Essay van J. De Ceulaer – “ons systeem is superieur, maar daarom wij nog niet”, DM, 18 juni 2016

Unknown-1Joël De Ceulaer schreef in De Morgen een essay over de waarden van de Verlichting in De Morgen op 18 juni 2016. Dit is de integrale tekst. Etienne Vermeersch reageerde met een scherp stuk.

ESSAY Ons systeem is superieur, maar daarom zijn wij dat nog niet

Zijn die verlichte geesten allemaal wel zo verlicht?

Elke aanslag lijkt het te bevestigen: de westerse normen en waarden steken er met kop en schouders bovenuit. De democratische rechtsstaat en de Verlichting zijn hipper dan ooit. Maar over welke Verlichting hebben we het precies? Moet iedereen atheïst worden of mogen moslims, joden en christenen nog geloven dat God niet van homo’s houdt?JDC DM1

Het was een televisie-interview dat de geschiedenis zal ingaan. Met één simpele vraag heeft Bart Schols woensdagavond het debat over onze normen en waarden nog eens op scherp gezet. Toen hij in De Afspraak imam Brahim Laytouss en rabbijn Aaron Malinsky vroeg wat ze ervan zouden vinden mocht een van hun respectieve zonen zeggen dat hij homo is, begonnen ze te kronkelen als palingen in een emmer zeepsop. Door de vraag rustig te blijven herhalen, legde Schols de vinger stevig op de wonde: monotheïstische godsdiensten hebben een probleem met homoseksualiteit. Niet alleen de islam, ook het jodendom. En de katholieke kerk, uiteraard – als ze recht in de leer is, tenminste.

De conclusie zou kunnen zijn dat Laytouss en Malinsky, en hun geloofsgenoten, nog niet volslagen verlicht zijn, dat wil zeggen, nog niet echt doordrongen van de westerse waarden en normen die vorm kregen in de beroemde achttiende eeuw, de eeuw van de Verlichting. Maar klopt dat ook? Wel, dat hangt er maar vanaf, zou ik in dit essay willen betogen, wat we precies onder Verlichting verstaan. Als u mij toestaat, maak ik even een omweg om dat duidelijk te maken. Een omweg via Guy Verhofstadt.

Onze liberale oud-premier heeft in mijn bijzijn ooit iets angstaanjagends gezegd. Dat gebeurde in 2014, terwijl ik hem in zijn kantoor zat te interviewen over zijn kandidatuur voor het voorzitterschap van de Europese Commissie. Verhofstadt is, zoals bekend, nogal passioneel aangelegd en dat spreekt veel mensen aan. Mij niet zo. Ik ben veeleer beducht voor de bevlogenheid van politici zoals Verhofstadt, omdat ze in al hun enthousiasme weleens over hun eigen veters dreigen te struikelen. Geef mij maar de rustige vastheid van leiders zoals Herman Van Rompuy.

Toen ik Verhofstadt vroeg of passie niet levensgevaarlijk kan zijn, gaf hij dat meteen toe. Het is te zeggen: hij gaf het maar hálf toe. Passie kan levensgevaarlijk zijn “als het voor de verkeerde zaak is”, zei hij. Mijn volgende vraag was de logica zelve: “Twijfelt u nooit of u wel voor de goede zaak vecht?” Ik wist haast zeker dat Verhofstadt nooit twijfelt, maar zou hij dat ook toegeven? Zat ik hier oog in oog met een man die ervan overtuigd is dat hij altijd voor de goede zaak vecht, en dat hij zich dus niet kan vergissen? Ik spitste mijn oren. En ja, hoor. “Als je idealen en doelen ingebed zijn in de traditie van vrijheid en rechtvaardigheid, als je de verlichtingsidealen voor ogen houdt, dan kun je je toch niet vergissen?” zei Verhofstadt meteen, zonder verpinken. Ik probeerde mijn verbazing te verbergen en vroeg het voor alle zekerheid nog eens: “Nee?”

Verhofstadt gaf geen krimp. “Wanneer vergissen mensen zich?” vroeg hij uitdagend. “Als ze het pad van de Verlichting verlaten. Als ze de principes van vrijheid en gelijkheid opzij zetten. Als ze identiteit en etniciteit als criteria gebruiken. Als emotionele en irrationele argumenten het winnen van de ratio. Het probleem is nu net dat de verlichtingsidealen met te weinig passie worden uitgeschreeuwd. Wie dat doet, wie gepassioneerd opkomt voor de Verlichting, kan niet verkeerd zitten.”

