‘Podcast Filosofie’ over Machiavelli

Podcast Filosofie van ‘Centre Erasme‘ interviewde me over Niccolo Machiavelli (1469-1527). Ik leg uit wat me het meest boeit aan deze Florentijn, en waarom hij de moeite is om vandaag de dag te leren kennen.

“Realisme is de hoogste vorm van idealisme” 
Op deze manier stelt Niccolò Machiavelli dat het algemeen belang niets heeft aan tandeloze deugdzaamheid. 
Waarom was Machiavelli geen Machiavellist? 
Hoe kan je vrij lijken, maar niet werkelijk vrij zijn? 
En hoe kan een individueel streven naar roem het algemeen belang dienen? 
Te gast is Tinneke Beeckman 
De denker die centraal staat is Machiavelli”

Deze vragen komen ook aan bod in mijn boek ‘Machiavelli’s Lef‘ (Boom, 2020).

Op de site van ‘Podcast Filosofie‘ kan je nog heel veel andere gasten over inspirerende denkers vinden…

“Wat als coronavirus een blijvertje blijkt?” interview Trouw

Voor het ‘Filosofisch Elftal’ in Trouw interviewde Alexandra van Ditmars me, samen met Bas Haring. Dit verscheen in Trouw op donderdag 9 december 2021.

Wat als het coronavirus een blijvertje blijkt?

Het Filosofisch Elftal geeft gehoor aan de oproep om na te denken hoe het coronavirus ons leven op de lange termijn beïnvloedt. ‘We moeten leren op een andere manier tegenover de natuur te staan en in te zien dat onvoorspelbaarheid bij het leven hoort.’Alexandra van Ditmars 9 december 2021

De regering moet een nationale denktank opzetten die nadenkt over hoe om te gaan met het coronavirus op de lange termijn, zei Femke Halsema afgelopen weekend in Buitenhof. De Amsterdamse burgemeester denkt daarbij niet alleen aan voorstellen die betrekking hebben op de zorg, maar ook op de economische en sociale gevolgen. Voorstellen formuleren voor de komende een à twee jaar kan de bevolking volgens haar ‘het noodzakelijke perspectief geven’, omdat ze dan weet dat ‘we verder nadenken over hoe het leven fijner en van betere kwaliteit wordt, ongeacht covid’. Het Filosofisch Elftal buigt zich alvast over deze vraag. Wat is er nodig om als burgers een goed leven te leiden in een land met corona, ongeacht de besmettingscijfers?

“Een van de dingen die je kunt doen is meer inzetten op preventie in de gezondheidszorg”, zegt filosoof en columnist Tinneke Beeckman. “Mensen met onderliggende aandoeningen belanden door corona in het ziekenhuis, maar vaak ook mensen met bijvoorbeeld overgewicht. Aan het begin van de pandemie werd nog wel gezegd dat het van belang is dat we bewegen, gezond eten, een vast ritme aanhouden. Maar daar hoor je nu bijna niemand meer over, terwijl een gezonde levensstijl ervoor zorgt dat je het virus fysiek beter aankunt en ook bevorderend werkt voor de mentale gezondheid. Bovendien is het een advies dat de farmaceutische industrie niet dient. Onder anderen antivaxxers wantrouwen die kapitalistische industrie, en daardoor ook de huidige maatregelen. Door op iets te wijzen wat voor iedereen beter is en losstaat van de farmaceutische wereld creëer je de gelegenheid om als overheid de band met de burger te herstellen.”

Het is verstandig om op een andere manier te gaan leven

“Inzetten op vaccinatie is ook een vorm van preventie”, reageert Bas Haring, filosoof en bijzonder hoogleraar publiek begrip van de wetenschap aan de Universiteit Leiden. “En daar hoor je juist heel veel over. Maar naast het denken op kortere termijn dat zich richt op hoe de cijfers ervoor staan en of we modellen als 2G moeten invoeren is er inderdaad ook een langetermijnvisie nodig. In literatuur en film zien we vaak het belang van een wijs iemand die niet meegaat in de waan van de dag en zaken vanuit een breder perspectief overdenkt. Denk aan Merlijn bij King Arthur, Yoda in Star Wars of Gandalf in Lord of the Rings. Een denktank kan een soortgelijke rol vervullen. Het is verstandig om op een andere manier te gaan leven in de komende jaren. Neem onze omgang met dieren. We weten dat covid-19 een zoönose is, een infectieziekte die van dier op mens kan overgaan. Toch houden we nog steeds vaak veel dieren op elkaar en wonen we er ook nog eens vlakbij, bijvoorbeeld in Brabant. Ook is het misschien tijd om ons begrip van solidariteit te verbreden. Het zou goed kunnen dat de omikronvariant een gevolg is van dat er in Zuid-Afrika weinig is gevaccineerd. Bij de inkoop van vaccins dachten westerse landen vooral aan hun eigen bevolking en niet aan andere landen. Nu merken we: de manier waarop wij nadenken over solidariteit is te beperkt, en we hebben ook nog eens onszelf daarmee.”blob:https://tinnekebeeckman.wordpress.com/7ae68450-c4cf-46cc-8095-4fdca6faff34https://acdn.adnxs.com/dmp/async_usersync.html

