Interview “De Boekenkast” – Doorbraak

unknownDe site Doorbraak interviewde me onlangs over mijn boekenkast – ze vroegen me welke boeken me erg hebben beïnvloed. Door Sander Carollo.

Doorbraak sprak met filosofe en auteur Tinneke Beeckman over haar favoriete boeken.

‘Freelance filosofe’ Tinneke Beeckman is auteur van Door Spinoza’s lens (2012) en Macht en onmacht (2015), schrijft columns voor De Standaard, geeft lezingen, doceert aan The School of Life en is betrokken bij verschillende projecten.

 

2014-08-29-cm-portret-filosofe-tinneke-beeckman_011Vier jaar geleden werkte ze nog als academica.

Na haar proefschrift over Sigmund Freud aan de Vrije Universiteit Brussel kreeg ze meerdere postdoctorale opdrachten. Maar tijdens haar laatste beurs begon ze zich af te vragen of ze nog in de academische wereld wilde blijven.

Beeckman: ‘Door Spinoza, door te mediteren en me meer te mengen in het publieke debat kreeg ik een andere omgang met filosofie dan hoe ze in de academische wereld het meest gevaloriseerd werd. Ik voelde me daar niet meer thuis.’

Dat ze een moedige beslissing genomen, hoort Beeckman geregeld. Zelf vond ze dat werken als zelfstandige het meest redelijke was wat ze kon doen gezien haar opleiding en temperament. ‘Nu ben ik veel productiever en creatiever dan ooit. Het blijft natuurlijk risicovol en je moet je hoofd erbij houden.’ Gelukkig helpen de filosofen die ze bestudeert haar zelf ook. ‘Als je hen ernstig neemt, zijn ze echt wel een steun.’

N-VA-kamerfractieleider Peter De Roover, een van de eersten in deze reeks, haalde in zijn interview overigens Beeckmans boek Door Spinoza’s lens aan omdat zij zich dissident durft op te stellen. Een mooi compliment, vindt Beeckman. ‘Spinoza was ook een dissident. Ik denk dat je van niemand beter kan leren wat het betekent om een buitenstaander te zijn. In zijn geval was het vanuit een fundamentele welwillendheid en een liefde voor vrijheid.’

unknownOm Spinoza makkelijker te verwerken en om er een boek over te schrijven, was Chemins dans l’Ethique van Paolo Cristofolini heel inspirerend voor haar. ‘Het is een boekje met vijf wegen om door Spinoza’s Ethica te wandelen. Als je dit leest, ga je de omwentelingen in zijn denken begrijpen. Als eerste handleiding voor Spinoza is dit veruit het beste dat ik ken. Elke zin opent zoveel deuren.’

Als filosofe leest ze veelal functioneel, beaamt ze. ‘De romans die ik voor dit interview heb uitgekozen las ik louter uit plezier. Dat lukt me nu niet meer. Alles wat ik tegenwoordig lees – Liefde van Karl Ove Knausgård, A Man in Full van Tom Wolfe, The Song of Achilles van Madeline Miller … het zijn fantastische romans – lees ik met de insteek van wat ik er als filosofe mee kan doen. Ik kan ontspannen lezen, maar er is altijd een soort ongeduld om aan de slag te gaan: wat zegt dit werk over de mens vandaag? In dat opzicht is het leesplezier er toch wat af. Eigenlijk ben ik altijd een beetje aan het werken. Zelfs als ik naar Veep kijk, gewoon een komische serie om me te ontspannen, denk ik na of ik daaruit iets kan gebruiken. Vergelijk het met een kat die slaapt maar nog een oogje openhoudt.’

De gekozen boeken die ze zal bespreken zijn enkele romans, sommigen met een filosofische insteek en ongeveer evenveel werken van filosofische auteurs zoals Nietzsche, Machiavelli en Freud; denkers in wie ze zich jarenlang verdiept heeft.

