“Als alleen de ‘goede vrouw’ steun krijgt”, column DS, 21 okt. 2021

” Ook de rol van Ines De Vos roept vragen op.

De zaak-De Pauw ontlokte intense reacties, ook op sociale media. Daarbij horen felle steunbetuigingen aan de echtgenote van Bart De Pauw, Ines De Vos. Zij zou als ‘enige vrouw waardigheid’ uitstralen, of ‘vechten voor haar gezin’. Wat mij interesseert, is niet alleen­ welke feiten de betrokkenen hebben­ gepleegd, maar ook hoe het publie­ke debat over sociale rollen verloopt, en welk maatschappijbeeld daaruit spreekt. Wat mag je verwachten van een televisiester, een zaakvoerder, een werknemer of een gezinslid?

Dat de echtgenote als enige vrouw steun krijgt, verwondert me. Tenslotte was ze De Pauws manager. Later was ze zaakvoerder van het bedrijf Koeken Troef. In die functie wist ze al jaren dat er klachten waren over het gedrag van De Pauw. Woestijnvisbaas Wouter Vandenhaute informeerde De Vos in 2008 al dat De Pauw jongere vrouwen lastigviel op de set van Loft, bijvoorbeeld. En als zaakvoerder had De Vos professionele verplichtingen: ze moest erop toezien dat jonge vrouwen op de werkvloer van haar bedrijf in een veilige omgeving konden werken. Van De Pauw weten we dat hij aan jonge vrouwelijke collega’s eerst flirterige berichtjes stuurde, en dat dat uitdraaide op onophoudelijke stromen boodschappen, ook ’s nachts. Hij eiste daarbij dat die collega’s zijn berichten geheim hielden tijdens de werkuren. Nu wordt De Pauw aangeklaagd voor belaging en elektronische overlast. De juiste rol en betekenis van De Vos als baas is nog onduidelijk, maar vragen zijn er alvast wel.

De Pauw had blijkbaar sinds 1999 ook affaires met medewerksters (in brede­ zin), en zijn partner bleek daarvan op de hoogte. Dat meer private aspect­ van de relatie tussen De Pauw en zijn vrouw gaat niemand wat aan. De Vos hoeft haar keuzes aan niemand uit te leggen. Alleen had ze ook een professionele verhouding met De Pauw en (minstens indirect) met de vrouwen die hij in die context lastigviel. Dat ze zijn echtgenote is en moeder van zijn kinderen, verandert daar niets aan. Haar rol beperkt zich niet tot die van gezinslid. Ze heeft zelf gekozen voor een andere rol, met een andere maatschappelijke verantwoordelijkheid. Het is paternalistisch om haar die verantwoordelijkheid te ontkennen.

Anders gezegd, niet het gezinsleven staat hier ter discussie, maar de arbeids­voorwaarden voor werknemers in kwetsbare posities. Waar het om draait, is dat deze vrouwen als werkneemster een beroep willen kunnen uitoe­fenen zonder dat hun integriteit wordt geschonden. Dat het grensoverschrijdende gedrag van de baas ‘erbij zou horen’, is precies wat de vrouwen die op het proces getuigen, niet meer aanvaarden.

Los daarvan blijft de vraag welke voorstelling van de ideale echtgenote of moeder in deze steunbetuigingen doorschemert. Verdient een vrouw die haar echtgenoot naar de rechtbank begeleidt echt meer respect dan een echtgenote die een ontrouwe, stalkende man allang zou verlaten hebben? Zou die gescheiden vrouw minder van haar kinderen houden of minder voor hen proberen te zorgen? Is onophoudelijke steun voor de partner of vader voor kinderen altijd de beste optie? Ik zou het zo stellig niet durven te beweren. Daarbij klinkt de bewondering voor de houding van de vrouw in kwestie hypocriet zolang er geen kritisch woord volgt over de houding van de man die bereid is het welzijn van zijn gezin op te offeren aan zijn overspelige verlangens.

Het is merkwaardig om deze oubollige dubbele moraal nog aan te treffen: de man is professioneel buitengewoon geslaagd, maar heeft een zwak voor vrouwelijk schoon; de goede echtgenote blijft haar buitengewone man steunen en beschermt op die manier de waarde van het gezin. De ontevreden vrouwelijke collega’s, daarentegen, verdienen vooral afkeuring, omdat ze hun klachten openbaar hebben gemaakt, en de manier waarop ze behandeld werden als problematisch ervaren.