Beeckman: “We hebben te maken met een onzichtbaar monster. Doorgaans overheersen we de natuur zo dat we er niet meer aan gewend zijn als dat niet lukt. Er gaat veel aandacht uit naar het herwinnen van de controle: het virus moet verslagen worden, daarvoor moeten wij ons focussen op wetenschap en techniek, en dan zullen we als heer en meester uit de strijd komen. We moeten leren om op een andere manier tegenover de natuur te staan en in te zien dat onvoorspelbaarheid bij het leven hoort. Het is fantastisch dat we vaccins kunnen ontwikkelen, maar die geven geen volledige controle: ze kunnen bijvoorbeeld niet bestand zijn tegen nieuwe varianten. Machiavelli, een Italiaanse filosoof uit de vijftiende eeuw, wees erop dat het lot nooit helemaal te beheersen valt, maar deels wel in goede banen te leiden valt. Je moet zoveel mogelijk proberen te doen, maar ook aanvaarden dat er dingen gebeuren die je niet kunt beheersen en daar zonder berouw – en zonder anderen de schuld te geven – tegenover staan. Dat laatste punt is ook van belang met betrekking tot corona, want we wijzen graag beschuldigend naar ongevaccineerden, de overheid of andere landen.”

Het botst met ons idee dat we de vrijheid hebben precies te leven zoals we willen

Haring: “Dankzij wetenschappelijke kennis is de wereld wel voorspelbaarder geworden. De situatie had er heel anders uitgezien als we niet binnen een jaar een vaccin hadden ontwikkeld. Maar acceptatie van het feit dat dingen ons nu ook eenmaal overkomen is inderdaad van belang, en dat is lastig in deze maatschappij waarin sprake is van een drang naar controle en perfectie. Het botst ook met ons idee dat we de vrijheid hebben om ons leven precies te leven zoals we willen – dat blijkt nu toch wat anders te liggen.”

Beeckman: “We mogen ons ook anders verhouden tot vrijheid en burgerschap. Vrijheid draait niet alleen om het individuele verlangen om te doen wat je wil, waarbij je denkt: als ik iets wil, wie heeft dan de legitimiteit om mij daarin te belemmeren? Deze negatieve vrijheid is nu wel dominant. Toen het onverwachte zich aandiende – in de vorm van een pandemie – werd een appel gedaan op een soort burgerschap dat niet meer duidelijk besproken wordt: dat je als burger dingen moet doen die haaks staan op wat jij individueel wilt, bijvoorbeeld geen feestjes geven. Dat wordt nu gezien als onvrijheid. Terwijl je vanuit Machiavelli ook kunt denken aan het republikeinse burgerschap, waarbij je vrij bent dankzij het feit dat je lid bent van een gemeenschap, waarin zaken als onderwijs en gezondheidszorg jouw leven juist mogelijk maken.”

In ‘De Afspraak op vrijdag’, 3 dec 2021

Vrijdag 3 december was ik te gast bij Ivan De Vadder in ‘De Afspraak op Vrijdag’ op Canvas, samen met Bart De Wever (voorzitter N-VA, burgemeester Antwerpen) en Noël Slangen (politiek commentator). We hadden het over kernenergie, het overlegcomité over covid (met onder meer Frank Vandenbroucke) en de kandidatuur van Eric Zemmour in Frankrijk.

“Ik denk dat het wachten is op nieuwe partijen of personen die een gelijkaardig ongenoegen, op Vlaamse, Franstalige of Belgische manier, kapen.”
@TBeeckman op de vraag of iemand als @ZemmourEric ook in ons land kans zou maken.
#deafspraak #opvrijdag

Originally tweeted by De Afspraak (@deafspraaktv) on December 3, 2021.

Interview over de stand van de regering, De Zondag, 21 nov 2021

Journalist Paul Cobbaert interviewde me – samen met politicoloog Dave Sinardet – over de stand van de regering. Dit interview verscheen in De Zondag op 21 november 2021.

Is Bart De Wever wereldvreemd geworden? Weet Tom Van Grieken wat hij écht wil? Was Petra De Sutter beter lid geworden van CD&V? Is Conner Rousseau te veel marketeer? Halfweg de legislatuur maken wij het rapport op van de partijen. We doen hiervoor beroep op twee kenners: Tinneke Beeckman, politiek filosofe, en Dave Sinardet, professor politicologie aan de VUB. Het oordeel is streng, maar rechtvaardig.

N-VA (24,8 procent voor het Vlaams parlement op 26 mei 2019): Een wereldvreemde voorzitter?

Sinardet : “N-VA zou vandaag wellicht iets minder goed scoren. Ze zit Vlaams in de meerderheid en federaal in de oppositie en vindt geen antwoord op die lastige spreidstand. Ook Vooruit en Groen zitten in die situatie, maar het is toch vooral N-VA die ermee worstelt. Ze slaagt er bovendien niet in om te bewijzen dat de Vlaamse regering beter werkt dan de federale. Dat is niet goed voor een Vlaamsgezinde partij. Uit onderzoek blijkt ook dat de bevolking in deze coronacrisis meer vertrouwen heeft in De Croo dan in Jambon. Je voelt dat binnen de partij een machtsverschuiving aan de gang is. De ster van Jan Jambon is tanende, Zuhal Demir wordt populairder. De partij staat voor nog een moeilijke uitdaging: vormt ze een coalitie met Vlaams Belang of niet? Dat kan in 2024 een verscheurende keuze worden.”

Beeckman : “N-VA valt inderdaad tussen twee regeringen. Ik heb het gevoel dat voorzitter Bart De Wever te veel bezig is met de vorige en de volgende verkiezing. Hij communiceert te veel over de mislukte regeringsvorming en zijn frustraties tegenover De Croo. Het is bijna wereldvreemd. De burger wil dat allemaal niet weten, de burger wil oplossingen voor de crisis waarin we nu zitten. Dat komt natuurlijk ook omdat hijzelf nog geen echte veranderingen heeft kunnen doorvoeren. Gelukkig voor de partij is er iemand zoals Zuhal Demir die zich wél profileert op actuele thema’s zoals vervuiling en energie. Zij toont lef, wat belangrijk is in de politiek.”

