In ‘De Afspraak’ op Canvas, 18 nov. 2020

Op 18 november zat ik bij Phara de Aguirre in de studio van ‘De Afspraak‘ op Canvas, om over mijn boek ‘Machiavelli’s Lef‘ te praten.

Andere gasten waren Carl Devos over de politieke actualiteit en Jurgen De Landsheer, Korpschef Politiezone Brussel Zuid, over het geweld tegen de politie in Brussel.

In ‘Interne Keuken’, over ‘Machiavelli’s Lef’

Zaterdag 14 november was te ik te gast bij ‘Interne Keuken‘, op radio 1. Sven Speybrouck had ‘Machiavelli’s Lef‘ gelezen, en had enkele vragen.

Andere gasten waren Gert Storms over het boek ‘Science Fictions’ van Stuart Ritchie; Angelique Van Ombergen over haar boek ‘Ruimtereizen’ (en de neurologische impact voor astronauten) en Marieke Van Ransbeeck speelde doedelzak.

Je kan het hele programma herbeluisteren, of dit artikel openen (met de link naar het gesprek over Machiavelli).

Het was geweldig fijn over het boek te kunnen praten. Acht jaar geleden was ik er ook, voor een gesprek over mijn boek dat toen uitkwam, ‘Door Spinoza’s Lens’

‘Stop met zeuren en omarm je tegenslag’, interview De Standaard, 14 nov 2020

Interview door Karel Verhoeven, in DS Letteren op 14 november 2020, over mijn nieuw boek, ‘Machiavelli’s Lef‘. Foto’s: Jimmy Kets.

Een boek over het lef van Machiavelli publiceren een week nadat Trump verslagen is, lijkt een flagrant geval van slechte timing. Maar Tinneke Beeckman ontdekte achter de cynische manipulator een kritische denker.

Is Niccolò Machiavelli niet de gids voor cynische manipulators voor wie geen leugen te gortig is omdat het doel de middelen heiligt? Wat een verfrissing brengt Tinneke Beeckman over Machiavelli, en belangrijker, over hoe te begrijpen waar Joe Biden voor staat. En samen met Biden alle democraten die het willen opnemen tegen de populistische revolte. De Machiavelli die Beeckman optrekt, is een verrassende en confronterende leermeester. Democraten die de deugd aan hun zijde voelen en zich er graag op beroepen, hebben een kwaaie klant aan hem. Hij zou striemend zijn over hun arrogantie. En over hun weekhartigheid over macht. Alleen wie het beest zonder taboes in de ogen kijkt, kan hopen het in toom te houden. Kan hopen om vrij te blijven.

‘Hem lezen en over hem schrijven was een vreemde ervaring’, zegt Beeckman. ‘Ik zat in een vrouwelijke wereld van zwangerschap en zorg voor mijn dochter. Machiavelli is een Italiaanse macho. Er is niets vrouwelijks aan hem, aan waarover hij schrijft, noch aan hoe. Ik vroeg me zelf ook af hoe ik bij hem uitkwam. Lelijke manipulatie is de kant van de politiek die ik verafschuw. Macht verwerven houdt mij niet bezig. Ik ben een zelfstandige filosofe. Ik heb geen baas en ik ben baas over niemand. Maar het ontmaskerende van Machiavelli trekt me aan. Zijn antipaternalisme. Zijn aansporing om heel goed te kijken naar degene die voor je opstaat en zegt dat hij het allemaal voor jou doet. “Kijk eens wat voor een leugenaar en bedrieger die paus Alexander VI is.” Machiavelli verkondigt wat niemand anders durft te verkondigen. Dat zet hij zelf bovendien dik in de verf. Voor hij provocerende dingen schrijft, kondigt hij breed en luid aan: ik ga nu iets anders zeggen dan alle anderen. Ik bewonder dat. Je moet altijd kritisch durven te denken. Het is wat Machiavelli gemeen heeft met Spinoza, en met Nietzsche. Wees kritisch over de drijfveren en verlangens van mensen die beweren een soort morele deugdelijkheid te bezitten. Wees dus ook kritisch over je eigen verlangens.’

In de Machiavelli die u leest, zit nauwelijks cynisme.

‘Soms zit er veel woede achter zijn zinnen. Hij voelt een diepe afkeer voor de corrupte macht en het gewelddadige leiderschap van zijn tijd. Er zit een hardheid in. Een meedogenloosheid die niet altijd makkelijk is. Maar ik bespeur in hem toch altijd opnieuw die poging om zich tegen cynisme te verzetten, ja. In zijn brieven, en vooral in dat dikke boek, de Discorsi, ontdekte ik een andere Machiavelli dan die van Il principe, het boekje dat hem die reputatie van politiek-filosofische duivel heeft opgeleverd. Dat is de Machiavelli die, wanneer hij tijdens zijn verbanning naar zijn schrijfkamer gaat, plechtig meldt: “Ik trek mijn vuile gewaden af en ga in gesprek met de ouden”. Met Livius en Tacitus. Die wereld is wel draaglijk. Door de verhalen, de wijsheid, het inzicht. Met de ouden voert hij imaginaire filosofische gesprekken.’

‘Voor mij was Machiavelli een plek waar ik me kon terugtrekken, vooral in tijden van corona. Hij schrijft fantastisch, hij laat van alles gebeuren, actie à volonté, en hij grossiert in geniale observaties en rake gedachten.’

