Dubbelinterview in Knack – met Alexander Roose, 14 dec. 2016

cover_128_0Op 14 december 2016 verscheen dit interview in de reeks ‘Kerstgesprekken’ van Knack. Door Ann Peuteman.

“Hun liefde voor Spinoza en Montaigne bepaalt hun dagelijkse leven. ‘Soms vragen we ons af wat die filosofen in onze plaats zouden doen. Waarover zouden ze schrijven en waarover zouden ze zwijgen’, zeggen filosofe Tinneke Beeckman en haar partner Alexander Roose.

Acht hoog, in een flat aan de rand van de Antwerpse binnenstad, wonen ze met zijn vieren. Filosofe Tinneke Beeckman, professor Franse literatuur Alexander Roose en hun twee wijsgeren. Zij laat zich graag bijstaan door Baruch Spinoza, hij wordt geflankeerd door Michel de Montaigne.

unknownEen hele Verlichting zit er tussen hun favoriete filosofen in, maar dat laten ze hier niet aan hun hart komen. ‘Als ik schrijf, over welk onderwerp dan ook, heb ik vaak het gevoel dat Spinoza naast me zit’, luidt de eerste zin van Door Spinoza’s lens, Beeckmans boek dat dit jaar een nieuwe uitgave kreeg. Die sensatie kent Roose maar al te goed. ‘Als ik iets van Montaigne lees, denk ik vaak dat ik net hetzelfde geschreven zou kunnen hebben’, zegt hij. ‘Komt dat doordat ik ideeën van hem overneem of zijn we gewoon permanent met elkaar in dialoog? Dat weet ik eigenlijk niet.’ Geen wonder dus dat Roose zijn lievelingsfilosoof onlangs complimenteerde met een boek: De vrolijke wijsheid – Zoeken, denken en leven met Michel de Montaigne.

De werken van Beeckman en Roose zijn lang niet de enige filosofische publicaties die dit jaar in de boekhandel terechtkwamen. Integendeel. Wijsbegeerte lijkt aan een revival bezig te zijn. Maand na maand verschijnen boeken van filosofieprofessoren en filosofen waarin ze al dan niet grootse gedachten herkauwen, heruitvinden of lanceren. Ook in debatten allerhande worden steeds vaker filosofische citaten, van Aristoteles en Plato tot Popper en Arendt, in de strijd gegooid. Zelfs uit het theater zijn filosofen dezer dagen niet meer weg te slaan. Nadat acteur Bruno Van den Broecke al in de huid van Socrates was gekropen, ging begin dit jaar Montaigne in première: een theatermonoloog die Alexander Roose voor zijn jeugdvriend Koen De Sutter schreef. ‘Dat heb ik gedaan vanuit een soort drang om schoonheid te brengen’, zegt Roose. ‘Dat we Montaigne zo bij een groter publiek konden introduceren, was een belangrijke bonus.’

Moet filosofie tegenwoordig ook een beetje entertainment zijn om een groot publiek te kunnen bereiken?

Nieuwe cover voor het boek.

Nieuwe cover voor het boek.

Tinneke Beeckman: Nee, maar vaak heeft filosofie wel wat vertaling nodig. Zeker omdat veel mensen uit zichzelf de link met het echte leven niet zien. Kijk maar naar de universiteiten waar studenten de concepten van alle belangrijke filosofen uit het hoofd moeten leren. Op die manier wordt de theorie helemaal losgekoppeld van het leven. Nochtans maakten grote filosofen als Spinoza, Montaigne en Aristoteles dat onderscheid totaal niet. Zij zagen hun concepten als een middel om over hun leven na te denken.

Alexander Roose: Filosofie kan je helpen zoeken naar een zuiverdere manier van denken. Als je daarin slaagt, kun je beter in het leven staan.

Zal het niet altijd een intellectuele elite blijven die zich met filosofie inlaat?

