“Niets mag nog (of zo voelt het toch)”, Interview Knack 12 maart 2018

Knack-journalist Jeroen de Preter interviewde politierechter Peter D’Hondt, filosoof Johan Braeckman en mezelf over de vrijheid.

“Het advies om bij min tien de houtkachels niet te laten branden, was er voor veel mensen te veel aan. Mag dan niets meer? Gwendolyn Rutten en Rik Torfs vinden het tijd om onze vrijheid te heroveren. De vraag is dan: wat is de ware vrijheid?

Door Jeroen de Preter

Belgen en wettelijke verboden of verplichtingen, het is nooit een makkelijk huwelijk geweest. Uit de al wat oudere doos komt het voorbeeld ‘gordelplicht’, van kracht sinds 1975. De inperking op de vrijheid die deze wet met zich meebracht was bijna onbestaande, de enorme impact op de verkeersveiligheid evident. ‘En toch was er aanvankelijk veel verzet’, vertelt politierechter Peter D’Hondt. ‘Onder meer de liberalen lagen toen dwars. Die wet is er maar gekomen dankzij pleitbezorgers als mijn moeder (Paula D’Hondt, nvdr).’

De gordelplicht miste haar effect niet. ‘Het aantal verkeersdoden bij auto-ongevallen was dankzij die wet al snel gehalveerd. Nog zeer regelmatig word ik met het grote belang van de autogordelplicht geconfronteerd. Onlangs nog: een auto met vijf inzittenden was zwaar gecrasht. Een van de passagiers had het ongeval niet overleefd. Hij was de enige die zijn gordel niet had vastgemaakt.’

Redenen om de gordel niet te dragen zijn er eigenlijk niet, betoogt D’Hondt. En toch volhardt nog altijd ruim een derde van de passagiers en ongeveer 1 op 10 van de bestuurders in de boosheid. ‘In vergelijking met dertig jaar geleden is dat al een grote verbetering. Maar we zijn er nog altijd niet. Je moet blijven inzetten op voorlichting, vervolging en harde repressie. Net als bij snelheidslimieten. Zet mensen in een auto en het worden primaire wezens die van geen beperking willen weten en alle rationaliteit verliezen. Je loopt vandaag onnoemelijk veel meer risico om te sterven in het verkeer dan als gevolg van terreur. En toch houden nog veel te veel mensen zich niet aan de gordelplicht of –  nog essentiëler – de snelheidslimiet.’

De vergelijking met terreur is ook om politieke redenen interessant. Het is geen groot geheim dat vooral de rechterzijde weinig moeite heeft met het inperken van vrijheden als het gaat over bestrijding van terreur. D’Hondt wijst op een VUB-studie die aantoonde dat het in het geval van de bestrijding van verkeersonveiligheid net omgekeerd is. ‘Chauffeurs met rechtse politieke voorkeuren hebben meer moeite om zich aan de regels te houden’, zegt D’Hondt. ‘Verkeersveiligheid blijkt dus ook een politieke kwestie.’

De wrevel van Rik Torfs

Weinig gevallen maken zo goed duidelijk dat mensen niet altijd rationele wezens zijn als de gordelplicht. Ondanks een stoet krachtige en onweerlegbare argumenten, blijft een flink deel van de bevolking zich in de feiten tegen die plicht verzetten. En voor dat verzet valt eigenlijk maar één reden te bedenken. Een gordel wordt- allicht ook fysiek – als een inperking van de vrijheid ervaren. Vrijheid die ons blijkbaar bijzonder dierbaar is, en daarom soms botst met het verstand.

