“Het Inzicht”, podcast van Joël de Ceulaer, DM.

In de nieuwe podcastreeks Het inzicht vraagt redacteur Joël De Ceulaer aan slimme mensen om een cruciaal inzicht met ons te delen. Filosofe Tinneke Beeckman vertelt wat Spinoza ons leert over het verschil tussen macht en kracht, en hoe we ons niet mogen laten leiden door sentimenten als angst en hebzucht. We moeten onszelf leren kennen, zodat we kunnen kiezen voor wat ons gelukkig maakt.

(foto: Thomas Sweertvaegher)

“Zoet zijn de vruchten van de tegenspoed”, in Trouw, 23 mei 2022.

“Mensen vertellen over hun persoonlijke leefregel of een inspirerende zin. Vandaag: filosofe Tinneke Beeckman. “, door Marije van Beek, in Trouw op 23 mei 2022.

“Een zin die ik al een tijdje bij me draag is een uitspraak van William Shakespeare. ‘Zoet zijn de vruchten van de tegenspoed, die, als de pad, afzichtelijk en vol gif, toch in het hoofd een kostbare edelsteen draagt.’ Hij heeft het dus over een pad als het dier dat op een kikker lijkt. In de late middeleeuwen ging het veel over paddenstenen, mythische stenen die op de hoofden van padden zouden zitten. Maar dit terzijde.

“Ik werd bij het schrijven van mijn boek over Machiavelli weer aan die zin herinnerd. Want ook hij komt op dit idee: dat een ogenschijnlijke tegenslag een dieper geluk verbergt.

Machiavelli heeft als gewone burger een positie kunnen verkrijgen in de aristocratische wereld in de Florentijnse republiek. Maar hij kwam daar niet vandaan, terwijl het in die kringen heel belangrijk was om de juiste connecties te hebben en daarmee het vertrouwen van de elite te krijgen. Hij heeft wel een goede opleiding genoten, waardoor hij toch rondreizend diplomaat kon worden.

“Zo ontmoette hij Cesare Borgia, en paus Julius II en anderen. Buitengewoon machtige mannen. Aan zijn observaties van die wereld heeft hij zijn inzichten ontleend. Maar het was soms levensgevaarlijk: hij moest al zijn intelligentie inzetten voor die baan. In zijn boek De prins beschrijft hij hoe die noodzaak, die moeilijke omstandigheden, hem gevormd hebben. Hij heeft iets wat niemand hem kan afnemen. Dat maakt hem veel meer waard dan iemand die wél tot een hoge familie behoort.

Een verborgen geschenk in tegenspoed

Hij maakt een enorme ontwikkeling door. Niet alleen omdat zijn eigen inzichten, talenten en karakter tot volle bloei komen. Maar ook omdat hij de mogelijkheid van geluk ontdekt op een plek waar je die het minst verwacht. Daar schrijft hij over, hoe de situaties waarin je als het ware met de rug tegen de muur staat, waarin je weinig opties hebt, allemaal gelegenheden zijn om te tonen wat je kunt. Om een bepaalde deugd te tonen: moed, geduld, volharding.

“Oftewel: er kan een soort verborgen geschenk in tegenspoed zijn. Het kan onaangenaam zijn, het leven kan heel moeilijk worden, maar als je het omarmt als gelegenheid daartoe, dan kan het ook een wending naar het goede zijn. Dan komt het beste in je naar boven.

Ik zie dat ook in mijn eigen leven zo, bijvoorbeeld bij deadlines. Mijn eerdere boek, over Spinoza, moest echt af zijn op moment dat ik wegging uit de academische wereld. Er hing enorm veel van af, dat was heel lastig, maar tegelijk is het ook fantastisch gebleken. Je moet jezelf echt bewijzen. Dat is heel intens. Ik merk weleens bij mensen die heel veel middelen hebben dat zij nooit in zo’n situatie zijn gekomen. Uiteindelijk bereik je dan minder, en haal je voor jezelf minder uit het leven.

