“Kritiek op radicaal geloof is nodig”, column DS, 3 september 2020

“Het satirische tijdschrift Charlie Hebdo heeft opnieuw de Mohammed-cartoons gepubliceerd die op 7 januari 2015 het motief waren voor vreselijke terreuraanslagen (zie De Standaard, 2 sept.). Twee radicale islamisten, de broers Kouachi, vermoordden toen bijna de hele redactie. Later schoot hun handlanger Amédy Coulibaly vijf slachtoffers dood in een Joodse supermarkt. Nu staan hun medeplichtigen terecht – de daders stierven door politie­kogels, zoals­ ze gepland hadden.

Deze week verschenen de oorspronkelijke cartoons dus nog eens, volgens de hoofdredacteur Riss als historische duiding voor jongere generaties: ‘Tout ça pour ça’ – ‘hierover ging het dus: teke­ningen’.

Bij die nieuwe publicatie voel ik me ongemakkelijk. Niet omdat ik meega met het schijnargument dat het tijdschrift zelf het geweld over zich heeft afgeroepen. Dat is zoals beweren dat het meisje met de minirok om verkrachting vroeg. Elke­ mens blijft verantwoordelijk voor zijn daden, en wie de vrijheid van anderen niet verdraagt, heeft een probleem. Niet wie zijn of haar vrijheid benut, zonder anderen schade te berokkenen. Ik voel me ook niet ongemakkelijk omdat ik de makers van het tijdschrift als de onderdrukkers van onderdrukte groepen beschouw. Maar omdat ik hen iets zie doen wat ik niet zou durven. Omdat ik mijn leven niet aan de strijd tegen obscurantisme wil opofferen. Geweld maakt me bang. En als je te veel je mond opendoet tegen islamitisch extre­misme, riskeer je permanente bedreigingen. Heel wat criti­ci maakten het al mee, onder wie schrijver Salman­ Rushdie en politica Ayaan Hirsi Ali.

Juist dat geweld toont nochtans dat kritiek op radicaal geloof nodig is. Zo’n geloofsopvatting laat alle macht aan haatpredikers, die onvrijheid en ongelijkheid in stand houden. De reactie na de publicatie van Mohammed-cartoons door het Deense Jyllands-Posten in 2005 in een land als Pakistan was veelzeggend: een woedende massa van tienduizenden mensen bedreigde westerse ambassades. Enkele imams loofden finan­ciële beloningen uit voor wie de ongelovige daders zou vermoorden. Fana­tisme is een handig middel voor wie macht heeft. De arme, gefrustreerde, vaak ongeletterde bevolking die nooit het tijdschrift in kwestie zou kunnen lezen (verschenen in een ander schrift, een andere taal, aan de andere kant van de wereld), krijgt een uitlaatklep voor haar diepe gevoelens van frustratie en vernedering: de ongelovigen in het Westen zijn de oorzaak van haar ellende. Intussen blijft een kleine, rijke, corrupte elite het land domineren.

Die dynamiek is niet nieuw. Ze werkte vroeger in Frankrijk op een gelijkaardige manier. Voltaire klaagt die bijvoorbeeld aan in L’affaire Calas, een rechtszaak over een protestantse vader die onterecht van moord wordt beschuldigd op zijn bekeerde, katholieke zoon. Een heel juridisch apparaat trad in werking om de onschuldige man te veroordelen. Ook daarbij werd het volk opgeruid, want hun geloof, ‘la vraie religion’, werd aangevallen. Dankzij die strategie kon de elite haar positie verstevigen.

