“De Afspraak op Vrijdag”, 7 sept. 2018, Canvas

Op vrijdag 7 september was ik te gast bij Ivan De Vadder voor De Afspraak op Vrijdag op Canvas, samen met staatssecretaris voor Asiel en Migratie, Theo Francken, en Hoofdredacteur Knack, Bert Bultinck.

We bespraken de pano-reportage over Schild en Vrienden, en de hervorming van het onderwijs.

De uitzending valt op vrt nws te herbekijken.

“Seksistische intimidatie”, column DS, 8 maart 2018

“Op internationale vrouwendag is er – ondanks #metoo en alle ophef de voorbije maanden –weinig reden tot euforie. Als je de krant openslaat, vallen twee gebeurtenissen op: een rechter heeft voor het eerst een man veroordeeld op basis van de seksismewet (vooral bedoeld tegen seksistische straatintimidatie). En de Belgische voetbalbond blijft de misogyne rapper Damso steunen. De bond wierf Damso aan om het WK-lied te schrijven, zoals Mia Doornaert vorige week aankaartte.

Verdedigers van de seksismewet zien in het vonnis van de rechter een overwinning: een man die een vrouwelijke politie-inspecteur uitmaakte voor ‘hoer’, en zei dat ze beter bankbediende zou worden, krijgt drieduizend euro boete. Deze uitspraak is een Pyrrhus-overwinning. De juridische discussie tempert de feeststemming: blijkbaar neemt het gerecht seksistische straatintimidatie pas ernstig sinds er een extra strafwet is, al is die specifieke wet vaag, breed en strikt gezien overbodig (er bestond al een veelheid aan strafbepalingen voor zo’n misdrijf). Ook de bewijslast bij zo’n wet blijft heel moeilijk. Niet toevallig betrof het hier een agente die zelf een pv kon opstellen.

Maar het politieke probleem is dramatischer. De spanningen in de multiculturele samenleving los je niet op door (nieuwe) wetten. Nochtans zwaaien politici daar graag mee, vooral bij fenomenen waarmee ze zich geen raad weten. Seksistische straatintimidatie is zo’n voorbeeld, In bepaalde wijken is het schering en inslag. De documentaire van Sofie Peeters ‘Femme de la Rue’ toonde eerder al die realiteit. Dat seksistisch pestgedrag komt met culturele en religieuze verschillen, die nauwelijks openlijk worden besproken. Nog altijd blijft een kritische analyse van de ideeën die minderheden er op nahouden, taboe. Meer nog, wie al te kritisch denkt, mag de stempel islamofoob of racist vrezen. Liever dan overbodige wetten, is een maatschappelijk debat nodig waarbij die vrouwonvriendelijke visies worden aangekaart, uitgelegd, uitgediept. Welk mensbeeld hangen zo’n daders aan? Welk ideeën krijgen ze mee over lichamelijkheid, mannelijkheid of vrouwelijkheid? Welk idee van gelijkheid en vrijheid vinden ze wel vanzelfsprekend? Liever meer taboeloze documentaires, meer publieke campagnes en meer positieve rolmodellen voor jongeren.

Dat brengt me bij de populaire rapper, Damso, die in zijn liedjes vrouwen beschrijft als sletten waar een man mee mag doen wat hij wilt. De subtiele teksten van mijnheer Damso vallen niet onder de seksismewet. Dat is enerzijds goed nieuws, want dit betekent dat er nog artistieke vrijheid bestaat. Anderzijds toont het dat strafwetten slechts beperkt culturele of politieke effecten hebben. Dit is dus de paradox: terwijl de wetgever steeds meer moraliseert door brede en vage wetten op te stellen, wordt vrouwenhaat banaler; op straat, in de culturele wereld en nu in de sportwereld. Wie had zich pakweg tien jaar geleden kunnen indenken dat de voetbalbond voor de maker van zo’n expliciete, wansmakelijke teksten zou kiezen? Of dat voetbalsterren gewillig met zo’n artiest zouden poseren, zoals Eden Hazard deed, alsof die rapper een navolgbaar voorbeeld is? Continue Reading ›

‘Cultuurmarxisme verlamt de kracht van links’, DM, 26 sept. 2017

Dit stuk verscheen in De Morgen op 26 september 2017. Het is een reactie op een stuk van Mark Elchardus: ‘Kritiek op neoliberalisme hetzelfde als kritiek op cultuurmarxisme? Komaan zeg’, in De Morgen op 23 september.