Vlaams Belang ( 18,5 procent ): Quo vadis*, Van Grieken? (*waar gaat gij heen?)

Sinardet : “Ik schat Vlaams Belang vandaag iets hoger in. Corona is niet het ding van die partij, maar zij wordt daar niet op afgerekend. De partij heeft een stabiel electoraat dat stemt voor haar migratiestandpunt. Bovendien profiteert zij van het ongenoegen. Álle partijen staan er slecht voor, omdat veel mensen hun buik vol hebben van de partijpolitiek. Vlaams Belang en PVDA kapitaliseren daarop en doen zich voor als ‘anders’. Vanuit zijn perspectief pakt Tom Van Grieken het goed aan. Je kan je wel vragen stellen over zijn personeelsbeleid. Wil hij écht het cordon breken en aan de macht komen? Waarom kiest hij dan mensen zoals Dries Van Langenhove? Dat is niet consequent. Hij moet weten wat hij wil.”

Beeckman : “Vlaams Belang is, naast de kleinere PVDA, de enige echte oppositiepartij: dat is een groot voordeel. Alle andere partijen worden gelinkt aan het beleid. Onderschat de onvrede niet. Toen Jürgen Conings een aanslag wou plegen op Marc Van Ranst, was er in een mum van tijd een Facebookpagina met 40.000 leden. Dat zegt iets over het ongenoegen onder de burgers. Ook over het covid-beleid is het ongenoegen groot. Bovendien heeft de partij enkele sterke politici. Een Barbara Pas bijvoorbeeld kent de regels van de oppositiekunst. Anderzijds voel je ook verdeeldheid: over corona, maar ook over beleidsdeelname. Van Grieken wil besturen, maar dat zal niet lukken met Dries Van Langenhove en Sam van Rooy.”

CD&V ( 15,4 procent ): Te veel schaap, te veel wol?

Sinardet : “De toekomst van CD&V oogt niet rooskleurig. De partij worstelt al jaren met een diepe identiteitscrisis, meer dan andere traditionele partijen. Het fundament van CD&V is een historische breuklijn die maatschappelijk onbelangrijk is geworden, namelijk katholieken versus vrijzinnigen. Bovendien heeft ze geen spraakmakende regeringsleiders meer. Voorzitter Joachim Coens? De casting van de ministers in de federale regering was zijn beste zet. Zelf komt hij minder goed uit de verf. Hij lijkt een kruising tussen Wouter Beke en Kris Peeters. Ik voel vooral veel wolligheid, opnieuw. Hij lijkt ook niet altijd goed aan te voelen wat er leeft. Ik heb nooit begrepen waarom hij bij de formatie vooral inzette op het ethische en het communautaire.”

Beeckman : “Laat me eerst het positieve zeggen: CD&V heeft waardige ministers die niet meegaan in de polarisering op sociale media. Ik vind dat knap. De partij heeft het echter moeilijk om zich te profileren. Er zijn wel mensen zoals Wouter Beke en Sammy Mahdi die vanuit een ideologisch kader spreken en handelen, maar de partij kan dat niet goed vertalen naar het brede publiek. Een probleem is ook dat de Vlaamse regering moeilijk uit de verf komt in de coronacrisis. Wouter Beke wordt voortdurend overruled door Frank Vandenbroucke. Bovendien doen schandalen zoals PFOS en Arco haar imago van verantwoordelijke beleidspartij geen goed. We gaan wellicht naar een hertekening van het partijlandschap en CD&V zal daar zeker deel van uitmaken.”

Open VLD ( 13,1 procent ): Waar is de vrijheid?

Sinardet : “Open VLD heeft één grote troef: Alexander De Croo. De premier is overduidelijk de populairste politicus van het land, ondanks de vele aanvallen. Ze slaagt er echter niet in om die populariteit over te zetten naar de partij. Het merk De Croo is populair, het merk Open VLD helemaal niet. Voorzitter Egbert Lachaert heeft echter beperkte speelruimte, net omdat hij de premier levert. Dat is een verschil met MR-collega Bouchez die voortdurend communiceert. Het zal erop aankomen de premier en zijn beleid zo sterk mogelijk in de verf te zetten en te hopen dat dat overal in Vlaanderen aanslaat.”

Beeckman : “Open VLD ondervindt het meeste last van de covid-crisis. Het liberalisme wil maximale vrijheid voor het individu en minimale macht voor de staat. Covid dwingt de regering om het omgekeerde te doen. Maar het probleem zit dieper. De partij kijkt vooral naar de cijfers. Men wil de cijfers naar beneden en weer leven zoals voordien. Men vergeet echter het fundamentele debat te voeren. Zou het niet kunnen dat vrijheid een nieuwe invulling moet krijgen? Dat is waar Open VLD mee bezig moet zijn. Ik mis een diepgaande reflectie over de crisis. Dat is trouwens een probleem van de meeste partijen en komt ook in het klimaatdebat naar voren.”

Vooruit ( 10,4 procent, toen SP.A ): Waar zijn de boegbeelden?