‘Wat is dat toch met de drang van sommigen om te regelen, betuttelen en verbieden? Ik gruwel daarvan.’  Open Vld-voorzitster Gwendolyn Rutten stak haar ergernis niet onder stoelen of banken na een van de eerste pogingen om vanuit de politiek het gebruik van houtkachels en open haarden aan banden te leggen.  Rationeel gezien is het verzet van Rutten ongeveer even legitiem als het verzet van de vroegere PVV tegen de gordelplicht. Houtkachels en open haarden zijn grotere vervuilers dan het wegverkeer en dienen in de meeste gevallen geen ander doel dan de gezelligheid. Maar een inperking en zeker een verbod druist in tegen onze vrijheid, en die staat, aldus Rutten in haar boek Nieuwe vrijheid,  meer dan ooit onder druk. Als grote boosdoeners noemt ze, onder anderen, ‘ecologische doemdenkers’ en ‘de gelijkheidsdictatuur’.

Maar pleidooien voor de ‘herovering van de vrijheid’  komen vandaag niet alleen uit de hoek waaruit je die mag verwachten.  Opvallend genoeg hanteert de katholieke professor kerkelijk recht Rik Torfs tegenwoordig een  discours dat nauwelijks van dat van Rutten te onderscheiden is. In een recent gesprek met Knack poneerde Torfs dat onze samenleving vandaag gekenmerkt wordt door een ‘repressieve’ sfeer. ‘Wat vijftien jaar geleden nog kon, dat kan nu dus niet meer. We gunnen onszelf minder vrijheid dan vroeger.’  Torfs noemde in het interview onder meer het #MeToo-debat, en de genadeloosheid waarmee er in dat debat over goed en kwaad werd geoordeeld. Een gelijkaardige ‘nultolerantie’ hanteren we volgens Torfs tegenover alcohol in het verkeer. ‘Roken mag niet, drinken mag niet, noem maar op. Mensen gunnen elkaar niets meer.’

Nog los van de vraag of Torfs wrevel terecht is,  lijkt de stelling dat onze vrijheid onder druk staat toch minstens op het eerste gezicht pertinent.  Je kon de afgelopen maanden en weken geen krant openslaan zonder te stuiten op  voorstellen, maatregelen of pleidooien die,  hoe rationeel ze soms ook zijn, onze vrijheid inperken. Denk aan het verbod op dieselwagens in Duitse steden of, dichter bij huis, het verbod op plastic zakjes. In de week waarin de sp.a voorstelde om online gokken te verbieden, kondigde de Brusselse regering aan dat er zowel een verbod op kermispony’s als een verbod op het thuis slachten van dieren in de maak is. Als het aan Vlaamse bouwmeester Leo Van Broeck ligt,  wordt het tijd om ook onze legendarische bouwwoede drastisch te beteugelen. ‘Vrijstaand bouwen is crimineel’, zei de bouwmeester onlangs in Knack.

Staat onze vrijheid onder druk?

Staat onze vrijheid onder druk? Ook filosofe Tinneke Beeckman is geneigd om dat te denken. Volgens Beeckman gaat het dan niet alleen over nieuwe wetten, maar ook over een toename van de morele druk die ons opgelegd wordt door onszelf of door onze omgeving. ‘De toename van die druk houdt allicht mee verband met de toename van onze wetenschappelijke kennis’, zegt Beeckman. ‘We weten veel beter dan vroeger wat al dan niet schadelijk is voor ons en onze omgeving. Daaruit is een meer technologisch mensbeeld gegroeid. Het besef “dat we er iets kunnen aan doen”, heeft ons ook opgezadeld met de morele plicht om er iets aan te doen. Je kan je de vraag stellen of dat alleen maar vooruitgang is. De idee dat alles maakbaar is, zorgt voor morele vragen op terreinen waar vroeger geen morele vragen werden gesteld.’ Continue Reading ›

‘De omgekeerde wereld’, in ‘De Mening’, DS 12 maart 2018

Deze week schrijf ik ’s avonds ‘De Mening’, in de digitale Avondbijlage van De Standaard.