Het lelijke beest kan iets goeds in zich dragen

Het is ook omgekeerd waar, denk ik. Succes is overroepen, dat kan juist neergang in zich dragen, omdat het je makkelijk zelfgenoegzaam maakt. Dat is heel contra-intuïtief, want we leven in een samenleving waarin iedereen alsmaar meer succes wil. Of we denken dat het ideale leven is op een paradijselijk eiland waar je niks hoeft te doen. Maar een gewoon leven is vele malen verrijkender.

“In sprookjes weet je vaak meteen of iets goed of slecht is. Maar in het echte leven kan het lelijke beest dat je ziet ook iets goeds in zich dragen. Je weet vaak niet of iets wat je overkomt nou goed is of slecht – dingen als een ontslag, een verhuizing, of een verbroken relatie. Als je je daardoorheen worstelt, worden er vaak hele mooie dingen mogelijk. Je vloekt, je denkt: o nee, wat moet ik nu doen, dit is onaangenaam. Maar eigenlijk is het een geschenk. Voilà.

Artikel in Trouw over Hypatia-prijs

“Tinneke Beeckman wint Hypatia-prijs met filosofieboek over Machiavelli: ‘Een geweldige eer’”, door Maaike van Houtem, 28 mei 2022.

De Vlaamse filosofe Tinneke Beeckman heeft de Hypatia-prijs gewonnen met haar boek Machiavelli’s lef. Deze prijs gaat om de twee jaar naar een vrouw die het beste filosofieboek heeft geschreven. Eerder wonnen Eva Meijer en Monica Meijsing de in 2018 ingestelde prijs.

“Ik vind dit een geweldige eer”, zegt Beeckman (45), die schrijft voor De Standaard en lid is van het filosofisch elftal van Trouw. “Het is mooi als je zo’n prijs wint met een boek over een man die het gesprek aangaat met de klassieken, in een tijd waarin de vrouw een minder openbare rol had.”

De jury noemt haar boek urgent en prikkelend, en prijst de originele manier waarop Beeckman Machiavelli’s ideeën over vrijheid uiteenzet. Ze benoemt, vindt de jury, een andere kant van de veelzijdige Italiaanse filosoof die iedereen denkt te kennen. Ook laat de in politiek gespecialiseerde filosofe zien hoe actueel en relevant Machiavelli nog is, aldus de jury onder voorzitterschap van Annemie Halsema.

De Nederlands-Vlaamse tak van de Society for Women in Philosophy heeft de prijs in het leven geroepen om vrouwelijke filosofen in de schijnwerpers te zetten. De prijs is vernoemd naar Hypatia, een Griekse filosofe uit de vierde eeuw.”

Hypatiaprijs gewonnen voor mijn boek ‘Machiavelli’s Lef’ (2020)

Dit beeldje mag ik twee jaar houden!

Op zaterdag 28 mei 2022 kreeg ik in Amsterdam de Hypatiaprijs voor ‘Machiavelli’s Lef. Levensfilosofie voor de vrije mens’ – dit is een tweejaarlijkse prijs voor het beste Nederlandstalige filosofieboek geschreven door een vrouw.

Andere genomineerden op de shortlist waren:

Lieke Asma, met ‘Mijn intenties en ik. Filosofie van de vrije wil.

Miriam Rasch, met ‘Frictie. Ethiek in tijden van dataïsme’

Marjan Slob, met ‘De lege hemel. Over eenzaamheid’

Barbara Stok, met het stripverhaal ‘De filosoof, de hond en de bruiloft’.

De jury bestaat uit Annemie Halsema (bijzonder hoogleraar filosofie in Leiden en universitair hoofddocent filosofie aan de VU), Cris van der Hoek (senior docent filosofie aan de Hogeschool van Amsterdam), Mariska Jansen (filosofie-journalist, eindredacteur en uitgever), Grace Ndjâko (auteur en filosoof)  en Khadija al Mourabit (filosoof, dichter en fractiemedewerker van GroenLinks Amsterdam).