Lees: ik ben eigenlijk onfeilbaar.

Ketters en dissidenten

Ik moest op dat moment, terwijl ik in het kantoor van Verhofstadt zat, terugdenken aan een interview dat ik in 2011 had gedaan met Samuel IJsseling, de ondertussen overleden Leuvense filosoof die het postmodernisme in onze contreien introduceerde. Toen ik hem vroeg om die filosofische strekking eens te definiëren, gaf hij een antwoord dat ik nooit zal vergeten. “Het postmodernisme gaat in tegen de cultus van de eensgezindheid”, zei IJsseling. “De werkelijkheid is meervoudig, nooit eenduidig.
Het postmodernisme kent de prioriteit van de veelheid boven de eenheid. Van de dissensus boven de consensus. Eigenlijk is de democratie een postmoderne zaak: de veelheid aan opvattingen en keuzes kan nooit samenvallen in een eenheid. Ik zeg niet dat het modernisme per se tot de dictatuur moet leiden, maar er is in dat modernisme toch die cultus van de eensgezindheid. Het idee dat alles maakbaar is, dat alles controleerbaar is.”

Het idee, vulde ik aan, dat er voor elk probleem een optimale oplossing bestaat, waar eigenlijk geen alternatief voor is. “Precies”, zei IJsseling. “Dat idee. En dat kán dus niet. Die overtuiging leidt makkelijk tot de dictatuur. Als ik weet wat de beste weg is, dan zijn de mensen die het niet met mij eens zijn dus dom. Ik zeg niet dat postmodernisme en democratie per se samenvallen, maar er zijn toch raakpunten. We moeten respecteren dat andere mensen heel anders denken, en dat zij daarom nog geen slechte mensen zijn. In het totalitaire denken is dat wel zo: de kerk kent ketters, totalitaire systemen kennen dissidenten die worden opgesloten of uitgeroeid.”

IJsseling had gelijk, Verhofstadt zat ernaast. Ook wie het goed met de mensheid voor heeft, kan zich soms terdege vergissen. Verhofstadt zelf, bijvoorbeeld. Laten we ons tot de twee bekendste voorbeelden beperken. Eén: in 2002, toen hij premier was, kondigde Verhofstadt in het parlement de arrestatie van activist Dyab Abou Jahjah aan – een aanfluiting van de scheiding der machten, toch een waardevolle erfenis uit die fameuze achttiende eeuw. Twee: in datzelfde jaar liet Verhofstadt tientallen Roma in Gent onder valse voorwendsels naar het politiekantoor lokken en collectief deporteren – iets waarvoor hij later op de vingers werd getikt door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, nog zo’n prachtige verworvenheid van de westerse beschaving.

Om maar te zeggen: zo verlicht is die Verhofstadt niet. Gelukkig is dat niet zo erg, want het systeem is dat wel. Die verlichte, democratische rechtsstaat van ons zit zo goed in elkaar dat zelfs flaterende premiers hem niet uit balans kunnen brengen. Het systeem is slimmer dan de som der delen. Het is iets wat we volgens mij dezer dagen voortdurend voor ogen moeten houden, in de discussies over de superioriteit van onze normen en waarden. Niet wij zijn allemaal zulke verlichte geesten, die volledig doordrongen zijn van die normen en waarden. Nee, wij zijn feilbaar en gebrekkig en onvolmaakt, maar wij hebben het geluk dat we leven in een robuust systeem dat erin slaagt om ons allemaal hoe langer hoe beter in het gareel te houden. Zelfs de bekendste filosoof van Vlaanderen.

Gênant maar leerzaam

Als iemand in Vlaanderen de Verlichting helemaal in zijn eentje lijkt te belichamen, dan zal het filosoof Etienne Vermeersch wel zijn. Als jongeman liet hij de duisternis van het klooster achter zich om met de lantaarn van zijn verstand onverdroten op zoek te gaan naar de waarheid. Hij bewijst op eenvoudig verzoek dat God niet bestaat en speelde een cruciale rol bij de totstandkoming van de euthanasiewet. Beleidsmakers doen graag een beroep op hem als ze de fundamenten van onze maatschappijmodel eens uitgebreid op papier willen zetten. Zo liet staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken zijn fameuze nieuwkomersverklaring door Vermeersch nalezen en goedkeuren.