Sinardet : “Er zit een positieve dynamiek in Vooruit, vooral dankzij voorzitter Conner Rousseau. Hij heeft komaf gemaakt met interne conflicten en de macht van lokale baronieën. De electorale sprong lijkt echter uit te blijven, volgens de peilingen. Dat wordt de uitdaging. Rousseau is populair, maar kan hij dat overzetten op Vooruit? Voorlopig te weinig. De omvorming van partij naar beweging, wat is dat eigenlijk? En dan die online peiling, de big shift , die ziet er vooral knullig uit met weinig geloofwaardige vragen. Het is te veel marketing, vind ik. Het is ook dramatisch dat zo’n partij moet teruggrijpen naar Vandenbroucke, hoe sterk die man ook is, om vicepremier te worden. Dat zegt iets over het aantal sterke figuren.”

Beeckman : “Vooruit is erg afhankelijk van het succes van Conner Rousseau en Frank Vandenbroucke. Er moeten meer mensen opstaan. De voorzitter doet het niet slecht, vind ik. Het is een dynamisch iemand, sterk aanwezig op sociale media. Hij heeft ideologisch weinig fond , maar pretendeert ook niets anders. In het begin van de crisis was het sterk hoe de partij opkwam voor de gewone mensen die de maatschappij doen draaien, maar te weinig betaald worden. Dat was consistent met haar ideologie. Ze kan de woorden echter niet omzetten in daden. Of toch onvoldoende. Vooruit moet nu hopen dat de crisis niet blijft aanslepen. Als de regering het virus niet onder controle krijgt, zal dat afstralen op Vandenbroucke.”

Groen ( 10,1 procent ): Een groen leven, een duur leven?

Sinardet : “Groen zou vandaag wellicht een gelijkaardig resultaat behalen. Dat is niet goed, want het klimaat staat hoger dan ooit op de agenda. De partij is echt aan zelfreflectie toe. Ze is na de verkiezingen gewoon verder gegaan, met dezelfde voorzitter. Intussen zijn ook interne conflicten naar buiten gekomen. Petra De Sutter is dan wel een sterke vicepremier, ze doet eerder denken aan iemand van CD&V. Zij mag af en toe wat kleurrijker zijn. Ze hoeft daarom geen Bouchez te worden, maar het andere uiterste is ook niet goed. Al heeft ze wel pech met haar bevoegdheden. Wat kan zij doen met ambtenarenzaken en overheidsbedrijven? Dat is niet goed gespeeld door voorzitter Meyrem Almaci. En dan is er nog het energiedebat, waar Groen haar boodschap moeilijk verkocht krijgt.”

Beeckman : “Groen is wel een partij die op lange termijn durft denken. Als het over de klimaatverandering gaat, wil zij meer dan enkele cijfers doen dalen. Zij wil een andere manier van leven. Ook positief is dat Petra De Sutter en Tinne Van der Straeten wegen op de regering. Ook Wouter De Vriendt komt sterk uit de verf. De voorzitter is dan weer afwezig in het debat, maar dat blijkt niet problematisch. De kernuitstap is echter een moeilijk dossier. Veel zaken komen samen: energie, stikstof, facturen, zelfs de gastoevoer vanuit Wit-Rusland en migratie. Dit is echt een pechdossier voor Groen. Bovendien versterkt de hoge energiefactuur het beeld dat groene oplossingen dure oplossingen zijn. De partij kan dat maar moeilijk weerleggen.”

Sinardet : “De PVDA capteert net zoals Vlaams Belang vooral onvrede over de politiek. Er is niet toevallig overlap tussen de kiezers. De stap van Vlaams Belang naar PVDA is voor sommigen niet zo groot. De partij is ook zichtbaarder geworden, nu ze in het parlement zit. Dat biedt perspectief. Een Jos D’Haese bijvoorbeeld is een nieuw boegbeeld. De PVDA is een blijver, in tegenstelling tot ROSSEM en Lijst Dedecker. Of de partij nog kan groeien, zal grotendeels afhangen van de opvolger van Peter Mertens. Wordt dat Raoul Hedebouw, dan zie ik nog vooruitgang mogelijk. Hij is een goede debater en communicator.”

Beeckman : “De PVDA is een kleine partij, maar weegt wel op het debat. Zie PFOS, zie de pensioenen, zie de lonen van politici. Ze doet dat beter dan Vlaams Belang, zeker in het Vlaams parlement. Dat maakt dat andere linkse partijen bang worden. De PVDA heeft ook de tijdsgeest mee. Het communisme is een collectief verhaal. In tijden van crisis scoort zoiets beter dan een individualistisch verhaal. Natuurlijk moeten de cijfers gerelativeerd worden. Vlaams Belang kan veel meer kiezers overtuigen dan PVDA. Dat heeft met migratie te maken, maar ook met de pro-Belgische opstelling van PVDA. Dat speelt niet in haar voordeel, denk ik.”

“Zemmour en de trukendoos van Cicero”, DS, 4 nov 2021

Éric Zemmour is mogelijk een Franse presidentskandidaat volgend jaar. De man is al jaren een veelbesproken en gelezen journalist, auteur en polemist. Hij heeft ­extreemrechtse ideeën neergepend in bestsellers, zoals zijn laatste, La France n’a pas dit son dernier mot. Verder heeft Zemmour nog nooit deel uitgemaakt van een politieke partij en heeft hij geen ­enkele bestuurservaring. Hij lanceerde geen concrete, constructieve beleidsvoorstellen. Elke politieke vraag – over ecologie, koopkracht, onderwijs, buitenlands beleid … – probeert hij terug te brengen tot zijn thema’s: migratie, islam of nationale soevereiniteit. Toch staat hij al enkele weken buitengewoon hoog in de peilingen. Misschien haalt hij zelfs de tweede ronde. Zijn succes heeft met veel factoren te maken, die in deze krant al bij Ruud Goossens aan bod kwamen (DS 2 oktober).