Dit is de bijdrage van maandag 12 maart 2018:

“Door #metoo vallen mannen wereldwijd nog altijd van hun voetstuk, al zijn de reacties en de impact niet overal dezelfde. Dit weekend zag ik een Frans tv-programma over de Zwitsers-Egyptische islamgeleerde Tariq Ramadan. Sinds oktober 2017 werd hij reeds viermaal officieel beschuldigd van verkrachting, in Frankrijk, Zwitserland en Amerika. Alsof dat niet volstaat, kwam vorige week aan het licht dat hij zijn academische kwalificaties jarenlang heeft gefingeerd. Zijn mediagenieke, intellectuele reputatie berustte op een reeks academische aanstellingen, waaronder in Rotterdam en later in Oxford. Die posities volgden nadat Ramadan zichzelf als professor aan de Zwitserse Université de Fribourg had voorgedaan. Maar die aanstelling blijkt verzonnen.

Ramadan heeft een groep trouwe moslimvolgelingen. Ook in de media werd hij veelal warm onthaald als vrome moslim, multicultureel boegbeeld en briljante theoloog. In januari 2013 verscheen hij bijvoorbeeld als superster in ‘Reyers Laat’, in gesprek met een enthousiaste Meyrem Almaci (Groen). Ramadan was echter altijd controversieel: zijn grootvader stichtte het Moslimbroederschap en zijn broer pleitte openlijk voor de sharia. Tariq gold als gematigd, al wezen critici op zijn dubbele tong: afhankelijk van het publiek, verkondigde hij fundamentalistische, dan wel berustende boodschappen.

Momenteel zit hij opgesloten in een Franse cel, terwijl het onderzoek voor verkrachting loopt. De rechter vreest dat de beschuldigde de benen neemt naar het buitenland. Ramadan echter beweert het slachtoffer te zijn van een zionistische complot, wat zijn aanhangers gewillig geloven. Tegen die opsluiting hebben zij dan ook een petitie opgestart. Deze werd wereldwijd maar liefst meer dan 120.000 keer getekend! In de hele #metoo-context is deze zaak opmerkelijk: de aanklacht leidt tot een massale steun … voor de vermoedelijke dader.

Even opmerkelijk is dat Ramadans slachtoffers nu ook geweld vrezen en ondergedoken leven. Enkele aanklachten gebeurden anoniem, maar Henda Ayari diende openlijk klacht in. Sindsdien wordt ze op sociale media met zwaar verbaal geweld aangepakt, ervan beschuldigd een zionistische pion te zijn (ik herhaal de rabauwentaal liever niet) en krijgt ze politiebescherming. De beschrijvingen van de aanklachten jegens Ramadan doen de lezer ervan in elk geval huiveren: de vrouwen gewagen van verkrachtingen met uitzonderlijk geweld, langdurige vernederende behandelingen en pogingen tot wurging. De zaak moet nog ten gronde worden uitgeklaard. Duidelijk is wel dat slachtoffers, ook vermeende, respect en ondersteuning verdienen. Niet extra geweld en bedreiging. Wordt ongetwijfeld vervolgd.”

Voor De Standaard schreef ik vroeger al eens ‘De Mening’, van 9 tot 14 december 2013.

 

 

“Als de rollen omgedraaid zijn” column DS 22 feb. 2018

“Vrouwen lijden niet alleen onder machtsrelaties door mannen, maar soms door andere vrouwen. De eerste stelling heeft Naomi Alderman op een originele manier benaderd: neem een situatie die vanzelfsprekend lijkt, en keer ze om. Dan pas besef je pas hoe bizar en zelfs onmenselijk ze is.

Alderman maakt met die hypothese haar dystopische roman ‘The Power’. Stel je dus een wereld voor waarin niet mannen, maar vrouwen de plak zwaaien. Vrouwen baseren hun macht op een plotse toename van fysieke overmacht: ze krijgen het vermogen om een beetje zoals een sidderaal hun tegenstander met een elektrische lading te neutraliseren. Hun tegenstanders zijn veelal mannen. En die kracht hanteren ze eerst uit zelfverdediging, maar spoedig om te manipuleren of om wraak te nemen. Alderman heeft alles omgedraaid: niet vrouwen, maar mannen worden bijvoorbeeld slachtoffers van groepsverkrachtingen. De auteur beschrijft de nefaste gevolgen hiervan treffend; Het is een jonge man die gebroken en voor het leven getekend thuis blijft na een aanval, terwijl zijn zusje gewelddadig wraakt neemt op de vrouwelijke daders. De machtsverschuiving is integraal; Alderman spot met de gedachte dat het wel in de vrouwelijke aard zou liggen om altijd vreedzaam en lijdzaam te zijn.