Met die verklaring moeten nieuwkomers expliciet aangeven dat ze akkoord gaan met de waarden en normen die onze samenleving schragen: de gelijkheid van man en vrouw, de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van eredienst, de wetten van het land, enzovoort. Dat alleen nieuwkomers die tekst moeten ondertekenen, wekt de suggestie dat iedereen die hier woont al deze normen en waarden kent en toepast. Een verkeerde suggestie, zo bleek ondertussen. De opstellers van de tekst hadden zélf een essentiële verworvenheid van de Verlichting over het hoofd gezien: de vrijheid van geweten. In de oorspronkelijke tekst stond om de haverklap dat nieuwkomers die fundamenten moeten “aanvaarden”, en dat kun je niet vragen. Je kunt eisen dat mensen ergens naar “handelen”, niet dat ze iets ten diepste “aanvaarden” of “denken”. De gedachten zijn namelijk vrij.

Gelukkig kent ons systeem een Raad van State die staatssecretarissen en filosofen kan terugfluiten als ze normen en waarden van de Verlichting met de voeten treden, en zal de nieuwkomersverklaring worden aangepast. Een gênant, maar leerzaam incident.

TB2Er valt wel iets te zeggen voor die verklaring, trouwens. Het is geen slecht idee om de fundamenten van ons maatschappijmodel eens op een rijtje te zetten. Dat is ook wat de leden van de Kamercommissie Grondwet proberen te doen: grondig nadenken over de rechten en vrijheden die iedere burger in dit land geniet. Dat is ook wat verschillende auteurs de laatste tijd doen: van filosofe Tinneke Beeckman tot oud-reclamemaker Guillaume Van der Stighelen – allemaal denken ze na over de Verlichting. Beeckman publiceerde eerder al Macht en onmacht: een verkenning van de hedendaagse aanslag op de Verlichting, en schreef mee aan het boekje De Verlichting uit evenwicht?, dat onlangs door denktank Itinera werd uitgegeven. Van der Stighelen publiceerde pas Samen door één deur: hoe wij, kinderen van de Verlichting, onze samenleving moeten beschermen. Opmerkelijk: Beeckman en Van der Stighelen schrijven “Verlichting”, in deze betekenis althans, met een hoofdletter, hoewel dat sinds de laatste spellingshervorming officieel met een kleine letter moet. En ze hebben natuurlijk gelijk. Daarom doe ik dat ook. De Verlichting is hip, en meer dan ooit een hoofdlettertijdperk.

De vraag is alleen: over welke Verlichting hebben we het nu eigenlijk?

Van homo tot hetero

Laat ik opnieuw de onvolprezen Etienne Vermeersch als voorbeeld nemen. Als hij met moslima’s discussieert over de hoofddoek, wat hij al vaak en grondig heeft gedaan, dan doet hij dat met de Koran in de hand. Vermeersch zou moslima’s er graag van overtuigen dat ze die hoofddoek helemaal niet hoeven te dragen. Omdat die verplichting nergens in de Koran te vinden is. Vermeersch probeert moslima’s te bevrijden uit hun religieuze dwaling. Dat is zijn goed recht en dat siert hem. Het is alleen een beetje raar. Omdat het daar in het hoofddoekendebat eigenlijk niet over gaat. De relevante vraag voor het maatschappelijk debat over de hoofddoek is niet: zegt de Koran dat je als vrouw een hoofddoek moeten dragen? De juiste vraag is: mag je als vrouw een hoofddoek dragen als je vindt dat die praktijk bij je geloof hoort? Als Vermeersch met de Koran zwaait, zou de moslima met de grondwet kunnen zwaaien. En wie van de twee is dan verlicht? Staat de grondwet niet boven de Koran?