Deze zaak over seksueel grensoverschrijdend gedrag lijkt me een gelegenheid om voorbij bestaande sjablonen te kijken. Annelies D’Espallier, de ombudsvrouw gender van de Vlaamse ombudsdienst, gaf in De zevende dag aan dat niet alle slachtoffers van seksueel geweld vrouwen zijn. Ook mannen kunnen slachtoffer zijn. Het is belangrijk om die realiteit te erkennen. Daarnaast kunnen mannen of vrouwen in bepaalde gevallen misschien zelf geen dader zijn, maar wel als enabler fungeren. Dan maken ze het grensoverschrijdende gedrag­ van iemand anders mogelijk, door de dader te beschermen, de feiten toe te dekken of de slachtoffers in de kou te laten staan. Misschien is de tijd gekomen om ook die verantwoordelijkheden helder te onderzoeken.”

Deze column verscheen in De Standaard op 21 oktober 2021.

Dat Loft een bedenkelijke film is qua vrouwbeeld, analyseer ik in deze column uit 2014.

“Why we fight”, film van Alain Platel

Alain Platel en Mirjam Devriendt onderzochten de redenen waarom mensen vechten, in hun film ‘Why we fight’. En daarvoor verschijn ik als geïnterviewde filosoof. Hier is een recensie uit De Standaard, van Filip Tielens.

“Moeder, waarom vechten wij?

Van geësthetiseerd geweld in dans tot knokpartijen en grote oorlogen: in de prachtige, associatieve film Why we fight? exploreren Alain Platel en Mirjam Devriendt de vechtersbaas in de mens.

Trek elkaars kleren uit en probeer je eigen outfit zo lang mogelijk aan te houden: dit op het eerste gezicht hoogstens ondeugende kinderspelletje lag aan de basis van Nicht schlafen (2016), een van de mooiste dansvoorstellingen van choreograaf Alain Platel. In de openingsscène gingen de dansers elkaar speels te lijf, maar al gauw was de fun er af. Het geweld, dat begon zonder duidelijke redenen, veroorzaakte een cyclus van steeds meer geweld. Uitgeput en halfnaakt bleven de dansers na die langgerekte, heftige scène achter op het slagveld, met achter hen een paardensculptuur die Berlinde De Bruyckere ontwierp als herinnering aan de vele zinloos gesneuvelde paarden tijdens de Eerste Wereldoorlog.

De vraag ‘waarom vechten we?’ bleef Platel ook de jaren nadien fascineren. Fotograaf en filmmaker Mirjam Devriendt, een nauwe medewerker van De Bruyckere, raakte op haar beurt in de ban van Nicht schlafen en begon de dansers te filmen. Die beelden vormen nu, vijf jaar later, het kloppende hart van Why we fight?, de film die ze met Platel creëerde. In close-up zien we de rauwe emoties van dansers die elkaar te lijf gaan, maar later ook teder voor elkaar zorgen. Bijzonder knap zijn haar schokkerige slowmotionbeelden, die de dans vervormen tot een bewegend, impressionistisch schilderij, met Mahler als muzikale gezel.

Trigger warning

De immer bescheiden Platel is zelf niet te zien in de film. Wel geeft hij het woord aan drie dansers, die eerlijk en eloquent vertellen over hun ervaringen met geweld. Hun woorden worden gedrapeerd over de prachtige dansduetten, die op hun beurt worden doorsneden met archiefbeelden. Soms met nadrukkelijke fysieke gelijkenissen, zoals oproerpolitie die betogers de kleren van het lijf scheurt, maar ook (trigger warning!) beelden van bewakingscamera’s die straatgeweld filmen en zelfs dieren die elkaar in de haren vliegen.

Via zwart-witbeelden keren we ook terug naar de tijd van Mahler, die in zijn onrustige composities de toenemende maatschappelijke spanningen verklankte. De link met onze turbulente tijd ligt voor de hand, maar dirigent Teodor Currentzis – die Mahlers muziek intens belichaamt – relativeert: ‘De mens heeft nog geen seconde zonder oorlog geleefd.’