Maar ook Zemmours buitengewone retorische vaardigheden spelen een rol. De retorica was al belangrijk in het Athene van Aristoteles en in de Romeinse ­republiek van Cicero. Quintilianus schreef zijn basiswerk De opleiding tot ­redenaar tweeduizend jaar geleden. De kerkvader Augustinus wordt door kenners als het retorische genie van het christendom omschreven – bijvoorbeeld Wilfried Stroh in Die Macht der Rede

Socratische redenering

Retoriek is des te belangrijker, omdat ­mediaoptredens doorslaggevender worden om politiek carrière te maken. ­Emmanuel Macron was voor zijn presidentschap nooit verkozen; hij werkte eerst als raadgever, dan als minister van Economie en Financiën onder zijn socialistische voorganger, François Hollande. Blijkbaar keren burgers vandaag de dag zich zo tegen de politiek dat wie zich als buitenstaander, zelfs als einzelgänger ­opstelt, harten en geesten kan veroveren. Dit zijn dus de ideale omstandigheden voor iemand die retorische kneepjes goed beheerst. Ik geef enkele voorbeelden.

Het doel van de argumentatie is de toehoorder te overtuigen. Volgens Aristoteles heeft de spreker daartoe drie middelen: zijn ethos (reputatie), de ­logos (argumenten) en de pathos (emoties die het betoog oproepen). Van die drie is ethos waarschijnlijk het belangrijkst: het imago van de spreker is cruciaal. Op dat vlak benadrukt Zemmour zijn bescheiden achtergrond: ‘Ik behoor niet tot de rijke, Parijse elites, ben opgegroeid in de banlieues, mijn Joodse ­familie kwam uit Algerije, ze heeft de waarden van de republiek Frankrijk omarmd.’ Zemmour schrijft bewonderend over de grote helden van de geschiedenis, zoals Napoleon of Charles de Gaulle. Daarmee sluit hij aan bij het Franse verlangen naar grootsheid. Tegelijk wijst hij er telkens op dat hij slechts een dwerg is naast die reuzen. Hij appelleert dus aan de herkenning van een groot deel van de bevolking: ‘Ik ben zoals jullie.’ 

Onder ‘logos’ vallen de redelijke argumenten die stellingen onderbouwen. Zemmour gebruikt regelmatig een ­socratische redenering: hij herdefinieert een begrip en rekent daarbij op de instemming van de tegenstander. Zodra zijn gesprekspartner die geeft, zet die zichzelf echter klem. Want Zemmour bouwt meteen voort op die nieuwe definitie om het ongelijk van de ander te ­bewijzen. Hij gebruikt dit middel ook opvallend vaak om de beschuldigingen aan zijn adres tegen de ander te keren. Wordt hij beschuldigd van racisme, dan herdefinieert hij dat begrip zodat het perfect past om op de ander van toepassing te zijn: ‘Maar u bent hier de racist!’

Het tijdperk van clashes

Om helder te argumenteren, moet de ­debatteerder kalm blijven. Dat lukt Zemmour meestal behoorlijk goed, terwijl zijn tegenstanders de indruk geven zich op te winden, verward te klinken of boos te worden. Zemmour dwingt zijn tegenstander makkelijk in die nadelige positie door zich formeel beleefd, maar eigenlijk laatdunkend over de ander uit te ­laten. Op sociale media circuleren tientallen filmpjes van dergelijke ‘clashes’. in L’Ére du clash analyseert Christian Salmon hoe provocatie en transgressie ­bepalend zijn geworden voor het politieke gesprek dat in de media wordt gevoerd. 

Zemmour haalt soms de bovenhand, omdat hij met gemak denkers en schrijvers kan citeren. De klassieke retorische opleiding besteedde veel aandacht aan het geheugen. Critici merken wel op dat zijn historische referenties soms onvolledig, onnauwkeurig of ronduit fout zijn. Maar weinig respondenten hebben de bagage om Zemmour terstond van antwoord te dienen. 

Pathos is ten slotte het derde element van de retoriek: een succesvol spreker kan het oordeel van het publiek beïnvloeden door de juiste emoties op te wekken. Aristoteles meent dat een verhouding tussen pijnlijke en plezierige ervaringen belangrijk is. Zemmours ­repertoire is hier eenzijdig zwartgallig. Hij beroert zijn toehoorders door in te spelen op angst over dierbare waarden – Frankrijk verkeert in een burgeroorlog! Ook doorspekt hij zijn betoog met concrete voorbeelden over wantoestanden (oude mensen die lastiggevallen worden door crackhandelaars). Die trucjes kunnen doorzichtig lijken, maar ze werken wel. Als verkiezingen dus een mediaspektakel zijn, heeft Zemmour meerdere troeven.”

Deze column verscheen in De Standaard op donderdag 4 november 2021.

“Als alleen de ‘goede vrouw’ steun krijgt”, column DS, 21 okt. 2021

” Ook de rol van Ines De Vos roept vragen op.

De zaak-De Pauw ontlokte intense reacties, ook op sociale media. Daarbij horen felle steunbetuigingen aan de echtgenote van Bart De Pauw, Ines De Vos. Zij zou als ‘enige vrouw waardigheid’ uitstralen, of ‘vechten voor haar gezin’. Wat mij interesseert, is niet alleen­ welke feiten de betrokkenen hebben­ gepleegd, maar ook hoe het publie­ke debat over sociale rollen verloopt, en welk maatschappijbeeld daaruit spreekt. Wat mag je verwachten van een televisiester, een zaakvoerder, een werknemer of een gezinslid?