De discussie over homoseksualiteit sluit daarbij aan. In een verlichte, democratische rechtsstaat is het niet verboden om homoseksualiteit zondig te vinden. Gelukkig maar, anders zou de gedachtenpolitie veel werk hebben. Vandaag worden alle pijlen gericht op de islam, maar in essentie hebben jodendom en christendom precies dezelfde visie: niet de homo zelf, maar de homoseksuele daad is zondig. In een interview met deze krant legde Michael Freilich, hoofdredacteur van Joods Actueel, dat onlangs nog eens uit. “Voor de joodse leer is homo zijn ook geen probleem, maar de homoseksuele daad wel. Dat staat nu eenmaal in de Bijbel. Als iemand als homoseksueel wil leven, mag hij dat doen. Maar dan buiten de joodse gemeenschap. Hij kan er in elk geval niet binnen de gemeenschap mee te koop lopen. Ik ken joodse mensen die homoseksuele gevoelens hebben, maar die zijn weggetrokken uit de gemeenschap. En als ze nog eens op bezoek komen, houden ze rekening met de gevoeligheden en geven ze elkaar geen hand.”

Het is een mooie paradox: in een verlichte maatschappij is niet elk individu verplicht om volkomen verlicht te zijn. De democratische rechtsstaat beschermt afwijkende ideeën en overtuigingen, ook als die niet in overeenstemming zijn met het algemeen geldende eenheidsdenken. Om maar te zeggen: tot 1973 stond homoseksualiteit in de Diagnostic and Statistic Manual of Mental Disorders, de Bijbel van de psychiatrie, geboekstaafd als een mentale afwijking. Reconversietherapie, die van homo’s hetero’s probeert te maken, bestaat vandaag nog altijd – weliswaar in de marge, maar toch. En dichter bij huis: bij de MR, de partij van onze eigen premier Charles Michel, stemden de meeste Kamerleden tien jaar geleden tégen het wetsvoorstel dat adoptie door homo’s mogelijk maakt.

Niet wij zijn allemaal per se zo verlicht, het systeem is verlicht. De morele vooruitgang die de westerse beschaving kenmerkt, is een eigenschap van het geheel, dat meer is dan de som der delen. Zoals katholieken en liberalen zich gaandeweg hebben verzoend met gelijke rechten voor homo’s, zo zullen ook steeds meer moslims en joden dat doen. Dé islam en hét jodendom zullen niet gauw veranderen, maar individuele moslims en joden natuurlijk wel. Niet allemaal, en zeker niet allemaal tegelijk. Maar goed, ook Godfried Danneels en André-Joseph Léonard zullen in dit leven de homoseksuele daad nooit kunnen aanvaarden als een volstrekt normale uiting van lust en liefde. Dat is jammer, maar het is niet verboden. Zoals het ook niet verboden is, misschien zelfs aangewezen, om te blijven proberen hen van het tegendeel te overtuigen. Zolang we daarbij maar niet overgaan tot geweld.

Van loge tot moskee

Het is wellicht de belangrijkste taak van dat prachtige, verlichte systeem waarvan wij deel mogen uitmaken: de beteugeling van geweld. Daar is het allemaal mee begonnen. Onze voorouders hebben de tolerantie en later de rechtsstaat niet uitgevonden omdat ze zo slim en idealistisch waren, maar omdat ze het verwoestende geweld beu waren. In Samenleven met overtuiging(en) schrijft filosoof Patrick Loobuyck: “De religieuze tolerantie als antwoord op de godsdienstoorlogen is niet geboren als een verheven waarde, een ideaal of een morele deugd, ze was het noodgedwongen resultaat van een pragmatisch zoeken naar vrede en maatschappelijke stabiliteit. Knarsetandend hebben onze politieke en religieuze leiders een vorm van religieuze tolerantie ingevoerd, om een groter kwaad, namelijk dat van aanhoudende godsdiensttwisten, te vermijden.”

Zo is ook de vrijmetselarij ontstaan: toen een aantal heren van stand besloten om elkaar op discrete wijze af en toe te ontmoeten en zo de diepe verschillen die hadden geleid tot al die godsdienstoorlogen, te kunnen overstijgen. Zij wilden elkaar niet bekeren, ze wilden integendeel net een einde maken aan de moordzuchtige bekeringsdrift waar Europa eeuwenlang onder had geleden. In katholieke landen zoals België en Frankrijk is de vrijmetselarij ondertussen geëvolueerd naar een sectaire club die kandidaat-leden nog durft te weigeren omdat ze hun kinderen naar een katholieke school sturen – dat is zo ongeveer het tegenovergestelde van wat hun founding fathers voor ogen hadden. Dat veel Belgische vrijmetselaars het voortouw nemen in de islamkritiek is trouwens nogal ironisch: in de meeste Belgische loges is het streng verboden om vrouwen in te wijden. Nee, de maçonnieke werkplaats verschilt niet zo hard van de moskee.

