“Terreur vraagt inzet tegen verdeeldheid”, een jaar na 22/03, De Tijd, 18 maart 2017

Een jaar na de aanslagen herdenken Brussel en Zaventem de terreuraanslagen van 22 maart. Elke herdenking is een evenement, een rituele verbinding van alle burgers rond een gedeelde herinnering, in dit geval aan een gruwelijke gebeurtenis. Dat helpt om de wonden te helen, elkaar te steunen en de toekomst verenigd tegemoet te zien. Deze solidariteit wordt versterkt door moedige getuigenissen en inspirerende oproepen.

Zo bereikte het videobericht, ‘Jihad van liefde’ van Mohamed El Bachiri, al miljoenen mensen. Na de dood van zijn echtgenote Loubna bracht El Bachiri een ontroerend pleidooi voor medemenselijkheid. Hij liet zijn hoopvolle boodschap ook optekenen door David van Reybrouck in een pas verschenen boekje, opdat alle mensen, in het bijzonder jongeren, zijn boodschap zouden meepikken. Dit verhaal is enorm bemoedigend: wanneer verbondenheid, openheid en vastberadenheid de angst overwinnen, dan hebben terroristen hun strijd al deels verloren, ondanks de pijn, de wanhoop en het verdriet van de slachtoffers.

Schaamte 

Deze herdenking brengt echter ook een diep gevoel van schaamte over de jarenlange loochening van fundamentele samenlevingsproblemen. Enkele dagen na de aanslag beschreef Béatrice Delvaux deze schaamte in een aangrijpende brief aan haar kind. Daarin verontschuldigde ze zich voor haar jarenlange blindheid. Ze had geloofd in een wereld met onbeperkte mogelijkheden, waarin haat en geweld tot het verleden behoorden. Ze dacht dat de langzaam voortschrijdende strijd voor vrijheid en gelijkheid definitief voorbij was. Nooit meer oorlog en geweld: het leek jarenlang niet alleen een slogan of een ideaal, maar een feit.

De aanslag leek een ommekeer teweeg te brengen. Maar het open debat over de situatie in Brussel ligt moeilijker. De Molenbeekse schepen voor Groen, Annalisa Gadaleta, kwam eind november 2016 hevig onder vuur te liggen voor haar kritische boek, Entretien à Molenbeek, la dérive fondamentaliste du quartier le plus redouté d’Europe. Nochtans zouden alle partijen ondertussen de problemen moeten erkennen.

Breder bekeken, werd België die dag bikkelhard geconfronteerd met een negatieve zijde van globalisering: veiligheid is een internationale kwestie geworden. Het acute gevoel van dreiging is voorlopig wel verdwenen. Maar wat met de terugkerende Syriëstrijders, die wrede oorlogservaringen hebben opgedaan? Wat met de haters van het westen die niet meer vertrekken? Nu IS het militair moeilijk heeft, dreigt de strijd zich meer naar Europa te verplaatsen.

De aanslagen markeren dus een blijvende verandering: het is twijfelachtig of de wereld van voor 22 maart nog terugkeert. Dat vraagt een grondige reflectie over de gepaste levenshouding.

Terreur confronteert de samenleving met een ongemakkelijk gegeven: het onverwachte. Mensen controleren niet alles wat er gebeurt, en soms veroorzaken mensen zelf die onvoorziene omstandigheden. Dat lijkt niet meer van deze tijd: de moderne samenleving is er in geslaagd om risico’s zoveel mogelijk te beperken en om voorspelbaarheid te vergroten.