Daarom aanvaard ik het argument niet dat ik al zo vaak tegen spotprenten heb gehoord: dat mensen die mondiger, sociaal en cultureel rijk zijn die zouden maken om de zwakke gelovige te kwetsen. Ten eerste was dat vroeger dus ook al het geval: filosofen en denkers hebben altijd niet-leuke boodschappen geuit. Dat hoort nu eenmaal bij de pluraliteit. En daarbij kun je gewoon niet om godsdienstkritiek heen als je het lot van mensen wilt verbeteren. Dit is het idee van de verlichting: je klimt uit het tranen­dal van sectair geweld, armoede en uitbuiting door alle vormen van machtsmisbruik te leren doorzien. En daarna moet je politieke oplossingen voor onvrijheid en ongelijkheid aandragen, want de fanatieke religieuze ideeën helpen niemand vooruit.

Religieus fundamentalisme in het Westen wordt deels gefinancierd door buitenlandse organisaties. Je kunt hierover Nos très chers émirs van onderzoeksjournalisten Christian Chesnot en Georges Malbrunot lezen. Zij belichten de verregaande finan­ciële invloed van de Golfstaten op het Franse bestel. Invloedrijke fundamentalisten en haatpredikers moeten zonder reserve worden ontmaskerd als wat ze zijn: praatjesmakers die op de frustraties van mensen inspelen om zelf meer macht te verwerven. En die ontmaskering lukt alleen als je vrij kunt onderzoeken, en ook vrij godsdienst kunt bekritiseren.

Het argument dat godsdienstkritiek beter wordt ingeslikt, omdat ze de zwakkere treft, overtuigt me niet om een tweede reden: oordelen wie welke macht heeft, ligt complexer dan groepen indelen volgens hun sociaal-economische positie. Sinds de aanslagen en bedreigingen wordt ‘godslastering’ wellicht­ ook uit angst vermeden. Zoals gezegd begrijp ik die angst. Alleen moet wie daarom zwijgt zich niet voor de gek houden, en denken dat hij of zij nog alle machtsverhoudingen bepaalt. Want macht is niet in handen van wie te bang is om te spreken. Ze is in handen van wie de anderen voldoende kan intimideren dat ze zichzelf censureren. Charlie­ Hebdo houdt stand. Kudos.”

Deze column verscheen in De Standaard op 2 september 2020.

De aanslag is het vertrekpunt voor mijn boek ‘Macht en Onmacht. Een verkenning van de hedendaagse aanslag op de Verlichting.’

“Onze verhalen zijn van iedereen”, DS 20 sept. 2018

“Vorig weekend hield de rector van de VUB, Caroline Pauwels een bevlogen pleidooi voor de Verlichting, en ze heeft daarin groot gelijk (DS, 15/09). Ze bestempelt de Verlichting als een open houding, een pleidooi voor rede, humanisme en wetenschap. Ze toont hoe actueel en noodzakelijk deze begrippen zijn in een complexe, diverse wereld.

Tegelijk waarschuwt ze voor een al te historische interpretatie, die de Verlichting te exclusief zou maken: mensen die van elders komen, kunnen zich er dan niet meer in vinden. Een universele Verlichting, is dan ontdaan van haar ‘westerse’ karakter. Dit laatste klopt echter niet: juist door de context, de verhalen en de denkers te belichten, kan je de universele boodschap van de Verlichting helpen begrijpen.

Neem dat verhaal dat de Franse gelauwerde film ‘Ridicule’ vertelt (gebaseerd op de mémoires van Adèle D’Osmond, Comtesse de Boigne) over de jonge baron, Grégoire Ponceludon de Malavoy die zag hoe arme mensen bij bosjes stierven door moerasziektes. Als ingenieur wilde hij die moerassen droogleggen, en trok hij naar Versailles om de koning, Lodewijk XVI, te overtuigen. Maar hij ontdekte een wereld van intrige en bedrog, van valse gevatheid en spot, waar niemand zich om het lot van een ander bekommert. Pas na de Franse Revolutie werden dergelijke openbare werken die mensen het leven redden, mogelijk.

De les is duidelijk: als koningen zich afgezanten van God wanen, en zich opsluiten in hun weelderige hoven, blijven ze blind voor het lijden van de bevolking.