Beeckman: Dat weet ik nog zo niet. Geregeld ontmoet ik mensen die zelf niet beseffen hoe filosofisch ze zijn. Je hoeft je niet actief met filosofie bezig te houden om wijze principes te hebben.

copyright - Koen Broos

copyright – Koen Broos

Roose: We hebben vaak de neiging om mensen te onderschatten. In de huidige samenleving voel ik een enorme honger naar iets wat hoger, schoner en moeilijker is. Onlangs nog organiseerden we aan de Gentse universiteit nascholing over ‘Great Books’, de grote boeken uit de historische Europese letterkunde. We hoopten dat er een paar tientallen geïnteresseerden op zouden afkomen, maar de eerste avond waren er al driehonderd deelnemers. Vaak mensen die zich na hun studie helemaal op hun carrière en gezin hebben gericht maar uiteindelijk toch naar iets diepers zijn gaan verlangen. Daarvoor hoef je trouwens niet eens gestudeerd te hebben: die honger zie ik ook bij mensen die nooit naar de universiteit zijn geweest.

En zo’n honger stil je beter met toegankelijke boeken als die van jullie dan met de originele werken van grote filosofen?

Beeckman: Spinoza’s Ethica is nu eenmaal een moeilijk en abstract boek. Niet alleen omdat het in het Latijn is geschreven, maar ook omdat hij het heeft opgevat als een discussie met de theologen van zijn tijd. Toch is het vandaag nog heel relevant en kun je er op elk moment van je leven iets uithalen.

Roose: Grote boeken en filosofen hebben vaak een gids nodig. Cultuurfilosoof George Steiner noemt zichzelf een postbode: hij is degene die de juiste brief in de juiste bus moet steken. Tinneke en ik zijn ook postbodes. We bezorgen onze lezers een brief die ze anders misschien nooit zouden ontvangen. Het is niet zozeer een complexe, erudiete uitleg die we willen doorgeven, maar wel de honger en het verlangen naar filosofie. Zoals Gustav Mahler zei: ‘Traditie is het doorgeven van het vuur, niet het aanbidden van de as.’

Vandaag lijken sommigen nochtans louter de traditie door te geven zonder er nieuwe ideeën aan toe te voegen. Zijn dat niet eerder filosofieprofessoren dan filosofen?

Roose: De Franse filosoof Gilles Deleuze schreef fantastische boeken over Spinoza en Nietzsche en probeerde de realiteit tegelijkertijd te begrijpen door nieuwe concepten te ontwikkelen. Alle goede filosofen doen dat. Nieuwe ideeën kunnen maar ontstaan als je in dialoog gaat met de denkers die je vooraf zijn gegaan. Tabula rasa maken is geen optie.

Beeckman: Een echte filosoof legt ook de link met de praktijk, maar vandaag is dat in de academische filosofie amper het geval. Er zijn professoren die overdag omstandig uitleggen dat de mens volgens Blaise Pascal zijn eigen nietigheid ontvlucht door verstooiing te zoeken, maar het verband met hun eigen levensstijl niet leggen als ze avonds op de bank gaan zitten om voetbal te kijken. Voor een filosoof is de relatie tussen de theorie en zijn eigen leven echter onontbeerlijk. Zelf ben ik veranderd door me in Spinoza te verdiepen.

Het lijkt wel alsof Spinoza en Montaigne over jullie schouders meekijken.

Roose: Daar is wel iets van. (lacht) Geregeld vraag ik me af wat Montaigne zou doen als hij in mijn schoenen stond. En als ik de krant lees, denk ik vaak: hoe zou hij op die actualiteit reageren?

Beeckman: Waarover zou hij schrijven en waarover zou hij zwijgen.

Roose: Precies. Zo heeft hij geen letter geschreven over de vreselijke Bartholomeüsnacht in 1572 toen duizenden protestanten in Parijs werden vermoord. Vandaag is het ondenkbaar dat filosofen over zo’n tragedie zouden zwijgen. Al was het maar omdat de media hen meteen naar hun opinie zouden vragen.

media_xl_3449108Beeckman: Zeg dat wel. Op 22 maart was het nieuws van de aanslagen nog maar amper doorgedrongen toen Filosofie Magazine me opbelde voor een commentaar. Ik was te geschokt om te antwoorden.

Roose: Vaak is het nodig om genoeg afstand te nemen om goed te kunnen nadenken. Jammer genoeg zijn we die filosofische attitude een beetje kwijtgeraakt.

Kan het schrijven van een opiniestuk niet net helpen om je gedachten te ordenen?

