Rubriek ‘U Nu!’ in Poëziekrant, september 2019

 

Dit interview verscheen in de rubriek ‘U nu!’, in “Poëziekrant”, nummer 5 september/oktober 2019, jaargang 43.

  • Wie/wat bracht je tot de poëzie?

Mijn moeder.

 

  • Wat vond je als scholier van poëzie?

Op school hield ik niet van poëzie, integendeel.

 

  • Wat is de mooiste versregel ooit?

Op het graf van Kazantzakis op Kreta las ik dit als tiener: “Ik hoop niets, ik vrees niets, ik ben vrij.” (Δεν ελπίζω τίποτα. Δε φοβούμαι τίποτα. Είμαι λέφθερος”).

Andere suggestie:

“Par le pouvoir d’un mot

Je recommence ma vie

Je suis né pour te connaître

Pour te nommer

Liberté. van Paul Eluard

 

  • Welk vers heeft jou tot tranen toe bewogen?

“En als ik over mijn liefde niet kan spreken, als ik niet praat over je haar, je lippen, je ogen, geven toch jouw gezicht dat ik bewaar in mijn ziel, de klank van je stem die ik bewaar in mijn geest, de dagen van september die opdoemen in mijn dromen, vorm en kleur aan mijn woorden en mijn zinnen, op welk onderwerp ik ook inga, over welk denkbeeld ik ook spreek.” (Kavafis)

 

  • Welk gedicht/welke regel mag op jouw doodsprentje?

“Het menselijk vermogen is zeer beperkt en wordt door de macht buiten hem oneindig overtroffen”. Niet poëtisch, maar filosofisch wel treffend: zo beschrijft Spinoza de menselijke kwetsbaarheid, en het verzoent mij met de dood.

 

  • Welke dichter had je dolgraag willen ontmoeten en waarom?

Lord Byron. Met hem had ik graag in Portovenere gezwommen.

 

  • Wat is poëzie voor jou?

Een belletje zuurstof.

 

  • Wanneer/waar lees jij poëzie?

Vooral als ik ongelukkig ben.

 

  • Helpt poëzie en hoe?  Zoals literatuur helpt poëzie om te beseffen dat je niet alleen bent.

 

  • Wie of wat is je muze?

Spinoza en al wie ik liefheb.

 

  • Gebruikte je ooit poëzie voor oneigenlijke doelen?

Continue Reading ›

“Ook je tegenstander kan verlichting brengen”, column DS, 10 okt. 2019

“Maandagavond werd het boek ‘De nagelaten geschriften’ van de in januari gestorven Etienne Vermeersch voorgesteld aan de UGent. Die avond interviewde ik de twee samenstellers: Johan Braeckman en Dirk Verhofstadt. Lezend in de bundel kwam ik Etienne Vermeersch opnieuw tegen: hij was voor mij een intellectueel uit de Renaissance, die in Vlaanderen een beetje Verlichting probeerde te brengen.

Vermeersch leek een hedendaagse Pico della Mirandola: beslagen in wetenschappen, filosofie, kunst, muziek, in Grieks en Latijn. Hij kende de ‘Divina Comedia’ deels uit het hoofd, genoot intens van Bach. Hij schreef stimulerende opiniebijdragen over een hedendaags probleem, met spijkerharde argumentaties, zoals Pico, en lange, onderbouwde redenaties ver voorbij de waan van de dag. Altijd stond de mens centraal. Wetenschap en kennis dienden om het menselijke lot te verbeteren. Denken deed Vermeersch geheel ongebonden: geen enkele politieke partij, groep of beweging kon hem claimen. Uiteindelijk legde hij alleen rekenschap af aan zichzelf, en zijn eigen visie op waarheid.