Loont het nog de moeite om Machiavelli te lezen om te leren hoe macht te verwerven? 

‘Hij begrijpt de voorwaarden voor politieke actie, zelfs om goede daden te stellen. Ook Hannah Arendt vond dat verfrissend aan hem. Voor je iets kan doen met de macht, moet je ze eerst verwerven. Daar zijn schimmige daden voor nodig, en je mag je neus daar niet voor ophalen. De politicus die in de spiegel kijkt en terugdenkt aan wat hij gedaan heeft, doet dat onvermijdelijk met een vorm van pijn, afschuw of schaamte. Helemaal zuiver blijven en toch politieke macht verwerven, is een leugen. Ik hou van het idee dat je je het beste kan verweren tegen misbruik van de macht als je er een zo realistische mogelijke kijk op hebt. Door niet mee te stappen in de schone schijn die de macht rond zichzelf ophangt.’

Politiek zoals Machiavelli die ervaart, is niet voor tere zieltjes.

‘Politiek bestaat voor hem uit conflict. Er zijn twee betrokken partijen: het volk en de elite. Het volk verlangt ernaar om vrij te leven, de elite wil het volk overheersen. Het volk is dus meer vrijheidslievend dan de elite. Die wil haar macht behouden of het liefst vergroten. Als ze daarin slaagt, ontstaat misbruik. Daarom is inspraak van het volk nodig. De tirannie is nooit een lang leven beschoren. Als burgers zich vrijuit met politiek kunnen inlaten, leidt dat tot wetten die de vrijheid bevorderen. Vrijheid, daar gaat het voor Machiavelli om, dat is het hoogste goed. De vrije republiek.’

Zou u Machiavelli omschrijven als een democraat?

 Jimmy Kets

‘Hij heeft een sterke democratische inslag. Hij neemt het consequent voor het volk op. Hij vindt het volk verstandiger dan de vorst: het heeft een beter oordeelsvermogen, het is eerlijker in zijn streven. Maar hij is realistisch over macht. De mensen die het meest naar macht verlangen, vanuit eerzucht, hebzucht, geldingsdrang, zijn doorgaans het minst geschikt om ze in handen te krijgen. Tegelijk kan je die passies niet onderdrukken. Je moet integendeel een politiek systeem ontwerpen dat met de passies en ambities werkt, en ze vervolgens ten dienste stellen van de gemeenschap. Je houdt de machtswellust dus in toom door wissels van de macht in te bouwen. Door een volkstribunaat naast een senaat te installeren. De macht van één individu te beperken. En door de burgerlijke deugd te promoten. Aan wie ken je roem toe en wie eer je? Wie belaad je met gloria? Voor wie applaudisseer je? Liefst niet voor de egomaniakale gek, wel voor degene die zich inzet voor de samenleving. In tijden van crisis wordt veel duidelijker wie dat is. De verpleegster en de vuilnisophaler. De mensen die blijven werken moet je eer en prestige geven. Terwijl een narcistische samenleving net het omgekeerde doet en voortdurend mensen beloont die van zichzelf de lof bezingen, alleen aan zichzelf denken, pretenderen kwaliteiten te hebben die ze niet hebben, die geen verantwoordelijkheid nemen voor hun falen maar het succes aan zichzelf toeschrijven. Dat ondergraaft de deugd in een samenleving. In de Discorsi schrijft hij: in vredestijd nemen vooral mensen met privileges de belangrijkste posities in, zij met de juiste afstamming en connecties. Maar in crisistijden vallen de onbekwamen door de mand en zie je wie virtù heeft. Als je dat leest in volle corona-epidemie, blijkt dat unheimlich accuraat.’

Die republikeinse deugden zijn herkenbaar als de antieke deugden. Zijn wij, kapitalistische modernen, die verloren?

‘Ik denk het niet. Veel mensen hebben bijvoorbeeld respect voor leerkrachten. Maar in een maatschappij die alleen beloont wat ze kan meten, levert dat weinig op, omdat wat een goeie leerkracht doet zo moeilijk meetbaar is. Het financiële kan ook niet de enige beloning van deugd zijn. Iemand als minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke is zich daarvan bewust. Als iedereen in je gezondheidszorg, de topdokters op kop, een zo hoog mogelijke financiële beloning nastreeft, kapseist je systeem.’

Het volk houdt de elite bij de les. Is de populistische kiezer dan toch een grotere verdediger van de vrije republiek dan de intellectuele elite die haar deugden altijd offert voor haar privileges? 

‘In de Verenigde Staten bemoeilijkt de gigantische schaal waarop desinformatie woekert via de sociale media de wijsheid van het volk. Desondanks hou ik niet van de liberale arrogantie, van zij die het allemaal zoveel beter weten. Het is gewoon waar dat grote groepen in de maatschappij weinig of geen voordeel plukten van de globalisering. Dat ze in Deurne de effecten van de migratie veel ruwer voelen dan in Brasschaat. Hoe paternalistisch dan om te zeggen dat zij racisten zijn, of dat ze allemaal bang zijn. Gelukkig zijn wij, de niet-angstigen, er om hen te verzekeren dat ze geen angst hoeven te hebben. Alsof de niet-angst de stem van de rede is. Machiavelli vindt dat je politieke conflicten vooral moet analyseren: je moet de noodzaak die anderen voelen, proberen te begrijpen. Vanuit welk verlangen, uit welke urgenties, vanuit welk denkkader kijken andere mensen naar dezelfde werkelijkheid? Die oefening moet je vooral doen bij mensen met wie je het volledig oneens bent. Je zal veel meer van politiek begrijpen dan wanneer je mensen de-legitimeert. Politiek denken is precies niét het de-legitimeren van die andere.’