De aanleiding is de recente persaandacht voor de opinies van Thierry Baudet, Sid Lukassen en Paul Cliteur: enkele commentatoren meenden dat ‘cultuurmarxisme’ een algemene kritiek is vanwege rechtse critici zoals neoliberalisme de kritische term is voor linkse denkers. Maar die gelijkschakeling gaat niet op.

“Mark Elchardus heeft groot gelijk dat het zogenaamde cultuurmarxisme en neoliberalisme niet zomaar naast elkaar kunnen worden geplaatst. Maar hij onderschat wel de ondermijnende werking van die nieuwe zogenaamd linkse analyse, in eerste instantie voor linkse bewegingen zelf. In die zin is het fantoom van het cultuurmarxisme de twijfelachtige bondgenoot van het neoliberalisme.

Herbert Marcuse tussen de studenten, 1968.

Elchardus verwijst terecht naar Herbert Marcuse als een bron van de ‘cultuurmarxistische’ gedachte dat minderheden vanuit hun kwetsbare positie een moreel gelijk incarneren, waarmee ze elke politieke discussie kunnen bepalen. Marcuse schreef in ‘A critique of pure tolerance’ dat niemand ideeën hoeft te verdragen, die de kansen op een leven zonder angst of ellende beperken. Elke uitspraak waarbij een ‘kwetsbaar’ iemand uit een minderheid zich niet goed voelt, moet worden vermeden. Zo ontstaat de vrijgeleide voor censuur en manipulatie: niet de argumenten of de feiten bepalen het gesprek, maar of iemand zich door ideeën bedreigd voelt.

 

Elchardus heeft ook gelijk dat de aanhangers van deze ideologie een numerieke minderheid vormen, alsook dat ze nogal veel rumoer maken. Maar toch onderschat hij hun impact. Een numerieke minderheid kan wel een koers bepalen. Dat is des te meer het geval wanneer toonaangevende intellectuele en culturele instellingen die logica overnemen. Amerikaanse universiteiten worstelen steeds meer met deze identitaire retoriek (de zogeheten micro-agressies, bijvoorbeeld), die de kwaliteit van het onderwijs aantasten.

Maar zo ver hoef je niet te zoeken. In de media en op sociale media neemt de identitaire logica vol zelfvertrouwen toe: iemands gedachten worden schaamteloos tot zijn afkomst, positie of godsdienst herleid. Ben je ‘wit’ of ‘blank’, dan heb je alvast moreel en dus ook inhoudelijk ongelijk, want je spreekt vanuit de machtspositie. Ben je niet-wit, dan word je verondersteld trouw zijn aan op voorhand vastgelegde ideeën. En speel je de rol van kritische allochtoon, dan moet je een vrijgeleide krijgen, zelfs al formuleer je gedachten die een progressief streven naar universele waarden en positief samenleven ondergraven. Aangezien hier een moreel argument achter schuilgaat – het slachtoffer spreekt! – lijkt elke discussie al beslecht. In die zin is cultuurmarxisme wel degelijk een probleem, dat links best zelf ernstig neemt.

Meer nog, deze tendens verlamt de kracht van links om tegen het neoliberalisme te strijden.

