“Onze verhalen zijn van iedereen”, DS 20 sept. 2018

“Vorig weekend hield de rector van de VUB, Caroline Pauwels een bevlogen pleidooi voor de Verlichting, en ze heeft daarin groot gelijk (DS, 15/09). Ze bestempelt de Verlichting als een open houding, een pleidooi voor rede, humanisme en wetenschap. Ze toont hoe actueel en noodzakelijk deze begrippen zijn in een complexe, diverse wereld.

Tegelijk waarschuwt ze voor een al te historische interpretatie, die de Verlichting te exclusief zou maken: mensen die van elders komen, kunnen zich er dan niet meer in vinden. Een universele Verlichting, is dan ontdaan van haar ‘westerse’ karakter. Dit laatste klopt echter niet: juist door de context, de verhalen en de denkers te belichten, kan je de universele boodschap van de Verlichting helpen begrijpen.

Neem dat verhaal dat de Franse gelauwerde film ‘Ridicule’ vertelt (gebaseerd op de mémoires van Adèle D’Osmond, Comtesse de Boigne) over de jonge baron, Grégoire Ponceludon de Malavoy die zag hoe arme mensen bij bosjes stierven door moerasziektes. Als ingenieur wilde hij die moerassen droogleggen, en trok hij naar Versailles om de koning, Lodewijk XVI, te overtuigen. Maar hij ontdekte een wereld van intrige en bedrog, van valse gevatheid en spot, waar niemand zich om het lot van een ander bekommert. Pas na de Franse Revolutie werden dergelijke openbare werken die mensen het leven redden, mogelijk.

De les is duidelijk: als koningen zich afgezanten van God wanen, en zich opsluiten in hun weelderige hoven, blijven ze blind voor het lijden van de bevolking.

Zonder idee van gelijkheid, zonder politieke structuren om volksinspraak te hebben, leeft een kleine groep in luxe, en crepeert de rest. Waarom zouden mensen uit Afrika of Azië met dat historisch verhaal zich niet verbonden voelen, en meteen begrijpen wat de meerwaarde is van wetenschappelijk onderzoek, en van democratische structuren?

Of lees het verhaal ‘Zadig’ van Voltaire, dat zich in Babylon situeert. Voltaire vertelt de avonturen van een man die strijdt tegen onrecht en voor rechtvaardigheid. Gevat en meeslepend toont Voltaire hoe wetenschappelijke methodes de jongeman op weg helpen om de waarheid te achterhalen, zich van bedriegers en machtswellustelingen te bevrijden. Waarom zou zo’n korte roman niet inspirerend kunnen zijn? In Frankrijk wordt Voltaire nog veel gelezen, en terecht. Dat heeft niets met nationalisme, maar juist met de geest van humanisme en universalisme te maken.

Of neem het historische verhaal van Chevalier de la Barre, die in 1766 op twintigjarige leeftijd op de brandstapel eindigde; hij wilde niet knielen bij een processie, en werd beschuldigd van heiligschennis. Zijn overtuigingen werden hem fataal. Hij is een voorbeeld voor niet-gelovigen om met moed hun overtuiging te beleven. Vandaag de dag worden nog altijd mensen terecht gesteld omdat ze het officiële geloof niet willen aanhangen. Waarom zouden mensen uit andere landen dan niet begrijpen hoe aangrijpend dit verhaal is, en wat er allemaal gebeurde voordat een begrip als de vrijheid van mening en geloof werkelijkheid werd?

Pauwels heeft gelijk dat de Verlichting veel beter verdiend dan herleid te worden tot een strijdmiddel tégen anderen. En verhalen uit andere streken die menselijkheid, vrijheid en gelijkheid illustreren, zijn voor iedereen een verrijking. Maar je kan de Verlichting niet begrijpen – of uitleggen – zonder haar historische context, haar bijzondere denkers en aandoenlijke verhalen te raadplegen. Dat niet iedereen zich ‘goed voelt’ bij Westerse tradities, mag hierin geen rol spelen. Jongere generaties mogen niet onterfd worden van het rijke westerse verleden, omdat diversiteit het nieuwe ordewoord zou zijn. Veel keuze is er trouwens niet: zonder kennis van het verleden, kan de toekomst alleen eenzaamheid zijn.”

Deze column verscheen op 20 september 2018 in De Standaard.