Iemand, niemand en honderdduizend van Luigi Pirandello

1001004010930278‘Het boek gaat over een man, Vitangelo, die een opmerking krijgt van zijn vrouw over zijn neus. Plots beseft hij dat het beeld dat zijn vrouw over hem heeft niet overeenstemt met zijn zelfbeeld. Pirandello schrijft enorm grappig en ritmisch. Bovendien sleept hij je helemaal mee in een verhaal waarvan je denkt dat banaal is. Maar die kleine opmerking van zijn vrouw is niet alleen het begin van een zoektocht, zelfs zijn hele wereld stort ineen. De breuk tussen het beeld van wie je bent – als dat eigenlijk al bestaat –hoe de ander je ziet en hoe je zelf dan nog verandert door omstandigheden denkt hij consequent door. Hij wordt bijna gek, maar uiteindelijk omarmt hij die onaangepastheid.’

‘Sein und Zeit van Martin Heidegger is in 1927 gepubliceerd, een jaar na de uitgave van Iemand, niemand en honderdduizend. Heideggers werk speelt ook met die vervreemding, met zoeken naar authenticiteit, met de moeilijke opdracht om je bestaan, ‘Dasein’, in te vullen, terwijl wie je bent niet op voorhand is bepaald. Maar dat is moeilijk, en dan wordt het verleidelijk op te gaan in das Mann, de menigte rondom je; je begint je dan te comformeren aan de opinies van mensen rondom je, je bekommert je vooral over de blik van de ander. Beide boeken zijn typisch voor de verwarring in de jaren twintig. Bovenal vind ik Iemand, niemand en honderdduizend een fantastisch boek. Ik kan het iedereen aanbevelen. Pirandello is overigens een opmerkelijke figuur. Hij heeft ook kortverhalen die heel humoristisch en tragisch tegelijk zijn.’

Pride and Prejudice van Jane Austen

pandp_trident_internation2001w1‘Dit is een van mijn lievelingsboeken, ik herlees het regelmatig. Het heeft het plot van een romantische komedie. Filmregisseur Nora Ephron (van onder meer de romantische komedie When Harry Met Sally, S.C.) verwijst in haar films impliciet naar dit boek. Het speelt zich af in het begin van de negentiende eeuw.

De hoofdfiguur Elizabeth Bennet is een heel complex personage die een man moet zoeken, zoals dat hoorde in die tijd. IJdelheid en vooroordelen belemmeren dan de liefde. Mr. Darcy, de man met wie ze uiteindelijk wel trouwt – spoiler alert – is van rijke afkomst. Hij geeft een beledigende opmerking over Elizabeth die ze toevallig hoort, en dus benadert ze hem vanuit haar gekrenkte trots, en met de nodige vooroordelen. Hij zit dan weer gevangen in de eisen van zijn sociaal hogere groep, en zijn afkeer voor haar familie. Zo vormen er zich allerlei obstakels in de weg naar de liefde. IJdelheid en het overbruggen van klasse en karakter spelen dus een grote rol. Het zijn de klassieke ingrediënten van de romantische komedies. Jane Austen heeft ook de toon gezet om de liefde vanuit vrouwelijk standpunt te bespreken. Haar geweldige dialogen draaien niet alleen om wat mensen willen zeggen, maar om wat ze voor elkaar willen verbergen, terwijl de lezer de betekenis wel begrijpt. Austen doet dat heel subtiel. Ze geeft lezers de mogelijkheid om de verhoudingen te doorgronden, beter dan de personages dat zelf kunnen.’ Continue Reading ›

Essaywedstrijd voor vrouwen – doe mee!

FM_logo_los.inddEnkele vrouwelijke redacteurs van Filosofie Magazine organiseren een essaywedstrijd voor vrouwen:

” Vrouwenstilte.
Meer dan de helft van de afgestudeerden aan de universiteit is vrouw. Toch is de mannenstem nog altijd dominant in het publieke debat. Vrouwen schrijven minder boeken, publiceren minder in kranten en tijdschriften en spreken minder vaak op evenementen, radio of tv.

Waar komt deze vrouwenstilte vandaan en wat kunnen we eraan doen? Omdat wij denken dat een samenleving van mannen en vrouwen moet worden geduid door mannen en vrouwen, organiseren we een essaywedstrijd. De enige eis: vrouw zijn. Sorry mannen!