Vermeersch gaf mee vorm aan de omslag die Vlaanderen maakte: van een paternalistische samenleving naar een wereld waarin zelfbeschikking meer ruimte krijgt. Vermeersch incarneerde die twee momenten. Hij was de eeuwige professor, die anderen belerend toesprak, tot ergernis van zijn critici. Tegelijkertijd stimuleerde hij de onafhankelijke reflectie van elke mens die hij ontmoette. Hij pendelde moeiteloos tussen de culturele, intellectuele elite waarvan hij deel uitmaakte (dankzij zijn Jezuïeten-opleiding, dankzij de universiteit) en het volk, waartoe hij in zijn hart behoorde. Continue Reading ›

Filosofiereeks in Knack – “De Vraag van Tinneke Beeckman”, 11 sept. 2019

In de rubriek ‘De vraag van Tinneke Beeckman,’ beantwoord ik de komende maanden elke week een moeilijke levensvraag in Knack.

“Wanneer is mijn tegenslag een zegen?” luidt de eerste vraag.

“Uitdagingen maken je sterker.  Een moeilijke test kan je aanzetten om jezelf te overtreffen; een ontslag kan tot een creatievere job leiden, een diep verdriet tot betere relaties.” Deze contra-intuïtieve gedachte klopt. Maar wanneer en hoe maakt tegenstand je sterker? Ik geef antwoord met Nassim Taleb en Friedrich Nietzsche.

 

 

 

“Iedereen ziet het, niemand heeft een alternatief”, DM 24 aug. 2019.

Deze column verscheen op zaterdag 24 augustus in De Morgen.

“België valt best door haar paradoxen te vatten. Een daarvan luidt dat wat het land samenhoudt, het land ook verdeelt. Zo houdt Brussel het geheel samen, want Vlamingen en Franstaligen willen het niet loslaten. Maar het eigenzinnige gewest genereert best wat spanningen. Een ander voorbeeld is de rol van partijvoorzitters. Zij brengen alles samen. Maar hun moeizame relaties, motieven en plannen kunnen de samenwerking tussen landsdelen bemoeilijken.

Partijvoorzitters zijn de echte machtspolitici in dit land. Dat danken ze deels aan de staatsstructuur: alleen de partijvoorzitters overbruggen de vele politieke niveaus. Ze overleggen op regionaal en federaal vlak, ze bepalen de kieslijsten voor alle parlementen, en ze orkestreren de gemeenteraadsverkiezingen, waarvoor ze zelf vaak kandidaat zijn. Andere politici zien hun macht beperkt tot één of twee niveaus. Zo houdt de Vlaamse minister-president zich niet bezig met de federale regering, en omgekeerd. De grondwet houdt de bevoegdheden van beide overheden netjes gescheiden. Alleen de partijvoorzitters doorkruisen alle politieke lagen. Dat lijkt een al te complex land toch werkbaar te houden. Maar nu creëert precies die uitweg nieuwe moeilijkheden. Slechts een handvol mensen zijn echt aan zet. Wat zij mogelijk of wenselijk achten, wie ze vertrouwen (terecht of niet), door wie ze zich laten inspireren, met wie zij zich verwant voelen, wat hun ideeën en ingevingen zijn… Dat alles speelt een doorslaggevende rol.

Voeg daarbij de interpersoonlijke relaties. Dezelfde mensen die tijdens de vorige regeerperiode al heftig discussieerden, moesten een kiescampagne leiden. Zelfs tweemaal in zes maanden tijd. In de media kwamen telkens dezelfde kemphanen en –hennen aan het woord. Kiezers konden merken hoezeer deze mensen op elkaar uitgekeken waren. De verkiezingsuitslagen hebben de relaties waarschijnlijk niet bevorderd: de drie winnende partijen– PVDA, Groen en Vlaams Belang – zijn niet aan zet.

De verkiezingsnederlagen van de onderhandelaars wegen nu door. Juist wanneer een partijvoorzit(s)ter onder vuur ligt, heeft hij/zij er belang bij om de eigen toekomst veilig te stellen. Noël Slangen zegt het onomwonden in Knack: ‘Met een beetje cynisme zou je kunnen stellen dat deze formatie draait om de carrièreplanning van een tiental mensen. Niet om de inhoud.’