“Seksistische intimidatie”, column DS, 8 maart 2018

“Op internationale vrouwendag is er – ondanks #metoo en alle ophef de voorbije maanden –weinig reden tot euforie. Als je de krant openslaat, vallen twee gebeurtenissen op: een rechter heeft voor het eerst een man veroordeeld op basis van de seksismewet (vooral bedoeld tegen seksistische straatintimidatie). En de Belgische voetbalbond blijft de misogyne rapper Damso steunen. De bond wierf Damso aan om het WK-lied te schrijven, zoals Mia Doornaert vorige week aankaartte.

Verdedigers van de seksismewet zien in het vonnis van de rechter een overwinning: een man die een vrouwelijke politie-inspecteur uitmaakte voor ‘hoer’, en zei dat ze beter bankbediende zou worden, krijgt drieduizend euro boete. Deze uitspraak is een Pyrrhus-overwinning. De juridische discussie tempert de feeststemming: blijkbaar neemt het gerecht seksistische straatintimidatie pas ernstig sinds er een extra strafwet is, al is die specifieke wet vaag, breed en strikt gezien overbodig (er bestond al een veelheid aan strafbepalingen voor zo’n misdrijf). Ook de bewijslast bij zo’n wet blijft heel moeilijk. Niet toevallig betrof het hier een agente die zelf een pv kon opstellen.

Maar het politieke probleem is dramatischer. De spanningen in de multiculturele samenleving los je niet op door (nieuwe) wetten. Nochtans zwaaien politici daar graag mee, vooral bij fenomenen waarmee ze zich geen raad weten. Seksistische straatintimidatie is zo’n voorbeeld, In bepaalde wijken is het schering en inslag. De documentaire van Sofie Peeters ‘Femme de la Rue’ toonde eerder al die realiteit. Dat seksistisch pestgedrag komt met culturele en religieuze verschillen, die nauwelijks openlijk worden besproken. Nog altijd blijft een kritische analyse van de ideeën die minderheden er op nahouden, taboe. Meer nog, wie al te kritisch denkt, mag de stempel islamofoob of racist vrezen. Liever dan overbodige wetten, is een maatschappelijk debat nodig waarbij die vrouwonvriendelijke visies worden aangekaart, uitgelegd, uitgediept. Welk mensbeeld hangen zo’n daders aan? Welk ideeën krijgen ze mee over lichamelijkheid, mannelijkheid of vrouwelijkheid? Welk idee van gelijkheid en vrijheid vinden ze wel vanzelfsprekend? Liever meer taboeloze documentaires, meer publieke campagnes en meer positieve rolmodellen voor jongeren.

Dat brengt me bij de populaire rapper, Damso, die in zijn liedjes vrouwen beschrijft als sletten waar een man mee mag doen wat hij wilt. De subtiele teksten van mijnheer Damso vallen niet onder de seksismewet. Dat is enerzijds goed nieuws, want dit betekent dat er nog artistieke vrijheid bestaat. Anderzijds toont het dat strafwetten slechts beperkt culturele of politieke effecten hebben. Dit is dus de paradox: terwijl de wetgever steeds meer moraliseert door brede en vage wetten op te stellen, wordt vrouwenhaat banaler; op straat, in de culturele wereld en nu in de sportwereld. Wie had zich pakweg tien jaar geleden kunnen indenken dat de voetbalbond voor de maker van zo’n expliciete, wansmakelijke teksten zou kiezen? Of dat voetbalsterren gewillig met zo’n artiest zouden poseren, zoals Eden Hazard deed, alsof die rapper een navolgbaar voorbeeld is? Continue Reading ›

Lezing over Menno Ter Braak, Amsterdam 24 jan. 2018

“Ressentiment als motor van de democratie?”

Op woensdag 24 januari gaf ik een lezing over Menno Ter Braak, ressentiment en het nationaal-socialisme in De Balie, Amsterdam.

Krijn Ter Braak, neef van Menno, gaf ook een korte lezing. En er volgde een debat na mijn lezing, met Chris Rutenfrans (De Volkskrant). Moderator was Ianthe Mosselman.