De tweede stelling – vrouwen kunnen lijden onder de macht van andere vrouwen – is op een dieper niveau even goed aanwezig in Aldermans roman. In het verhaal van weeskind Allie, bijvoorbeeld, die verkracht wordt door haar stiefvader, met medeweten en instemming van haar stiefmoeder. Continue Reading ›

Column “Flirten met de grens”, DS 11 jan. 2018

“Honderd Franse vrouwen, waaronder Catherine Deneuve, eisen het recht op om lastig gevallen te worden door mannen, in hun open brief in ‘Le Monde’. Ze menen dat #Metoo een heksenjacht op mannen heeft ontketend, en dat de beweging moraalridders, reactionairen en religieuze fanatici in de kaart speelt. Vrouwen mogen zich niet tot slachtoffers laten herleiden, schrijven ze. Alvast op dat punt hebben ze gelijk: een vrouw hoeft zich niet te vereenzelvigen met wat iemand over haar zegt, en zelfs niet met wat iemand haar aandoet.

De ondertekenaars verwijzen ook naar de galanterie, een typisch Franse visie op verleiding die in de Angelsaksische wereld onbekend is. Een goed begrepen galanterie lost inderdaad enkele problemen op die door #metoo worden aangeklaagd. Vanaf de zeventiende eeuw impliceert de galanterie dat mannen leren om te verleiden met woorden, zonder zich fysiek op te dringen. De verleiding wordt gevoed door bewondering, niet door minachting. Daarbij moeten mannen proberen om bij een vrouw in de smaak te vallen, anders zijn ze kansloos. Ze hebben dus geen natuurlijke recht om iemands leven binnen te dringen. Mannen moeten discretie respecteren; de reputatie van de vrouw mag geen schade ondervinden. Deze discretie dient dus niet om opdat de man zijn onaanvaardbare gedrag verborgen kan houden. Vrouwen wordt ook geen schuld of schaamte aangepraat, dé middelen bij uitstek om iemand te manipuleren.

Verleiding hoort bij de seksuele vrijheid; seksualiteit maakt nu eenmaal deel uit van het leven. Die kan voor mannen en vrouwen ongemakkelijk zijn. Toch blijft de grens erg delicaat; in de tekst geven de ondertekenaars mannen wel de ruimte om seksueel getinte berichten te sturen, zelfs al vindt de ontvanger de afzender niet aantrekkelijk, om een gestolen kus te proberen, of om het professionele met het intieme te verwarren. Dat blijven moeilijke gevallen, die makkelijk kunnen omslaan naar grensoverschrijdend gedrag. Zeker wanneer een vrouw psychisch of fysiek niet de mogelijkheid heeft om een onafhankelijke positie in te nemen. Over de galanterie mag trouwens geen misverstand bestaan; wat iemand als DSK deed – soms honderden sms-jes naar één vrouw sturen per dag of handtastelijk zijn in liften, vliegtuigen, hotelkamers – had weinig met een subtiel spel van verleiding te maken.

Schuld en schaamte aanpraten is precies wat gebeurt wanneer vrouwen uitgescholden worden voor ‘hoer’, en dus als moreel minderwaardig worden beschouwd. Continue Reading ›

“Als de buil barst”, column DS 16 nov. 2016

“Het debat over grensoverschrijdend gedrag kwam na de zaak Weinstein uit Amerika overgewaaid. Het is heel goed dat het thema ook in België op tafel ligt. Maar het moet grondiger worden besproken, los van enkele bekende mediafiguren. En laten we vooral niet de Amerikaanse toer zelf opgaan.