Niet wij zijn allemaal per se zo verlicht, de Verlichting schuilt in het systeem dat wij geërfd hebben. Misschien moeten we dat systeem vergelijken met de wetenschappelijke methode. Ook in de wetenschappen geldt dat het geheel sterker is dan de individuele delen. Niet alle wetenschappers zijn even slim. Sommigen zitten er hun hele leven volledig naast. Anderen zijn corrupt of kwaadaardig of lichten de boel op. Dat is erg, maar nooit fataal, want het systeem is perfect in staat om zichzelf te corrigeren. Zo is het ontworpen. De wetenschappelijke methode leidt de mensheid onafwendbaar tot een steeds betere benadering van de waarheid.

Daar zit de spanning tussen de twee niveaus waarop de Verlichting zich manifesteert: dat van het individu en dat van het systeem. Het systeem kent morele vooruitgang en vergaart steeds meer kennis. Maar ieder individu heeft het recht om op vreedzame wijze te dwalen: de oud-premier, de filosoof en de rabbijn en, om een voorbeeld uit een heel andere hoek te geven, de arts die homeopathie voorschrijft en zo de geloofwaardigheid van een levensgevaarlijk bijgeloof in stand houdt. Want niet iedere uitspraak is even waar of evenwaardig. Op dat vlak heeft het postmodernisme van Samuel IJsseling ook onheil gesticht, zoals Tinneke Beeckman in haar werk aantoont. Het postmodernisme heeft de neiging om vooruitgang en waarheid helemaal weg te relativeren. En daar moet iedereen die de Verlichting genegen is, natuurlijk tegen blijven argumenteren.

Zolang niemand maar denkt dat hij of zij als individu de volmaakte belichaming is van de normen en waarden die onze samenleving schragen. En zolang niemand maar omver valt als zijn buurman anders blijkt te denken. Want dat is het net: wie wil dat iedereen hetzelfde denkt, hoort niet thuis in een democratische rechtsstaat, maar in het kalifaat.”

Interview in “Veto”, over nieuwe boek ‘Macht en Onmacht’

Unknown-1Dit interview verscheen in Veto.

“Onlangs bracht Tinneke Beeckman, filosofe en columnist bij De Standaard, haar tweede boek ‘Macht en onmacht’ uit. Hierin geeft zij kritiek op de manier waarop het hedendaagse postmoderne denken de zoektocht naar waarheid en waarachtigheid heeft losgelaten.

De aanslag op de Charlie Hebdo redactie heeft u geïnspireerd tot het schrijven van dit boek.

‘Ik was eigenlijk al aan het boek begonnen. Zo had ik al stukken geschreven over postmoderne denken, waarheid, waarachtigheid en Nietzsche. Ik heb veel daarvan opgenomen in het boek.

De aanslag op Charlie Hebdo was een gebeurtenis waarin voor mij veel ideeën waar ik al mee zat, samen kwamen. Deze waren zeer algemeen, maar toch moeilijk om aan het publiek te verduidelijken. Omdat iedereen geschrokken was van de aanslag en ook aanvoelde dat er écht iets gebeurde, dacht ik dat mijn boodschap begrijpelijker zou zijn door hem aan de hand van de aanslag op Charlie Hebdo, en vooral ook de reactie daarop, uit te leggen. Anders werd mijn boek ook maar een academische discussie van ‘jij leest Nietzsche op deze manier, ik lees hem heel anders’.’

De ondertitel van het boek luidt ‘Een verkenning van de hedendaagse aanslag op de Verlichting’. Hoe illustreren die aanslag op Charlie Hebdo en de daaropvolgende reacties een hedendaagse aanslag op het denken van de Verlichting?

‘Na de aanslag had je een mars in Parijs en andere Franse steden. Continue Reading ›

Recensie ‘Macht en Onmacht’ door Dirk Verhofstadt voor Liberales, op 4 oktober

Deze tekst verscheen op de site van Liberales, en werd geschreven door Dirk Verhofstadt.