Doe mee!

Alle vrouwen mogen meedoen, ongeacht opleiding of ervaring. Het essay – 1500 woorden over het thema ‘hoe maken we iets van de toekomst’ –  moet in het Nederlands geschreven zijn. Meedoen? Stuur je stuk vóór 10 januari 2017 naar ikschrijfessays@gmail.com en vermeld daarbij je naam, e-mailadres en telefoonnumer.

Oja. #ikschrijf is een hashtag. En hashtags zijn van niemand. Op Twitter kan iedereen dus deelnemen aan de discussie over diversiteit in het publieke debat.”

“Gezocht: mannelijke voorbeelden” – DS, 7 nov 2016

Unknown 08.33.05” Trumps electorale succes is het bewijs dat vernederingsretoriek in de politiek goed aanslaat. Opvallend genoeg hangt met die vernederingsretoriek ook een twijfelachtige visie op mannelijkheid samen. Die retoriek draagt geen constructief politiek project. Om die reden alleen al, heeft deze tijd een inspirerende kijk op mannelijkheid nodig, waarbij eer en (zelf)respect niet ten koste van anderen gaan.

Vernedering speelt bij Donald Trump op meerdere manieren. Vanaf het begin beledigde hij doelbewust gehandicapten, Mexicanen, moslims. Anderzijds blijkt volgens zijn biograaf Michael D’Antonio publieke vernedering Trumps ergste nachtmerrie te zijn: de celebrity/politicus kan geen enkele persoonlijke onvolkomenheid toegeven. Over wie faalt, spreekt hij met intense minachting. Zijn politieke project bestaat uit zelfverklaarde grootsheid: ‘I’m the greatest, I’ll make America great again’. Niet toevallig trekt hij kiezers aan die sociale statusverlies en achteruitgang vrezen.

Trump doet geen moeite om zijn minachting voor vrouwen te verbergen. Schaamteloos bespot hij hen om hun uiterlijk, miskent hij hun capaciteiten, en bedreigt hij hun lichamelijke integriteit. Trump gedraagt zich – met succes – als een agressieve bully, die watjes verafschuwt, en autoritaire leiders als Putin bewondert. Alsof mannelijkheid brute macht over anderen betekent.

Wanneer vernedering een politiek programma overheerst, is er geen constructieve uitweg mogelijk.

De filosoof Avishai Margalit definieert vernedering als ‘elk gedrag of elke voorwaarde die voor een persoon een reden vormt om zijn of haar zelfrespect gekwetst te zien’. Margalit stelt ook dat iemand zich vernederd kan voelen zonder dat de ander de intentie had om te kwetsen. Dat maakt de politieke gevolgen van vernederingsgevoelens enorm complex: soms verwacht de vernederde een schadeloosstelling die niemand kan inlossen.

Alleen al gegronde gevoelens van vernedering leiden tot politieke rampen. Europese landen hebben na de Tweede Wereldoorlog bewust een politiek project uitgewerkt om die negatieve dynamieken te beëindigen. Na de Eerste Wereldoorlog voelde Duitsland zich diep vernederd, en waren landen als Frankrijk wraakzuchtig. Het leidde alleen tot een volgende wereldoorlog. Na 1945 hadden Frankrijk en Duitsland hun lesje geleerd, en wilden ze positief samenwerken. In dezelfde periode trok de EU lessen uit het onrecht van het Europese kolonialisme: de strijd tegen racisme en discriminatie van minderheden werd diep verankerd met wetten, instellingen en rechtsorganen. De EU probeert – in de woorden van Margalit – een ‘decent society’ te zijn, waar niemand zich vernederd hoeft te voelen. Het heeft Europa een lange periode van welvaart en vrede opgeleverd. Continue Reading ›

Interview in Bruzz ‘Vrouwen zijn niet verantwoordelijk voor wat mannen denken’, 12 sept. 2016

unknown

Interview voor Bruzz, door Danny Vileyn en Bettina Hubo. 