In de VS wordt ‘trial by media’ nog op een genadelozere manier gevoerd; mensen worden vernietigend neergehaald na beschuldigingen door een (sociale) media die zich rechters wanen. Dat de openbare opinie een haast-rechtbank wordt, houdt echter wel verband met een falend juridisch systeem: jarenlang hadden slachtoffers geen gepaste procedures om misbruik aan te klagen, zoals meldpunten, bemiddelingstrajecten of eventueel rechtszaken. Daders konden in het verleden te lang hun gang gaan, zeker als ze over veel geld beschikten. In de zaak Weinstein onthulde ‘The New Yorker’ hoe de man zich dankzij een gewiekst netwerk van detectives en advocaten juridische straffeloosheid kocht. Anders had hij zijn wangedrag – vermoedelijk tot verkrachting toe – nooit zo lang kunnen verbergen. In België gaat het er minder doortrapt aan toe, maar toch spelen geld en macht een grote rol in het jarenlange stilzwijgen. Door deze straffeloosheid vallen er meer slachtoffers, worden daders roekelozer, klinkt het verhaal spectaculairder. Tot de buil barst.

Daarnaast leidt de focus op specifieke daders de aandacht af van wat echt nodig is: een open, eerlijk en soms kwetsbaar gesprek over seksueel gedrag en over wat het betekent om man of vrouw te zijn. Wat zijn de kenmerken van een relatie? Hoe verlopen machtsdynamieken? Wat betekenen vrijheid en respect? Elementaire vragen, die alleen zonder puriteinse hypocrisie kunnen worden benaderd.

Rondlopen als man betekent hopelijk iets anders dan een vrijgeleide krijgen om geilheid op anderen te botvieren. Liefst betekent het ook een beetje stijlvol kunnen omgaan met afwijzingen. Vooral voor mannen en vrouwen in een machtspositie is zo’n houding belangrijk. De harde, gemene opmerkingen over de vrouwelijke slachtoffers bewijzen dan weer dat er vaak wat schort aan het vrouwbeeld, zowel bij een aantal mannen als vrouwen. Blijkbaar zijn empathie en respect niet vanzelfsprekend. Die ‘victim-blaming’ onthult eerder een ongemakkelijke houding tegenover seksualiteit dan een groot rechtvaardigheidsgevoel. Aantrekkelijke vrouwen vallen nog te makkelijk wantrouwen en minachting te beurt, waardoor ze de schuld krijgen van een conflict, al zijn zij het slachtoffer.

Ten slotte kan een andere praktijk die in Amerika opgang maakt, best niet worden ingevoerd: het subjectieve slachtofferschap als maatstaf voor grensoverschrijdend gedrag. Dan beledig je zodra iemand zich beledigd voelt, of kwets je zodra iemand zich gekwetst voelt. Deze criteria openen de deur voor andere vormen van machtsmisbruik. In ‘The Nix’ voert Nathan Hill de luie studente Laura Potsdam op. Ze vreest dat haar professor literatuur te streng is, en ze vindt zijn lessen over Shakespeare te saai om ze te studeren. Ze begint tegen de decaan te klagen dat de professor ‘geen veilige omgeving’ creëert, en dat ze zich niet helemaal lekker voelt bij hem. Volledig subjectief en zelfs verzonnen, maar haar strategie volstaat om de docent in de problemen te brengen. De scènes in het boek zijn hilarisch, maar de realiteit is minder fraai.

Het subjectieve referentiepunt is een glijdende schaal, die ieders vrijheid en veiligheid bedreigt. Een variant hierop is het zogezegd beledigende karakter van de vrije meningsuiting. Voor je het weet, kan je ideeën niet meer openlijk bespreken, omdat je anders vernedert, provoceert, discrimineert. In de Verenigde Staten slagen goed georganiseerde studenten er in om elke – in hun ogen – ongewenste uitspraak tot een probleem voor anderen te maken, omdat ze zich beroepen op dat subjectieve veiligheidsgevoel (en zogenaamde safe-spaces eisen). Continue Reading ›

Te gast bij ‘De Afspraak op Vrijdag’, 10 nov. 2017


Vrijdag 10 november was ik te gast bij ‘De Afspraak op Vrijdag’ met Ivan De Vadder. 