Zo zoomt Why we fight? steeds verder uit, terwijl het alle conflicten en oorlogen van de laatste drie eeuwen in kaart brengt. Filosofe Tinneke Beeckman waarschuwt dat de intermenselijke verdraagzaamheid echt wel aan het afnemen is, terwijl historicus Koert Debeuf vreest dat de achteruitgang van globalisering en de opkomst van nationalisme zal leiden tot een nieuw globaal conflict. De film reikt zelfs tot in de ruimte, waarbij Nasa-astronauten vertellen dat wie de aarde ooit van bovenaf heeft gezien, milder is voor de medemens.

Capitoolbestorming

Alain Platel is volop bezig met zijn rijkgevulde oeuvre een tweede leven te geven: in een speelse opendeurexpo, het boek Requiem pour L., de herneming van Gardenia en de remake van C(h)oeurs in 2022. Why we fight? past in dat rijtje: het is een erg geslaagde manier om de vluchtige kunstvorm die dans is te bewaren voor de eeuwigheid. Daarbij vervalt hij niet in een captatie of making of, maar verbindt hij het geësthetiseerde geweld in zijn kunst met het reële geweld in de buitenwereld.

De film culmineert in een orgie van geweld, met beelden van de bestorming van het Capitool en manifestaties van Vlaams Belang. In een associatieve, kolkende beeldenstroom toont het filmduo het gevaar dat uitgaat van de massa, maar ook de kracht die schuilt in bewegingen die strijden voor sociale rechtvaardigheid – woede kan immers ook constructief zijn. Maar het meest intens is toch de ijzingwekkende stilte van scholiere Emma González, die in 2018 de schietpartij op haar middelbare school in Parkland, Florida, overleefde en wier afbeelding lange tijd prijkte aan de gevel van de Bijloke-site waar Platel huist. 

Een allesomvattend antwoord op de vraag uit de titel geeft de film niet. Geweld is vaak een combinatie van individuele psychologische, sociale, politieke en religieuze factoren, stellen Platel en Devriendt, een fysieke reactie die ontstaat wanneer we woorden tekortkomen om onze onvrede uit te drukken. Dat kan in de gesublimeerde vorm van bloedmooie dans, maar helaas ook in vreselijke slachtpartijen, zoals de pijl-en-boogmoordenaar deze week nog maar eens bewees.

‘Why we fight?’ gaat in première op 14/10 op Film Fest Gent en komt in 2022 in de zalen.”

“Een pilletje tegen ongemak”, column DS, 7 okt. 2021

‘Neem een pilletje, en het is alsof je met vakantie bent, ver weg van de rea­liteit.’ In Aldous Huxleys donkere dystopie Heerlijke nieuwe wereld (1932) nemen personages geregeld die vluchtweg. Ze slikken een tabletje van de drug ‘soma’, en hun geest verglijdt naar een zalig oord, waar zorgen en frustraties verdwenen zijn. Die drug is vrij verkrijg­baar – iedereen kan er naar hartenlust van nemen. Dus slikken mensen die pilletjes zodra ze zich afgewe­zen, overbodig, onaantrekkelijk, eenzaam, droevig of vernederd voelen. Niet dat de drug geheel onscha­delijk is. Eén wanhopig personage overlijdt aan een hartfalen, na een maandenlange trip.

Huxley was gefascineerd door drugs als geestverruimend middel om spirituele ervaringen op te wekken. Hier presenteert hij drugs die een ander doel hebben: verslaafde consumenten geen reden meer geven om zich te verzet­ten.

Ik dacht aan Huxley toen ik het verhaal las over de familie Sackler, die de zeer verslavende pijnstiller Oxycontin op de markt bracht. Haar product werd massaal voorgeschreven, met dodelijke gevolgen: de voorbije twintig jaar stierven meer dan een half miljoen Amerikanen aan een opiatenverslaving. Om hun commerciële succes te bereiken, gebruikten de Sacklers dubieuze en zelfs criminele methoden: leugens, bedrog, corrup­tie en intimidatie. Patrick­ Radden Keefe beschrijft het nauw­gezet in Het pijnstillersimperium (DS Weekblad 2 oktober). Radden Keefes onder­zoek documenteert ook hoe de Amerikaanse instellingen burgers onvoldoende beschermden. De Sacklers lijden intussen reputatieschade, maar ze hebben hun miljarden­winsten kunnen­ vrijwaren.