Roose: Schrijven kan inderdaad een denkproces zijn, maar dat wil nog niet zeggen dat je zo’n tekst ook meteen moet publiceren. Montaigne schreef zijn Essais, zoals de naam al zegt, om ideeën uit te proberen. Schrijvend dacht hij over zijn onderwerp na. Pas veel later kregen anderen de neerslag ook te lezen. Continue Reading ›

Interview “De Boekenkast” – Doorbraak

unknownDe site Doorbraak interviewde me onlangs over mijn boekenkast – ze vroegen me welke boeken me erg hebben beïnvloed. Door Sander Carollo.

Doorbraak sprak met filosofe en auteur Tinneke Beeckman over haar favoriete boeken.

‘Freelance filosofe’ Tinneke Beeckman is auteur van Door Spinoza’s lens (2012) en Macht en onmacht (2015), schrijft columns voor De Standaard, geeft lezingen, doceert aan The School of Life en is betrokken bij verschillende projecten.

 

2014-08-29-cm-portret-filosofe-tinneke-beeckman_011Vier jaar geleden werkte ze nog als academica.

Na haar proefschrift over Sigmund Freud aan de Vrije Universiteit Brussel kreeg ze meerdere postdoctorale opdrachten. Maar tijdens haar laatste beurs begon ze zich af te vragen of ze nog in de academische wereld wilde blijven.

Beeckman: ‘Door Spinoza, door te mediteren en me meer te mengen in het publieke debat kreeg ik een andere omgang met filosofie dan hoe ze in de academische wereld het meest gevaloriseerd werd. Ik voelde me daar niet meer thuis.’

Dat ze een moedige beslissing genomen, hoort Beeckman geregeld. Zelf vond ze dat werken als zelfstandige het meest redelijke was wat ze kon doen gezien haar opleiding en temperament. ‘Nu ben ik veel productiever en creatiever dan ooit. Het blijft natuurlijk risicovol en je moet je hoofd erbij houden.’ Gelukkig helpen de filosofen die ze bestudeert haar zelf ook. ‘Als je hen ernstig neemt, zijn ze echt wel een steun.’

N-VA-kamerfractieleider Peter De Roover, een van de eersten in deze reeks, haalde in zijn interview overigens Beeckmans boek Door Spinoza’s lens aan omdat zij zich dissident durft op te stellen. Een mooi compliment, vindt Beeckman. ‘Spinoza was ook een dissident. Ik denk dat je van niemand beter kan leren wat het betekent om een buitenstaander te zijn. In zijn geval was het vanuit een fundamentele welwillendheid en een liefde voor vrijheid.’

unknownOm Spinoza makkelijker te verwerken en om er een boek over te schrijven, was Chemins dans l’Ethique van Paolo Cristofolini heel inspirerend voor haar. ‘Het is een boekje met vijf wegen om door Spinoza’s Ethica te wandelen. Als je dit leest, ga je de omwentelingen in zijn denken begrijpen. Als eerste handleiding voor Spinoza is dit veruit het beste dat ik ken. Elke zin opent zoveel deuren.’

Als filosofe leest ze veelal functioneel, beaamt ze. ‘De romans die ik voor dit interview heb uitgekozen las ik louter uit plezier. Dat lukt me nu niet meer. Alles wat ik tegenwoordig lees – Liefde van Karl Ove Knausgård, A Man in Full van Tom Wolfe, The Song of Achilles van Madeline Miller … het zijn fantastische romans – lees ik met de insteek van wat ik er als filosofe mee kan doen. Ik kan ontspannen lezen, maar er is altijd een soort ongeduld om aan de slag te gaan: wat zegt dit werk over de mens vandaag? In dat opzicht is het leesplezier er toch wat af. Eigenlijk ben ik altijd een beetje aan het werken. Zelfs als ik naar Veep kijk, gewoon een komische serie om me te ontspannen, denk ik na of ik daaruit iets kan gebruiken. Vergelijk het met een kat die slaapt maar nog een oogje openhoudt.’

De gekozen boeken die ze zal bespreken zijn enkele romans, sommigen met een filosofische insteek en ongeveer evenveel werken van filosofische auteurs zoals Nietzsche, Machiavelli en Freud; denkers in wie ze zich jarenlang verdiept heeft.