Daadkrachtig

Ten tweede vraagt terreur een grote inzet tegen verdeeldheid.  Maar verbinden betekent niet zwijgen, wegkijken of kritiekloos aanvaarden, integendeel. Samenhorigheid vereist heldere keuzes en daadkracht. Daadkracht betekent kordaat en eenduidig optreden wanneer het nodig is. Het is het omgekeerde van een conflict-vermijdende houding. Helaas was dit jarenlang de regel: het was ‘cool’ om zich op geen elke grote overtuiging te laten neerpinnen, om steevast ironisch en luchtig uit de hoek te komen, om zelfs van de meest groteske visie nog het lichtpunt te zien. Met die houding komt niemand vandaag nog verder. Teveel groepen, partijen en zelfs leiders sturen aan op conflicten. Luister bijvoorbeeld naar Erdogans recente veroordelingen aan het adres van Nederland. Terwijl hij in eigen land de democratie afschaft en Turkse genocide op Armeniërs in 1915 ontkent, beschuldigt Erdogan Nederland volslagen onterecht van massamoorden in Bosnië. Erdogans retoriek is niets minder dan een nieuwe manier van politieke oorlogsvoering, en de inzet is hoog: door zijn luide aanvallen op een Westerse democratie probeert Erdogan zijn eigen autoritaire regime te legitimeren.  

Vanuit Rusland doet Poetin regelmatig hetzelfde. Dan volstaan sussende woorden niet; daadkrachtig reageren wordt noodzakelijk. Dat brengt mensen ook samen, zoals bleek toen Nederlandse premier Rutte zich niet door Erdogans strategie liet intimideren. Zelfs Europa kwam sterker verenigd uit de controverse.

Ten derde is het belangrijk om angst om te zetten in alertheid. Angst op zich veroordelen, heeft geen zin. Mensen hebben het volste recht om angst te voelen in een wereld die zo snel verandert. Maar angst verlamt. Het is tegelijkertijd een machtig wapen, in handen van terroristen, maar ook in handen van de overheid. Angst op zich helpt dus niemand vooruit; alertheid daarentegen kan veel onheil voorkomen.

Herdenkingen proberen de herinneringen aan de traumatische gebeurtenissen een plaats te geven. Deze opdracht tot herinneren, verplicht ook tot reflectie over een verbindende, daadkrachtige en alerte houding in de toekomst.”

Deze tekst verscheen in De Tijd, op zaterdag 18 maart 2017.

“Een reactionair is geen conservatief”, column DS, 16 maart 2017

” Identiteit en integratie zijn de thema’s van de Nederlandse verkiezingen. Dat is onwennig voor alle partijen, behalve voor de PVV van Wilders, en voor DENK, de partij opgericht door ex-PVDA-leden Kuzu en Öztürk. Met deze laatste partij komen ook ronduit reactionaire stemmen naar boven. De spanningen tussen Nederland en Turkije verduidelijken dit radicale project.

Het programma van DENK leek helder: de strijd tegen racisme en discriminatie. DENK-boegbeeld Sylvana Simons verliet de partij echter omdat de leiders volgens haar “homorechten en vrouwenrechten niet serieus namen” en “zich teveel op conservatieve kiezers richten”.

Dit is een veel voorkomend misverstand: een partij als DENK bedient niet alleen een conservatieve achterban, maar is zelf een reactionaire beweging.

Reactionair betekent dat de partij de verwezenlijkingen van de moderniteit ongedaan wil maken: de scheiding tussen kerk en staat, individuele rechten voor mannen én vrouwen, vrijheid van mening en (on)geloof, vrije pers en een wetenschappelijk geïnspireerd waarheidsstreven. DENK is de enige partij die Erdogans houding tegenover Nederland de afgelopen dagen steunde. Erdogan heeft de democratie vroeger met een tram vergeleken: “Je rijdt ermee tot je je bestemming bereikt, dan stap je er uit.” In eigen land illustreert Erdogan wat dit betekent.

Wat de politieke strijd betreft, durft DENK van de democratische methode af te wijken. De partij verspreidt ‘fake news’ en uit de lucht gegrepen samenzweringstheorieën. Ze valt de reguliere media frontaal aan. Ze is sterk autoritair, en voert erg agressief campagne. Zo klaagt de ‘Raad van Marokkaanse Moskeeën Nederland’ over intimidatie van moskeegangers, alsof elk individu niet zelf mag beslissen voor wie hij stemt.