Iedereen kan het vaststellen, niemand heeft een alternatief. Jammeren over de kwaliteit van het politiek personeel heeft weinig zin. Dit zijn niet zozeer persoonlijke, dan wel structurele problemen. Juist omdat België zo complex is, kunnen persoonlijke dynamieken zo’n vlucht nemen. Terwijl uitgerekend deze partijvoorzitters de toekomst van het land moeten uittekenen.”

“Lijden mag je niet verheerlijken: het is geen bron van creativiteit of geluk”, DM 23 aug. 2019

Deze column verscheen in De Morgen op 23 augustus 2019.

“De moderne mens leeft in welvaart, maar toch is hij niet perfect gelukkig. Om die paradox te verklaren, wijzen psychiaters soms naar manier waarop de moderne mens lijdt: die weet niet meer hoe hij met verveling, last en ongemak moet omgaan. Dat kan best kloppen. Maar het is belangrijk om het lijden zelf niet te verheerlijken. Want lijden is geen bron van creativiteit of geluk.

Westerse samenlevingen doen heel wat inspanningen om leed op allerlei manieren te bestrijden, en dat is een goede zaak. Romantische bespiegelingen over lijden zijn echter achterhaalde dwalingen. Zo is er het fabeltje dat psychisch lijden iemand creatiever zou maken. Katrin Swartenbroux heeft dit terecht ontleed: je kan niet stellen dat Van Gogh dankzij zijn ziekte een geweldige schilder werd. Leonard Cohen zou Swartenbroux gelijk hebben gegeven: in een markant interview onthult hij dat depressie altijd een rol speelde in zijn leven. Hij probeerde allerlei middeltjes om de mist in zijn hoofd te doen optrekken. Zijn redding kwam toen hij monnik werd in een zen-boeddhistisch klooster. De interviewster vraagt of hij vreesde dat het einde van zijn depressie niet het einde van zijn creativiteit betekende. Want depressie inspireert toch? Neen, antwoordt Cohen, inzichtrijk werk vloeit niet voort uit lijden. Creëren is zelfs een overwinning over lijden. Want je kan niet meer bewegen als je klinisch depressief bent. Je probeert de dag door te komen, dat is alles. Daar is niets aantrekkelijk aan. Lijden is een hindernis, dat was Cohens boodschap.

Het klopt misschien wel dat mensen niet meer weten hoe ze op lijden, pijn of ongeluk moeten reageren. Continue Reading ›

Jubileumfeest – ‘het Zoekend Hert’ op zat. 14 en zondag 15 september!

Tijdens het Jubileumfeest van Filosofiehuis ‘Het Zoekend Hert’ treed ik tweemaal op: eenmaal met vooreen dialectisch gesprek met Alexander Roose, en eenmaal ter introductie van David Van Reybrouck, die spreekt over het gevaar van tirannie in de politiek, met andere gasten.

Het volledige programma staat op ‘het dansende denken‘.

“HET ZOEKEND HERT WORDT TIEN JAAR – EN FEEST!”

Dat heuglijke gegeven vieren we op zaterdag 14 en zondag 15 september 2019. Graag nodigen we u uit om in dat weekend denkend en dansend terug te blikken op de voorbije jaren, maar ook om dromend of dichtend vooruit te kijken.

Met onder meer: Jean Paul Van Bendegem, David Van Reybrouck, Saskia De Coster, Anne Provoost, Elvis Peeters, Yousra Benfquih, Stef Kamil Carlens, Elisabeth Van Dam, Babah Tarawally, Gert Vanlerberghe, Patricia Jozef, Alain Platel, Roy Aernouts, Wim Helsen, Manu Claeys, Tinneke Beeckman, Michiel Cox, Thomas Decreus, Willem Elias, Piet Gerbrandy, Henk van der Waal, Greg Houwer, Auke Hulst,…

Locatie: in Berchem, zowel het filosofiehuis zelf, aan de Koninklijke Laan, 43, 2600 Berchem, als op andere locaties in de buurt.