De vorige winnares van de Hypatia-prijs was Monica Meijsing met haar boek Waar was ik toen ik er niet was? Een filosofie van persoon en identiteit.

In Trouw verscheen dit artikel.

“Rituelen behoeven geen vernedering”, column DS, 12 mei 2022

Bij het doopritueel van de studentenclub Reuzegom kwam de jonge student Sanda Dia om het leven. De rechtbank moet over de specifieke omstandigheden van zijn tragische dood oordelen. Wat me hier interesseert, is de meer algemene vraag of vernedering een rol speelt in ­rituelen en, indien ja, welke. Want het valt op dat de Reuzegommers mens­onterende behandelingen oplegden, die een opstapje zouden zijn om bij de elite te horen – ‘een gestoord bruut jaar voor de elite die we zijn’, dixit de schachtentemmer. Schachten moesten op zich laten urineren, levende en dode dieren inslikken (een muis door een blender gemixt), weerzinwekkende brouwsels drinken, uren in koud water liggen … .

Elke cultuur kent publieke overgangsrituelen: momenten van inwijding waarop de groep nieuwe leden ontvangt, die daardoor een nieuwe, ­hogere status krijgen. In veel culturen moet de ingewijde een echte proef doorstaan, bijvoorbeeld tijdens de ­puberteit. Die test scherpt de kwaliteiten aan die de jongere later nodig zal hebben, zoals moed, vindingrijkheid, veerkracht, geduld, volharding. Een klassiek voorbeeld is de jongeman die bij de Masai een nacht alleen in de wildernis moet doorbrengen. De rite is ook veelzijdig. Tijdens het hele proces komt de jongere in contact met leeftijdsgenoten en met volwassenen met wie hij een vertrouwensband opbouwt. Wijsheid doorgeven speelt een belangrijke rol, de jongeren worden aangezet om na te denken over hun rol als volwaardige deelnemer aan de gemeenschap. Die ervaring stimuleert het zelfvertrouwen. Na afloop geven de ouderen de ingewijden meer erkenning en verantwoor­delijkheid.

Het Westen heeft de voeling met overgangsrituelen veelal verloren. Het volstaat dat je jarig bent om dezelfde rechten als een volwassene te verkrijgen – op je achttiende mag je stemmen en word je financieel onafhankelijk. Toch vieren de meeste jongeren een transitie van kind naar jongvolwassene door religieuze of wereldlijke riten. Denk maar aan de plechtige communie, de joodse bar mitswa, de eerste deelname aan de ramadan of het lentefeest. Deelnemers krijgen vooral lessen als voorbereiding; ze moeten (religieuze) teksten uit het hoofd leren of zelf teksten samenstellen. Bovendien ligt de nadruk op de feestelijke viering en de geschenken. Er zijn amper tradities die erop gericht zijn om specifieke eigenschappen of vaardigheden te ontdekken.