Vergelijk dit met de houding van de conservatief: die staat sceptisch tegenover de maakbaarheid van mens en samenleving. Heilzame veranderingen gebeuren liefst in kleine stapjes en vanuit wat in het verleden werd opgebouwd. De ware conservatief is een bescheiden wereldverbeteraar. ‘Als we de wereld niet opnieuw ongelukkig willen maken, moeten we onze dromen over het gelukkig maken van de wereld opgeven’, noteerde Karl Popper. Een conservatief knikt instemmend. Hij kan zich ook vinden in de woorden van Lord Palmerston die ooit boos mompelde: ‘Hervormen, hervormen. Is het al niet erg genoeg?’. Voor de conservatief beschermt de rechtsstaat de individuele rechten, terwijl het politieke of sociale project alleen vanuit een zin voor de gemeenschap kan ontstaan. DENK wil daarentegen een radicale omwenteling van de Nederlandse samenleving.

Progressief is DENK ook niet. De partij klinkt alleen progressief in haar aandacht voor racisme, discriminatie en vrijheid. Alleen dient die vrijheid om paternalisme opnieuw in te voeren. Het antwoord op racisme en discriminatie is al evenmin progressief. DENK pleit niet voor een universalistische, verbindende boodschap, waarbij mensen elkaar ongeacht hun etnische, religieuze of andere verschillen respecteren en waarderen. Dan overstijgen mensen hun verschillen juist om als gelijken samen te leven. Neen, DENK maakt van verschil de maatstaf. Iemands etnische achtergrond bepaalt zijn stemgedrag, ongeacht de uiteenlopende politieke ideeën over vrijheid of gelijkheid die iemand kan hebben. De kloof die DENK introduceert, valt nooit te overbruggen. Zo’n beweging kan alleen polariserend werken. DENK vertegenwoordigt ook geen regenboog van minderheden. Veruit de meeste aanhangers zijn van Turkse komaf, en heel wat Marokkaanse Nederlanders zeggen op DENK te stemmen. Maar Antilliaanse of Surinaamse kiezers zouden zich volgens opinieonderzoek van Kantar Public niet aangesproken voelen.

De stichtende leden van DENK komen uit de PVDA. Die vaststelling is reden genoeg voor progressieve partijen om grondig na te denken over de verborgen breuklijnen, die zelfs door hun eigen partijen dreigen te lopen: naast de keuze tussen progressief of conservatief maakt de reactionaire visie nu opgang. Het laaiende conflict begin deze week tussen Nederland en Turkije toont dat dit reactionaire gedachtengoed geen marginaal fenomeen is, ongeacht wat de verkiezingsuitslag teweegbrengt.”

Deze column verscheen op 16 maart in De Standaard.

“Niets is geheel waar, en zelfs dat niet”, artikel DS, op 11 maart 2017

“Het volstaat niet om met veel argwaan en ongeloof in de wereld te staan om kampioen kritisch denken te worden. Maar argwaan verdeelt wel, en dat is problematisch. Tijdens een belangrijk televisie-interview op zondag 5 maart, suggereerde presidentskandidaat Fillon dat grote televisiestations een gerucht over de zelfmoord van zijn vrouw hadden verspreid. Fillon levert echter geen bewijs. Nochtans zou hij de uitgezonden beelden moeiteloos op een website kunnen posten.

Maar het kwaad is geschied: Fillon werpt een schaduw van wantrouwen over de media. Zijn achterban krijgt de indruk dat hun kandidaat het slachtoffer is van een georkestreerde aanval. Het is maar één voorbeeld van een recent fenomeen: dat politici leugens gebruiken om hun gelijk te halen, gratuit beschuldigen zonder aandacht voor de feiten. Dat is natuurlijk nefast.

Het zegt ook iets onheilspellends over de leiders die burgers dreigen te krijgen. Maar politici zijn slechts een zichtbare illustratie van een verregaander proces: dat kritisch denken verkeerd wordt begrepen. Argwaan wijst eerder op een gebrekkig oordeelsvermogen dan op een scherpe geest. Voor deze ontwikkeling zijn niet alleen politici verantwoordelijk: de hedendaagse visie op het kritische denken, technologisch ontwikkelingen (sociale en andere media) en de logica van winstbejag spelen ook mee.