Zonder idee van gelijkheid, zonder politieke structuren om volksinspraak te hebben, leeft een kleine groep in luxe, en crepeert de rest. Waarom zouden mensen uit Afrika of Azië met dat historisch verhaal zich niet verbonden voelen, en meteen begrijpen wat de meerwaarde is van wetenschappelijk onderzoek, en van democratische structuren?

Of lees het verhaal ‘Zadig’ van Voltaire, dat zich in Babylon situeert. Voltaire vertelt de avonturen van een man die strijdt tegen onrecht en voor rechtvaardigheid. Gevat en meeslepend toont Voltaire hoe wetenschappelijke methodes de jongeman op weg helpen om de waarheid te achterhalen, zich van bedriegers en machtswellustelingen te bevrijden. Waarom zou zo’n korte roman niet inspirerend kunnen zijn? In Frankrijk wordt Voltaire nog veel gelezen, en terecht. Dat heeft niets met nationalisme, maar juist met de geest van humanisme en universalisme te maken.

Of neem het historische verhaal van Chevalier de la Barre, die in 1766 op twintigjarige leeftijd op de brandstapel eindigde; hij wilde niet knielen bij een processie, en werd beschuldigd van heiligschennis. Zijn overtuigingen werden hem fataal. Hij is een voorbeeld voor niet-gelovigen om met moed hun overtuiging te beleven. Vandaag de dag worden nog altijd mensen terecht gesteld omdat ze het officiële geloof niet willen aanhangen. Waarom zouden mensen uit andere landen dan niet begrijpen hoe aangrijpend dit verhaal is, en wat er allemaal gebeurde voordat een begrip als de vrijheid van mening en geloof werkelijkheid werd?

Pauwels heeft gelijk dat de Verlichting veel beter verdiend dan herleid te worden tot een strijdmiddel tégen anderen. En verhalen uit andere streken die menselijkheid, vrijheid en gelijkheid illustreren, zijn voor iedereen een verrijking. Maar je kan de Verlichting niet begrijpen – of uitleggen – zonder haar historische context, haar bijzondere denkers en aandoenlijke verhalen te raadplegen. Dat niet iedereen zich ‘goed voelt’ bij Westerse tradities, mag hierin geen rol spelen. Jongere generaties mogen niet onterfd worden van het rijke westerse verleden, omdat diversiteit het nieuwe ordewoord zou zijn. Veel keuze is er trouwens niet: zonder kennis van het verleden, kan de toekomst alleen eenzaamheid zijn.”

Deze column verscheen op 20 september 2018 in De Standaard.

Interview “De Boekenkast” – Doorbraak

unknownDe site Doorbraak interviewde me onlangs over mijn boekenkast – ze vroegen me welke boeken me erg hebben beïnvloed. Door Sander Carollo.

Doorbraak sprak met filosofe en auteur Tinneke Beeckman over haar favoriete boeken.

‘Freelance filosofe’ Tinneke Beeckman is auteur van Door Spinoza’s lens (2012) en Macht en onmacht (2015), schrijft columns voor De Standaard, geeft lezingen, doceert aan The School of Life en is betrokken bij verschillende projecten.

 

2014-08-29-cm-portret-filosofe-tinneke-beeckman_011Vier jaar geleden werkte ze nog als academica.

Na haar proefschrift over Sigmund Freud aan de Vrije Universiteit Brussel kreeg ze meerdere postdoctorale opdrachten. Maar tijdens haar laatste beurs begon ze zich af te vragen of ze nog in de academische wereld wilde blijven.

Beeckman: ‘Door Spinoza, door te mediteren en me meer te mengen in het publieke debat kreeg ik een andere omgang met filosofie dan hoe ze in de academische wereld het meest gevaloriseerd werd. Ik voelde me daar niet meer thuis.’

Dat ze een moedige beslissing genomen, hoort Beeckman geregeld. Zelf vond ze dat werken als zelfstandige het meest redelijke was wat ze kon doen gezien haar opleiding en temperament. ‘Nu ben ik veel productiever en creatiever dan ooit. Het blijft natuurlijk risicovol en je moet je hoofd erbij houden.’ Gelukkig helpen de filosofen die ze bestudeert haar zelf ook. ‘Als je hen ernstig neemt, zijn ze echt wel een steun.’