De studentendoop bevat wel beproevingen, die studenten in de groep integreren. Deze initiatierite verschilt van het overgangsritueel tijdens de puberteit, omdat selectie hier een rol speelt – alleen de uitverkozenen mogen ingewijd worden. Rond deze dopen ontstaat geregeld ophef, omdat ze ontsporen, soms met fatale gevolgen. De Canadese psychologe en specialiste interculturele relaties Rachida Azdouz (Université de Montréal) benadrukt daarom dat dooprituelen altijd een betekenis moeten hebben. De leerervaring moet duidelijk zijn. Dat leerinzicht ontbreekt vaak, omdat een diepere reflectie over rituelen ook ontbreekt. Verder legt Azdouz uit dat gratuite vernederingen veelvuldig voorkomen, maar ontoelaatbaar zijn. Tegelijk maakt ze een onderscheid tussen vernedering en nederigheid: een beperkte vernederende ervaring kan wel zinvol zijn, wanneer die tot nederigheid inspireert (met inachtname van voldoende beschermende maatregelen, een aspect dat Azdouz benadrukt). Ze verwijst naar koningen die traditioneel krenkingen moesten ondergaan voor ze werden gekroond. Die ervaring moest hen er blijvend aan herinneren dat ­nederigheid een teken van grootsheid is en dat ze hun macht niet mochten misbruiken. Op gelijkaardige wijze kunnen deelnemers aan dopen die een leidende functie beogen, leren dat ze hun ego moeten temperen, aldus Azdouz. Die ervaring weerhoudt hen ervan om hun superioriteit te doen gelden. Intussen rijst de vraag of moderne samenlevingen geen andere middelen hebben dan een dosis vernedering om de toekomstige elite wat deemoed en zelfreflectie bij te brengen.

Het onderscheid tussen nederigheid en vernedering illustreert bovendien twee visies op leiderschap die de kwestie van studentendopen ver te buiten gaan: dat je als leider het recht hebt ­anderen te vernederen, of dat leiderschap juist inhoudt dat je je ego kan milderen om een groep te inspireren. Helaas verschijnen geregeld voorbeelden van leiders die overtuigd zijn van hun recht op vernedering. Zij geven de boodschap aan ondergeschikten dat hun ambitie inhoudt dat ze zich moeten laten kleineren. Van het personeel in een van de meest gerenommeerde boekhandels van Brussel, Filigranes, of enkele onfortuinlijke doctoraatsstudenten aan de UGent of de KU Leuven, waarover een Pano-documentaire werd gemaakt (uitgezonden op 16 maart), tot jonge sporters of mensen die voor ‘topondernemers’, ‘topkunstenaars’ of ‘toppolitici’ werken. Overal zijn vergelijk­bare voorbeelden te vinden van mensen die prestigieuze posities bekleden, maar achter de schermen doelbewust anderen neerhalen. Terwijl een goede leider zijn doel bereikt door anderen in hun waarde te halen. Nederigheid is daarbij een vanzelfsprekende houding. ‘A truly humble person will not be ­thinking about humility, he will not be thinking about himself at all’, zoals C.S. Lewis het duidde.”

Over “Moed”, op Radio 1, De Wereld van Sofie, 28 april 2022

Wat beschouwen we als moedig? Verandert dat doorheen de tijd? Wat kan je doen om moediger te zijn? Dat vroeg Sofie Lemaire me, op Radio 1.

Je kan het gesprek opnieuw beluisteren.

“Moed houdt ook filosofen al eeuwenlang bezig.  Voor Aristoteles was moed een deugd, iets praktisch, waar je aan kon werken. De middenweg tussen roekeloosheid en verlammende angst. Het vermogen om ondanks je angst toch te handelen. Over deze en andere visies op moed praat Sofie Lemaire met filosofe Tinneke Beeckman.

Over Michael Boelgakov ‘De Meester en Margarita’ in ‘De Balie’, 1 mei 2022

Op zondagavond 1 mei nam ik deel aan een gespreksavond over Michael Boelgakov roman ‘De Meester en Margarita’ in De Balie te Amsterdam. Het werd een heel bijzondere avond, met theater, gesprekken en analyses. Je kan die op de site van vimeo opnieuw zien.

“Het is een van de beroemdste boeken uit de wereldliteratuur: De Meester en Margarita van Michael Boelgakov. Met zijn satirisch en magisch-realistische verhaal vol duivels, zwarte katten en religieuze figuren gaf Boelgakov scherpe kritiek op de Sovjetmaatschappij uit de jaren dertig waar kunstenaars en andersdenkenden massaal de mond werd gesnoerd. Zijn kritiek is actueler dan ooit. De Balie en Orkatercollectief KONVOOI verkennen op het podium samen met vertaler Nina Targan Mouravi, literatuurwetenschapper Philip Westbroek en politiek filosoof Tinneke Beeckman de actualiteit van deze cultroman met gesprek, theater en muzikale intermezzo’s. Hoe moeten we vanuit het nu kijken naar Boelgakovs literair verzet tegen een autocratisch regime?