Maar wanneer Trump de verkiezingsuitslag niet erkent en zijn aanhangers de democratie niet meer respecteren, komt de vrije republiek in gevaar, niet door de elite, maar door het volk.

‘Trump is een symptoom van een veel diepere malaise die al langer aan de gang is. Het begint bijvoorbeeld bij Bill Clinton, die handelsakkoorden sluit, de deuren openzet voor Wall Street en erop rekent dat globalisering iedereen vooruit duwt. Maar hij kijkt niet om naar wie toch verliest. En die blijken met velen te zijn. Zij krijgen te horen dat er geen alternatief is. Wel, als mensen in de hoek geduwd worden, kiezen zij voor een radicaler alternatief. Als de elite erin slaagt om de stem van het volk te negeren, komt een einde aan hun vrije republiek. Een sterke man staat op die beweert te spreken in naam van het volk. De klassieke populist, Boris Johnson of Donald Trump, doet in zijn populair taalgebruik alsof hij het volk vertegenwoordigt terwijl hij zelf tot de elite behoort. Terend op ongenoegen verwerft hij zo veel mogelijk macht. Die bedrieglijke truc is alleen mogelijk in een republiek die al corrupt is. De elite in de VS bestond uit clans en families. Clinton en Bush. Politieke strijd was gewoon een strijd geworden tussen families en hun aanhang. Ik citeer Gore Vidal over het Amerikaanse systeem: “There is one party, the property party, and it has two right wings.” Natuurlijk moet je zo’n autoritaire leider bestrijden met alle middelen die je hebt. Maar hem uitdrijven volstaat niet. De pluraliteit moet terugkeren in het politieke systeem.’

Zelfs als alles peis en vree is, ziet Machiavelli een ander gevaar opdoemen: gemakzucht. Gebrek aan noodzaak. Bewijst de tweede coronagolf dat wij ten prooi gevallen zijn aan die gemakzucht en zelfs bij zware crisis geen noodzaak meer ervaren?

‘Ik vind het te moralistisch om te zeggen dat wij allemaal slappelingen geworden zijn. Maar als maatschappij moet je natuurlijk wel op tijd wakker worden. Geen zelfbeklag. Geen zelfmedelijden. Beseffen dat sommige dingen voorbij zijn. En daar niet over blijven jammeren. Bij klimaat wordt dat nog een veel grotere uitdaging. Spotgoedkope weekendtrips met het vliegtuig? Dat komt nooit meer terug. Dat beseffen, is deugd tonen.’

‘Jongere generaties hebben groot gelijk dat ze zich verzetten. De destructie van de planeet kan zo niet verder, en zij gaan de nadelen ondervinden zonder even grote voordelen te hebben geplukt.’

Toont de jeugd meer deugd?

‘Ze houdt het algemeen belang meer voor ogen. Klimaat wordt cruciaal voor het overleven. Klimaat zal de ongelijkheid ook vergroten. Grote groepen zullen minder middelen hebben om zich aan te passen. Of de acties van de jongeren efficiënt en deugdzaam zijn, vind ik een andere kwestie. Je kan alleen duurzame macht verwerven als je het volk mee hebt. Je moet sowieso je medeburgers overtuigen. Daar moet je je acties, je retoriek, je zoektocht naar bondgenoten, op afstemmen. Zonder die brede schare aan medestanders wordt je politieke strijd erg moeilijk. Het is bij Machiavelli een cruciaal argument tegen samenzweringen. Samenzweerders kunnen de leider vermoorden, maar ze worden makkelijk door hun medeburgers gewantrouwd. Het is moeilijk om efficiënte, duurzame politieke verandering door te voeren.’

De politicus die dat nastreeft, moet zijn idee op het juiste moment pitchen, wanneer de tijd er rijp voor is. Of slaagt een groot politicus erin om de tijd vorm te geven? 

‘De staatsman geeft de tijd vorm. De populaire politicus surft op de tijd. Bij beiden speelt opportunisme. Machiavelli noemt dat “gelegenheid”, occasio. Hij verbeeldt ze, typisch voor de renaissance, als een vrouw. Ze springt van het ene wiel naar het andere, ze holt je voorbij maar draagt haar haar voor haar gezicht, zodat je haar bijna niet kan herkennen. Reageer je niet op het juiste moment, dan kan je haar alleen vol berouw nakijken. Een goeie politicus heeft een geweldig gevoel voor timing. Hij is als een solist in een orkest die weet op welk moment hij moet inspringen en wat hij moet spelen. Het is weinigen gegeven. De politicus moet het elke dag doen met wat zich aanbiedt in de realiteit en daarop inspelen. Hij wordt geleefd door de tijd en door de evenementen.’

En dus kan de politicus alleen succesvol blijven als hij voortdurend blijft bewegen en veranderen?