“Het probleem met de boerka is dat het kledingstuk de dresscode is van een theocratie en niet van een democratie. Dat zegt politiek filosofe Tinneke Beeckman. Ze vindt dat we slordig zijn omgesprongen met de idealen van verlichting en democratie. Een gesprek over democratie, gelijkheid en godsdienstvrijheid.
Tinneke Beeckman (40) is een vurige verdedigster van de menselijke vrijheid en van het autonome individu dat een levensproject uittekent zonder dwang van godsdienst en traditie. Migratie, globalisering en de alomtegenwoordige sociale media hebben ons wereldbeeld door elkaar geschud. En vooral: met de komst van moslims is godsdienst weer prominent aanwezig.

Volgens Thomas Jefferson is democratie een politiek systeem ‘voor het volk, door het volk en van het volk’. Akkoord?
Tinneke Beeckman: Voor veel burgers is de liberale democratie waarin we leven gemeengoed geworden. Mensen denken er nog zelden bewust over na, en dat is spijtig. De legitimiteit van de macht is in een liberale democratie verbonden met wat het volk wil en welk levensproject ieder mens heeft. Wij aanvaarden niet meer dat een heerser een andere autoriteit dan het volk, God bijvoorbeeld, inroept om zijn politieke macht op te baseren. Maar dat betekent allerminst dat het principe van de volkssoevereiniteit voor eeuwig verworven is.
In een democratie is civic virtue, burgerdeugd, belangrijk. Dat vraagt een zekere inspanning van elk mens. Individuele mensen moeten hun taak als burger willen opnemen. Dat betekent dat ze een visie hebben op wat goed is voor het algemeen belang en verbondenheid voelen met andere burgers om dat politieke project waar te maken.

 

copyright foto - Bart Dewalee

copyright foto – Bart Dewalee

In Brussel, onder meer in Molenbeek, leeft een groep kansarme jongeren die gevoelig is voor radicalisering. Waar zijn wij tekortgeschoten? Worden de idealen van de verlichting te weinig gepromoot of is de oorzaak toch sociaal-economisch?
Beeckman: De overheid probeert wel om hun sociaal-economische situatie te verbeteren. De Molenbekenaars die betrokken waren bij de aanslagen in Parijs bijvoorbeeld hadden een sociale woning en ze kregen ondersteuning vanuit de samenleving.
Ik denk dat het al misloopt bij de vraag ‘wat doen wij fout?’. Als je zegt dat wij fout zijn, dan neem je die jongeren niet ernstig als mens. Zij kunnen nochtans net zo goed als wij hun lot in eigen handen nemen.

Hoe komt het dan dat die jongeren niet gecharmeerd raken door de verlichtingsidealen?
Beeckman: De vraag die we ons moeten durven stellen is of iemand die jongeren de idealen van verlichting en democratie ooit heeft uitgelegd. Wij zijn zelf trouwens heel slordig omgegaan met de idealen van de verlichting.
In de jaren negentig, na de val van de Muur, heerste de idee: de liberale democratie blijft altijd bestaan, als een soort basso continuo. Maar die baseline is helemaal niet vanzelfsprekend. Dat is wat we vandaag ervaren.

Je zou kunnen opperen dat vrouwen die een boerka dragen zich buiten de maatschappij plaatsen. Dat zij niet langer van de voordelen van diezelfde maatschappij moeten kunnen genieten.
Beeckman: De liberale democratie vertrekt vanuit het autonome individu dat vrijheden krijgt. Het moet ook zijn eigen voorkeuren kunnen beleven. Dat impliceert de vrijheid van vereniging en vergadering, de vrijheid van meningsuiting en ook de vrijheid van godsdienst.
De boerka is de uitdrukking van een logica die haaks staat op de liberale democratie. De boerka behoort tot een logica waarin niet het autonome individu centraal staat, maar waarin de morele code gedeclameerd wordt door een god, Allah. Een theocratie dus waarin het liberale individu geen rechten heeft.