Dat de echtgenote als enige vrouw steun krijgt, verwondert me. Tenslotte was ze De Pauws manager. Later was ze zaakvoerder van het bedrijf Koeken Troef. In die functie wist ze al jaren dat er klachten waren over het gedrag van De Pauw. Woestijnvisbaas Wouter Vandenhaute informeerde De Vos in 2008 al dat De Pauw jongere vrouwen lastigviel op de set van Loft, bijvoorbeeld. En als zaakvoerder had De Vos professionele verplichtingen: ze moest erop toezien dat jonge vrouwen op de werkvloer van haar bedrijf in een veilige omgeving konden werken. Van De Pauw weten we dat hij aan jonge vrouwelijke collega’s eerst flirterige berichtjes stuurde, en dat dat uitdraaide op onophoudelijke stromen boodschappen, ook ’s nachts. Hij eiste daarbij dat die collega’s zijn berichten geheim hielden tijdens de werkuren. Nu wordt De Pauw aangeklaagd voor belaging en elektronische overlast. De juiste rol en betekenis van De Vos als baas is nog onduidelijk, maar vragen zijn er alvast wel.

De Pauw had blijkbaar sinds 1999 ook affaires met medewerksters (in brede­ zin), en zijn partner bleek daarvan op de hoogte. Dat meer private aspect­ van de relatie tussen De Pauw en zijn vrouw gaat niemand wat aan. De Vos hoeft haar keuzes aan niemand uit te leggen. Alleen had ze ook een professionele verhouding met De Pauw en (minstens indirect) met de vrouwen die hij in die context lastigviel. Dat ze zijn echtgenote is en moeder van zijn kinderen, verandert daar niets aan. Haar rol beperkt zich niet tot die van gezinslid. Ze heeft zelf gekozen voor een andere rol, met een andere maatschappelijke verantwoordelijkheid. Het is paternalistisch om haar die verantwoordelijkheid te ontkennen.

Anders gezegd, niet het gezinsleven staat hier ter discussie, maar de arbeids­voorwaarden voor werknemers in kwetsbare posities. Waar het om draait, is dat deze vrouwen als werkneemster een beroep willen kunnen uitoe­fenen zonder dat hun integriteit wordt geschonden. Dat het grensoverschrijdende gedrag van de baas ‘erbij zou horen’, is precies wat de vrouwen die op het proces getuigen, niet meer aanvaarden.

Los daarvan blijft de vraag welke voorstelling van de ideale echtgenote of moeder in deze steunbetuigingen doorschemert. Verdient een vrouw die haar echtgenoot naar de rechtbank begeleidt echt meer respect dan een echtgenote die een ontrouwe, stalkende man allang zou verlaten hebben? Zou die gescheiden vrouw minder van haar kinderen houden of minder voor hen proberen te zorgen? Is onophoudelijke steun voor de partner of vader voor kinderen altijd de beste optie? Ik zou het zo stellig niet durven te beweren. Daarbij klinkt de bewondering voor de houding van de vrouw in kwestie hypocriet zolang er geen kritisch woord volgt over de houding van de man die bereid is het welzijn van zijn gezin op te offeren aan zijn overspelige verlangens.

Het is merkwaardig om deze oubollige dubbele moraal nog aan te treffen: de man is professioneel buitengewoon geslaagd, maar heeft een zwak voor vrouwelijk schoon; de goede echtgenote blijft haar buitengewone man steunen en beschermt op die manier de waarde van het gezin. De ontevreden vrouwelijke collega’s, daarentegen, verdienen vooral afkeuring, omdat ze hun klachten openbaar hebben gemaakt, en de manier waarop ze behandeld werden als problematisch ervaren.

Deze zaak over seksueel grensoverschrijdend gedrag lijkt me een gelegenheid om voorbij bestaande sjablonen te kijken. Annelies D’Espallier, de ombudsvrouw gender van de Vlaamse ombudsdienst, gaf in De zevende dag aan dat niet alle slachtoffers van seksueel geweld vrouwen zijn. Ook mannen kunnen slachtoffer zijn. Het is belangrijk om die realiteit te erkennen. Daarnaast kunnen mannen of vrouwen in bepaalde gevallen misschien zelf geen dader zijn, maar wel als enabler fungeren. Dan maken ze het grensoverschrijdende gedrag­ van iemand anders mogelijk, door de dader te beschermen, de feiten toe te dekken of de slachtoffers in de kou te laten staan. Misschien is de tijd gekomen om ook die verantwoordelijkheden helder te onderzoeken.”

Deze column verscheen in De Standaard op 21 oktober 2021.

Dat Loft een bedenkelijke film is qua vrouwbeeld, analyseer ik in deze column uit 2014.

“Why we fight”, film van Alain Platel

Alain Platel en Mirjam Devriendt onderzochten de redenen waarom mensen vechten, in hun film ‘Why we fight’. En daarvoor verschijn ik als geïnterviewde filosoof. Hier is een recensie uit De Standaard, van Filip Tielens.

“Moeder, waarom vechten wij?

Van geësthetiseerd geweld in dans tot knokpartijen en grote oorlogen: in de prachtige, associatieve film Why we fight? exploreren Alain Platel en Mirjam Devriendt de vechtersbaas in de mens.

Trek elkaars kleren uit en probeer je eigen outfit zo lang mogelijk aan te houden: dit op het eerste gezicht hoogstens ondeugende kinderspelletje lag aan de basis van Nicht schlafen (2016), een van de mooiste dansvoorstellingen van choreograaf Alain Platel. In de openingsscène gingen de dansers elkaar speels te lijf, maar al gauw was de fun er af. Het geweld, dat begon zonder duidelijke redenen, veroorzaakte een cyclus van steeds meer geweld. Uitgeput en halfnaakt bleven de dansers na die langgerekte, heftige scène achter op het slagveld, met achter hen een paardensculptuur die Berlinde De Bruyckere ontwierp als herinnering aan de vele zinloos gesneuvelde paarden tijdens de Eerste Wereldoorlog.

