“Controversiële ideeën in academische wereld”, interview Knack 17 nov. 2018

Knack-journalist Pieter Van Nuffel vroeg me over een nieuw, controversieel wetenschappelijk tijdschrift. Ook met reacties van Francesca Minerva en Patrick Loobuyck.

Het verscheen op 17 november 2018 op de website van Knack.

“Een internationale groep filosofen wil ‘de academische vrijheid redden’ met een tijdschrift waarin wetenschappers onder een pseudoniem controversiële ideeën kunnen publiceren. Waarom hebben academici het gevoel dat zo’n tijdschrift nodig is? En hoe terecht is dat gevoel?

Een wetenschappelijk tijdschrift oprichten waarbij het uit de naam duidelijk is dat controversiële ideeën welkom zijn: met dat plan liep Francesca Minerva, bio-ethicus aan de UGent, al enkele jaren rond. Vorig jaar stapte ze er mee naar Jeff McMahan, moraalfilosoof aan de universiteit van Oxford, en naar Peter Singer, de Australische filosoof die bekend is om zijn standpunten rond dierenrechten.

McMahan en Singer reageerden positief. De drie stelden een diverse redactieraad samen bestaande uit veertig leden, waarin zowel progressieve als conservatieve denkers vertegenwoordigd zijn. ‘The Journal of Controversial Ideas’ zag het levenslicht. In de loop van volgend jaar moet het eerste nummer verschijnen.

Wetenschappers van verschillende disciplines kunnen onder een pseudoniem een artikel insturen, waarbij ze zelf moeten duidelijk maken waarom hun idee controversieel zou zijn. Als hun artikel na peer-review geselecteerd wordt, dan krijgen ze een certificaat. Daarmee kunnen ze bij een sollicitatie bewijzen dat zij wel degelijk de auteur zijn, zonder dat hun naam op het internet gekoppeld wordt aan hun controversieel idee.

Het tijdschrift zal niet misbruikt kunnen worden door klimaatontkenners of pseudowetenschappers, verzekert Minerva. “We verwelkomen enkel zorgvuldig beargumenteerde papers die onderbouwd zijn door wetenschappelijk bewijs. Er zal ook maar één nummer per jaar verschijnen, precies om die kwaliteit te kunnen verzekeren.”

Volgens de Italiaanse filosofe is zo’n tijdschrift nodig omdat de vrije intellectuele discussie over delicate kwesties nu wordt belemmerd door een cultuur van angst en zelfcensuur. “Mensen zijn bezorgd over de mogelijke gevolgen als ze een controversiële paper schrijven en dat weerhoudt hen ervan om bepaalde onderwerpen te behandelen. De voorbije jaren hebben we ook gemerkt dat er steeds meer negatieve reacties komen op de publicatie van artikels die als controversieel beschouwd worden”, vertelt Minerva.

Dat ondervond ze zelf voor het eerst in 2012, nadat ze in een artikel in het gerenommeerde tijdschrift The Journal of Medical Ethics de mogelijkheid van ‘postnatale abortus’ naar voren had geschoven. Minerva en haar co-auteur Alberto Giubilini argumenteerden dat een pasgeboren baby dezelfde morele status heeft als een foetus en dus logisch gezien mag gedood worden onder dezelfde voorwaarden waaronder abortus is toegelaten. De twee kregen een storm van protest over zich heen. “Er zaten toen honderden doodsbedreigingen in mijn mailbox. Zes jaar na de publicatie ontvang ik er nog steeds”, vertelt Minerva.

“Ik kon destijds moeilijk inschatten wat er op mij zou afkomen, maar mocht ik zelf de gelegenheid gehad hebben om mijn artikel onder een pseudoniem te plaatsen, dan zou ik dat gedaan hebben”, vertelt ze.

Volgens Minerva zijn de verontwaardigde reacties sindsdien alleen maar toegenomen, onder meer door de rol van sociale media. “Het gaat niet enkel om mensen die boos worden nadat ze iets over bepaald onderzoek in de krant hebben gelezen of op het internet hebben zien passeren, maar ook om academici die eisen dat bepaalde papers teruggetrokken worden. Daarbij komt vaak ook de hoofdredacteur van het tijdschrift waarin die papers gepubliceerd worden, onder vuur te liggen”, vertelt ze.