Zijn we in een democratie dan niet vrij om voor de onvrijheid te kiezen?
Beeckman: Theoretisch zijn we vrij om voor de onvrijheid te kiezen. Maar in een democratie is die keuze wel problematisch. De code waar die boerka voor staat, miskent niet alleen de vrijheid maar ook de gelijkheid tussen man en vrouw.
Zoals ik al zei, is burgerdeugd belangrijk. De democratie leeft van debat. Je geeft je mening, je neemt deel aan het publieke leven. Als de vrije ontmoeting tussen burgers in de publieke ruimte beperkt wordt door gezichtsbedekking, dan is dat een probleem.
Sommige vrouwen mogen niet deelnemen aan het publieke leven. Ze mogen de straat niet op. Ze hebben buiten hun beperkte kring van de familie en een paar vriendinnen geen enkel contact. Dat staat haaks op de verlichtingsideeën en de idee van de democratie.

Misschien kan de vrouw in boerka die geen werkloosheidsuitkering meer krijgt, dan wel terecht bij een islamitisch liefdadigheidsfonds.
Beeckman: We moeten ons goed bewust zijn van het verschil tussen sociale zekerheid en liefdadigheid. Sociale zekerheid is te verkiezen omdat ze structureel de positie van de zwakkeren verbetert.
Het hele systeem van herverdeling veronderstelt een minimale seculiere staat. Dat wil zeggen: je betaalt belastingen en de staat herverdeelt ongeacht je geloof. In landen waar heel weinig sociale zekerheid is, bestaat vaak wel liefdadigheid. Je zag dat onder George Bush in de Verenigde Staten. Hij heeft allerlei programma’s doorgevoerd die de sociale zekerheid beperken maar de liefdadigheid op basis van geloof versterken met belastingvoordelen voor kerken. Je hebt dan wel een solidariteit, maar een heel voorwaardelijke: als je ook evangelisch bent, naar de kerk komt en bijdraagt voor die kerk, dan is er de mogelijkheid dat als je ziek wordt, er voor je gezorgd wordt.

Hoeveel cohesie moet er in een superdiverse samenleving zijn om de boel leefbaar te houden?
Beeckman: Er moet een gedeelde overtuiging zijn dat de democratie het beste systeem is om zoveel mogelijk vrijheid én gelijkheid te garanderen. Wat niet betekent dat alle burgers over elk thema hetzelfde moeten denken. Ze mogen het oneens zijn maar wel binnen een democratisch kader.

Sommige Turken en Belgen van Turkse origine genieten hier, net zoals wij, van de Westerse vrijheden, maar steunen ondertussen het beleid van Recep Erdogan in Turkije.
Beeckman: Er is een loyauteit ten aanzien van Turkije omdat Erdogan een nationalistische politiek voorstaat. Die is nationalistischer dan eender welke nationalistische partij in Europa. Volgens de Britse historicus Tony Judt heeft de Europese identiteit te maken met een kritische blik op het eigen verleden.
Het heeft lang geduurd voor West-Europa komaf heeft gemaakt met het oorlogsverleden en de Jodenvervolging. Eerst was het allemaal alleen de schuld van de Duitsers. Maar de Duitsers hadden de holocaust nooit op zo’n schaal kunnen organiseren als er niet nog mensen uit andere landen aan hadden meegewerkt. Elk verhaal van een bezetting is ook een beetje het verhaal van een collaboratie. Het heeft lang geduurd voor dat pijnlijke historische beeld werd bijgesteld.
In Turkije gebeurt zo’n bijstelling nooit. Er is niet alleen geen enkel monument voor de herdenking van de Armeense genocide, er is tout court een ontkenning. Als een journalist schrijft dat er een Armeense genocide heeft plaatsgevonden, riskeert hij een gevangenisstraf.

De SP.A heeft onlangs een Belg van Turkse origine uit de partij gezet omdat hij iets te hard supportert voor Erdogan. En ook van een aantal PS’ers wordt gezegd dat ze dicht bij Erdogan aanleunen.
Beeckman: Als linkse politici hier zijn beleid steunen, maken ze een enorme spagaat. Ik denk dat er weinig zo haaks staat op links-progressieve ideeën als de religieus-fundamentalistische, imperialistische aspiraties van Erdogan. Ik vergelijk zijn recente beleid met dat van Lodewijk XIV, die eind zeventiende eeuw het edict van Nantes opblies. Daardoor hadden de protestanten geen rechten meer en waren ze verplicht zich te conformeren aan het katholicisme. Het gevolg was een enorme braindrain.
Wat Erdogan doet, is een beetje hetzelfde. Hij maakt de intellectuele elite van zijn land het leven onmogelijk. Dat wordt voor Turkije een enorme intellectuele verarming. Zelfs al ben je voor een sterke leider, zelfs al voel je je Turks nationalist, dan nog moet je inzien hoe nefast en onmenselijk deze heksenjacht op denkbeeldige tegenstanders is.