‘Dat is de moeilijkste opdracht. Je hebt nu eenmaal je temperament. Je valt terug op je eigen ervaringen: wat heeft gewerkt in het verleden? Maar als de situatie totaal verandert, sta je met lege handen. Hoe Hillary Clinton tegen Trump aanbotste, vind ik een frappant voorbeeld. Hillary vertelt ideologisch nog altijd het verhaal van de jaren 90, uit de tijd van Bill Clinton. Ze bouwt voort op haar ervaringen, ze is buitengewoon intelligent, ze werkt keihard, ze kent Washington als haar broekzak, ze heeft de netwerken, de financiële mogelijkheden. Het was ondenkbaar dat ze niet zou winnen. Alleen heb je fortuna. De tijden veranderen. En plots staat daar niet Jeb Bush, maar Donald Trump. Die openlijk racistisch en misogyn is, die het spel totaal anders speelt, voor kiezers die anders reageren omdat zij in een andere wereld leven. Aan al haar ervaring heeft ze niks meer.’

Deze keer kwam fortuna in de gedaante van corona en speelde ze in het nadeel van Trump? 

‘Essentieel voor Machiavelli is dat als je heel veel virtù hebt, je fortuna kan temperen. Als je grondig bent voorbereid op een pandemie, als je je gezondheidszorg hebt verstevigd, je federale rampenplannen op orde hebt, dan kan je zo’n pandemie temperen. Maar heb je geen deugd, dan komt de klap des te harder aan. Je moet succesvol mee blijven veranderen. Dus moet de verandering ingebakken zitten in het politieke systeem. Leiders moeten komen en gaan op basis van hun talenten. Er mag geen elite zijn die de macht ontoegankelijk maakt. Twee of drie decennia met dezelfde clans is nefast. Als Joe Biden nu denkt: Trump is weg, het wordt opnieuw de politiek die ik al veertig jaar beoefen, dan begaat hij een fatale vergissing. Ik had het geruststellender gevonden hadden ze iemand nieuw naar voren geschoven, een jongere kracht, die vanuit de uitdagingen van de tijd opklimt en macht verwerft. Je kan een tachtigjarige moeilijk verwijten dat hij het nieuwe niet begrijpt.’ 

Hoe leest u vanuit dat referentiekader de Belgische politiek? Brengt een regering met groenen en socialisten erbij de correctie die de tijd oplegt?

‘Afwisseling van de macht is gezond. De vrienden en de netwerken krijgen anders te veel impact. Maar een paar andere partijen volstaat niet. Machiavelli noemt zichzelf een geneesheer van de politiek. Als genees­heer moet je een kwaal snel ontdekken, een diagnose stellen en een antwoord bieden. De staat is zoals een lichaam, er mankeert voortdurend iets aan. Hoe sneller je reageert hoe beter. Anders wordt de kwaal erger en brengt ze je in gevaar. Je moet dus altijd sleutelen aan de instellingen van je staat. Alleen zo garandeer je de continuïteit van je vrije republiek. Wat dat betreft scoort België dramatisch. De particratie zit vol mechanismen die erop gericht zijn zo weinig mogelijk te veranderen. Ze leggen de macht bij enkelingen. Als ons parlement moet gelden als volksinspraak, zijn we er heel slecht aan toe. Het is niet alleen onheilspellend dat het zo geëvolueerd is, nog erger is dat echte hervormingen buiten bereik liggen.’

Wordt een clash tussen die elite en het volk onvermijdelijk? 

‘Dat weet ik niet, ik ben een filosoof, geen profeet.’

Maar de wind richting Vlaams Belang is wel sterk. 

‘En die partij heeft wel iemand van de jongere generatie aan de macht gelaten. Zij beseften dat ze, om te overleven, moesten veranderen met hun tijd. Fortuna is ook een geweldige waarschuwing tegen zelfgenoegzaamheid. Vlaanderen is toch wat zelfgenoegzaam. We gaan ervan uit dat welvaart nu eenmaal bij onze regio behoort. Maar de Brexit zal een zware impact hebben, die boven op de pandemie komt, en de klimaatverandering, waardoor er geen enkele garantie is. Maar er leeft te weinig een gevoel van urgentie. Als je staatsstructuren vastgeroest zijn, is het erg lastig om op noodzaak in te spelen. Veel energie gaat verloren aan interne partijpolitieke strijd of aan een perceptiestrijd tussen partijen.’

Op welke manier test de pandemie onze democratie? 

‘We moeten ons idee van vrijheid herijken. Wij leven naar een negatieve liberale vrijheid. Niets mag ons hinderen. Ik heb toch het recht om mezelf te ontplooien? Te feesten? Op reis te gaan? Wie heeft de autoriteit om mij dat te verbieden? Het zalige aan Machiavelli is dat hij helemaal niet denkt vanuit dat “recht hebben op”. Alleen de realiteit telt. Ze daagt je uit. De noodzaak die ze ontketent, brengt hopelijk het beste in jou naar boven. Je kan je tegenslag omarmen. Als je niet vindt dat je recht op iets hebt, is je verlies ook veel kleiner. Zijn tijden waren zo bar. Hij is vals beschuldigd van samenzwering in 1512. Plotseling was hij zijn baan kwijt. Zijn republiek was ten onder gegaan. Hij was in de gevangenis gegooid. Gefolterd. Dan haast toevallig vrijgekomen, door een collectieve amnestie. Verbannen. Zonder enige mogelijkheid van verweer of hoger beroep. Maar hij koesterde het gevoel dat hij nog leeft, brieven kan schrijven, zich kan terugtrekken op het landgoed van zijn vader. Dan zie je wat veerkracht betekent. Dan valt wat wij nu meemaken relatief gezien wel mee. Dankzij de opvangsystemen van onze democratie.’