Zo werd vorig jaar een artikel gepubliceerd in Hypatia: A Journal of Feminist Philosophy, waarin de Canadese filosofe Rebecca Tuvel de idee van ‘transracialiteit’ verdedigde. “Als we de beslissingen van transgenders accepteren om van geslacht te veranderen, dan zouden we ook moeten accepteren dat mensen van etniciteit veranderen”, was haar redenering.

Op sociale media volgde meteen een heksenjacht. Tuvel werd er weggezet als transfoob en racistisch. In een open brief eisten meer dan 800 academici dat het artikel zou teruggetrokken worden. Eén lid van het editorial board van Hypatia verontschuldigde zich en besliste op te stappen, de rest van de redactie kon uiteindelijk wel weerstaan aan de druk.

Onder de ondertekenaars van de open brief bevonden zich ook twee academici die drie jaar eerder in Tulers dissertatiecommissie zaten en dus moesten oordelen over de kwaliteit van haar doctoraatsonderzoek.

Het zijn dan ook vooral jonge mensen zonder vaste positie die vrezen dat ze hun vingers (of hun carrière) gaan verbranden aan een controversiële paper, meent Minerva. “Ik hoor mensen vaak zeggen dat ze een welbepaald onderwerp zouden willen onderzoeken, maar ermee gaan wachten tot ze een vaste positie bemachtigd hebben of zelfs tot ze op emeritaat zijn.”

“Dit is inderdaad een probleem”, bevestigt de Vlaamse filosofe Tinneke Beeckman. Continue Reading ›

Bij “De Afspraak” over universiteiten en kwetsende ideeën, 8 nov. 2018

Op donderdag 8 november was ik te gast bij Bart Schols voor “De Afspraak“.

Ik sprak over het thema dat meningen best mogen kwetsen, en dat universiteiten vrij onderzoek en debat nodig hebben.

De aanleiding was mijn column in De Standaard “Kwetsende ideeën zullen je heus niet beschadigen“.

Andere gasten waren Meyrem Almaci (Groen) en Peter De Roover (N-VA) over politieke benoemingen, en Serge Simonart over zijn rolman, Klaproos.

 

“Kwetsende ideeën zullen je heus niet beschadigen”, DS, 8 nov. 2018

“Wanneer Amerikaanse topuniversiteiten het spoor bijster raken, dreigen Europese instellingen uiteindelijk te volgen. Het lijkt erop dat heel wat academici uit de ‘humanities’-departementen hun studenten niet meer vormen om de waarheid te zoeken en kritisch te denken. Neen, ze stomen hun studenten klaar voor een sociale strijd. Tijdens een opleiding hebben studenten dan ook het recht om zich altijd ‘veilig te voelen’, want wie zich niet veilig voelt is per definitie het slachtoffer van onrecht. Deze bizarre opvattingen creëren niet alleen grote spanningen op campussen, ze ondermijnen de fundamentele ideeën van de liberale democratie: dat een vrije samenleving botsende meningen en vrij debat nodig heeft.

Deze overgevoeligheid voor tegenspraak bleek ook vorige week aan de universiteit van Amsterdam. Daar ontstond ophef rond de lezing van de Canadese psycholoog Jordan Peterson. Een zestigtal geesteswetenschappers schreven een brief omdat ze zich zorgen maken over ‘de opkomst van extreem rechts en de normalisering van zijn (Petersons) gedachtengoed’. Peterson is beslist een invloedrijk auteur en spreker; maar hij is hoogstens conservatief, niet extreem-rechts. Uiteindelijk ging de lezing in Amsterdam door zoals gepland. Maar in Amerika hebben de protesten tegen sommige sprekers veel grotere effecten; campussen worden bezet, personeelsleden afgedreigd, sprekers fysiek geweerd. Overtuigd van hun groot gelijk, gebruiken studenten allerlei middelen opdat niemand hun ideeën nog zou contesteren.