Deels is het kritische denken zelf verantwoordelijk voor de verwarring, aldus de Franse wetenschapsfilosoof Bruno Latour. Latour verwierf internationale faam toen hij in een studie beschreef hoe ingenieurs van een metro-project minder rationeel beslisten dan iedereen aannam. De wetenschappelijke methode moest dus zelf kritisch worden bekeken. Maar ondertussen is die sceptische blik doorgeslagen, vindt hij. Hij verwijst naar de klimaatverandering om de onmacht van het kritische denken aan te kaarten, in ‘Why Has Critique Run out of Steam?’. De mogelijkheid om feiten aan te tonen, los van een subjectieve interpretatie, beschouwden vele aanhangers van de kritische theorie als twijfelachtig: elke voorstelling van feiten is ingebed in een discours, en participeert, bewust of onbewust aan een ideologische keuze. De context waarin elk mens spreekt, is bepalend voor zijn denken. Op een bepaald ogenblik, klonk dit postmoderne denken terecht kritisch en fundamenteel anti-totalitair.

Maar de tijden zijn veranderd: de kritiek heeft alles verdacht gemaakt, inclusief zichzelf. En toch, noteert Latour, die doceert aan het befaamde Science Po te Parijs, worden nog altijd doctoraatsprogramma’s opgezet, om aan jongeren te leren dat feiten het resultaat zijn van een constructie, van de keuzes en de retorische trucjes. De studenten leren dat een natuurlijk, onmiddellijk, niet-bevooroordeelde benadering van de waarheid niet bestaat, dat we gevangenen zijn van onze taal, dat die taal ‘fascistisch’ is. En dat de wetenschap dus met de grote argwaan moet worden bejegend.

Wie snel een samenvatting van het werk van de socioloog Pierre Bourdieu oppikt, aldus Latour, een rudimentaire vorm ervan opschrijft en die vervolgens toepast op de werkelijkheid, ziet al gauw duistere krachten en complotten. De gehaaste adepten van Bourdieu leren hun lezers wantrouwig te kijken naar wat mensen om hem heen vertellen. Want die mensen zitten gevangen in subjectieve web van verborgen motieven. Kritisch zijn, is wantrouwig zijn. De ongelovige Thomas had wellicht een punt. Maar zijn achterneefjes denken nu alles beter te weten: wat er op het scherm verschijnt, onthult niets over de echte machtsverhoudingen; wat de pers vertelt, klopt niet; we worden gemanipuleerd door verborgen krachten. Continue Reading ›

Interview met Brandpunt+ over ‘fake news’

imagesMaarten van Gestel interviewde me voor Brandpunt+, naar aanleiding van mijn boek ‘Macht en Onmacht. Een verkenning van de hedendaagse aanslag op de Verlichting‘, waarin waarheid en waarachtigheid een belangrijke rol spelen.

Hij vroeg me hoe we de recente opkomst van fake news kunnen inschatten.

In Rusland staat een fabriek waar mensen nepnieuws maken. Het doel is het zaaien van verwarring. Wordt het zo steeds moeilijker om te weten wat waar is?

 “Ja, ik denk het wel. Met propaganda was er nog een coherente kijk op de werkelijkheid, vanuit een politiek ideaal. Met nepnieuws is dat niet het geval. Valse berichten ondermijnen ons vertrouwen in de elkaar. Een democratie berust op het uitwisselen van informatie. Dat werkt alleen als je media, politici en elkaar in principe vertrouwd.”

 

Is er al minder vertrouwen in de media?

“In vergelijking met dertig jaar geleden wel. Toen vertrouwde men op de krant en zeker op de Staatsomroep hier in België, of op de Publieke Omroep bij jullie. Onderzoek laat zien dat het nu lager is dan ooit.”

Wij zijn onderdeel van de Publieke Omroep. Op onze Facebookpost over nepnieuws kregen we een aantal verwoestende reacties. Ons werd verweten dat de NPO zelf ‘nepnieuws’ maakt.

“Kritisch denken wordt tegenwoordig ingevuld als argwanend denken. Je iets ziet op tv, zoals de aanslagen van 9/11, en je bent pas kritisch als je niets meer aanneemt wat er vertoond wordt. Je bent ervan overtuigt dat er achter die beelden andere machtsmechanismen aan het werk zijn. En je gelooft dat de journalisten die je een verhaal vertelden, misbruik maken van hun machtspositie. Er zal ook wel een ander verhaal zijn. Een ‘echter’ verhaal.”