Gaat deze zaak dan over een politiek falen? Jazeker. Maar er is meer aan de hand. Wie buitengewone inzichten heeft in wetenschap en technologie, én vanuit die kennis succesvolle commerciële producten lanceert, kan blijkbaar vrij spel krijgen. Zelfs als die producten burgers op termijn schade toebrengen (het verhaal over Facebook en andere sociale media bevat gelijkaardige aspecten). Twee elementen spelen daarin mee: je kunt gemanipuleerd worden zonder dat je het beseft. En slechts weini­gen begrijpen de impact van comple­xe wetenschappelijke ontwik­kelingen.

Precies daarin schuilt Huxleys inzicht­: machtsmisbruik gaat niet altijd­ gepaard met openlijk, fysiek geweld. Je kunt mensen evengoed controleren door hun biologische en psychologische behoeften te manipuleren. In Huxleys­ dystopie voelen mensen geen gemene laars op hun nek, zoals in totalitaire regimes het geval is. Neen, ze krijgen een klein pilletje dat elk onbehagen uit hun leven weert. De geïndustrialiseerde productie speelt in op elk verlangen. In de dictatuur World State is autoproducent Henry Ford een soort messias geworden. Mensen worden verleid om zich de hele dag te amuseren. Door die stroom van positieve sensaties kunnen ze niet meer stilstaan bij de realiteit zoals die is. Dat hoeft schijnbaar niet meer. Technologie heeft alle pijnlijke ongemakken opgevangen, zelfs ziekte en aftakeling. De dood is een banaal gebeuren. Niemand lijdt onder verdriet of rouw, want ieders gevoelsleven is vlak. Niemand heeft intieme relaties. Huxley schetst een soort pornografische samenleving, waarin iedereen vrijuit seksueel genot nastreeft. Alles mag. Alleen ongelukkig zijn is verboden. Toch is de sfeer verstikkend: mensen zijn niet vrij, tenzij ze over het eigen gevoels­leven en denkvermogen beschik­ken.

Met de gelijkheid is het niet veel beter gesteld. Embryo’s worden genetisch gemanipuleerd en door machines ontwikkeld. Mensen worden in hiërarchische groepen ingedeeld. Bovenaan staan de toekomstige leiders, een kleine­ groep zeer intelligente hogeropgeleiden (de alfa’s). Helemaal onderaan bengelen de minst begaafden (de epsilons), die het slavenwerk verrichten. Officieel klinkt het dat wetenschappelijk onderzoek iedereen in dezelfde mate ten goede komt. Maar eigenlijk doorzien slechts weinigen hoe ingrijpend en sturend technologische ontwikkelingen zijn. Zij vergroten hun invloed op alle anderen. De leider Mustapha Mond omschrijft wetenschappelijke gegevens als een receptenlijst, waarmee de chef-kok het menu samenstelt. En die chef is hijzelf, natuurlijk. De wetenschappelijke kloof wordt dus een maatschappelijke kloof. Technologie gaat gepaard met complexere manieren om een samen­leving te organiseren, waardoor individuele stemmen gesmoord worden.

Uiteraard verschilt de Amerikaanse, of de westerse samenleving op tal van vlakken van Huxleys dystopie, die als een spitsvondige satire was bedoeld. Maar Huxleys gedachte-experiment is nog altijd de moeite waard. Bedrijven ongecontroleerd kennis laten ontwikkelen voor commerciële doelen, kan neveneffecten hebben. Zelfs als die kennis een wereld belooft waarin elke frustratie wordt opgelost. Want verlangens en behoeften vallen slechts schijnbaar samen. In het verlangen naar de roes, gaat het contact met de behoefte aan verbondenheid, liefde, waardigheid en zinvolheid verloren. Een samenleving heeft burgers nodig die redelijke keuzes kunnen maken over de thema’s die er voor hen toe doen. Daartoe moeten ze volop beseffen in welke realiteit ze leven­. Hoe lastig die ook is.”

Deze column verscheen in De Standaard op 7 oktober 2021.

In “De Afspraak op Vrijdag”, op 1 okt. 2021

Op vrijdag 1 oktober was ik te gast bij ‘De Afspraak op Vrijdag‘ op Canvas, met Ivan De Vadder.

Thema’s waren de stijgende energieprijzen, de Septemberverklaring van Minister-President Jan Jambon en het debat rond ‘woke’ aan de universiteit, naar aanleiding van de openingsrede van rector Luc Sels (KUL).

Andere gasten waren Zuhal Demir (minister Toerisme en Omgeving), en Karel Verhoeven (hoofdredacteur De Standaard).