N-VA-kamerfractieleider Peter De Roover, een van de eersten in deze reeks, haalde in zijn interview overigens Beeckmans boek Door Spinoza’s lens aan omdat zij zich dissident durft op te stellen. Een mooi compliment, vindt Beeckman. ‘Spinoza was ook een dissident. Ik denk dat je van niemand beter kan leren wat het betekent om een buitenstaander te zijn. In zijn geval was het vanuit een fundamentele welwillendheid en een liefde voor vrijheid.’

unknownOm Spinoza makkelijker te verwerken en om er een boek over te schrijven, was Chemins dans l’Ethique van Paolo Cristofolini heel inspirerend voor haar. ‘Het is een boekje met vijf wegen om door Spinoza’s Ethica te wandelen. Als je dit leest, ga je de omwentelingen in zijn denken begrijpen. Als eerste handleiding voor Spinoza is dit veruit het beste dat ik ken. Elke zin opent zoveel deuren.’

Als filosofe leest ze veelal functioneel, beaamt ze. ‘De romans die ik voor dit interview heb uitgekozen las ik louter uit plezier. Dat lukt me nu niet meer. Alles wat ik tegenwoordig lees – Liefde van Karl Ove Knausgård, A Man in Full van Tom Wolfe, The Song of Achilles van Madeline Miller … het zijn fantastische romans – lees ik met de insteek van wat ik er als filosofe mee kan doen. Ik kan ontspannen lezen, maar er is altijd een soort ongeduld om aan de slag te gaan: wat zegt dit werk over de mens vandaag? In dat opzicht is het leesplezier er toch wat af. Eigenlijk ben ik altijd een beetje aan het werken. Zelfs als ik naar Veep kijk, gewoon een komische serie om me te ontspannen, denk ik na of ik daaruit iets kan gebruiken. Vergelijk het met een kat die slaapt maar nog een oogje openhoudt.’

De gekozen boeken die ze zal bespreken zijn enkele romans, sommigen met een filosofische insteek en ongeveer evenveel werken van filosofische auteurs zoals Nietzsche, Machiavelli en Freud; denkers in wie ze zich jarenlang verdiept heeft.

Iemand, niemand en honderdduizend van Luigi Pirandello

1001004010930278‘Het boek gaat over een man, Vitangelo, die een opmerking krijgt van zijn vrouw over zijn neus. Plots beseft hij dat het beeld dat zijn vrouw over hem heeft niet overeenstemt met zijn zelfbeeld. Pirandello schrijft enorm grappig en ritmisch. Bovendien sleept hij je helemaal mee in een verhaal waarvan je denkt dat banaal is. Maar die kleine opmerking van zijn vrouw is niet alleen het begin van een zoektocht, zelfs zijn hele wereld stort ineen. De breuk tussen het beeld van wie je bent – als dat eigenlijk al bestaat –hoe de ander je ziet en hoe je zelf dan nog verandert door omstandigheden denkt hij consequent door. Hij wordt bijna gek, maar uiteindelijk omarmt hij die onaangepastheid.’

‘Sein und Zeit van Martin Heidegger is in 1927 gepubliceerd, een jaar na de uitgave van Iemand, niemand en honderdduizend. Heideggers werk speelt ook met die vervreemding, met zoeken naar authenticiteit, met de moeilijke opdracht om je bestaan, ‘Dasein’, in te vullen, terwijl wie je bent niet op voorhand is bepaald. Maar dat is moeilijk, en dan wordt het verleidelijk op te gaan in das Mann, de menigte rondom je; je begint je dan te comformeren aan de opinies van mensen rondom je, je bekommert je vooral over de blik van de ander. Beide boeken zijn typisch voor de verwarring in de jaren twintig. Bovenal vind ik Iemand, niemand en honderdduizend een fantastisch boek. Ik kan het iedereen aanbevelen. Pirandello is overigens een opmerkelijke figuur. Hij heeft ook kortverhalen die heel humoristisch en tragisch tegelijk zijn.’