In Brussel en in Vlaanderen stond het onverdoofd slachten de jongste tijd weer op de politieke agenda. Valt dat onder godsdienstvrijheid, of heeft het parlement het laatste woord?
Beeckman: Godsdienstvrijheid impliceert niet dat je mag zeggen: het fundament van de wet is voor mij het woord van God. Je hebt je in de samenleving te houden aan de heersende wetten. Als een meerderheid van de bevolking zegt dat godsdienstige redenen om onverdoofd te slachten of dierenleed te berokkenen onaanvaardbaar zijn – zoals in Denemarken gebeurd is – dan moet iedereen die wetten naleven.
Natuurlijk schiet ook het Westen tekort. Aan vele vormen van dierenleed wordt amper iets gedaan. Ik denk aan massaproductie, het snel vetmesten van kippen of varkens.

Moet de godsdienstvrijheid wel in de grondwet staan? Volstaat de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vereniging niet om godsdienstvrijheid te garanderen?
Beeckman: Ik denk dat dat een interessante suggestie is. Het zou in elk geval heel veel problemen oplossen omdat je het principe dan ook niet meer kan inroepen.

U bedoelt dat de godsdienstvrijheid dan niet meer kan ingeroepen worden om bijvoorbeeld het dragen van een boerkini, hét onderwerp van deze zomer, te verdedigen.
Beeckman: Voor het recht op een boerkini wordt geen godsdienstvrijheid ingeroepen maar wel een liberaal principe om nota bene een antiliberale code ingang te doen vinden. Als de boerkini ons voorhoudt dat de vrouw alleen eervol is als ze zich bedekt, dan zijn alle vrouwen die zich niet bedekken oneervol. En dan zit je als samenleving met een probleem.
Dan zijn er onvermijdelijk plekken waar vrouwen onder druk worden gezet of uitgescholden omdat ze niet zedig zijn. Die vrouwen hebben recht op bescherming. Vrijheid betekent ook dat je vrij bent van het oordeel van een ander. Ik ben verantwoordelijk voor mijn eigen opvattingen maar ik ben als vrouw niet verantwoordelijk voor wat in het hoofd van mannen omgaat. Als die een probleem hebben, moeten ze dat zelf oplossen.

In Brussel, net als in sommige andere steden, houden militairen tegenwoordig de wacht. Zullen we zo de strijd tegen de IS-ideologie winnen?
Beeckman: Dat is een moeilijke kwestie. De staat moet natuurlijk wel de veiligheid garanderen, maar de inzet van geweld door de staat moet ook beperkt zijn. De militarisering van de politie vind ik problematisch. Je ziet dat in Amerika waar een enorm militair apparaat is en waar de politie steeds zwaardere militaire wapens krijgt. Je ziet hoeveel onschuldige burgers daar worden neergeschoten. Ik denk niet dat we zo de strijd tegen IS en hun ideologie kunnen winnen. Ik denk dat je om die strijd te winnen met positieve, wervende verhalen moet komen om jongeren die dreigen te radicaliseren voor ons samenlevingsmodel en de democratie te winnen.”

Dit interview maakt deel uit van een reeks waarin Thomas Decreus en Helder De Schutter ook geïnterviewd werden.

‘Vrouwen mogen puinruimen’, DS 16 juli 2016

Unknown 08.33.05Deze tekst verscheen in De Standaard op 16 juli 2016.