De identitaire logica werkt namelijk splijtend: zelfs geëngageerde, linkse mensen kregen al het verwijt racistisch te zijn. Deze zomer overkwam het enkele medewerkers van Theater aan Zee, na de kritiek van Tunde Adefioye. Zo vertrekt links in verdeelde slagorde. Daarnaast ontstaat er onzekerheid over het aanvaardbare intellectuele gedachtengoed. Deze wending maakt een karikatuur van Marcuses opzet: hij wilde de waarde van de Westerse beschaving op zich nooit in vraag stellen. Maar die implicatie bestaat nu wel. Links heeft nochtans voldoende intellectuele wapens om tegen de neoliberale tendensen weerstand te bieden. Maar dan moet het ideeën uitsluitend beoordelen op basis van hun intrinsieke waarden en kwaliteiten, ongeacht wie ze heeft bedacht.

Een oude, dode Italiaan als Antonio Gramsci kan ook nog inspireren: hij analyseerde niet alleen de kracht van culturele ideeën, maar bleef onvermoeid de economische machtsrelaties fileren, en verdedigde moeiteloos de hoogtepunten van een cultuur – voor hem kregen kinderen van arbeiders in hun opleiding idealiter ook Latijn mee.

Helaas worden politieke vraagstukken vandaag herleid tot morele posities, en zelfs tot essentialistische reflexen. Dit is niet alleen een stap terug ten opzichte van de progressieve theorieën over de gelijkheid en de zelfontplooiing van alle mensen. Het verhindert een heldere kijk op de noodzakelijke strijd.

Het cultuurmarxisme is dus een godsgeschenk voor neoliberale adepten. Wie het goed meent met links, heeft alle redenen om die identitaire, censurerende en reductionistische tendensen te ontkrachten.”

‘De politiek van de straffe uitspraken’, column DS 7 sept. 2017

“De verkiezingsstrijd voor 2018 is begonnen. In Antwerpen ligt burgemeester De Wever onder vuur; Nahima Lanjri schrijft een open brief aan Borgerhout; de PVDA lanceert digitale enquêtes.

Campagnes rond ‘straffe uitspraken’ ontbreken helaas niet. Helaas, omdat deze campagnes de onverschilligheid tegenover de politiek aanwakkeren.

Het meest recente voorbeeld is de heibel rond Bart De Wevers interview in de Gazet van Antwerpen, waarin hij zegt: ‘Kijk naar de foto’s van daders in Barcelona. Op de Turnhoutsebaan kom je makkelijk mannen van dat type tegen.’

Het stramien is bekend: het lijkt alsof zo’n spectaculaire kop in het interview op zichzelf staat. Daarover ontstaat dan een storm van verontwaardiging. Maar wie het hele stuk leest, ziet dat het interview anders luidt: ‘Die kleine kwalijke groep van vijfhonderd dossiers (van geradicaliseerden) is ook voor de moslims zelf kwalijk. Kijk naar de foto’s van de daders in Barcelona. Op de Turnhutsebaan in Borgerhout kom je makkelijk twintig mannen van dat type tegen. Zo ontstaat een spiraal van wantrouwen en afwijzing.’

Meteen verschijnen opiniërende artikels dat de ‘polarisering dringend moet eindigen’. Een polarisering die echter alleen voortvloeit uit een gebrekkige lectuur van het stuk. Op zaterdag verschenen berichten over fietsagenten die klappen kregen van omstaanders nadat ze een vrouw in Borgerhout wilden arresteren. Na dit gewelddadige incident verwachtte De Wever een signaal van de buurt. Op zondag kwam er een betoging, maar dan tegen De Wever, die volgens een facebookbericht ‘zijn eigen burgers met gorte uitspraken schoffeert en burgers stigmatiseert.’ Bij die betoging was voor ongeveer elke tien deelnemers één fotograaf aanwezig was. Het leverde opnieuw voer voor berichtgeving, interpretatie, commentaar.

In feite was de signaal-betoging in Borgerhout mager, zeker als racistische uitspraken van een burgemeester over een bevolkingsgroep inderdaad de inzet zou zijn. Blijkbaar kunnen nog heel wat mensen voorbij de kop lezen, en schatten ze de problemen anders in.