Iemand, niemand en honderdduizend van Luigi Pirandello

1001004010930278‘Het boek gaat over een man, Vitangelo, die een opmerking krijgt van zijn vrouw over zijn neus. Plots beseft hij dat het beeld dat zijn vrouw over hem heeft niet overeenstemt met zijn zelfbeeld. Pirandello schrijft enorm grappig en ritmisch. Bovendien sleept hij je helemaal mee in een verhaal waarvan je denkt dat banaal is. Maar die kleine opmerking van zijn vrouw is niet alleen het begin van een zoektocht, zelfs zijn hele wereld stort ineen. De breuk tussen het beeld van wie je bent – als dat eigenlijk al bestaat –hoe de ander je ziet en hoe je zelf dan nog verandert door omstandigheden denkt hij consequent door. Hij wordt bijna gek, maar uiteindelijk omarmt hij die onaangepastheid.’

‘Sein und Zeit van Martin Heidegger is in 1927 gepubliceerd, een jaar na de uitgave van Iemand, niemand en honderdduizend. Heideggers werk speelt ook met die vervreemding, met zoeken naar authenticiteit, met de moeilijke opdracht om je bestaan, ‘Dasein’, in te vullen, terwijl wie je bent niet op voorhand is bepaald. Maar dat is moeilijk, en dan wordt het verleidelijk op te gaan in das Mann, de menigte rondom je; je begint je dan te comformeren aan de opinies van mensen rondom je, je bekommert je vooral over de blik van de ander. Beide boeken zijn typisch voor de verwarring in de jaren twintig. Bovenal vind ik Iemand, niemand en honderdduizend een fantastisch boek. Ik kan het iedereen aanbevelen. Pirandello is overigens een opmerkelijke figuur. Hij heeft ook kortverhalen die heel humoristisch en tragisch tegelijk zijn.’

Pride and Prejudice van Jane Austen

pandp_trident_internation2001w1‘Dit is een van mijn lievelingsboeken, ik herlees het regelmatig. Het heeft het plot van een romantische komedie. Filmregisseur Nora Ephron (van onder meer de romantische komedie When Harry Met Sally, S.C.) verwijst in haar films impliciet naar dit boek. Het speelt zich af in het begin van de negentiende eeuw.

De hoofdfiguur Elizabeth Bennet is een heel complex personage die een man moet zoeken, zoals dat hoorde in die tijd. IJdelheid en vooroordelen belemmeren dan de liefde. Mr. Darcy, de man met wie ze uiteindelijk wel trouwt – spoiler alert – is van rijke afkomst. Hij geeft een beledigende opmerking over Elizabeth die ze toevallig hoort, en dus benadert ze hem vanuit haar gekrenkte trots, en met de nodige vooroordelen. Hij zit dan weer gevangen in de eisen van zijn sociaal hogere groep, en zijn afkeer voor haar familie. Zo vormen er zich allerlei obstakels in de weg naar de liefde. IJdelheid en het overbruggen van klasse en karakter spelen dus een grote rol. Het zijn de klassieke ingrediënten van de romantische komedies. Jane Austen heeft ook de toon gezet om de liefde vanuit vrouwelijk standpunt te bespreken. Haar geweldige dialogen draaien niet alleen om wat mensen willen zeggen, maar om wat ze voor elkaar willen verbergen, terwijl de lezer de betekenis wel begrijpt. Austen doet dat heel subtiel. Ze geeft lezers de mogelijkheid om de verhoudingen te doorgronden, beter dan de personages dat zelf kunnen.’ Continue Reading ›

Spinoza’s Politieke Filosofie – Amsterdamse Spinozakring, 27 nov. 2016

spinozadag-9-plaatjeOp zondag 27 november sprak ik voor een bomvolle Paradiso-zaal te Amsterdam, op de Spinozadag van de Amsterdamse Spinozakring. Het is zo fijn dat zovele geïnteresseerden komen opdagen voor een studiedag rond Spinoza’s filosofie!

De andere spreker was David Kenning, die samenwerkt met Eberhart Van der Laan, de burgemeester van Amsterdam, in de strijd tegen radicalisering.  Piet Steenbakkers stelde  Spinoza’s web voor, een wetenschappelijk website over Spinoza. En Nelleke Noordervliet gaf een column over Spinoza en Koerbagh. Ze is ook de auteur van de roman Vrij Man over de zeventiende eeuw.