Veel mensen zeggen dat ‘iedereen toch zijn eigen waarheid heeft’. Hoe kunnen journalisten waarheid vinden als die niet bestaat?

 “Die gedachte is hét probleem van onze tijd. We verwarren waarheid met perspectief. Nietzsche zei ooit terecht dat ‘objectiviteit’ gekleurder is dan de mensen toen dachten. Maar het antwoord op die subjectiviteit zou juist meer perspectieven moeten zijn; niet dat de waarheid niet bestaat en dat dus geen perspectief te vertrouwen is.”

“Het is enorm belangrijk om feiten vast te stellen. Want alleen op basis van feiten kan je een politiek debat voeren. Vanuit die feiten kan je alsnog allerlei politieke beslissingen nemen – links of rechts – maar beiden partijen moeten het eens zijn over de gedeelde werkelijkheid. Als je die niet hebt, heb je geen politiek debat meer.”

Is het politieke debat nu dan verzwakt?

“Enorm. Neem klimaatverandering. De overgrote meerderheid van de wetenschappers is het erover eens: de temperaturen stijgen en de mens heeft daar een aandeel in. Over de maatregelen zijn allerlei mogelijkheden. Maar je moet het wél eens zijn over de gedeelde realiteit: dat het probleem er is. Trump zegt dat het een hoax van China is. Nu valt er niet meer te debatteren. Zo krijg je groepen die in verschillende werkelijkheden leven. Die kúnnen niet met elkaar in gesprek gaan.”

Sinds de overwinning van Trump wordt gezegd dat we in een post-waarheid tijdperk leven. Zijn we de feiten echt kwijtgeraakt?

 “Trump liegt openlijk en presenteert alternative facts. Vroeger logen politici ook, maar die hielden nog wel de schijn van eerlijkheid op. Die schijn is nu opgegeven. Dat is enorm problematisch. De Trump-administratie doet alsof alternatieve feiten bestaan, maar dat is natuurlijk niet het geval. Het idee van een waarheid – en van feiten of een goede onderzoeksmethode – wordt zo volledig ondermijnd. Dat is inderdaad post-waarheid.”

“En in de vijfde eeuw voor Christus vond je het idee al dat gut-feeling beter is dan rationele kennis, daar schreef ik een column over. Aan de ene kant heb je de elite en hun verstand, aan de andere de buikgevoelens van het volk. De populist zegt dan: ik volg de buikgevoelens van het volk. Die gevoelens worden dan waarachtiger gevonden.”

Heeft het ook iets authentieks? Zo van: ‘hij doet tenminste wat hij écht wil.’

“Voilà. ‘Hij durft het tenminste te zeggen.’ De normale politicus loopt weg van conflict, risico en geweld, maar de populist durft tenminste aan te vallen. Dat is nu natuurlijk actueler dan ooit.”

Wat voor invloed heeft dat op onze verkiezingen in maart?

“Je ziet nu dat andere politici mee gaan doen aan die straffe uitspraken. Het durven zeggen wordt een nieuw criterium. Nuance wordt geassocieerd met een gebrek aan moed. Kijk naar de brief van jullie minister president. Hij durft het te zeggen: ‘Doe normaal!’”

“Dat is geen goede ontwikkeling. Verdeeldheid in ideeën moet er zijn – dat is politiek. Maar als je over de ene groep iets zegt dat voor de andere groep niet geldt, zaai je verdeeldheid tussen mensen. Dat kan een samenleving nooit ten goede komen. Het is volgens mij juist Ruttes taak om mensen samen te brengen.”

Als je gelooft dat iedereen zijn eigen waarheid heeft, dat alles relatief is, nodigt dat dan uit tot het legitimeren van je eigen voorkeuren?