Pride and Prejudice van Jane Austen

pandp_trident_internation2001w1‘Dit is een van mijn lievelingsboeken, ik herlees het regelmatig. Het heeft het plot van een romantische komedie. Filmregisseur Nora Ephron (van onder meer de romantische komedie When Harry Met Sally, S.C.) verwijst in haar films impliciet naar dit boek. Het speelt zich af in het begin van de negentiende eeuw.

De hoofdfiguur Elizabeth Bennet is een heel complex personage die een man moet zoeken, zoals dat hoorde in die tijd. IJdelheid en vooroordelen belemmeren dan de liefde. Mr. Darcy, de man met wie ze uiteindelijk wel trouwt – spoiler alert – is van rijke afkomst. Hij geeft een beledigende opmerking over Elizabeth die ze toevallig hoort, en dus benadert ze hem vanuit haar gekrenkte trots, en met de nodige vooroordelen. Hij zit dan weer gevangen in de eisen van zijn sociaal hogere groep, en zijn afkeer voor haar familie. Zo vormen er zich allerlei obstakels in de weg naar de liefde. IJdelheid en het overbruggen van klasse en karakter spelen dus een grote rol. Het zijn de klassieke ingrediënten van de romantische komedies. Jane Austen heeft ook de toon gezet om de liefde vanuit vrouwelijk standpunt te bespreken. Haar geweldige dialogen draaien niet alleen om wat mensen willen zeggen, maar om wat ze voor elkaar willen verbergen, terwijl de lezer de betekenis wel begrijpt. Austen doet dat heel subtiel. Ze geeft lezers de mogelijkheid om de verhoudingen te doorgronden, beter dan de personages dat zelf kunnen.’ Continue Reading ›

“Te veel Verlichting?” column DS, 21 nov 2016

Unknown 08.33.05“Regelmatig vragen mensen me of de Verlichting niet te ver is doorgeschoten, of er niet teveel rationaliteit is, te weinig plaats voor religie, teveel verlangen naar controle. Na mijn lezing over de desastreuze politieke effecten van feitenvrije discussies – leugens tieren zo welig dat feiten geen kans meer krijgen – vroeg een oudere toehoorder me of een mens de waarheid wel aankon. Hij keek vastberaden me aan alsof hij mijn pleidooi voor waarachtigheid, nauwkeurigheid en oprechtheid doortastend had ontkracht.

Dat de Verlichting de controle van de mens over zichzelf, de samenleving of de wereld veronderstelt, is een mythe. Zo schrijft Spinoza in de ‘Ethica’ dat de natuur de macht van de mens oneindig overtreft. ‘Net als de golven van de zee, die door tegengestelde winden worden opgezweept, gaan we heen en weer, onwetend van de afloop en ons lot.’ Daarbij wen je best aan het vooruitzicht op moeilijke tijden, aldus de filosoof. Loop niet met je hoofd in de wolken wanneer het goed gaat, wees niet te neerslachtig wanneer het slecht gaat. Blijf gelijkmoedig. Hoe heikel en fragiel vrijheid, vrede en welvaart zijn, hebben vele Verlichtingsdenkers uit de zeventiende en achttiende eeuw aan den lijve ondervonden: censuur, zelfcensuur en vervolging maakten de dienst uit, net zoals onrust, dreigende burgeroorlogen en godsdienstconflicten. Spinoza analyseert nauwgezet de passionele beweegredenen die het politieke spel onvermijdelijk bepalen. Neen, de mens is niet perfect redelijk, maar de eigen rede kan iemand zeker zo goed vooruithelpen als het onbewezen en ongegronde schijnweten van machtswellustelingen.