Tot slot volgde een discussie met de sprekers, onder de vlotte leiding van Karianne Marx.

Dit is een korte samenvatting van mijn lezing:

Welke lessen kunnen bestuurders en burgers vandaag de dag trekken uit Spinoza’s politieke filosofie? Hoe tolerant moeten we zijn tegenover intoleranten, en wat betekent de vrijheid van godsdienst?

Hoewel Spinoza’s naam geassocieerd wordt met ‘tolerantie’, verschijnt de term verdraagzaamheid amper in zijn werk. Wanneer de filosoof toch ‘tolero’ of ‘tolerare’ vermeldt, dan slaat dat op volharding, volhouden.

Spinoza pleit niet voor tolerantie, maar voor vrijheid, voor democratie en voor burgerzin.

_dsf0088Het doel van de politiek is een vrije, veilige, welvarende en vredige samenleving. Spinoza gelooft niet in vooruitgang. Zijn naturalisme (de mens maakt deel uit van de natuur en kan volgens de wetten van de natuur worden begrepen) impliceert juist er geen voorzienigheid is. De natuur staat onverschillig tegenover de mens. Het politieke leven is veranderlijk. Mensen zijn emotionele wezens. Geen enkele staatsinstelling is tegen verandering bestand. Dat is voor de burger vandaag de dag een opmerkelijke waarschuwing: wie veranderingen op hun beloop laat, wie niet tijdig ingrijpt wanneer conflicten dreigen, brengt verworven vrijheden in gevaar. Daarbij is de democratie allesbehalve een makkelijk politiek bestel. De tijd werkt niet vanzelfsprekend in het voordeel. Met dat samenleven komt het dus niet noodzakelijk in orde, gewoon dankzij het verloop van de tijd.

Spinoza’s vrijheid vloeit voort uit zijn poging om de relatie tussen theologie en politiek op een originele en ingrijpende manier te denken.

De vraag naar tolerantie betreft in eerste instantie een theologische vraag over het heil van de mens. Dit aspect  wordt vaak vergeten, maar is onontbeerlijk om de beperkingen van een pleidooi voor tolerantie te begrijpen.

Dan zijn er drie visies op de middelen die vanuit het geloof toegelaten zouden zijn om de (on)gelovige tot heil aan te sporen. Twee interpretaties – de intolerante en de tolerante – geven een antwoord op de vrijheid van de mens vanuit een christelijk theologisch denkkader. Pas de derde interpretatie – die van Spinoza – definieert de politiek niet meer vanuit een theologische opdracht die de mens voor zichzelf en in de gemeenschap zou moeten vervullen. Deze derde versie klinkt vandaag de dag voor heel wat burgers vanzelfsprekend, maar ze veronderstelt een opmerkelijke zet: naar een andere opvatting van God/Natuur en de mens. Continue Reading ›

Activiteiten op de boekenbeurs 2016 – debat en signeersessies

unknown-2Vanaf maandag 31 oktober 2016 tot vrijdag 11 november vindt in Antwerpen de boekenbeurs plaats.

Plaats: Antwerp Expo, Jan Van Rijswijcklaan 191, 2020 Antwerpen

Ik signeer, neem deel aan een debat, en ben moderator voor een debat met auteurs op de nocturne van 3 november.

 

Debat

Over ‘Vrijheid, gelijkheid?’ spreek ik met Guillaume Van der Stichelen (‘Samen door één deur‘)  op donderdag 3 november, van 14.30 uur tot 15.30 uur.

 

Nieuwe cover voor het boek.

Signeren van boeken:

‘Door Spinoza’s Lens’ – Boekenstand Polis

vrijdag 4 november van 14.00 tot 16.00 uur.

vrijdag 11 november van 14.00 uur tot 16.00 uur.

 

En ik signeer voor  image005‘Macht en Onmacht, Een verkenning van de hedendaagse aanslag op de Verlichting’ – Boekenstand De Bezige Bij, op 3 november van 15;30 uur tot 17.00 uur.