En de moderator begon met een vraag over Vlaams parlementslid Sihame El Kaouakibi – het parlement heeft het reglement voor ziekteverlof gewijzigd. Maar is dat een goede zaak?

“Teren op tienerangst”, column DS, 23 sept. 2021

“Overvloedig gebruik van Facebook en Instagram kan schadelijk zijn voor tieners, vooral voor meisjes (DS 17 september). Wie jonge kinderen (mee) opvoedt, kent het probleem: sommigen raken al te zeer gehecht aan sociale media­ – en die verslaving komt met een negatief zelfbeeld, depressie en eetstoornissen. De lockdown heeft die tendens nog vergroot. Jongeren waren tot sociale media veroordeeld om niet helemaal geïsoleerd te raken. Voor een deel van de tieners was dat wellicht een goede­ zaak. Maar niet voor allemaal.

Uit gelekte nota’s van Facebook zelf blijkt dat het bedrijf dat al veel langer weet: 32 procent van de tienermeisjes geeft aan dat Instagram hun een nog slechter gevoel over hun lichaam geeft, wanneer ze zich al slecht voelen. Hetzelfde­ geldt voor 14 procent van de jongens­. In een interview onthult Jeff Horwitz­ van The Wall Street Journal dat mentaal kwetsbare tieners (meestal meisjes), de meeste moeite hadden om hun smartphone neer te leggen. Ze blijven urenlang ondergedompeld in een virtuele wereld. En in die wereld krijgen ze het gevoel dat ze onaantrekkelijk zijn (te dik, te klein, te dit of te dat), of dat ze uitgesloten worden. Fomo (fear of missing out) is in foblo veranderd (fear of being left out). De tiener maakt geen deel uit van de groep waarmee hij zich identificeert, maar kan er wel de amusante­ foto’s en oogverblindende filmpjes van blijven bekijken. Dat is vernie­tigend voor het zelfvertrouwen.

Dit is niet de eerste keer dat Facebook in opspraak komt. Het bedrijf wordt al enkele jaren in verband gebracht met antidemocratische propaganda. De massale verspreiding van poli­tieke nepberichten zou zelfs verkiezingen en referenda hebben verstoord (denk aan het schandaal rond Cam­bridge Analytica). Recenter bemoeilijken de vele berichten over samen­zweringstheorieën ook de mondiale strijd tegen covid. In juli publiceerden onderzoeksjournalisten Sheera Frenkel en Cecilia Kang daarover An ugly truth. Inside Facebook’s battle for domination. Ze spraken met meer dan vierhonderd werknemers, van wie het merendeel nog voor Facebook werkt. Hun boek laat geen illusie overeind.

De journalisten documenteren bijvoorbeeld de alarmerende berichten over politieke desinformatie die de Facebooktop bereikten. Het bedrijf deed er niets mee. En dat stuitende gebrek­ aan verantwoordelijkheidszin is volgens de journalisten een patroon: Facebook ontwikkelt producten zonder te anticiperen op wat er voor gebruikers kan mislopen. Als problemen opduiken, negeert de top die tot het echt niet langer kan. Zodra het slechte nieuws publiek wordt, begint de pr-machine te draaien. Het bedrijf meldt dat zijn mede­werkers ermee bezig zijn, dat het complex en moeilijk is. Die communicatie dient voor alles om een externe inter­ventie of regulering af te weren.

Nick Clegg, de voormalige liberale vice­premier onder de Britse premier David Cameron, is nu de topdiplomaat voor Facebooks indrukwekkende lobbymachine. Zijn communicatie bevat de aangehaalde ingrediënten: minimaliseren, afleiden, samenwerking vermelden om vooral geen structurele veranderingen te hoeven doorvoeren. Want Clegg vermeldt ‘de keerzijde’ van grote aanpassingen aan de platforms. Helder vertaald: we doen niets dat de groei van het bedrijf in de weg staat. Groei impliceert dat steeds meer mensen zo lang mogelijk op de platforms moeten blijven hangen. De recepten daarvoor blijven dezelfde: mensen moeten berichten delen die aandacht genereren en die consumptie stimuleren (zoals schoonheid en lifestyleproducten). Dat werkt het efficiëntst met emotioneel geladen boodschappen. Zoals sigaretten verslavend zijn, zo genereert een ‘like’ of ‘reactie­’ op een bericht een positieve respons in de hersenen van de ontvanger. Facebook benut dus mentale kwetsbaarheden voor het eigenbelang. De medeoprichter van Facebook, Sean Parker­, geeft dat met zoveel woorden toe op de website Axios.