De Meester en Margarita De Balie x Orkater over de actualiteit van kunst en verzet from De Balie TV on Vimeo.

Michael Boelgakov (Kyiv, 1891 – Moskou, 1940) schreef tot vlak voor zijn dood aan zijn meesterwerk. Pas 26 jaar na zijn overlijden werd De Meester en Margarita in zwaar gecensureerde versie uitgegeven in Rusland en zorgde voor een wereldwijde sensatie en vormden een inspiratiebron voor talloze kunstenaars.

Het talentvolle Orkater/De Nieuwkomers KONVOOI onderzoekt in hun bewerking van Boelgakovs werk hoe de mens zich staande houdt in een wereld waarin waarheid haar waarde verloren lijkt te hebben. De bejubelde voorstelling is opnieuw te zien in het theater van 8 april t/m 21 mei.

Nina Targan Mouravi is vertaler, portrettist en ontwerper. Ze werd geboren in Georgie en groeide op in Moskou in een kunstenaarsfamilie. Sinds 1991 woont ze in Nederland. Ze stelde meerdere bundels samen met haar vertalingen van Georgische en Russische poëzie.

Tinneke Beeckman is politiek filosoof en columnist bij De Standaard. In haar werken Macht en Onmacht, Door Spinoza’s lens en Machiavelli’s les schrijft ze over thema’s als macht, waarheid en democratie.

Philip Westbroek is literatuurwetenschapper aan de Universiteit van Amsterdam. Hij doceert letterkunde en filosofie bij onder meer de vakgroepen theaterwetenschappen, slavistiek en religie binnen de faculteit der geesteswetenschappen.

Orkater/De Nieuwkomers is een talentontwikkelingsprogramma specifiek gericht op muziektheater. Muziektheatergezelschap Orkater is in 2006 gestart met de Nieuwkomers waarbij jonge professionele theatermakers de gelegenheid krijgen om binnen Orkater hun eigen muziektheatervoorstelling te maken.

“Wellicht voelen al die roeptoeters zich ook niet goed in hun vel”,

Wie het hardst de ander kan neerhalen, lijkt een winnaar. Die ­brutaliteit in de sociale omgang laat veel sporen na. Bijna de helft van alle jongeren krijgt te maken met cyberpesten, blijkt uit onderzoek van de UGent. Werk­nemers in de zorgverlening of bij het openbaar vervoer klagen over toegenomen verbaal (en soms ­fysiek) geweld. In het politieke ­debat zijn scherpe aanvallen vaak persoonlijk, niet inhoudelijk. Alleen wie dat niet beu wordt, kan het er volhouden.

Wellicht voelen die roeptoeters zich evenmin goed in hun vel. Dit is geen excuus voor slecht gedrag. ­Ieder mens is verantwoordelijk voor zijn woorden en daden. Wel vermoed ik dat er een verband bestaat tussen innerlijk onbehagen en agressief taalgebruik. Aan het ­gesprek dat je met anderen voert, gaat een innerlijk gesprek vooraf. In je hoofd formuleer je je reacties op anderen. En je beoordeelt jezelf. Hoe mild, begripvol, genereus ­verloopt die interactie? Hoe spreek je jezelf toe als je een fout maakt? Zeg je dan ‘ik wil nu rustig kijken wat volgende keer beter kan’? Of ontsteekt er een tirade in je hoofd, waarin je jezelf idiote, hopeloze knoeier noemt?