 

Op 3 november ben ik moderator voor een debat op de ‘Night of the Profs‘ over de ideale samenleving. Vanaf 18.30 uur tot 19.00 uur. Met auteurs Bea Cantillon, Jogchum Vrielink, Dirk Geldof, Dirk Barrez, Johan Albrecht, Pieter De Witte, Paul Cortois en Geert Bouchaert.

 

Laatste sessie: ‘De Verlichting uit Evenwicht?‘ – van Halewych, op woensdag 2 november tussen 12.00 en 14.00 uur.

 

 

 

 

Nog een recensie van ‘Door Spinoza’s Lens’

Nieuwe cover voor het boek.

Nieuwe cover voor het boek.

Toevallig kwam ik op een recensie van een lezer, van ‘Door Spinoza’s Lens, op de website ‘Vreemder dan fictie’.

“4/5 sterren.

Door Spinoza’s lens van Tinneke Beeckman verscheen eind 2012al bij Uitgeverij Pelckmans, maar kreeg dit jaar een herziene vijfde druk bij dochteruitgeverij Polis.

Naast een nieuw jasje biedt de heruitgave ook een aangepast voorwoord door de auteur. Daarin stelt Beeckman dat de filosofie van Spinoza praktische meerwaarde kan bieden in het dagelijkse leven. Zoek in zijn denken – en in dit boek – echter geen pasklare oordelen over wat goed, slecht, juist of fout is:

Spinoza’s denken geeft aan elke geïnteresseerde de opdracht om zelf na te denken over het goede leven. Dat maakt de spinozistische filosofie zeer veeleisend en antiautoritair tegelijkertijd: ze vereist een nauwgezette denkoefening om juist geen gedicteerde leefregels te hoeven aanvaarden. (p. 7)

Baruch Spinoza (1632-1677) was een Nederlandse filosoof, wiskundige en politiek denker die tijdens de Gouden Eeuw niet om een omstreden gedachte verlegen zat. Zo ontkende hij de goddelijke oorsprong van de Bijbel en stelde hij onomwonden de rede boven religie of tradities. Hoewel hij die religie ook enig nut toedichtte (zoals orde en veiligheid) staat Spinoza bij velen te boek als een atheïst.

door spinoza’s lens een oefening in levensfilosofie Tinneke BeeckmanZijn naturalistische gedachtegoed maakte Spinoza tot een van de grondleggers van de radicale verlichting, maar het leverde hem ook een banvloek op: in 1656 werd de filosoof verstoten uit de Joods-Sefardische gemeenschap waarin hij opgroeide, omwille van ‘vreselijke ketterijen’ en ‘monsterlijke daden’. Die vloek geldt overigens tot op vandaag, vreemd genoeg.

Om in zijn onderhoud te voorzien, maakte Spinoza zich het ambacht van lenzenslijper meester. Als hij dus niet bezig was het betere kijkglas te vervaardigen voor verrekijkers en microscopen, dan dacht hij na. Over God, de wereld en de mens.

Wat ’s mans overpeinzingen voor ons kunnen betekenen in een verwarrende 21ste eeuw, is de centrale vraag van Beeckmans boek. Zes thema’s worden bekeken door Spinoza’s lens: vrij debat, revoltes, politiek & moraal, meditatie, Darwin en ten slotte seksualiteit.

Alle hoofdstukken staan op zichzelf, maar sommige begrippen worden duidelijker als je ze in verschillende contexten tegenkomt. Een van die begrippen is ‘conatus’: de drang tot zelfbehoud die ook de essentie van de mens is.

Beeckman slaagt in elk geval in haar opzet: in elk hoofdstuk is de link met het eigen leven of het heden snel gelegd: soms expliciet, soms tussen de regels.

In het eerste hoofdstuk wordt bijvoorbeeld ingegaan op de politieke impact van angst en verontwaardiging, en het gevaar van leiders die erin slagen om mensen tussen hoop en vrees te laten leven. Ik moest geregeld denken aan de geföhnde volksmenner uit New York: verontwaardiging (over Mexicaanse immigranten) en angst (voor bebaarde mannen) werken nog steeds wonderwel om het denken en handelen van mensen te beïnvloeden.