Gesprek over “Nieuwe Studie: Vlaamse filosofen durven niet rechts te denken”, DM, 31 juli 2019

De Morgen-journalist Pieter Gordts contacteerde me over een nieuwe studie van de Kuleuven, over intellectuele diversiteit. Mag je niet-links zijn aan Vlaamse universiteiten?

Over het gebrek aan openheid, schreef ik reeds een column in De Standaard: ‘Het gevaar van zelfcensuur‘.

“Filosofen zijn overwegend links. Dat hoeft volgens een nieuwe studie geen probleem te zijn. Wel problematisch is dat het tot zelfcensuur leidt: afwijkende conclusies worden begraven uit angst voor kritiek. ‘De wetenschap schiet zichzelf hiermee in de voet.’

door PIETER GORDTS

“Mochten mijn collega’s weten dat ik gematigd rechts ben, dan zou de helft van hen mij een ‘onmenselijk zwijn’ noemen en als dusdanig behandelen. De andere helft zou zwijgen, uit angst de volgende te zijn.” Met die getuigenis schetst een anonieme filosoof in een nieuwe studie hoe wetenschappers met een rechtse politieke overtuiging scheef bekeken worden binnen de academische wereld.

Dat universiteiten linkse enclaves zijn in een samenleving die steeds meer rechts stemt, wordt af en toe wel eens geopperd in rechtse politieke hoek. Maar binnen de academische wereld is de kwestie een taboe. “Vaak wordt er gedaan alsof er geen politieke bias is en de filosofie compleet neutraal is”, zegt filosoof Andreas De Block (KU Leuven). “Nochtans circuleren er online en ook in het echte leven veel anekdotes over hoe vijandig de academische filosofie is tegenover rechtse filosofen en conclusies.”

Toch boog De Block zich net over die vraag, samen met twee Amerikaanse wetenschappers en een Duitse collega, Uwe Peters (KU Leuven). De aan het begin geciteerde persoon is een van de 796 bevraagde filosofen. Concreet probeerden ze te achterhalen welke overtuiging hun collega’s aanhingen en wat de gevolgen daarvan zijn op hun academisch werk. Hun artikel verschijnt binnenkort in het tijdschrift Philosophical Psychology, maar werd ondertussen al opgepikt via de blog van de toonaangevende filosoof Justin Weinberg.

De onderzoekers stuurden een enquête naar 10.896 filosofen. Zo’n 1.000 antwoorden volgden, een kleine 800 werden weerhouden. De onderzoekers geven zelf aan dat dat een kleine sample is. Het leeuwendeel afkomstig uit Europa (67 procent) en Noord-Amerika (22 procent). Zij moesten zichzelf situeren op het links-rechts spectrum, met zeven tussenposities. Dat moesten ze zowel voor sociale en ethische zaken doen als voor economische onderwerpen.

Maar liefst 75 procent onder hen noemde zich links. Het aandeel rechtse filosofen (14 procent) en gematigden (11 procent) ligt een stuk lager. “Opvallend is dat maar liefst een vijfde onder hen zich heel links noemt”, zegt De Block.

De resultaten verbazen niet. “Het ligt in lijn met wat we weten uit andere disciplines in de menswetenschappen”, zegt filosoof Maarten Boudry (UGent). Dit soort onderzoek werd het laatste decennium onder impuls van psycholoog Jonathan Haidt al meermaals uitgevoerd in andere disciplines zoals de psychologie, steeds met hetzelfde resultaat. “Zij kaarten al langer aan dat er een gebrek aan ideologische diversiteit is”, zegt onafhankelijk filosofe Tinneke Beeckman.

“Er heerst inderdaad een soort stilzwijgende consensus van ‘jij bent toch ook tegen N-VA of pro-migratie?’”, zegt Boudry. Continue Reading ›