Hoe is het zo ver kunnen komen? De psycholoog Jonathan Haidt publiceerde er (met Greg Lukianoff) recent een boek over: ‘The coddling of the American mind: how good intentions and bad ideas are setting up a generation for failure’. Met de beste bedoelingen wordt het vermogen om kritisch te denken verhaspeld. Tijd voor de alarmbel, meent Haidt. Hij onderzoekt de psychologische mechanismen die tribale, gewelddadige reflexen versterken. Volgens hem krijgen jongeren drie grote, schadelijke ideeën voorgeschoteld: je bent fragiel en hebt bescherming nodig; je gevoelens zijn altijd een betrouwbare gids en, drie, de wereld is een strijdtoneel tussen goede en slechte mensen. Deze drie ideeën staan haaks op eeuwenoude wijsheden en worden al evenzeer tegengesproken door recent psychologisch onderzoek. En wat veel erger is: deze op het eerste gezicht zachte, vredevolle ideeën zijn de oorzaak van conflict, angst en haat. Ironisch genoeg zijn er dus universitaire contexten – uiteraard niet allemaal – die jongeren niet meer helpen om beter te denken, maar hen verkeerde denkpatronen aanleren. Continue Reading ›

“Hoe slachtofferschap gelijkheid ondermijnt”, Vrij Nederland 22 okt. 2018

Vrij Nederland vroeg me om een actueel thema kort te belichten. Ik koos voor dit thema: ‘hoe slachtofferschap gelijkheid ondermijnt’. In de videocolumn geef ik een korte uitleg. 

De langere uitleg staat in het eerste deel van mijn boek ‘Macht en Onmacht. Een verkenning van de hedendaagse aanslag op de Verlichting (De bezige bij, 2015). Daar bespreek ik ressentiment, Nietzsche en slachtofferschap veel uitvoeriger.

Een andere gelegenheid waarbij ik dit thema besprak, was tijdens een lezing over Menno Ter Braak in De Balie. 

 

“Gekleurde verwachtingen”, column 18 okt. 2018

” Wie naar de recente verkiezingsuitslag kijkt, ziet twee fenomenen: Vlaanderen en Franstalig België zijn twee aparte landen en diversiteit speelt amper een rol. Dat blijkt uit de commentaren. Wat er in Brussel of Wallonië gebeurt, kwam vooral op televisie beperkt aan bod.

Het woord diversiteit valt ook nauwelijks. Er gebeurde wel iets belangrijk. In Leuven werd de eerste allochtone burgemeester van een centrumstad verkozen, Mohamed Ridouani (sp-a). Zijn verkiezing is het bewijs, zegt hij, dat je je dromen kan waarmaken, ongeacht je afkomst. Als zoon van arbeidsmigratie kreeg hij van oud-burgemeester Louis Tobback de kans om zijn politieke talenten te ontwikkelen. Nu zien kiezers in ‘Mo’ de jonge, geëngageerde socialist. Ridouani voerde nooit een identitaire campagne. Wel een intelligente, linkse. De allereerste burgemeester van allochtone origine, Nadia Sminate (N-VA), profileert zich evenmin als een lid van een minderheidsgroep, wel als Vlaamse. Ook zij boekte forse winst in Londerzeel.

Nochtans zou de veranderende demografie electorale effecten moeten hebben. De meest diverse en de grootste stad van Vlaanderen is Antwerpen: meer dan de helft van de inwoners heeft een migratieachtergrond. Toch behield de N-VA haar zetels, tegen de verwachting in. Groen slaagde er niet om de macht van Bart De Wever (N-VA) te breken. Ze behaalde de vooropgestelde 20% niet. Nochtans had die partij belangrijke troeven: de thema’s luchtkwaliteit en mobiliteit waren prominent aanwezig in de campagne. Groen zette daarbij erg in op het verhaal van de superdiversiteit, ook in haar lijstvorming. Maar die superdiversiteit leidt dus niet tot meer linkse stemmen: met haar succes kannibaliseert Groen een ontgoochelende sp-a, en de PVDA trappelt ter plekke. Vlaams Belang blijft even groot. Continue Reading ›

Bij “De Afspraak” over verkiezingen van 14 oktober 2018

Op maandag 15 oktober zat ik in ‘De Afspraak‘ met Bart Schols op Canvas om over de gemeenteraadsverkiezingen van 14 oktober 2018 te praten.

Andere gasten waren Jean-Marie De Decker, Mohamed Ridouani en Stijn Meuris.

Thema’s waren de verkiezing van Jean-Marie De Decker tot burgemeester van Middelkerke; en het succes van Mohamed Ridouani (sp-a) in Leuven.