“Absoluut. Stel dat er geen waarheid is, alleen maar interpretaties en de machtsstrijd tussen die interpretaties. Het is dan niet belangrijk wat er gezegd wordt, maar wie het zegt. De media en politiek bekleden dan een machtspositie, die de rest onderdrukt. En zo komt het morele gelijk bij de onderdrukten, bij het volk te liggen. Dat is precies wat Trump doet: de liberale media zijn de onderdrukkers, de machthebbers, de elite. Dus ze hebben per definitie ongelijk. En het volk heeft gelijk, want zij worden onderdrukt. Dat gevoel hebben de reaguurders op jullie Facebookpost waarschijnlijk ook.”

Dit klinkt allemaal niet erg optimistisch. Is er hoop?

“Ja. We moeten de waarheid gaan herwaarderen. En de mensen die er aanspraak op doen, zoals journalisten en politici. Vertrouw op hun nauwkeurigheid, op hun oprechtheid.”

“En misschien wel het belangrijkste: we moeten zelfkritisch zijn. Je moet het gevoel ontwikkelen dat je niet alleen niet door anderen belogen kan worden, maar vooral ook door jezelf. We zien al te vaak tekortkomingen bij anderen maar overschatten onze eigen kennis. Onze argwanende houding is altijd argwanend naar de ander; niet naar onszelf. Terwijl je juist moet leren hoe makkelijk je informatie voor waar aanneemt wanneer die bevestigt wat je al denkt.

Kritisch denken begint juist bij zelfkritiek. Vergissen is menselijk. Sta open voor correcties. En leer dat ongelijk hebben geen nederlaag is.”

Dit thema, van waarheid en waarachtigheid, behandel ik in mijn laatste column voor De Standaard, die gaat over het grote gelijk van wie zich in de samenleving als onderdrukte kan manifesteren. Ook dat thema komt uitvoerig in mijn boek ‘Macht en Onmacht’ aan bod.

“Spinoza voor psychiaters”, 9 maart 2017

Spinoza voor psychiaters”, met een lezingen door Herman De Dijn en Tinneke Beeckman.

Op donderdag 9 maart, 19.00 tot 22.00 uur, Plaats:
Congrescentrum Het Pand, Onderbergen 1 te Gent.

Programma:

19.30u: verwelkoming
19.45u: inleiding door Marc Calmeyn
20.00u: voordracht door Tinneke Beeckman
20.45u: voordracht door Herman De Dijn
21.30u: filosofische samenspraak
22.00u: afronding

Baruch Spinoza (1632 – 1677) was Nederlands filosoof, wiskundige, politiek denker én lenzenslijper. Samen met René Descartes en Gottfried Leibniz behoort hij tot de belangrijkste filosofen van het rationalisme.
Zijn levenswerk Ethica behoort tot zijn bekendste werken.
Wat heeft deze lenzenslijper nog aan de hedendaagse zielenknijpers te vertellen?
Hij schreef over vrijheid, rede, emotie … Is waan-zin nu net niet de ‘locus’ waar ze in het geding zijn? Om nog niet te spreken van de collectieve waanzin waar ze ‘en masse’ aanwezig zijn. Collectieve waanzin is van alle tijden maar zeker ook van deze tijd. Continue Reading ›

Bij Trio op Klara… zaterdag 4 maart 2017

unknown-1Vandaag was ik te gast bij Trio, het radioprogramma met Werner Trio op Klara, samen met Dirk Holemans.

We spraken over onzekere tijden, over onmacht en onvrijheid, en over de Verlichting. En over de postmoderne tijden, waarin post-truth, emoties en radicale veranderingen een enorme rol spelen.

De podcast valt te herbeluisteren.

 

“UNIA is een overheidsinstelling, geen NGO”, column DS 2 maart 2017

images“De zaak rond UNIA toont alvast één positief effect van Trumps presidentschap: politici doen er goed aan om zo waarachtig en correct mogelijk te spreken. Dat was altijd al de beste houding, maar nu riskeren politici een nefaste vergelijking met de luide bullebak aan de andere kant van de Oceaan. Dit is een goede zaak: het debat moet nauwkeuriger, juister, diepgaander.

De kern van de UNIA-kwestie draait dan niet zozeer rond politieke uitspraken, maar rond botsende ideeën over macht en gelijkheid. De bevolking is hierover ook verdeeld. Die kloof bepaalt tegenwoordig de uitkomst van de verkiezingen, zowel in ons land als elders.