De Amerikaanse psycholoog ­Marshall Rosenberg laat deel­nemers aan zijn workshops over ­geweldloze communicatie die oefening maken, precies omdat mensen er weinig bij stilstaan. De reflectie past in Rosenbergs methode. Hij leert je hoe je je in alle omstandigheden helder kunt uitdrukken en begripvol kunt luisteren. Ongeacht wat de ander doet. 

Rosenberg onderscheidt meerdere vormen van communicatie die een open gesprek met anderen in de weg staan, zoals moralistisch oor­delen en je verantwoordelijkheid ontkennen. 

Als je moralistisch oordeelt, dan bestempel je mensen als fout of slecht omdat ze iets doen dat niet strookt met jouw waardeschaal. Daaronder valt elke vorm van ­beschuldigen, vernederen of etiketten opkleven. ‘Wat is dat voor een ­ijdeltuit’, denk je dan, of: ‘Die houding is egoïstisch.’ Dan volgt vaak de zogenaamd noodzakelijke ­bestraffing: een ‘slecht’, ‘verkeerd’ iemand verdient een (publieke) ­terechtwijzing. Alsof het terecht en zelfs nodig is dat je die ander op zijn plaats zet. Op die manier blijf je blind voor je eigen veroordelende gedrag, en de nefaste dynamiek die je daarmee op gang trekt. Want de tegenstander reageert veelal met scherpe veroordelingen. Intussen verbetert niemands gedrag. Dat hoeft niet te verbazen: negatieve ­gevoelens tasten je eigenwaarde aan. Als je bekritiseerd wordt, voel je je kleiner, minder. Een kind wordt niet slimmer als iemand het dom noemt; het groeit als het vertrouwen krijgt in de eigen capaciteiten. ­Natuurlijk moeten kinderen gecorrigeerd worden. Maar je kunt hen aanmanen zonder hen met kritiek, schuld en schaamte te beladen. Scherpe kritieken en etiketten lijken op korte termijn goed te werken, omdat kinderen aan de verwachtingen van volwassenen willen voldoen. Helaas verinnerlijken ze die veroordelingen. Soms herhalen ze die veroordelende taal, in extremis als ze anderen pesten. Zo’n pester moet op zijn gedrag worden aangesproken. Maar de vraag is hoe je dat doet. Als je de boodschap geeft: ‘jij bent slecht, jij verdient een straf’, dan helpt dat waarschijnlijk nauwelijks. Want dan voed je die innerlijke genadeloze criticus, die de negatieve dynamiek in stand houdt. De vraag is eerder welke nood er schuilgaat achter die harde woorden voor de ander. Alleen door begrip kun je iemands houding veranderen. 

Aangeleerde gewoonten kunnen lang doorwerken – in een tierende volwassene schuilt een vernederd kind. En die verinnerlijking van ­categoriek taalgebruik genereert de zelfkritiek. Bij depressieve of angstige gevoelens duikt dan een streng stemmetje op in je hoofd, dat je nog meer naar beneden haalt. 

Op de koop toe hebben mensen de neiging om de verantwoordelijkheid voor hoe ze zich voelen bij de ander te leggen. Als je bijvoorbeeld zegt: ‘Jij maakt dat ik boos was en uithaalde’. Dat klopt niet. De ander kan wel een aanleiding zijn voor je boze gevoelens, maar je blijft zelf de oorzaak. Want je reactie vloeit voort uit de gedachte die zich in je ontwikkelt. In je hoofd begint het te malen en de uitkomst lijkt onontkoombaar: de aanstoker moet ­gestraft worden! In werkelijkheid beslis je zelf wat je doet. 

Je kunt dus onmogelijk mild zijn voor anderen, als je het niet bent voor jezelf. Daartoe moet je de eigen gevoelens en de achterliggende ­behoeften helder leren verwoorden. Dat kan heel wat oefening vergen. Die behoeften liggen diep begraven achter een goed geoefend vermogen om straf uit de hoek te komen.”

Deze column verscheen in De Standaard op 31 maart 2022.