Wat nu? De recente onthullingen hebben het bedrijf vooral assertiever gemaakt. Deze week beschreef Ryan Mac in The New York Times Mark Zucker­bergs uitgebreide plan om het imago van zijn bedrijf op te krikken: hij wil pro-Facebookberichten doen circuleren bij Facebookgebruikers. Tegelijk wil hij zijn repu­tatie van geniale inno­vator in de verf zetten. Nog meer lobbywerk, nog meer marketing om de schijn van betrouw­baarheid op te houden, dus. En wellicht wordt ook de mantra van de vrijheid opgedist: niemand wordt toch verplicht Facebook te gebruiken? En er staat toch een uitknop op de smartphone?

Als ik de verhalen hoor van die kwetsbare tieners, met hun angsten, depressies, eetstoornissen of donkere gedachten, denk ik aan Henri Lacor­daire: ‘Entre le fort et le faible, entre le riche­ et le pauvre, entre le maître et le serviteur, c’est la liberté qui opprime et la loi qui affranchit.’ De zogenaamde vrijheid verknecht de kwetsbaren en geeft de machtigen vrij spel. Waarom zou een bedrijf als Facebook aan elke regulering mogen ontsnappen? Het heeft al herhaal­delijk bewezen dat het niet uit zichzelf­ orde op zaken kan stellen.”

Deze column verscheen op 23 september 2021 in De Standaard.

“Hoe nu verder?”, een filosofiegebeuren in Antwerpen, op zondag 3 oktober 2021

Op zondag 3 oktober werk ik mee aan het volgende project, in de Arenbergschouwburg te Antwerpen:

“Het denk- en essayproject ONZE TOEKOMST HERDENKEN van Het zoekend hert wordt in het najaar live afgerond. Met het unieke en zelfstandige slotevenement HOE NU VERDER? – op zondagmiddag 3 oktober 2021 in Arenberg Antwerpen. Minstens zes denkers en een muzikaal toptalent zullen u inspireren en mogelijk confronteren, maar allicht ook amuseren en enthousiasmeren.

Met welke filosofie kunnen we verder? Die prangende vraag van ONZE TOEKOMST HERDENKEN werd uiteindelijk omstandig beantwoord door 22 denkende schrijvers en schrijvende denkers, in evenveel markante essays. Van hun lezingen werd maand na maand een videofilm geproduceerd en in première gebracht. Duizenden ‘unique viewers’ bleven het verhaal al die tijd nauwgezet volgen. Wie tot vandaag nog niet werd geprikkeld, of onderweg al eens de trappers kwijtraakte, kan de tien boeiende video’s volledig herbekijken via de startpagina van deze website.

DRIE SYNTHESES: DR. TINNEKE BEECKMAN – PROF. KATRIEN SCHAUBROECK – PROF. MARLIES DE MUNCK

Tijdens het unieke live filosofiegebeuren HOE NU VERDER? brengen dr. Tinneke Beeckmanprof. Katrien Schaubroeck en prof. Marlies De Munck een extra overwogen synthese van al die denkparels. Deze drie academische filosofen herinneren elk aan de voornaamste gedachten van de 6 auteurs die zij tijdens het project hebben ingeleid.

TWEE HOOFDSPREKERS: DR. STEFAN BUIJSMAN – DR. PHILIPP BLOM

Twee internationale en geroemde hoofdgasten reflecteren daarna over de toekomst van denken en handelen. De jonge Nederlandse bolleboos dr. Stefan Buijsman stelt de vraag: ‘Hoe kan filosofie helpen om artificiële intelligentie verstandiger in te zetten?’ De wereldvermaarde filosoof, historicus en romanschrijver dr. Philipp Blom getuigt via een live video-call over ‘de strijd voor een nieuw groot verhaal – en het belang daarvan’. Vanuit zijn wereldstad Wenen in Antwerpen op een megascherm gespresenteerd.