Sinds de opkomst van politici zoals Pim Fortuyn, Geert Wilders en Donald Trump krijgt Menno Ter Braaks analyse van het ressentiment vernieuwde aandacht. De vraag is of de insteek van de populistische partijen overeenkomsten vertonen met het ‘pure ressentiment’ van het nationaal- socialisme dat Ter Braak in Het nationaal-socialisme als rancuneleer beschreef. En er zijn wel degelijke enkele boeiende raakvlakken. Maar een dieperliggend probleem is interessanter: het ressentiment is volgens Ter Braak juist niet op één politieke ideologie of partij toepasbaar; het maakt deel uit van een bredere culturele stroming, eigen aan de democratie. Meer nog, juist dat democratische gelijkheidsideaal zet aan tot ressentiment, omdat een werkelijke gelijkheid niet kan worden gerealiseerd; mensen zijn nu eenmaal ongelijk in hun talenten en vermogens. De kloof tussen ideaal en realiteit genereert een permanente bron van onmacht en rancune. Hierin heeft het christelijke gelijkheidsideaal een grote rol gespeeld, met de idee dat allen gelijk zijn voor God. Uit deze voorstelling zijn dan de democratische, liberale, christendemocratische en socialistische idealen voortgevloeid.”

De lezing kan je bekijken via ‘De Balie‘, of op vimeo.

Hier is de volledige tekst:

“Menno Ter Braak schreef zijn essay in 1937. Hij viseert Musserts NSB en Duitse nazisme. Toch is zijn essay meer dan een kritiek op deze politieke partijen. Hij zoekt naar een antwoord op een dieperliggende vraag: hoe valt het ressentiment – eigen aan de democratie – te bestrijden? Het is erg verleidelijk ressentiment aan een politieke tegenstander toe te schrijven, of die nu bij het linkse of het rechtse kamp hoort. Maar wie dat doet, geeft zelf blijk van onmacht tegenover de heersende politieke cultuur. En wie de tegenstander als moreel verwerpelijk neerzet, maakt juist geen doordachte politieke analyse. Zoals Frederik Jameson opmerkt, dient het begrip ressentiment dan zelf een politieke functie. Continue Reading ›

“Geen toekomst zonder emancipatie”, Column DS, 30 nov. 2015

UnknownDit artikel verscheen in De Standaard op maandag 30 november 2015.

“‘Wie outcasts zaait, kan kamikazes oogsten’, aldus Jan Goossens. En het zal van ons afhangen hoe de toekomst evolueert (DS, 28/11). Maar hoe vermijd je outcasts? Je moet een fatsoenlijke school hebben, een goede job en goede relaties, weet Goossens. Hoe krijg je dat voor mekaar?

Ik denk juist door de relatie tussen culturele, religieuze en sociaal-economische argumenten te bekijken. Bij de achterstand vallen sociaal-economische en ethnische groepen steeds meer samen. Kortom, de relatie tussen het geloof, de etnisch-culturele achtergrond van de ouders en hun economische positie, bepaalt steeds meer hoeveel kansen hun kinderen hebben.

Daarbij speelt gelijkheid tussen mannen en vrouwen een grote rol. Die gelijkheid is dus fundamenteel, niet alleen omdat ze een democratische waarde en een liberaal recht zou zijn. Ook omdat ongelijkheid tussen de ouders een nefaste dynamiek veroorzaakt. Wetenschappelijk onderzoek, bijvoorbeeld van Marc De Vos, heeft aangetoond dat de kloof tussen gezinnen erg groot is naarmate de vrouwen onafhankelijk en hoger opgeleid zijn, of niet. De ongelijkheid tussen gezinnen is vergroot, omdat er steeds meer werkende vrouwen zijn, die vrij hun partner kiezen (meestal hoger opgeleid zoals zij), en die een liberale houding hebben tegenover geboortebeperking. Vooral die gezinnen zijn er op vooruit gegaan: de ouders van de hoger opgeleiden hebben geïnvesteerd in opleiding en opvoeding van die kinderen, zorgden voor bijscholing als dat kon en nodig was. Emancipatie verkleint dus de ongelijkheid binnen het gezin – mannen en vrouwen worden gelijker. Maar die emancipatie vergoot de ongelijkheid tussen gezinnen: als de vrouwen niet geëmancipeerd zijn, dreigt voor hun kinderen een onoverbrugbare afstand tegenover de andere kinderen. Continue Reading ›

Drie filosofen over de aanslag in Parijs, Filosofie Magazine, 18 nov 2015

Unknown-2” Drie filosofen over terrorisme, op Filosofie Magazine.