Dan klinkt Machiavelli naar onze hedendaagse oren toch gelaten en pessimistisch? 

‘Je moet doen wat je kan doen, en de rest moet je los­laten. Het gaat erom dat je een evenwicht zoekt tussen de technocratische overmoed en gelatenheid. De illusie dat je alles controleert. Alsof je ook je eigen verlangens helemaal onder controle hebt, je eigen verbeelding. Alsof je niet altijd gedeeltelijk aan jezelf ontsnapt. Je bent niet helemaal rationeel. Het andere uiterste is het determinisme. Het systeem is zo sterk dat je er niets tegen kan inbrengen. Machiavelli’s concept van fortuna ligt daar precies tussenin. Je hebt een vrije wil, maar er zullen altijd dingen zijn die je niet naar je hand kan zetten. Dat mag je niet ontgoochelen. Integendeel, je moet altijd lef tonen. Je moet proberen te volharden in wat je kan, beseffende dat het misschien niet helemaal goedkomt. Hij predikt een realisme zonder wanhoop. Het is wat ons de komende jaren goed van pas kan komen.’

Interview voor boeklancering – Machiavelli’s Lef

Op vrijdag 13 november werd mijn nieuwe boek ‘Machiavelli’s Lef‘ officieel voorgesteld, met een interview door Marnix Verplancke. De opname is hier beschikbaar.

Het interview werd afgenomen in het Filosofiehuis ‘Het Zoekend Hert’ (met Eddy Strauven), en opgenomen door Stonewood Filmhouse (Met Katja Stonewood en Bert Lezy).

Het boek is beschikbaar in de (onafhankelijke) boekhandel en via de website van Uitgeverij Boom.

Interview voor Re-story

“Door zich te verdiepen in het werk van Spinoza besefte Tinneke Beeckman dat er door zijn zogenaamde cynisme eigenlijk een verkeerde perceptie bestaat over Machiavelli en dat hij eigenlijk een geniale politieke denker uit de renaissance is en een passionele liefhebber van vrijheid. Machiavelli zette zich met veel lef af tegen het bestaande systeem van die tijd om nieuwe ideeën te lanceren en te handelen. Daarom is hij volgens haar bij uitstek een denker voor een wereld in crisis. Stof genoeg voor een goed gesprek met de filosofe over Machiavelli, zelfgenoegzaamheid, ongeduld, succes en verdienste, de rol van media en jongeren als hoop voor de toekomst: “We moeten ook onze hoop op die jongeren blijven vestigen en hen vooral aanmoedigen om kritisch te blijven denken en het lef te hebben paden in te slaan waarvan ze niet weten naar waar ze hen zullen leiden.”

Dit interview door Geert Degrande verscheen op de website van ‘Re-Story‘, en valt te beluisteren op spotify.

“Goed dat de ‘First Bully’ werd afgestraft”, column DS, 12 nov. 2020

De CNN-nieuwscommentator en Obama-veteraan Van Jones reageerde emotioneel toen bekend werd dat Joe Biden de Amerikaanse presidentsverkiezingen echt had gewonnen. ‘Deze ochtend is het makkelijker om een ouder te zijn’, begon hij met gebroken stem. ‘Het is makkelijker om aan je kinderen te zeggen dat karakter ertoe doet. De waarheid vertellen, een goede persoon zijn, dat doet ertoe. (…) Ik wil dat mijn zonen hiernaar kijken. Het is makkelijk om de goedkope manier te gebruiken en ermee weg te komen. Maar uiteindelijk keert zich dat tegen je.’ 

In die eerste woorden beschrijft Jones twee dingen: Donald Trump was het model van de bully, een etterbuil die liegt en intimideert om zijn zin te krijgen. Vier jaar lang zwaaide een pestkop de plak. Dat was een nederlaag voor een hele samenleving, los van politieke voorkeuren. Ten tweede benadrukt Jones terecht dat dit een opvoedkundig probleem is. 

Dat wil ook zeggen dat het al minstens één generatie helemaal fout loopt met de Amerikaanse zeden. In 2004 schreef Thomas Frank het boek What’s the matter with Kansas?, over de opkomst van rechts-populisme in zijn thuisstaat, Kansas. Frank beschrijft de groeiende alliantie tussen een bepaald soort kapitalisme en criminaliteit sinds eind de jaren 70. Als kleine jongen zag hij hoe de middenklasse in zijn buurt werd verdreven en een nieuwe, rijkere klasse haar intrek nam. Op de schoolbanken leerden deze nieuwe buurjongens hem de ‘onuitwisbare les dat rijkdom een geheime band had met misdaad en ook met drugsgebruik, bullying, liegen, overspel en “thundering, world-class megalomania”.’

Frank beschrijft jongeren die niet leerden om zich sociaal op te stellen, maar om hun zin door te drijven, los van hun reële kwaliteiten of prestaties. Ze leerden dat agressief gedrag loont. Wie voortdurend het conflict opzoekt, doet anderen wijken. Geld is de enige graadmeter voor succes. ‘Greed is good’, zoals Gordon Gekko, de speculant in Oliver Stones film Wall Street (1987), als satirische profeet uitroept. Alleen leert zo’n mantra niet meer dat mensen hun verlangens, ambities of gedragingen tijdig moeten bijschaven. 