“HET PATROON ACHTER DE AANSTELLING VAN THERESA MAY

Theresa May heeft in het Verenigd Koninkrijk gelijk de toon gezet: vastberaden, helder en zelfbewust. De mannen druipen met de staart tussen de poten af. Geeft deze ‘erfgenaam van Margaret Thatcher’ het ambt van regeringsleider opnieuw aanzien, vraagt TINNEKE BEECKMAN zich af, of ondervindt dat ambt imagoschade omdat het wordt bekleed door een vrouw?

 

Theresa May heeft de eed afgelegd als nieuwe eerste minister van het Verenigd Koninkrijk. Ze staat voor een schier onmogelijke taak: Groot-Brittannië succesvol en vlot uit de Europese Unie leiden, zonder dat de Britse Unie uit elkaar valt en zonder dat een economische crisis het land verarmt. Volgens de kleinzoon van Winston Churchill heeft zijn land geen grotere crisis gekend, sinds zijn grootvader in 1940 eerste minister werd.
Nu moet een vrouw het land redden. De mannelijke toppolitici – David Cameron, Boris Johnson en Michael Gove – vonden hun persoonlijke rivaliteit belangrijker dan het algemeen belang. Hun verraderlijke strijd maakte de Britse politiek tot een aflevering van Game of Thrones.

May, daarentegen, is volgens Jenni Russell, columniste van The Times een duty-driven politician en een grown-up: politiek is een ambacht voor verantwoordelijke volwassenen, geen spelletje voor verwende jongetjes. May wordt niet gedreven door ego, ze is realistisch. Ze schittert niet in de media en ze houdt haar privéleven uit de belangstelling. Ze staat bekend als luisterbereid en doortastend. Kortom, ze is van het type old school, saaie, hardwerkende staatsman.
Het lijkt er dus op dat May’s aanstelling het politieke ambt wat in ere zal herstellen.

Nochtans klinkt het vaak dat de status van een beroepsklasse afneemt wanneer meer vrouwen toetreden. Deze ‘Wet van Sullerot’ – naar de Franse sociologe Evelyne Sullerot – impliceert dat zowel vergoeding als status dalen zodra vrouwen deelnemen. Rechter, arts of leraar zouden dan minder aantrekkelijke beroepen zijn, omdat er meer vrouwen tot die groep behoren. Maar de relatie lijkt eerder omgekeerd: pas wanneer de status van een beroep afneemt, kunnen of mogen vrouwen toetreden. De patriarchale autoriteit is dan al grotendeels gesneuveld.

In de politiek lijkt die dynamiek nog veel sterker: pas als de situatie hopeloos is geworden, en de mannelijke kandidaten geen idee hebben hoe ze de situatie nog kunnen redden, krijgen de vrouwen kansen. Continue Reading ›

‘Het grote gelijk van Hillary’, Column DS, 22 feb. 2016

Unknown 08.33.05“Moeten vrouwen een vrouwelijke kandidaat verkiezen? In Amerika woedt het debat sinds jonge, progressieve vrouwelijke kiezers massaal voor Bernie Sanders gaan, en Hillary Clinton niet steunen. Heel wat oudere feministes zijn woedend over dit zogezegde verraad, en ze hebben drie sterke argumenten. Ze klagen dat die jonge vrouwen vergeten hoe moeilijk de vorige generaties het hadden. Jonge vrouwen onderschatten de huidige ongelijkheid ook, omdat ze nog studeren. Ze voelen het glazen plafond nog niet, waar ze straks in hun professionele loopbaan wellicht zullen opbotsen.

Unknown

Hillary Clinton

Daarbij denken zelfs vrouwen vaak seksistisch. Niet alleen veel mannen vinden dat vrouwen te zacht zijn voor de harde politieke realiteit. Kwaliteiten worden anders ingeschat: wie ‘ambitieus’ gecombineerd met ‘Sanders’ of ‘Trump’ googlet, krijgt wat te lezen over ambitieuze plannen of succesvolle carrières. Maar internet staat bol met websites die Clinton verwijten ‘te ambitieus’ te zijn. Een vrouw kan dus moeilijk het goede doen, zelfs voor vrouwelijke kiezers.