Deze episode raakt aan een breder punt: burgers reageren apathisch omdat ze zo’n nieuwscyclus als een soort spektakel beleven, niet als een politieke kwestie waar zij als burgers bij betrokken zijn. Je trekt toch ook de straat niet op over de uitslag van ‘Belgium’s Got Talent’, al betwist je het oordeel van de jury?

Sensationele mediastormen die onverschilligheid bevorderen, zijn geen Vlaams of Belgisch fenomeen. Ze zijn evenmin eigen aan linkse of rechtse geïnspireerde media, maar aan het gekonkel op sociale media en haast-journalistiek, met nefaste politieke effecten. Continue Reading ›

“Een reactionair is geen conservatief”, column DS, 16 maart 2017

” Identiteit en integratie zijn de thema’s van de Nederlandse verkiezingen. Dat is onwennig voor alle partijen, behalve voor de PVV van Wilders, en voor DENK, de partij opgericht door ex-PVDA-leden Kuzu en Öztürk. Met deze laatste partij komen ook ronduit reactionaire stemmen naar boven. De spanningen tussen Nederland en Turkije verduidelijken dit radicale project.
Het programma van DENK leek helder: de strijd tegen racisme en discriminatie. DENK-boegbeeld Sylvana Simons verliet de partij echter omdat de leiders volgens haar “homorechten en vrouwenrechten niet serieus namen” en “zich teveel op conservatieve kiezers richten”.

Dit is een veel voorkomend misverstand: een partij als DENK bedient niet alleen een conservatieve achterban, maar is zelf een reactionaire beweging.

Reactionair betekent dat de partij de verwezenlijkingen van de moderniteit ongedaan wil maken: de scheiding tussen kerk en staat, individuele rechten voor mannen én vrouwen, vrijheid van mening en (on)geloof, vrije pers en een wetenschappelijk geïnspireerd waarheidsstreven. DENK is de enige partij die Erdogans houding tegenover Nederland de afgelopen dagen steunde. Erdogan heeft de democratie vroeger met een tram vergeleken: “Je rijdt ermee tot je je bestemming bereikt, dan stap je er uit.” In eigen land illustreert Erdogan wat dit betekent.
Wat de politieke strijd betreft, durft DENK van de democratische methode af te wijken. De partij verspreidt ‘fake news’ en uit de lucht gegrepen samenzweringstheorieën. Ze valt de reguliere media frontaal aan. Ze is sterk autoritair, en voert erg agressief campagne. Zo klaagt de ‘Raad van Marokkaanse Moskeeën Nederland’ over intimidatie van moskeegangers, alsof elk individu niet zelf mag beslissen voor wie hij stemt.

Vergelijk dit met de houding van de conservatief: die staat sceptisch tegenover de maakbaarheid van mens en samenleving. Heilzame veranderingen gebeuren liefst in kleine stapjes en vanuit wat in het verleden werd opgebouwd. De ware conservatief is een bescheiden wereldverbeteraar. ‘Als we de wereld niet opnieuw ongelukkig willen maken, moeten we onze dromen over het gelukkig maken van de wereld opgeven’, noteerde Karl Popper. Een conservatief knikt instemmend. Hij kan zich ook vinden in de woorden van Lord Palmerston die ooit boos mompelde: ‘Hervormen, hervormen. Is het al niet erg genoeg?’. Voor de conservatief beschermt de rechtsstaat de individuele rechten, terwijl het politieke of sociale project alleen vanuit een zin voor de gemeenschap kan ontstaan. DENK wil daarentegen een radicale omwenteling van de Nederlandse samenleving.