De andere gasten waren Bart De Wever (N-VA) en Bert Bultinck (hoofdredacteur Knack). Op de site van de VRT is de uitzending te herbekijken tot 10 december.

De thema’s waren Bart De Pauw en de VRT, de Paradise Papers en de Catalaanse kwestie.

Er is een podcast van de uitzending te beluisteren: https://soundcloud.com/deafspraakopvrijdag/vrijdag-10-november-bart-de-wever-bert-bultinck-en-tinneke-beeckman

 

Interview “De Boekenkast” – Doorbraak

unknownDe site Doorbraak interviewde me onlangs over mijn boekenkast – ze vroegen me welke boeken me erg hebben beïnvloed. Door Sander Carollo.

Doorbraak sprak met filosofe en auteur Tinneke Beeckman over haar favoriete boeken.

‘Freelance filosofe’ Tinneke Beeckman is auteur van Door Spinoza’s lens (2012) en Macht en onmacht (2015), schrijft columns voor De Standaard, geeft lezingen, doceert aan The School of Life en is betrokken bij verschillende projecten.

 

2014-08-29-cm-portret-filosofe-tinneke-beeckman_011Vier jaar geleden werkte ze nog als academica.

Na haar proefschrift over Sigmund Freud aan de Vrije Universiteit Brussel kreeg ze meerdere postdoctorale opdrachten. Maar tijdens haar laatste beurs begon ze zich af te vragen of ze nog in de academische wereld wilde blijven.

Beeckman: ‘Door Spinoza, door te mediteren en me meer te mengen in het publieke debat kreeg ik een andere omgang met filosofie dan hoe ze in de academische wereld het meest gevaloriseerd werd. Ik voelde me daar niet meer thuis.’

Dat ze een moedige beslissing genomen, hoort Beeckman geregeld. Zelf vond ze dat werken als zelfstandige het meest redelijke was wat ze kon doen gezien haar opleiding en temperament. ‘Nu ben ik veel productiever en creatiever dan ooit. Het blijft natuurlijk risicovol en je moet je hoofd erbij houden.’ Gelukkig helpen de filosofen die ze bestudeert haar zelf ook. ‘Als je hen ernstig neemt, zijn ze echt wel een steun.’

N-VA-kamerfractieleider Peter De Roover, een van de eersten in deze reeks, haalde in zijn interview overigens Beeckmans boek Door Spinoza’s lens aan omdat zij zich dissident durft op te stellen. Een mooi compliment, vindt Beeckman. ‘Spinoza was ook een dissident. Ik denk dat je van niemand beter kan leren wat het betekent om een buitenstaander te zijn. In zijn geval was het vanuit een fundamentele welwillendheid en een liefde voor vrijheid.’

unknownOm Spinoza makkelijker te verwerken en om er een boek over te schrijven, was Chemins dans l’Ethique van Paolo Cristofolini heel inspirerend voor haar. ‘Het is een boekje met vijf wegen om door Spinoza’s Ethica te wandelen. Als je dit leest, ga je de omwentelingen in zijn denken begrijpen. Als eerste handleiding voor Spinoza is dit veruit het beste dat ik ken. Elke zin opent zoveel deuren.’

Als filosofe leest ze veelal functioneel, beaamt ze. ‘De romans die ik voor dit interview heb uitgekozen las ik louter uit plezier. Dat lukt me nu niet meer. Alles wat ik tegenwoordig lees – Liefde van Karl Ove Knausgård, A Man in Full van Tom Wolfe, The Song of Achilles van Madeline Miller … het zijn fantastische romans – lees ik met de insteek van wat ik er als filosofe mee kan doen. Ik kan ontspannen lezen, maar er is altijd een soort ongeduld om aan de slag te gaan: wat zegt dit werk over de mens vandaag? In dat opzicht is het leesplezier er toch wat af. Eigenlijk ben ik altijd een beetje aan het werken. Zelfs als ik naar Veep kijk, gewoon een komische serie om me te ontspannen, denk ik na of ik daaruit iets kan gebruiken. Vergelijk het met een kat die slaapt maar nog een oogje openhoudt.’