Dan mochten Stijn Meuris en ik fragmenten uit de verkiezingsavond kiezen. Stijn wilde de ‘komische momenten’ met Bart De Wever op de verkiezingsdag, en Forza Ninove. Ik verkoos twee fragmenten met vrouwen: Nahima Lanjri op het podium naast Kris Peeters, en een emotionele Jinnih Beels in het Zuiderpershuis.

Ik geef een analyse van Kris Peeters’ zet. Een eerste keer sprak ik over deze zaak bijna twee jaar geleden, op 18 november 2016. Toen zat ik bij ‘De Afspraak op vrijdag’ met Ivan De Vadder. Die dag kondigde Kris Peeters, federaal minister van economie, aan dat hij naar Antwerpen trok om burgemeester te worden.

“De Vragen van Proust”, DM 8 okt. 2018

De krant De Morgen interviewde me voor ‘De Vragen van Proust’.

door Ann Joris en Fernand Van Damme

 

Hoe oud voelt u zich?

“Wel, een generatie ouder sinds ik mama geworden ben. Ik heb een dochter van negen maanden en dat maakt echt wel een verschil. (neemt laptop, toont foto van Alma) Bij Margarete Mitscherlich (ook wel de Grande Dame van de Duitse psychoanalyse genoemd, 1917-2012, red.) las ik dat vrouwen van over de veertig van veel afscheid moeten nemen: van hun schoonheid, van hun verleidelijkheid, van hun hechte band met de kinderen, van hun eigen ouders. In de tweede helft van je leven sijpelt er dus op allerlei manieren rouw in je bestaan binnen. Ik denk wel dat dat klopt, maar voorlopig heb ik er niet zo veel last van.

“Het wordt pas moeilijk, denk ik, wanneer je krampachtig vasthoudt aan het idee jong te moeten blijven. Als je dat loslaat en aanvaardt dat ouder worden gewoon bij het leven hoort ontdek je andere prioriteiten.”


Wat vindt u een belangrijke eigenschap van uzelf?

“Euhm. Dat ik helder en lucide probeer te kijken en te schrijven. Ik hou van waarachtigheid. Ik ben allergisch voor poses en inauthenticiteit. Ik probeer de dingen te zien zoals ze zijn en er ook niet van weg te kijken. Liever een echte droefheid dan een valse vrolijkheid. Daarom heb ik een voorkeur voor realistische filosofen, zoals Spinoza of Machiavelli, die er fel op hameren: je moet proberen het leven te zien zoals het is, de dingen te begrijpen vanuit hun oorzaken, jezelf geen rad voor de ogen te draaien. Ook niet over jezelf. Zelfkritiek is belangrijk. Die ego temperende werking van hun filosofie zint me wel. De mens denkt zo makkelijk dat hij het centrum is van de schepping. Hoe vaak meet hij zichzelf geen grotere rol toe dan hij eigenlijk speelt? In mijn eigen leven heb ik het als een bevrijding ervaren om die verbeelding los te laten. Je moet kunnen loskomen van de vraag of wat je doet in de smaak valt. Pas als je je niet meer aantrekt wat de anderen van je denken, kun je trouw blijven aan jezelf.”

Wat is uw passie?

“Wel, zo’n beetje wat ik net zei. (lacht) Of zoals André Comte-Sponville (Frans filosoof, °1952, red.) het ooit formuleerde: ‘vivre sa pensée et penser sa vie’. Je denken  beleven, en  je leven bedenken. Pas toen ik na tien jaar een punt zette achter mijn academische carrière en de filosofie als een roeping ben gaan beschouwen, besef ik wat mij inherent gelukkig maakt. Ik heb er lang mee geworsteld, maar heb uiteindelijk ingezien dat ik niet thuishoor in een competitieve omgeving, waarin sommigen alles op het spel zetten voor meer aanzien en prestige en zelfs recht tegen de filosofie ingaan waar ze zich mee bezighouden. Op het einde had ik de indruk dat ik naar een circus keek.

“Of een roeping niet nogal zwaar op de hand klinkt? Tja, maar er staat iets op het spel voor mij, filosofie is niet vrijblijvend.”

Is het leven voor u een cadeau?

