seksualiteit, agressie en projectie. Hij zag zijn project als een aanvulling op de Verlichting. Hij wilde metafysica, als reflectie over het bovennatuurlijke, vervangen door metapsychologie, door de analyse van de geest. Woody Allen vat dit filosofische opzet in één grap: ‘I cheated on my metaphysics exam – I looked into the soul of the boy sitting next to me’. Continue Reading ›