Het gevolg is dat velen niet meer malen om regels. Negatieve gevolgen van overtredingen – ruzie, ophef, schandalen, boetes en zelfs gevangenisstraf – schrikken hen amper af. Winnen is het enige wat telt. Daarom volstaan meer regeltjes niet om hen in toom te houden. Trump heeft heel wat niet-wettelijke, onuitgesproken regels gebroken wanneer dat hem goed uitkwam. Dat het slecht staat als je je familieleden in het Witte Huis op cruciale posities benoemt, bijvoorbeeld. En zelfs wetten houden Trumps kring amper tegen. In zijn omgeving werden ontstellend veel mensen al tot gevangenisstraf veroordeeld omdat ze geen gebod en geen wet erkennen. Ook Trump wacht een reeks rechtszaken zodra hij aftreedt. De bully zoekt en vindt manieren om afspraken te omzeilen. Dat doet hij al zijn hele leven. Precies daarom gaat het over opvoeding, over wat je leert als je jong bent: verantwoordelijkheid nemen voor je eigen gedrag, aan jezelf schaven, rekening houden met anderen, dankbaar zijn voor wat anderen voor je doen, zelfs al geven ze je een uitbrander. Je leert erop te vertrouwen dat het goed komt met jou, wanneer het goed gaat met de anderen om je heen. 

Die lessen vragen snelle, soms strenge interventies vanaf de vroege jeugd, terwijl de voordelen van karaktervorming pas later duidelijk worden. Karakter is een kwestie van gewoonten, wist Aristoteles. Goede gewoonten kun je leren. Dat is de moeilijke taak van de opvoeder. Hij moet die gewoonten incarneren, en ze overbrengen. Hij moet ook een tijdsspanning overbruggen en heeft daarom exemplarische verwijzingen nodig: ‘Nu corrigeer ik je, maar zie eens wie je kunt worden, als je die moeilijke lessen leert.’ 

De opluchting van Jones is begrijpelijk: kinderen en jongeren leven van voorbeelden, en het is goed dat de ‘First Bully’ werd afgestraft. Maar daarmee is de samenleving niet gered. Onbezonnen, manipulatief, oneerlijk of agressief gedrag kan verdoken en subtiel zijn. Trump kon gedijen omdat de ‘mores’ al een tijdje naar de haaien waren. En veel manipulatoren hebben amper een politieke kleur, omdat ze zich alleen om hun eigen positie bekommeren. Van Jones gaf alvast een goede aanzet: de alledaagse gesprekken over karakter, opvoeding en principes moeten opnieuw worden gevoerd. En niet alleen in Amerika.”

Deze column verscheen in De Standaard op donderdag 12 november 2020.

Interview in Trouw: ‘Hét gevaar van onze tijd? Dat iedereen in zijn eigen waarheid gelooft’, op 30 okt. 2020.

“Politici die onderweg naar de Tweede Kamer door agressieve activisten voor ‘kinderverkrachter’ worden uitgemaakt. Bezorgde burgers die vrezen dat bij corona-vaccinaties een chip wordt ingebracht, waarmee Bill Gates ons overal kan volgen. De NOS die voortaan het logo van hun busjes verwijdert, na aanhoudende bedreigingen. Voor de Vlaamse filosofe Tinneke Beeckman is het een extra gekke gewaarwording om naar nieuws over Nederland in 2020 te kijken. Extra gek, omdat zij vijf jaar geleden precies deze opmars van complotdenken voorspelde. 

Nog voordat termen als nepnieuws en post-truth gemeengoed waren, beargumenteerde Beeckman in haar boek Macht en onmacht dat hét onderliggende probleem van de samenleving is dat we massaal zijn gaan geloven dat ‘iedereen zijn eigen waarheid heeft.’ Ze schreef dat de waarheid in ‘levensgevaar’ verkeert, dat we weg moeten van het vage postmoderne denken waarin alleen maar interpretaties bestaan, en terug naar het Verlichtingsideaal van streven naar gedeelde feiten. Nee, niet iedereen heeft zijn eigen waarheid, dat zou elk gesprek of zoektocht naar common ground onmogelijk maken. Iedereen heeft perspectieven op de waarheid, en hoe meer we die met elkaar delen en in gesprek gaan, hoe beter het maatschappelijke gesprek, bepleitte Beeckman destijds.

Haar boodschap lijkt nu urgenter dan ooit.

Hoe verklaart u de populariteit van complottheorieën tijdens de coronacrisis?

“Ik denk dat mensen bij grote gebeurtenissen op zoek gaan naar grote oorzaken. Dat is altijd al zo geweest. Spinoza beschreef in de zeventiende eeuw al hoe pandemieën een enorm gevoel van angst en onzekerheid teweeg brengen. Zo’n pandemie is eigenlijk te groot om te begrijpen. Dat kan voor ons gevoel eigenlijk niet komen door toeval, of door natuurlijke omstandigheden, zoals het eten van vleermuizen. Er moet haast een soort machinatie achter zitten: een groter plan dat het in werking heeft gezet. In de zeventiende eeuw had je vaak theologische machinaties: het is de straf van God. Dat kan nu niet meer. Dus komt de oorzaak te liggen bij wie macht heeft: de politiek, big business, de farma-industrie of iemand als Bill Gates.”