SLOTWOORD DOOR DR. BERT BULTINCK & SLOTAKKOORD DOOR MUZIKAAL TOPTALENT

Een slotwoord wordt verzorgd door de hoofdredacteur van Knack, dr. Bert Bultinck. Een muzikaal slotakkoord door een superieur duo herinnert u er uiteindelijk aan waarom Het zoekend hert zich in de baseline én in het diepste van zijn hert met twee hoofdstromingen blijft associëren: Philosophy & Overnight SensationsZo gaat u dus niet alleen denkend of herdenkend, maar mogelijk ook zingend en dansend naar huis.”

Praktisch:

HZONDAGNAMIDDAG 03 OKTOBER 2021, VAN 15:00 TOT 18:00 UUR. In De Grote Zaal van Arenberg, Arenbergstraat 28, 2000 Antwerpen. INKOM: € 18,00. Reservaties: www.arenberg.be

Gedetailleerde informatie over deze live-manifestatie, alle vorige lezingen en de mini-expo van dit toekomstproject vindt u in onze programmabrochure, doorbladerbaar via issuu.com.

‘Hic et Nunc. De oudheid in jouw leven’ – nieuwe website!

De oudheid is nog intens aanwezig in onze tijd. Patrick De Rynck besloot een website op te richten over de levendige, boeiende manier waarop dit het geval is. Patrick Lateur, Aline D’Haese, Jeroen Olyslaegers, Noémie Schellens, Tom Naegels, Leen Huet, Luc Devoldere, Sandra Langereis, David Rijser en vele anderen werken er aan mee. De website bevat heel uiteenlopende teksten: over actuele vragen, maar ook muziek, boeken, reisverhalen, kunst en onderwijs.

En op de site staat ook een oproep: als je een goed fictieboek las waarin de oudheid verweven wordt, kan je zelf een bijdrage leveren.

Ik schreef alvast een artikel over de ‘Filosofie voor het dagelijks leven‘. Filosofen uit de oudheid – van Sokrates, Plato en Aristoteles tot stoïcijnen en epicuristen – dachten niet alleen theoriëen uit, ze hielden er ook een filosofische praxis op na. Of beter, hun ideeën veronderstelden een praktijk, natuurlijk en spontaan. Ook Spinoza bewandelt dat dubbele pad, al lijkt dat niet meteen zo.

Dit artikel sluit aan bij mijn laatste column in De Standaard: ‘hoe jezelf te overstijgen’. De tekst is een reactie op Kristien Hemmerechts’ terugkeer naar de katholieke riten, om een consumerend individualisme te overstijgen. Uit jezelf bereken is ook door klassieke filosofie mogelijk, betoog ik.

Te gast bij podcast ‘Tweespraak’, samen met Maarten Goffin

Enkele weken geleden kreeg ik een uitnodiging: Of ik samen met Maarten Goffin wilde deelnemen aan Tweespraak. Dat is de podcast van Steven Verhamme en Pieter-Jan Mollie. “Elke aflevering ontvangen ze twee personen die iets te vertellen hebben. Soms verrassende combinaties maar altijd interessante gesprekken over sectoren en generaties heen. Je leert de mens achter de persoon kennen aan de hand van gedurfde vragen en eerlijke antwoorden.”

De andere gast was Maarten Goffin. Hij is in Brazilië geboren, werd geadopteerd en studeerde dramatische kunsten aan het Lemmensinstituut in Leuven. Hij acteerde in tv-series en films maar ontpopte zich ook als scenarist en regisseur van toneelstukken en kortfilms. Sinds kort stortte hij zich ook op de voetbalwereld als makelaar van jonge Afrikaanse talenten. 

Maarten en ik mochten voor onze aflevering heel wat vragen beantwoorden waaronder:

  • als je terugkijkt op je leven, waarop ben je dan het meest trots?
  • wat vertel je nooit aan een vreemde over jezelf?
  • welke buitengewone eigenschap zou je willen hebben en wat zou je ermee doen?

‘Hoe jezelf te overstijgen’, column DS 9 september 2021

“‘Breek uit jezelf.’ Dat was de boodschap van Kristien Hemmerechts in haar ontwapenende interviews in Knack en De afspraak op Canvas. Sinds enige tijd bezoekt Hemmerechts misvieringen van de kerkgemeenschap Sant’Egidio. Daar voelt ze zich thuis en in ‘Gods handen’, zonder dat ze dat verder wil definiëren. Mensen zoeken vaak tevergeefs het geluk in zichzelf of hun partner. Die ik-gerichtheid maakt on­gelukkig, meent de schrijfster.