Welke rol spelen het geloof en sociaaleconomische factoren in de aanslagen in Parijs? En is de door Hollande, Rutte en hacktivists ‘Anonymous’ verklaarde oorlog een terechte respons? Wij stelden deze vragen aan drie filosofen: Ruud Welten, Tinneke Beeckman en Paul Cliteur.”

 

Mijn tekstje volgt hier, die van Ruud Welten en Paul Cliteur staan op de Filosofie Magazine Site.

“De nieuwe aanslagen in Parijs komen helaas niet onverwacht. Na de aanslagen op de redactie van Charlie Hebdo vielen er doodsbedreigingen aan het adres van journalisten, die niets met de cartoons over profeten te maken hadden. Al wie de schuld bij de redactie van Charlie Hebdo legde, en tot zelfcensuur aanzette, heeft niets van radicalisme begrepen. Toegeven aan vrijheid is een glijdende schaal: voor je het weet moet je elk kritisch denken afschaffen. Continue Reading ›

“Het belang van een erecode”, column DS, 21 september 2015

Unknown 08.33.05“Terecht tilt de Iraans-Belgische Darya Safai zwaar aan de foto die de Egyptische Anderlechtspeler Mahmoud ‘Trezeguet’ Hassan postte, waarop de vrouwelijke fans in de tribune werden gewist. Volgens Safai gaat deze kwestie niet alleen over sport: ze illustreert hoe vrouwen in landen als Iran geen deel mogen hebben aan de samenleving.

Vrij voorspelbaar kreeg Safai tegenwind: de kritiek op Hassan zou alleen bedoeld zijn ‘om alle moslims mee aan te vallen’. Een mooie omkering: terwijl de vrouwen worden gewist, zijn moslims de eigenlijke slachtoffers. Zo’n reactie is erger dan onzinnig, ze is een deel van het probleem. Wie er zich alleen om bekommert dat moslims geen kritiek mogen krijgen, bewijst dat hij van gelijkheid en burgerrechten niets heeft begrepen.

Want juist nu de samenleving door migratie sterk verandert, wordt deze vraag dringender: hoe brengen we morele verandering teweeg?

Kwame Appiah

Kwame Appiah

We moeten gelijke rechten en andere basisprincipes van de democratie benadrukken, zeker.

Maar volgens de Brits-Ghanese filosoof Kwame Appiah kunnen we ook het begrip ‘eer’ inzetten. Dat lijkt nogal contra-intuïtief: liggen erecodes niet aan de basis van veel onrecht? In  ‘The Honor Code, How  Moral Revolutions Happen’ legt Appiah briljant en meeslepend uit hoe radicale veranderingen in de negentiende eeuw – het duel afschaffen, slavernij opheffen, vrouwenvoeten niet meer inbinden in China – pas dankzij een andere ere­code tot stand kwamen. Morele argumenten op basis van rationaliteit volstaan namelijk niet om sociale verandering te brengen: het is de erecode – een complex geheel van regels over respect en zelfrespect, over achting en erkenning – die moet veranderen.

Zolang slaven hebben een moreel discussiepunt bleef, was de afschaffing ervan een zaak van een handvol idealisten. Pas toen de praktijk als beschamend werd beschouwd, veranderde er echt iets: wie slaven hield, werd op een bepaald ogenblik in ogen van zichzelf en van anderen oneervol.
Appiah vertelt ook het hedendaagse verhaal van Mukhtaran Bibi, een Pakistaanse dorpelinge. Die vrouw werd door de dorpsraad veroordeeld tot een groepsverkrachting, uit wraak voor een misdaad die haar broer had begaan. Na die verschrikkelijke ‘straf’ zwichtte Mukhtaran niet onder de druk om uit schaamte over haar lot te verzwijgen. Ze klaagde haar aanvallers aan bij de politie. Uiteindelijk werd haar zaak door befaamde vrouwenrechten-advocaten behandeld. Zo kreeg haar verhaal internationale aandacht. Appiah vermeldt hoe toenmalig president Pervez Musharraf de vrouw verweet dat ze Pakistan een slechte naam had bezorgd. Alsof wie onrecht aankaart, zelf het probleem is. Volgens Appiah is Mukhtaran echter a ‘model of honor’: dankzij haar inzet, ook voor andere vrouwen, wordt de machistische cultuur weggezet als een benepen uiting van dubbele moraal, waarbij de zogezegde hoeders van de openbare orde schaamteloze machtsmisbruikers zonder eergevoel blijken te zijn. Continue Reading ›