“Telkens wanneer grote dingen gebeuren, zoals een oorlog of pandemie, zijn mensen bereid te lijden of het moeilijk te hebben. Maar ze willen wel weten waarom. Ze nemen er geen genoegen mee dat het zo doelloos lijkt. Dat het eigenlijk maar toeval en chaos is. Veel complottheorieën geven een structuur in die chaos. Houvast. De duidelijkheid van: eigenlijk is het de overheid of Bill Gates die aan de touwtjes trekt.”

Het is makkelijk om in een eigen bubbel te belanden, met Youtubevideo’s die vooral bevestigen wat kijkers al denken of juist steeds extremere content aanbieden om ze op het platform te houden. Waarom is het volgens u zo gevaarlijk als mensen in ‘hun eigen waarheid’ geloven?

“Omdat het probleem voor elke menselijke geest precies zit in het onderscheiden wat de feiten zijn, en om daarin vooral tegen jezelf te kunnen denken. Dat is echt denken. Niet alleen op zoek gaan naar de bevestiging van je gelijk of wat je emotioneel aanspreekt. Maar willen zien dat je het misschien bij het verkeerde eind hebt. Die algoritmes van bijvoorbeeld Youtube maken dat moeilijk, omdat je informatie voorgeschoteld krijgt die aansluit op de theorieën die je al gelooft. Youtube en Facebook verdienen met wat de meeste ophef maakt, wat zorgt voor een nieuwe kapitalistische ontsporing van alles wat met waarheid en feiten te maken heeft.”

“Mijn tip: probeer niet te denken vanuit angst, want dat is juist waar veel complottheorieën op inspelen. Spinoza waarschuwde al voor charlatans en zwendelaars die misbruik maken van de wanhoop die voortkomt uit leed en tegenslag. Volgens mij lijkt dat mechanisme, die gevoeligheid voor bijgeloof, op hoe mensen nu zo open staan voor complotten. Maar wees kritisch, vooral naar jezelf dus.”

Tegenwoordig wordt je pas als kritisch denker gezien als je een argwanend denker bent, signaleerde u eerder. Wat is precies het verschil tussen die twee?

“Argwaan is niet voldoende voor kritisch zijn. Argwanende denkers gaan ervan uit dat 9/11 een inside job was. Ik vind ook niet dat we politici op hun blauwe ogen moeten vertrouwen. Ik zeg ook: denk voor jezelf, geloof nooit zomaar autoriteits- of gezagsargumenten. Maar als je argwanend bent, twijfel je vanaf het begin aan de goede trouw van de ander. Dat is het fundamentele verschil. Ik zou zeggen: wees kritisch op politici – presenteren ze de juiste feiten? laten ze zich niet in de luren leggen door lobbygroepen? – maar gebruik daarvoor de methodologie van de feiten. Vertrek niet vanuit het idee dat iedereen in de Tweede Kamer fundamenteel ter kwade trouw is.”

Veel complotdenkers vinden elkaar in hun wantrouwen naar de overheid, bedrijven, wetenschappelijke instituten en de media. Is dat wantrouwen dan onterecht?

“Soms zit er kritiek in verscholen die wel degelijk hout snijdt. Neem bijvoorbeeld Bill Gates. Ik ben dankbaar dat hij zijn fortuin wil aanwenden om de productie van een vaccin te faciliteren en het goedkoop te houden. Maar eigenlijk is het niet normaal dat dit van de goodwill van één superrijke of een paar superrijken afhangt, terwijl ze voor hun keuzes geen politieke verantwoordelijkheid hoeven af te leggen. Het lijkt me ongezond dat we in een economisch model zitten waarin een paar economische winnaars cruciale politieke beslissingen nemen. Bill Gates kan het goede willen, maar andere miljardairs doen dat misschien niet. ”

“In die zin is het begrijpelijk dat Gates een doelwit van complotdenken is, dat hij iedereen met chips zou willen vaccineren. Voor de groep die het gevoel heeft dat zij niets te zeggen hebben, ligt de fantasie van de almachtig elite voor de hand, die ook ten kwade alles kan bepalen. De onmacht die complotdenkers voelen sluit aan bij een reëel probleem. Alleen is het complot daarop geen antwoord.”

U zegt: het is van cruciaal belang om met z’n allen een gedeelde waarheid te erkennen. Waarom eigenlijk?

“Neem bijvoorbeeld klimaatopwarming. Je moet erkennen dat het er is, dat het feitelijk aantoonbaar is, en dan nog kan je verschillen over wat je moet doen. Hoe je de economie organiseert, het vervoer, levensstijl, voeding. Je kan hierover van mening verschillen. Maar als je zegt: klimaatverandering is een hoax, dan heb je een probleem. Want dan kan je niet eens meer debatteren over welke middelen je moet gebruiken om het probleem op te lossen. Hetzelfde geldt voor de pandemie. Je kan compleet verschillen van opvatting over welke maatregelen er genomen moeten worden, en zelfs óf er maatregelen genomen moeten worden. Maar ontkennen dat de pandemie er is, en al je energie steken in gekke theorieën over een onderdrukkende elite, is contraproductief.”

Tien procent van Nederland gelooft dat er rond corona vieze spelletjes gespeeld worden. Dat zijn niet allemaal harde complotdenkers. Hebben de ‘alternatieve feiten’ en een steevast liegende Trump ons in de war gebracht, of is dit het gevolg van een veel langer proces? 