“Eigenlijk wel. ‘Vivre sa pensée et penser sa vie’ gaat over hóé je kan leven en niet óf je moet leven. Existentiële angst heb ik niet, maar ik denk niet dat dat mijn verdienste is, je moet ook wat geluk hebben met wat je allemaal hebt meegemaakt. Ik ben dus geen nostalgisch, melancholisch of depressief iemand, dat is al een groot geschenk op zich. Denk nu niet dat mijn leven één langgerekte vrolijkheid is, maar fundamenteel existentiële twijfels heb ik niet. Tot Kierkegaard, Sartre of Camus ben ik dan ook niet aangetrokken. Ik apprecieer die filosofen wel, maar ze hebben het over ervaringen die ver van mij afstaan.

“Leven betekent voor mij al de kracht en alle mogelijkheden die je in jou hebt proberen te verwezenlijken. In het volle besef van je eigen beperkingen en belemmeringen. Dus niet: ik kan alles wat ik maar wil, maar wel proberen te zijn wie je kan zijn.”

Welke kleine, alledaagse gebeurtenis kan u blij maken?

“Wel het eerste wat me ‘s ochtends blij maakt is Alma’s lachend gezichtje als ze wakker wordt. En met Alma gaan wandelen in het park vind ik altijd heel bijzonder. De schoonheid van een boom kan iets heel intens hebben. Het enige wat dan bestaat is dat moment. Dat vind ik heel ontspannend.”

Wat is uw zwakte?

“Ik ben nogal moeilijk om te leren kennen, waardoor ik ook wel kansen mis om anderen te leren kennen. En ik ben niet erg vergevingsgezind. Als mensen me kwetsen of ontgoochelen houden ze voor mij op te bestaan. Wraakzuchtig ben ik niet, maar ik voel wel dat er een afstand ontstaat die ik niet makkelijk kan overbruggen. Ik probeer daaraan te werken, want ik vind vergevingsgezindheid belangrijk, maar ervaar toch dat het moeilijk is om daar verandering in te brengen.”

Waar hebt u spijt van?

“Niet van veel. Spinoza zegt: berouw is een dubbele droefheid. Het betekent één: dat je je in het verleden vergist hebt, dat je iets gedaan hebt wat eigenlijk pijnlijk of verkeerd was, en twee: dat je er nog altijd ongelukkig om bent. Volgens hem ligt dat aan een gebrek aan zelfinzicht, omdat je je verbeeldt dat je iemand anders had kúnnen zijn dan de persoon die je was. Als je inziet dat je, gezien wie je toen was en wat je toen wist, niet anders kon dan doen wat je toen gedaan hebt, kun je dat idee van spijt loslaten. Eenvoudigweg omdat je toen omringd was door bepaalde mensen, of omdat er bepaalde beperkingen of omstandigheden waren, of gewoon omdat je de dingen toen nog niet helder zag. Dat is dan maar zo. Punt. In dat opzicht is spijt niet iets waar ik veel aandacht aan besteed.”

Wat is uw grootste angst?

“Privé: dat mijn dochter mij nodig zou hebben en dat ik er niet zou zijn.

“Maatschappelijk: dat mensen het contact met hun eigen menselijkheid verliezen. (zucht even) Wat ik beangstigend vind, is de nonchalante manier waarop mensen omgaan met de hele culturele erfenis. Terwijl ik Machiavelli las voor mijn nieuwe boek, bedacht ik: zonder kennis van het verleden is de toekomst alleen eenzaamheid. Ik denk dat vandaag velen zich eenzaam voelen omdat ze zich niet meer met de vorige generaties en met hun eigen cultuur verbonden voelen. Dat heeft te maken met het consumentisme – alles moet altijd leuk, snel en niet te moeilijk zijn -, met het winstbejag – alles moet renderen – en met de diversiteitsobsessie. Onlangs nog suggereerde Caroline Pauwels van de VUB de Verlichting los te zien van het westerse verleden, omdat niet iedereen zich daar goed bij voelt. Eigenlijk is dat een soort onterving, want je kunt de Verlichting niet begrijpen zonder de geschiedenis te kennen. Dan rest alleen nog een vaag concept dat niets meer betekent.

“Schoon schip willen maken is typerend voor deze tijdgeest. Continue Reading ›