‘Gelijkheid als richtsnoer’, column DS 15 juni 2015

Unknown 08.33.05“Nu John Crombez voorzitter is, heeft de sp-a een wervend verhaal nodig, klinkt het eensgezind in de kranten. Eerst inhoud leveren, dan een strategie uitstippelen. Maar welk verhaal? De sp-a kan inspiratie vinden in haar basisprincipe: gelijkheid. Alleen is de wereld te complex geworden om die gelijkheid vooral als een herverdeling van rijk naar arm te zien, als de strijd van arbeiders tegen kapitalisten. Mensen hechten aan levenskwaliteit. En de samenleving is divers. Maar zelfs dan blijft gelijkheid een richtsnoer.

UnknownVolgens de Franse filosoof Marcel Gauchet is de belangrijkste verwezenlijking van de democratisering de hedendaagse metafysische gelijkheid, die volgt op een ‘sortie de la religion’. Vanaf de zeventiende eeuw begint een proces dat een einde maakt aan de allesoverheersende hiërarchie die godsdienst oplegt aan de hele samenleving. Er blijft nog wel ruimte voor geloof. Voordien werd de samenleving samengehouden door verschillende relaties tussen partijen die van nature niet gelijk zijn: tussen God en mens, tussen politieke machthebbers en burgers, tussen man en vrouw, tussen ouders en kinderen. Een bovennatuurlijke macht structureert de traditie en hiërarchie. Elk individu heeft als lid van de gemeenschap een plaats in die structuur, en moet die aanvaarden.

Maar de gelijkheidsgedachte breekt met dat idee van ongelijkheid: ze vervangt traditie en haar onderwerping aan het verleden, en richt zich op de toekomst. Ze vertrouwt daarbij niet meer op bovennatuurlijke krachten, maar op de kracht van mensen. Ze leert dat mensen hun lot in eigen handen kunnen nemen, eerder dan de tragiek van het leven te ondergaan.

Die levensvisie had een enorme impact op de levensstijl. Zo veronderstelt de ontwikkeling van therapie een metafysische gelijkheid. Elke moderne therapie, van welke strekking ook, veronderstelt de mogelijkheid om de klassieke, conservatieve hiërarchie te bevragen in open, eerlijke gesprekken. Over je ouders, bijvoorbeeld, kan en mag je toegeven dat je je als kind in de steek gelaten voelde. Dat is geen verraad, geen gebrek aan respect, maar een noodzakelijk inzicht om je verlangens en behoeften te begrijpen. Maar als je vastzit in conservatieve, patriarchale structuren, moet je respect tonen voor je ouders, ongeacht hoe ze zich gedragen. Ook al vernedert je vader zijn vrouw en zijn kinderen. Ook al is je moeder depressief en weinig betrokken. Een jongere heeft dan geen eigen stem, tenzij om instemming te betuigen. Maar het is dankzij de afstand tot traditie en hiërarchie, – al dan niet in het kader van een therapie – dat je voor jezelf een weg kan uitstippelen.
Neem nu de ontroerende getuigenis van Riadh Bahri over leven met depressie. Bahri legt eerlijk uit hoe moeilijk het is om toe te geven dat je hulp nodig hebt. Maar moedig zocht hij een therapeut. En er kwam verbetering. Een therapeut oordeelt niet. Hij bekijkt je niet vanuit de verwachtingen van je opvoeding, je cultuur, je omgeving.

Wat is het verband met een socialistisch project? Links strijdt voor mensen die kampen met armoede en werkloosheid. Die situaties gaan vaak gepaard met andere problemen: lichamelijke en psychische ziekten, verslaving, schulden, mishandeling, opvoedings- en gedragsproblemen. Een laag zelfbeeld en permanente angst werken verlammend. Een modern links project bevrijdt mensen niet alleen uit hun economische en sociale ketenen. Maar het helpt mensen ook om hun levenskwaliteit te verbeteren, door denkbeelden die allerlei vormen van ongelijkheid en hiërarchie in stand houden, te bestrijden. Tenslotte kan een progressief project alleen tot doel hebben dat mensen onafhankelijk worden. Dat is actueler en dringender dan ooit. Uiteraard verkiezen sommige mensen nog altijd traditie en hiërarchie of stemmen ze voor autoritaire leiders. Maar met die voorkeuren tonen ze gewoon dat ze conservatief zijn.”