Het derde hoofdstuk biedt een helder overzicht van Spinoza’s levensfilosofie. Die draait niet om wat goed of fout is. Integendeel: wie moraliseert, toont volgens de filosoof vooral een gebrek aan zelfkennis:

Spinoza’s argument om moreel geladen oordelen te vermijden, is het gebrek aan zelfkennis dat eruit spreekt: voor zover moraalridders hun eigen demarche geloven, bedriegen ze niet gewoon de ander, maar zichzelf. Ieder kan de wetten van de natuur kennen (…) maar velen vergeten ze bij uitstek op zichzelf toe te passen. Wie moraliseert, verbeeldt zich een morele zuiverheid die hij niet heeft, terwijl hij de behoefte voelt om de andere negatiever in te schatten dan die verdient. (p. 102-103)

Hoewel Spinoza de rede erg hoog inschat, is hij in de eerste plaats een filosoof van de passies. Hij ontkracht de mythe van het zuivere rationele individu en wijst erop dat niemand – ook filosofen niet – kan ontsnappen aan passies, die ons heen en weer doen slingeren tussen blijheid en droefheid.

Volgens Spinoza ligt de ethische opdracht in het ‘leven volgens de leiding van de rede’. Alleen zo hou je het schip stabiel op een woeste zee van passies, alleen zo kom je tot maximale zelfontplooiing. Dat betekent niet dat alle passies vermeden, onderdrukt of gedisciplineerd moeten worden (de katholieke reflex). De uitdaging is ze in kaart te brengen, ze te begrijpen en er op een positieve manier mee om te gaan. In dat verband is het vierde hoofdstuk over meditatie erg interessant.

In het voorwoord stelt Beeckman dat een deel van de filosofische arbeid onvermijdelijk aan de lezer is voorbehouden. Net dat is het fijne aan dit boek. De hedendaagse relevantie van de 17de-eeuwse filosoof wordt scherp aangetoond, maar in tegenstelling tot de zelfhulpfilosofie van pakweg Alain de Botton worden de praktische conclusies niet voorgekauwd. In zes vlot leesbare hoofdstukken leer je de basis van het spinozistische denken kennen en word je onvermijdelijk aan het denken gezet.”

‘Door Spinoza’s Lens’, voorstelling op 15 juni, bij boekhandel Cronopio te Antwerpen

9789463101660-782x1200Mijn boek Door Spinoza’s Lens krijgt een vijfde druk (het was een tijdje uitverkocht).

Uitgeverij Polis brengt het opnieuw op de markt, in een nieuw kleedje, en ik schreef een nieuw voorwoord.

Over het boek ga ik in gesprek met Alexander Roose, op 15 juni 2016, vanaf 20.00 uur in boekhandel Cronopio. Cronopio is een vrij recente, mooie boekhandel, met een uitstekende selectie boeken en een fijne koffiebar.

Waar? Boekhandel Cronopio, Kasteelpleinstraat 21, 2000 Antwerpen

Tijd? 20.00 uur

Prijs? 5 €, terugbetaald bij aankoop boek

Welkom!

 

 

‘De Tegel’ – over levensmotto’s, Trouw

Unknown-2Voor ‘De Tegel’ in Trouw  vroeg Joost Van Velzen me naar mijn levensmotto. Dat is ‘het goede doen en blij zijn‘. Dit is het korte interview:

Kijk, zo beginnen we onze dag graag. Van wie is de spreuk?
“Van Spinoza. In het Latijn is het: ‘Bene agere et laetari’. In zijn beroemde boek Ethica is het stelling 50 in het vierde deel. Het is een hele behulpzame spreuk, het is praktische filosofie.”

Wat bedoelt Spinoza er mee?
“Ook al benaderen anderen  je boosaardig, beantwoordt dat dan altijd met het goede. Als je het slechte doet, dan komt daar immers toch nooit iets goeds uit voort.”

Dus is het beter om ‘het goede te doen en blij te zijn’. Maar is dat wel op te brengen?
“Niet altijd, natuurlijk. Dit credo is heel moeilijk. Soms ben je toch boos of verdrietig, of moe. Ik zou niet durven beweren dat ik de redelijkheid altijd bij de hand heb. Mensen imiteren ook al snel elkaars gevoelens, waardoor je in een neerwaarste spiraal terecht kunt komen. Continue Reading ›