Spinoza meent dat je best een zo scherp mogelijk inzicht krijgt in je eigen beperkingen, zodat je je des te beter kan richten op wat je wel kan verwezenlijken. Al wat buiten je macht ligt, moet je loslaten en zonder zelfbeklag aanvaarden. Zo ook de dood, die onherroepelijk deel uitmaakt van het leven. Niemand anders kan jouw leven vervullen, niemand anders jouw dood sterven. De ontkenning van deze – harde – waarheid leidt alleen tot zelfbedrog. Dan dreigt een ander gevaar met grote sociale en politieke gevolgen: paternalisme. Het paternalistische discours – dat de waarheid te pijnlijk is voor de mens – impliceert maar al te vaak dat een beperkte groep toch diepere, superieure inzichten heeft. Die groep krijgt dan het recht om de vrijheid van anderen te beperken. Immanuel Kant plaatst er kordaat een ‘durf te denken’ tegenover, en beschouwt de Verlichting als het project waarbij de mens zijn onmondigheid verlaat. Diezelfde Kant onderzoekt de grenzen en beperkingen van de rede: van een almachtige rationaliteit is er bij hem geen sprake. Continue Reading ›

Spinoza op ‘Zomerschool over Verlichting’ – KULeuven

Tijdens de eerste week van de tweede zittijd organiseert de KULeuven haar ‘Zomerschool‘. Dit jaar is het thema ‘de Verlichting en haar critici’.

Ik geef een college over Spinoza, radicale denker  op maandag 18 augustus, van 15.00 tot 18.00 uur.

 

“De vroegmoderne filosoof Spinoza (1632-1677) leefde ten tijde van de Nederlandse Republiek. Omwille van zijn radicale denkbeelden wordt hij vaak als een voorloper van de achttiende eeuwse Verlichting gezien.  De filosoof werd verbannen uit de Joodse gemeenschap van Amsterdam omwille van zijn kritische ideeën en leefde sober en teruggetrokken als lenzenslijper. Beïnvloed door Descartes’ wetenschappelijke methode stelde hij de heersende denkbeelden over mens, maatschappij en religie in vraag. Zijn naturalistische visie op God, de wereld en de mens vormde de basis voor zijn Ethica, waarin leven onder heerschappij van de rede leidt tot vrijheid en geluk. Spinoza was bovendien ook een pleitbezorger van de democratie: zijn Theologisch-Politiek Traktaat is een harde kritiek op religieus fanatisme en pleidooi voor vrijheid van denken. We lezen enkele tekstfragmenten uit de Ethica.”

De andere colleges worden verzorgd door Bart Raymaekers over Kants ‘Was ist Aufklärung’, Rudolf Bernet over Husserl, Stéphane Symons over De Frankfurters, Bart Engelen over autonomie en rationaliteit, Stefan Rummens over Habermas, Andreas De Block over evolutionisme,  Antoon Vandevelde met een afsluitende reflectie over Rousseau.

Plaats: Hoger Instituut voor Wijsbegeerte, Kardinaal Mercierplaan 2, Leuven.

Opiniemakers van Morgen, in ‘De Morgen’

UnknownDe Morgen maakt tijdens de zomer een reeks waarin gevestigde opiniemakers elke zaterdag iemand voorstellen. Etienne Vermeersch vroeg mij om een bijdrage te schrijven over de rol van intellectuelen.

opiniemaakster van morgen, Tinneke Beeckman

copyright – Bob Van Mol

Waarom koos hij mij? “Er zijn verschillende redenen waarom ik ervan overtuigd ben dat Tinneke Beeckman tot de Vlaamse opiniemakers van morgen kan gerekend worden, al is ze dat ook al vandaag. Er is vooreerst haar voortreffelijke academische loopbaan tot op heden: ze doctoreerde in 2003 in de moraalwetenschappen magna cum laude; ze was achtereenvolgens aspirant en postdoctoraal onderzoeker aan het FWO en ze schreef in deze context een reeks waardevolle publicaties. Continue Reading ›