Achter veel kritiek op UNIA gaat eigenlijk een ongenoegen schuil over de discriminatiewetgeving op zich. Die wetgeving – samen met de arresten van het grondwettelijk hof – bevatten een specifieke visie op machtsrelaties: wie macht heeft, wordt beschouwd als een mogelijke discriminator, terwijl wie macht ontbeert, wordt beschermd. Concreet: wie de middelen heeft om een huis te verhuren staat dan als machtige tegenover de minder bemiddelde persoon die een huis moet vinden op de huurmarkt. Deze laatste wordt dus beschermd: bij vermoeden van discriminatie moet de verhuurder aantonen dat hij neutraal handelt (verschuiving van de bewijslast). In Duitsland geldt een andere opvatting over discriminatie, die particulieren meer vrijheid geeft. Strafbare discriminatie geldt slechts in gevallen van bijzondere machtsposities, zoals monopolies. Kortom, ook in Europa bestaan er uiteenlopende interpretaties.

Europa verplicht België wel om zo’n instelling te hebben. Maar over de werking bestaat ook wat discussie: UNIA onderzoekt, bemiddelt én kan strafrechterlijk optreden als burgerlijke partij (niet als Openbaar Ministerie). Het centrum reageert niet alleen tegen reële discriminatie, maar ook tegen ‘hatespeech’, en mengt zich dus in de discussie over de vrijheid van meningsuiting. Dat is altijd een delicate kwestie. Wat het nog complexer maakt, is dat iemand in het ene geval een slachtoffer kan zijn van ‘hatespeech’, maar op een ander moment zelf racistisch uit de hoek kan komen. Indien iedereen gelijk is voor de wet, dan moet elk geval gelijk worden behandeld.

Dit raakt aan het belangrijkste punt: niets verzwakt de geloofwaardigheid van een centrum meer dan een schijn van partijdigheid. Els Keytsman is nu directeur van een overheidsinstelling (samen met Patrick Charlier), niet van een NGO. Sommige van haar uitspraken tasten het vertrouwen van de burger aan. Wanneer ze de houding van een stadsambtenaar ‘etnocentrisch’ noemt, bijvoorbeeld. Keytsman deed dat toen de ambtenaar een koppel niet wilde huwen omdat de vrouw weigerde zijn te schudden. Natuurlijk had die ambtenaar geen wettelijke basis om een huwelijk op die grond af te wijzen. Maar de term ‘etnocentrisch’ is geladen: critici van de liberale democratie zouden de Belgische grondwet met wat slechte wil ook een etnocentrisch product kunnen noemen: die grondwet is binnen een bepaalde cultuur (de westerse, met blanke mannen!), op een bepaald ogenblik in een bepaald land tot stand gekomen. In andere culturen bestaan andere, vaak antiliberale denkkaders. Filosofisch leidt dat tot interessante denkoefeningen. Maar voor de directeur van zo’n centrum is dergelijke uitspraak opmerkelijk, omdat het legalistische argument volstond. Het culturele argument getuigt dan weer van politiek activisme. Daarbij suggereert het dat de godsdienstvrijheid altijd kan worden ingeroepen om de regels van deze samenleving te ontwijken. De vrijheid van godsdienst, ook die van minderheden, moet echter tegenover andere grondwettelijke rechten en vrijheden worden afgewogen; ze is niet absoluut.

De strijd tegen discriminatie is te belangrijk om door vooringenomenheid te worden belemmerd. Politici moeten een neutrale bescherming van de grondwettelijke rechten en vrijheden voor iedereen garanderen. En als ze willen voorkomen dat de volgende verkiezingen rond hopeloze polarisaties draaien, dan moeten ze het politieke debat correct en ten gronde voeren.”

Deze column verscheen in De Standaard op 2 maart 2017.

Het thema van waarheid en waarachtigheid komt uitgebreid in mijn boek ‘Macht en Onmacht. Een verkenning van de hedendaagse aanslag op de Verlichting’ aan bod.

Over de noodzaak van emancipatie, en de misverstanden over de aanklacht van ‘discriminatie en racisme’, schreef ik de column ‘Geen toekomst zonder emancipatie‘.