De vraag ‘waarom vechten we?’ bleef Platel ook de jaren nadien fascineren. Fotograaf en filmmaker Mirjam Devriendt, een nauwe medewerker van De Bruyckere, raakte op haar beurt in de ban van Nicht schlafen en begon de dansers te filmen. Die beelden vormen nu, vijf jaar later, het kloppende hart van Why we fight?, de film die ze met Platel creëerde. In close-up zien we de rauwe emoties van dansers die elkaar te lijf gaan, maar later ook teder voor elkaar zorgen. Bijzonder knap zijn haar schokkerige slowmotionbeelden, die de dans vervormen tot een bewegend, impressionistisch schilderij, met Mahler als muzikale gezel.

Trigger warning

De immer bescheiden Platel is zelf niet te zien in de film. Wel geeft hij het woord aan drie dansers, die eerlijk en eloquent vertellen over hun ervaringen met geweld. Hun woorden worden gedrapeerd over de prachtige dansduetten, die op hun beurt worden doorsneden met archiefbeelden. Soms met nadrukkelijke fysieke gelijkenissen, zoals oproerpolitie die betogers de kleren van het lijf scheurt, maar ook (trigger warning!) beelden van bewakingscamera’s die straatgeweld filmen en zelfs dieren die elkaar in de haren vliegen.

Via zwart-witbeelden keren we ook terug naar de tijd van Mahler, die in zijn onrustige composities de toenemende maatschappelijke spanningen verklankte. De link met onze turbulente tijd ligt voor de hand, maar dirigent Teodor Currentzis – die Mahlers muziek intens belichaamt – relativeert: ‘De mens heeft nog geen seconde zonder oorlog geleefd.’

Zo zoomt Why we fight? steeds verder uit, terwijl het alle conflicten en oorlogen van de laatste drie eeuwen in kaart brengt. Filosofe Tinneke Beeckman waarschuwt dat de intermenselijke verdraagzaamheid echt wel aan het afnemen is, terwijl historicus Koert Debeuf vreest dat de achteruitgang van globalisering en de opkomst van nationalisme zal leiden tot een nieuw globaal conflict. De film reikt zelfs tot in de ruimte, waarbij Nasa-astronauten vertellen dat wie de aarde ooit van bovenaf heeft gezien, milder is voor de medemens.

Capitoolbestorming

Alain Platel is volop bezig met zijn rijkgevulde oeuvre een tweede leven te geven: in een speelse opendeurexpo, het boek Requiem pour L., de herneming van Gardenia en de remake van C(h)oeurs in 2022. Why we fight? past in dat rijtje: het is een erg geslaagde manier om de vluchtige kunstvorm die dans is te bewaren voor de eeuwigheid. Daarbij vervalt hij niet in een captatie of making of, maar verbindt hij het geësthetiseerde geweld in zijn kunst met het reële geweld in de buitenwereld.

De film culmineert in een orgie van geweld, met beelden van de bestorming van het Capitool en manifestaties van Vlaams Belang. In een associatieve, kolkende beeldenstroom toont het filmduo het gevaar dat uitgaat van de massa, maar ook de kracht die schuilt in bewegingen die strijden voor sociale rechtvaardigheid – woede kan immers ook constructief zijn. Maar het meest intens is toch de ijzingwekkende stilte van scholiere Emma González, die in 2018 de schietpartij op haar middelbare school in Parkland, Florida, overleefde en wier afbeelding lange tijd prijkte aan de gevel van de Bijloke-site waar Platel huist. 

Een allesomvattend antwoord op de vraag uit de titel geeft de film niet. Geweld is vaak een combinatie van individuele psychologische, sociale, politieke en religieuze factoren, stellen Platel en Devriendt, een fysieke reactie die ontstaat wanneer we woorden tekortkomen om onze onvrede uit te drukken. Dat kan in de gesublimeerde vorm van bloedmooie dans, maar helaas ook in vreselijke slachtpartijen, zoals de pijl-en-boogmoordenaar deze week nog maar eens bewees.

‘Why we fight?’ gaat in première op 14/10 op Film Fest Gent en komt in 2022 in de zalen.”

“Een pilletje tegen ongemak”, column DS, 7 okt. 2021

‘Neem een pilletje, en het is alsof je met vakantie bent, ver weg van de rea­liteit.’ In Aldous Huxleys donkere dystopie Heerlijke nieuwe wereld (1932) nemen personages geregeld die vluchtweg. Ze slikken een tabletje van de drug ‘soma’, en hun geest verglijdt naar een zalig oord, waar zorgen en frustraties verdwenen zijn. Die drug is vrij verkrijg­baar – iedereen kan er naar hartenlust van nemen. Dus slikken mensen die pilletjes zodra ze zich afgewe­zen, overbodig, onaantrekkelijk, eenzaam, droevig of vernederd voelen. Niet dat de drug geheel onscha­delijk is. Eén wanhopig personage overlijdt aan een hartfalen, na een maandenlange trip.

Huxley was gefascineerd door drugs als geestverruimend middel om spirituele ervaringen op te wekken. Hier presenteert hij drugs die een ander doel hebben: verslaafde consumenten geen reden meer geven om zich te verzet­ten.