Bernie Sanders

Bernie Sanders

Toch valt het gebrek aan vrouwelijke steun voor Clinton te verklaren. Kiezers stemmen nooit uit dankbaarheid voor het verleden, maar uit hoop voor de toekomst. Clinton mag dan vanaf de jaren ‘70 een feministisch boegbeeld zijn, de vraag is wat ze nu voor vrouwen kan doen. Dan belooft tegenkandidaat Bernie Sanders onmiskenbaar meer, zeker voor de jongere generatie: het einde van de torenhoge studentenleningen, hogere minimumlonen, betere sociale zekerheid. Sanders wil diepgaande politieke veranderingen. Zijn verhaal gaat niet over hemzelf, maar over een echt democratische manier om aan politiek te doen, met meer inspraak voor gewone burgers. Voor de jeugd klinkt dit als muziek in de oren. Sanders komt ook nog authentieker over, minder gekneed door spindoctors, mediaspecialisten en modestylisten. Hij verdedigt al jaren passioneel dezelfde ideeën.

Daarbij is Clinton behoorlijk rechts wat veiligheid en internationale politiek betreft. Ze stemde voor de inval in Irak, ze wil klokkenluider Snowden voor de rechter zien verschijnen, en vindt dat Amerika politieagent moet blijven spelen in het Midden-Oosten. Na al die jaren toppolitiek lijkt ze eerder op een havik, dan op een vredesduif of een wijze uil. Die havik-logica bevalt de jeugd niet. Clinton maakt nog eens fouten waardoor ze weinig betrouwbaar lijkt: een privéserver gebruiken als minister van Buitenlandse Zaken was geen goed idee. Carl Bernstein wees op het onbegrip van de Obama-administratie – die Clintons kandidatuur steunt – voor zoveel beoordelingsfouten. Ze maakt het zichzelf dus moeilijk. Continue Reading ›

“Van Jane Austen tot Amy Schumer” Column DS 25 Jan. 2016

Unknown 08.33.05“Het is alweer bonje in Hollywood rond de Oscars. Maar daar ga ik het niet over hebben. Filosoof Stanley Cavell schreef een spectaculair boek over hoe de filmindustrie rond de oorlog omging met censuur en seks. De maatschappelijke verschuiving van verstandshuwelijk waarbij economische of religieuze overwegingen doorwegen naar een huwelijk waarin liefde centraal staat, werd in die films erg duidelijk. Vandaag zou een volgeling van Cavell het hebben over hoe sterk de verbeelding rond vrouwelijke seksualiteit op korte tijd is veranderd, wat blijkt uit vrouwenrollen in romantische komedies. Het viel me op toen ik ‘Trainwreck’ zag, de film van aanstormend toptalent Amy Schumer. Schumer, een stand-up comedian, schreef het script. Ze speelt de hoofdrol, waarvoor ze een Golden Globe-nominatie kreeg. ‘Trainwreck’ gaat over de relaties van een zeer zelfstandige, jonge vrouw, die uit een gebroken gezin komt.

Elke romantische komedie vertelt een gelukkige liefde, waarvan de goede afloop wordt uitgesteld. Allerlei obstakels staan de liefde in de weg. Het zijn de obstakels die boeiend zijn, en die doorheen de tijd zijn veranderd. Jane Austen schreef met ‘Pride and Prejudice’ de blauwdruk voor hedendaagse romantische films, die vanuit het vrouwelijke perspectief vertellen. Hoe vind je de ideale partner?

Jennifer Ehle en Colin Firth als Elisabeth Bennett en F. Darcy in Pride and Prejudice.

Jennifer Ehle en Colin Firth als Elisabeth Bennett en F. Darcy in Pride and Prejudice.

De komische plot draait dan rond twee klassieke obstakels in de liefde: botsende karakters en ongelijke sociale afkomst. In het boek van Austen is Elisabeth Bennett sociaal te min voor de familie van Fitzwilliam Darcy. Op de koop toe heeft de man een onhebbelijke karakter, wat dan trots en vooroordelen bij Elisabeth opwekt. Toch blijken twee mensen die op het eerste gezicht zo verschillend zijn, perfect bij elkaar te passen.

 

Continue Reading ›