Progressief is DENK ook niet. De partij klinkt alleen progressief in haar aandacht voor racisme, discriminatie en vrijheid. Alleen dient die vrijheid om paternalisme opnieuw in te voeren. Het antwoord op racisme en discriminatie is al evenmin progressief. DENK pleit niet voor een universalistische, verbindende boodschap, waarbij mensen elkaar ongeacht hun etnische, religieuze of andere verschillen respecteren en waarderen. Dan overstijgen mensen hun verschillen juist om als gelijken samen te leven. Neen, DENK maakt van verschil de maatstaf. Iemands etnische achtergrond bepaalt zijn stemgedrag, ongeacht de uiteenlopende politieke ideeën over vrijheid of gelijkheid die iemand kan hebben. De kloof die DENK introduceert, valt nooit te overbruggen. Zo’n beweging kan alleen polariserend werken. DENK vertegenwoordigt ook geen regenboog van minderheden. Veruit de meeste aanhangers zijn van Turkse komaf, en heel wat Marokkaanse Nederlanders zeggen op DENK te stemmen. Maar Antilliaanse of Surinaamse kiezers zouden zich volgens opinieonderzoek van Kantar Public niet aangesproken voelen.

De stichtende leden van DENK komen uit de PVDA. Die vaststelling is reden genoeg voor progressieve partijen om grondig na te denken over de verborgen breuklijnen, die zelfs door hun eigen partijen dreigen te lopen: naast de keuze tussen progressief of conservatief maakt de reactionaire visie nu opgang. Het laaiende conflict begin deze week tussen Nederland en Turkije toont dat dit reactionaire gedachtengoed geen marginaal fenomeen is, ongeacht wat de verkiezingsuitslag teweegbrengt.”

Deze column verscheen op 16 maart in De Standaard.

“Trumps kiezers hebben altijd gelijk”, column DS, 30 jan. 2017

Unknown 08.33.05“In tijden van ‘post-truth’, postfeitelijkheid of postwaarheid is het moeilijk om leugens van realiteit te onderscheiden. Zo kan je geen democratisch debat meer voeren. Het thema kwam al diepgravend aan bod bij Karel Verhoeven (29/12) en Luuk Van Middelaar (03/01). Eén aspect bleef onderbelicht: hoe de postfeitelijkheid de politieke tegenstellingen vooral tot morele verschillen lijkt te maken. Dat morele gehalte van politieke stellingen maakt mensen doof voor de argumenten van de tegenstander. Het resultaat is dat elke mens in zijn eigen ‘goede’ bubbel leeft, met moreel rechtvaardige medestanders, terwijl andersdenkenden moreel foute wezens zijn, die geen enkele politieke inspraak verdienen. De politieke kloof is onoverbrugbaar, omdat hij moreel wordt beleefd.

image005In mijn boek ‘Macht en Onmacht. Een verkenning van de aanslag op de Verlichting’ beschrijf ik hoe de postmoderne filosofie hiertoe behoorlijk heeft bijgedragen. Na de dood van God, sneuvelde de Waarheid, alsook de waarachtigheid en het kritisch zelfinzicht. Alleen interpretaties bleven over.

In ‘Nietzsche, Freud, Marx’ lanceert Michel Foucault een nieuwe interpretatiemethode, met twee pijlers. Interpretaties zijn oneindig, want er is geen oorspronkelijke betekenis. En de vraag naar de correcte interpretatie is eigenlijk een vraag naar de dominante interpretatie. Neem het Griekse woord ‘agathos’, ‘goed’, schrijft Foucault, in navolging van Nietzsche: ‘Goed’ heeft geen oorspronkelijke of ultieme betekenis, maar verkrijgt een betekenis, door wie op een gegeven moment de macht in handen heeft. Deze Nietzscheaanse methode leidt tot fascinerende oefeningen.

unknownMaar bij Foucault krijgt ze een specifieke politieke wending: want ‘er ligt altijd een groot weefsel van gewelddadige interpretaties aan de basis van alles wat spreekt’. Niet zozeer wat gezegd wordt, maar wie spreekt wordt belangrijk. Dit verandert de visie op kritisch denken: idealiter opent de filosofische kritiek de mogelijkheid voor de onderdrukte, verzwegen stem om zijn interpretaties te doen gelden. Dan wordt de politieke vraag een morele keuze. Aan wie geeft men bij voorkeur het woord: aan de onderdrukker, of aan de onderdrukte?