Dat begrijp ik: een leven van een egogerichte consument geeft geen duurzame voldoening. En een rituele beleving van transcendentie kan vervullend zijn – daarvoor heb je geen dogma’s of geloof­ nodig.

Ik ben niet katholiek opgevoed, en ik kan (of wil) de persoonlijke weg van Hemmerechts niet beoordelen. Ik heb me nooit tegen de kerk hoeven te verzetten, maar ze trekt me ook niet aan. De vraag blijft of haar negatieve kanten – waaronder machtsmisbruik, een enge kijk op vrouwen en op seksualiteit – acci­denteel zijn, dan wel inherent deel uitmaken van haar ingesteldheid. Misschien­ vertelt Hemmerechts’ relaas minder over de kerk dan over het falen van de seculiere varianten. Socialis­tische en andere niet-confessionele bewe­gingen waren decennialang succes­vol, omdat ze de behoefte aan soli­dariteit, barmhartigheid en gemeenschaps­zin politiek vertaalden.

Hemmerechts vermeldt ook het verlangen om voor zichzelf op te komen, zonder zich op te sluiten in een eigen ‘ik’. In de kerk kan ze dat bredere perspectief ervaren. Er zijn ook alternatieven, die mensen nog altijd blijven ontdekken.

Het klassieke wijsheidsidee – van Plato en Aristoteles tot de stoïcijnen en de epicuristen – draaide om die bredere vraag. Dat idee bevat drie elementen (die op uiteenlopende manieren werden uitgewerkt): er zijn praktijken om voor het ‘zelf’ te zorgen, door die praktijken kun je jezelf overstijgen, en een geslaagd leven organiseer je met anderen.

Je hebt een ‘zelf’. Of beter, je hebt een zelfbewustzijn, je denkt over jezelf als iemand die waarden heeft. En je hebt een innerlijke vrijheid om dat zelf (deels) vorm te geven. Dankzij geestelijke oefeningen kun je die vrijheid be­waren. Je waakt erover dat je niet door dogma’s of dwalingen van anderen in de war raakt. Evenmin word je door je passies of verlangens overheerst. Daartoe zijn er geestelijke oefeningen, zoals Pierre Hadot ze beschrijft. Je richt je aandacht op het hier en nu. Je doet aan gewetensonderzoek, je bereidt je voor op tegenslag en je leert scherp te onderschei­den wat van jezelf afhangt (dan kun je handelen) en wat buiten je macht ligt (dat moet je aanvaarden).

Die oefeningen zijn dus een zorg voor zichzelf, maar ze zijn geen egotrip. In de Brieven aan Lucilius, geeft de stoïcijn­ Seneca deze raad: ‘Concentreer je op het werkelijk goede en zoek je vreugde in wat van jou zelf is. Maar wat betekent “wat van jou zelf is”? Wat jij zelf bent en wat het beste deel van jou is.’ Dat beste deel is het goddelijke, waardoor je deel uitmaakt van de goddelijke rede, van de natuur. De vrije mens slaagt erin zich helemaal aan de kosmos over te geven. Bij die stoïcijnse gedachte hoort een inzet voor de anderen, voor de gemeenschap. Dat komt bij keizer Marcus Aurelius bijvoorbeeld uitvoe­rig aan bod. Kortom, de stoïcijn doet niet aan zelfpromotie: hij wil zichzelf niet in de kijker zetten door zichzelf met anderen te vergelijken of door zijn succesjes te etaleren.

Epicuristen geloven dan weer niet in een transcendentie naar het goddelijke. Maar ze halen hun bevrijdende ervaring wel uit iets dat buiten het ‘zelf’ ligt: een soort genade over de schoonheid van de wereld. Voor Lucretius kun je elke­ dag opnieuw naar de wereld kijken met de nieuwsgierige bewondering van iemand die haar voor de eerste keer ziet, én met de intense waardering van iemand die haar voor de laatste keer bekijkt. Ook zijn filosofische praktijk veronderstelt leven met anderen. Epicurus heeft geprobeerd gemeenschappen op te richten, waarvan leden door vriendschapsbanden met elkaar verbonden zijn. De antieke filosoof schaaft dus aan zichzelf, hij polijst zijn leven door zich inzetten in en voor de ‘polis’, in de gemeenschap, gesterkt door de wetenschap dat hij deel uitmaakt van een heel universum.”

Deze column verscheen in De Standaard, op 9 september 2021.