De gekozen boeken die ze zal bespreken zijn enkele romans, sommigen met een filosofische insteek en ongeveer evenveel werken van filosofische auteurs zoals Nietzsche, Machiavelli en Freud; denkers in wie ze zich jarenlang verdiept heeft.

Iemand, niemand en honderdduizend van Luigi Pirandello

1001004010930278‘Het boek gaat over een man, Vitangelo, die een opmerking krijgt van zijn vrouw over zijn neus. Plots beseft hij dat het beeld dat zijn vrouw over hem heeft niet overeenstemt met zijn zelfbeeld. Pirandello schrijft enorm grappig en ritmisch. Bovendien sleept hij je helemaal mee in een verhaal waarvan je denkt dat banaal is. Maar die kleine opmerking van zijn vrouw is niet alleen het begin van een zoektocht, zelfs zijn hele wereld stort ineen. De breuk tussen het beeld van wie je bent – als dat eigenlijk al bestaat –hoe de ander je ziet en hoe je zelf dan nog verandert door omstandigheden denkt hij consequent door. Hij wordt bijna gek, maar uiteindelijk omarmt hij die onaangepastheid.’

‘Sein und Zeit van Martin Heidegger is in 1927 gepubliceerd, een jaar na de uitgave van Iemand, niemand en honderdduizend. Heideggers werk speelt ook met die vervreemding, met zoeken naar authenticiteit, met de moeilijke opdracht om je bestaan, ‘Dasein’, in te vullen, terwijl wie je bent niet op voorhand is bepaald. Maar dat is moeilijk, en dan wordt het verleidelijk op te gaan in das Mann, de menigte rondom je; je begint je dan te comformeren aan de opinies van mensen rondom je, je bekommert je vooral over de blik van de ander. Beide boeken zijn typisch voor de verwarring in de jaren twintig. Bovenal vind ik Iemand, niemand en honderdduizend een fantastisch boek. Ik kan het iedereen aanbevelen. Pirandello is overigens een opmerkelijke figuur. Hij heeft ook kortverhalen die heel humoristisch en tragisch tegelijk zijn.’

Pride and Prejudice van Jane Austen

pandp_trident_internation2001w1‘Dit is een van mijn lievelingsboeken, ik herlees het regelmatig. Het heeft het plot van een romantische komedie. Filmregisseur Nora Ephron (van onder meer de romantische komedie When Harry Met Sally, S.C.) verwijst in haar films impliciet naar dit boek. Het speelt zich af in het begin van de negentiende eeuw.

De hoofdfiguur Elizabeth Bennet is een heel complex personage die een man moet zoeken, zoals dat hoorde in die tijd. IJdelheid en vooroordelen belemmeren dan de liefde. Mr. Darcy, de man met wie ze uiteindelijk wel trouwt – spoiler alert – is van rijke afkomst. Hij geeft een beledigende opmerking over Elizabeth die ze toevallig hoort, en dus benadert ze hem vanuit haar gekrenkte trots, en met de nodige vooroordelen. Hij zit dan weer gevangen in de eisen van zijn sociaal hogere groep, en zijn afkeer voor haar familie. Zo vormen er zich allerlei obstakels in de weg naar de liefde. IJdelheid en het overbruggen van klasse en karakter spelen dus een grote rol. Het zijn de klassieke ingrediënten van de romantische komedies. Jane Austen heeft ook de toon gezet om de liefde vanuit vrouwelijk standpunt te bespreken. Haar geweldige dialogen draaien niet alleen om wat mensen willen zeggen, maar om wat ze voor elkaar willen verbergen, terwijl de lezer de betekenis wel begrijpt. Austen doet dat heel subtiel. Ze geeft lezers de mogelijkheid om de verhoudingen te doorgronden, beter dan de personages dat zelf kunnen.’ Continue Reading ›