Het boek ‘Orientalisme’ van Edward Saïd illustreert deze denkwijze. Volgens Saïd is de westerse blik op andere culturen bepaald door ‘oriëntalisme’: elk westers ‘discours’ over de ander, miskent die andere want de westerse visie wordt bepaald door koloniale machtsrelaties. Continue Reading ›

“De buitenstaander en zijn identiteit”, DS, 5 dec. 2016

Unknown 08.33.05“Theorieën over identiteit zijn betrekkelijk nieuw. Voor de Tweede Wereldoorlog sprak bijna niemand er over. De zwarte, Amerikaanse socioloog W.E.B Du Bois arriveerde in 1892 in Berlijn om zijn studies verder te zetten. Later vertelde hij tijdens die periode aangenaam verrast te zijn: hij voelde zich in Berlijn door de anderen als een gelijke behandeld. Ze leken tegenover hem geen punt te maken van godsdienst, gender, seksuele voorkeur of ras. Du Bois was dan ook sterk geboeid door hun idealen van broederlijkheid en zelfontplooiing.

Vandaag is de lijst met identiteitslabels behoorlijk lang, en mogelijk eindeloos. Maar is dat ook een goede zaak? Volgens de Brits-Ghanese filosoof Appiah hangt dat er van af. Het identiteitsdenken werkt soms te goed: de wereld valt uit elkaar in deeltjes en groepjes die amper met elkaar in gesprek gaan, laat staan dat ze een samenleving vormen.

nelleke-en-appiah

Juryvoorzitter Nelleke Noordervliet geeft het boek aan de laureaat.

Appiah beschouwt zich als kosmopoliet. En doorgaans willen kosmopolieten elke identiteit weg, ze zijn alleen geïnteresseerd in een universeel burgerschap. Bij Appiah ligt het complexer: hij wil een kosmopolitisme dat de mens centraal stelt en ook rekening houdt met identiteitsgevoelens.

‘Ik ben een mens en niets menselijks is mij vreemd’, schreef Terentius, een slaaf uit Romeins Afrika, een Latijnse vertaler van Griekse komedies en een schrijver uit klassiek Europa. Zijn meertaligheid, origine en dialogerende openheid voedden zijn milde inzicht. Dat gelaagd gesprek moeten we vandaag verder zetten. Appiah gruwelt van een universalisme dat geen verschil meer onderkent en van een cultuur-of waardenrelativisme dat het gesprek van de mensheid met zichzelf bij voorbaat opgeeft.

unknown

Joe Appiah en Enid Cripps

Deze genuanceerde boodschap gaf Kwame Anthony Appiah toen hij de Internationale Spinozalensprijs ontving, vorige week in Amsterdam, op 24 november, de verjaardag van Spinoza (1632-1677). Tegelijkertijd verschijnt zijn boek ‘De erecode. Hoe morele revoluties plaatsvinden’. Grote morele veranderingen – de afschaffing van het duel, van de slavernij en Chinese gewoonte vrouwenvoeten in te binden – , legt Appiah uit, vonden niet plaats omdat de tegenstanders van die praktijken betere argumenten hadden, maar omdat het behoud ervan door de leden van de samenleving als oneervol werd ervaren. Een voorbeeld: onder edellieden bestond het duel lange tijd, omdat het als eervol werd beschouwd, hoewel de praktijk onwettelijk werd. Maar toen zowat iedereen aan het duelleren ging, vond de ‘echte’ aristocratie het niet meer eervol. En dat was het einde van die praktijk. De Chinezen en de Britten gaven hun mensonterende praktijken op toen ze begrepen dat andere naties hen omwille van die praktijken als oneervolle lieden beschouwden. Het is een contra-intuïtief, uitermate intelligent boek van een bijzonder elegant filosoof die geëngageerd is en het beste wil voor iedereen.

Continue Reading ›