“Ik denk dat het een langer proces is. Er wás al een grote voedingsbodem, met het postmoderne idee dat wat in een samenleving geldt als waar, slechts de interpretaties zijn die een machtsstrijd overleefd hebben. Dat idee is aan het eind van de vorige eeuw door volgers van Foucault dominant geworden. Als waarheid het gevolg is van macht, dan is er ook altijd een onderdrukt idee dat niet aan bod komt. Die evengoed een soort waarheid heeft, maar waarvan de aanhangers niet de middelen hebben om het als waar te doen gelden. Precies dit hebben complotdenkers overgenomen. Ze geloven in een elite die de macht heeft om alles te manipuleren, en die het volk kan bedriegen en verraden.”

“Wat het ingewikkeld maakt, is dat de verdrongen stem, de stem die niet aan bod mag komen, volgens deze redenering niet alleen de ware stem is, maar ook de moreel superieure stem. Dat gevoel zie je bijvoorbeeld ook bij rapper en complotdenker Lange Frans. Hij spreekt op zijn Youtubekanaal [inmiddels door Youtube verwijderd, red.] vanuit een underdogpositie. Juist dat hij niet serieus wordt genomen door journalisten en academici, is precies de aantrekkingskracht voor zijn volgers.”

“In de jaren ’90 gold een geloof in de vooruitgang van de liberale democratie. Maar na 9/11 en na de economische crisis van 2008 kantelde dat. Het optimisme is weg. Mensen hebben minder vertrouwen in elkaar, de overheid en media. Dan is het aantrekkelijk je te identificeren met zo’n underdog die opstaat tegen het systeem. Volgens mij is het herstellen van dat vertrouwen het allerbelangrijkste dat we kunnen doen tegen complotdenken. Hoe precies weet ik als filosoof niet, maar daar ligt wel de kern van het probleem.”

In het item van Arjen Lubach over de ‘fabeltjesfuik’ van Youtube, het algoritme waardoor complotdenkers in een spiegelpaleis van hun eigen ideeën belanden, zegt iemand: ‘Ik geloof niet in feiten.’ Gaat dat een stap verder dan ‘iedereen heeft zijn eigen waarheid?

“Ik denk dat het nóg meer laat zien dat sociale media, filterbubbels en Youtube-algoritmes kunnen leiden tot een vervreemding van de werkelijkheid. Je kan elke video aanklikken, lijkt het idee, en zelf bepalen in welke realiteit je wilt leven. Terwijl er wel degelijkheid een gedeelde werkelijkheid bestaat: ga bijvoorbeeld maar eens kijken in een ziekenhuisafdeling die vol ligt met coronapatiënten. Misschien zou het helpen om ‘activisten’ die de wet overtreden met het bedreigen of belagen van politici, zoals in dat Lubach-item te zien was, op de een of andere manier weer meer bij de werkelijkheid betrekken. Om ze uit hun bubbel te halen, en eens verplicht in die ziekenhuizen langs te laten gaan.”

Het is niet bewezen dat er meer complotdenkers zijn dan bijvoorbeeld honderd jaar geleden. Is het niet een fenomeen van alle tijden dat simpelweg bij de maatschappij hoort?

“Ja. Maar wat onze tijd echt anders maakt, is de tegenwoordig geaccepteerde gedachte: ik heb mijn eigen waarheid. Daar zit ook een soort narcistische component in, waar ik me zorgen over maak. Het narcisme zit erin dat je niet vatbaar bent voor de realiteit buiten jou, en alleen nog maar wil erkennen wat jou goed uitkomt. Je ziet het ook met Trump en zijn leugens: mensen worden beloond voor de mate waarin ze een succesvol, glorieus beeld van zichzelf kunnen opleggen, ondanks wat ze in realiteit presteren. Dat is ook het gevolg van het loslaten dat er zoiets bestaat als ‘de waarheid’ waar we allemaal over kunnen praten of aan kunnen bijdragen. Mensen nemen zichzelf als belangrijkste criterium voor waarheid. Terwijl die algoritmes van bijvoorbeeld Youtube er dus voor zorgen dat kijkers juist zien wat ze al geloven.”

Heeft u tips voor lezers die in gesprek willen gaan met complotdenkende naasten?

“Wees empathisch. Probeer dieper te graven naar welke motieven erachter zitten. In de VS sprak een sociologe Trumpaanhangers door de het hele land vanuit de vraag: wat motiveert u? Ze schreef er een mooi boek over, Strangers in their Own Land, waarin je als lezer een nieuw begrip krijgt voor het gevoel dat bij veel erg conservatieve Amerikanen leeft, het gevoel van de American Dream die niet is waargemaakt. Dat gevoel bestaat niet alleen in de VS. Dus probeer te luisteren naar wat er achter het verlangen naar complotdenken zit.”

U schreef eerder een boek over uw held Spinoza. Wat zou zijn tip zijn voor Nederland anno 2020?

“Ik denk ook om niet alleen rationalistisch naar de inhoud van ideeën van anderen te kijken, maar op zoek te gaan naar de motieven, gevoelens en passies die erachter liggen. Veel complotdenkers zijn eigenlijk zeer betrokken burgers: ze steken enorm veel energie in wat in hun ogen het goede is voor de maatschappij. Probeer mét die passies te werken, zou Spinoza denk ik zeggen, en niet tegen die passies.”

Dit interview door Maarten Van Gestel verscheen in Trouw, op 30 oktober 2020.