Ik dacht aan Huxley toen ik het verhaal las over de familie Sackler, die de zeer verslavende pijnstiller Oxycontin op de markt bracht. Haar product werd massaal voorgeschreven, met dodelijke gevolgen: de voorbije twintig jaar stierven meer dan een half miljoen Amerikanen aan een opiatenverslaving. Om hun commerciële succes te bereiken, gebruikten de Sacklers dubieuze en zelfs criminele methoden: leugens, bedrog, corrup­tie en intimidatie. Patrick­ Radden Keefe beschrijft het nauw­gezet in Het pijnstillersimperium (DS Weekblad 2 oktober). Radden Keefes onder­zoek documenteert ook hoe de Amerikaanse instellingen burgers onvoldoende beschermden. De Sacklers lijden intussen reputatieschade, maar ze hebben hun miljarden­winsten kunnen­ vrijwaren.

Gaat deze zaak dan over een politiek falen? Jazeker. Maar er is meer aan de hand. Wie buitengewone inzichten heeft in wetenschap en technologie, én vanuit die kennis succesvolle commerciële producten lanceert, kan blijkbaar vrij spel krijgen. Zelfs als die producten burgers op termijn schade toebrengen (het verhaal over Facebook en andere sociale media bevat gelijkaardige aspecten). Twee elementen spelen daarin mee: je kunt gemanipuleerd worden zonder dat je het beseft. En slechts weini­gen begrijpen de impact van comple­xe wetenschappelijke ontwik­kelingen.

Precies daarin schuilt Huxleys inzicht­: machtsmisbruik gaat niet altijd­ gepaard met openlijk, fysiek geweld. Je kunt mensen evengoed controleren door hun biologische en psychologische behoeften te manipuleren. In Huxleys­ dystopie voelen mensen geen gemene laars op hun nek, zoals in totalitaire regimes het geval is. Neen, ze krijgen een klein pilletje dat elk onbehagen uit hun leven weert. De geïndustrialiseerde productie speelt in op elk verlangen. In de dictatuur World State is autoproducent Henry Ford een soort messias geworden. Mensen worden verleid om zich de hele dag te amuseren. Door die stroom van positieve sensaties kunnen ze niet meer stilstaan bij de realiteit zoals die is. Dat hoeft schijnbaar niet meer. Technologie heeft alle pijnlijke ongemakken opgevangen, zelfs ziekte en aftakeling. De dood is een banaal gebeuren. Niemand lijdt onder verdriet of rouw, want ieders gevoelsleven is vlak. Niemand heeft intieme relaties. Huxley schetst een soort pornografische samenleving, waarin iedereen vrijuit seksueel genot nastreeft. Alles mag. Alleen ongelukkig zijn is verboden. Toch is de sfeer verstikkend: mensen zijn niet vrij, tenzij ze over het eigen gevoels­leven en denkvermogen beschik­ken.

Met de gelijkheid is het niet veel beter gesteld. Embryo’s worden genetisch gemanipuleerd en door machines ontwikkeld. Mensen worden in hiërarchische groepen ingedeeld. Bovenaan staan de toekomstige leiders, een kleine­ groep zeer intelligente hogeropgeleiden (de alfa’s). Helemaal onderaan bengelen de minst begaafden (de epsilons), die het slavenwerk verrichten. Officieel klinkt het dat wetenschappelijk onderzoek iedereen in dezelfde mate ten goede komt. Maar eigenlijk doorzien slechts weinigen hoe ingrijpend en sturend technologische ontwikkelingen zijn. Zij vergroten hun invloed op alle anderen. De leider Mustapha Mond omschrijft wetenschappelijke gegevens als een receptenlijst, waarmee de chef-kok het menu samenstelt. En die chef is hijzelf, natuurlijk. De wetenschappelijke kloof wordt dus een maatschappelijke kloof. Technologie gaat gepaard met complexere manieren om een samen­leving te organiseren, waardoor individuele stemmen gesmoord worden.

Uiteraard verschilt de Amerikaanse, of de westerse samenleving op tal van vlakken van Huxleys dystopie, die als een spitsvondige satire was bedoeld. Maar Huxleys gedachte-experiment is nog altijd de moeite waard. Bedrijven ongecontroleerd kennis laten ontwikkelen voor commerciële doelen, kan neveneffecten hebben. Zelfs als die kennis een wereld belooft waarin elke frustratie wordt opgelost. Want verlangens en behoeften vallen slechts schijnbaar samen. In het verlangen naar de roes, gaat het contact met de behoefte aan verbondenheid, liefde, waardigheid en zinvolheid verloren. Een samenleving heeft burgers nodig die redelijke keuzes kunnen maken over de thema’s die er voor hen toe doen. Daartoe moeten ze volop beseffen in welke realiteit ze leven­. Hoe lastig die ook is.”

Deze column verscheen in De Standaard op 7 oktober 2021.

In “De Afspraak op Vrijdag”, op 1 okt. 2021

Op vrijdag 1 oktober was ik te gast bij ‘De Afspraak op Vrijdag‘ op Canvas, met Ivan De Vadder.

Thema’s waren de stijgende energieprijzen, de Septemberverklaring van Minister-President Jan Jambon en het debat rond ‘woke’ aan de universiteit, naar aanleiding van de openingsrede van rector Luc Sels (KUL).

Andere gasten waren Zuhal Demir (minister Toerisme en Omgeving), en Karel Verhoeven (hoofdredacteur De Standaard).

En de moderator begon met een vraag over Vlaams parlementslid Sihame El Kaouakibi – het parlement heeft het reglement voor ziekteverlof gewijzigd. Maar is dat een goede zaak?