“De Vlaamse filosofe Tinneke Beeckman is vooral bekend omwille van haar gedegen boeken en teksten over Spinoza. Haar boek Door Spinoza’s Lens werd in 2012 uitgeroepen als het Liberales-boek van het jaar. Met haar doordachte en scherpe columns en opiniestukken in De Standaard, De Tijd en De Morgen kreeg ze een groeiende bekendheid in de Vlaamse intellectuele wereld. Nu verschijnt haar nieuw boek Macht en onmacht waarin ze op zoek gaat naar de belagers van onze Verlichtingsidealen. Daarbij staat ze stil bij het gevoel van onmacht dat onze wereld regeert en bij de ideeën die dat gevoel hebben aangewakkerd en versterkt. Zo komt ze terecht bij het werk van Friedrich Nietzsche en Martin Heidegger als inspiratoren van het postmodernisme en bij Ayn Rand als vliegwiel voor het neoliberalisme. Maar tegelijk zoekt Beeckman ook uit welke ideeën ons weerbaarder en krachtiger kunnen maken zodat we opnieuw greep kunnen krijgen op de omstandigheden.

Tinneke Beeckman begint met de gewelddadige moord op de redactieleden van het Franse weekblad Charlie Hebdo op 7 januari 2015 dat ze omschrijft als ‘de moord op mei’68’. Die aanslag op de vrijheid van meningsuiting leidde in Frankrijk tot de grootste manifestatie sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog. Vier miljoen mensen kwamen vreedzaam op straat voor een historische marche républicaine. Toch kwam er ook kritiek op deze betoging, in het bijzonder vanuit postmoderne hoek die zich afzet tegen de illusie van het bestaan van universele waarden en idealen als een vorm van ‘misplaatst westers superioriteitsgevoel’. Volgens de auteur hebben postmoderne denkers de democratie ondermijnd omdat ze ‘elke waarheids- en autoriteitsaanspraak onmogelijk hebben gemaakt’. Interessant is haar analyse dat de dominantie van het postmodernisme ironisch genoeg parallel loopt met een economisch neoliberaal denken. Continue Reading ›

Kritische reactie op column ‘over traditie en cultuur’

Vandaag verschijnt in De Standaard een interessante kritische reactie van L. V. (regisseur) op mijn column van gisteren, als ‘Brief van de dag’.

Volgens de auteur klaag ik terecht “het immobilisme en de navelstaarderij van de kunstwereld aan”, maar gebruik ik de term ‘postmodernisme’ verkeerd, en zijn kunstenaars zich wel bewust van hun traditie.

Goed, de term ‘postmodern’ is inderdaad vaag, en vat inderdaad de huidige kunststromingen niet. Maar in mijn tekst sloeg die term op de (inderdaad al enkele decennia oude) kritiek op het ‘essentialisme’, die een politiek engagement ten opzichte van Vlaanderen in de weg staat. Ik bedoelde dus niet dat alle kunstenaars vandaag hetzelfde doen, evenmin dat ze niets nieuws doen ten opzichte van de jaren ’90. Maar ik zie niet op welke manier de huidige generatie die vroegere relatie tot het politieke zou hebben overstegen; de ‘postmoderne’ gevolgen gelden nog steeds:  ‘Maar in Vlaanderen heerst het gevoel dat die ietwat officiële cultuur en identiteit per definitie ‘traditie’ betekenen, en dat je je er dus best van afkeert, wil je een beetje (post)modern zijn. Maar wie beweert er vandaag nog dat er een essentie van een ‘volk’, of een ‘traditie’ bestaat, zoals voor de Tweede Wereldoorlog het geval was? Niemand. Niemand verdedigt dit voor het Belgische niveau, waar slechts een vage ‘Belgitude’ overblijft. Maar evenmin op het Vlaamse niveau, waar economie veel belangrijker wordt geacht dan cultuur. En zelfs Vlaams-nationalisten weten dat de natie slechts een ‘verbeelde’ constructie is. Juist daarom is het belangrijk om die verbeelding ernstig te nemen, en wel over een Vlaams cultureel project te discussiëren. De politiek levert dus niet teveel essentialistische visies op cultuur, maar te weinig verbeelde. (…).’   Continue Reading ›

Over ‘Hannah Arendt’ – de film en de filosofe

1010092_nl_hannah_arendt_1360316391530Deze maand verschijnt mijn bespreking van ‘Hannah Arendt‘, de film van Margerethe von Trotta in ‘Streven‘ – over de film en het denken van de filosofe.

“De nieuwe film van Margerethe von Trotta, Hannah Arendt, geeft een levendig portret van een politieke denker – zo wilde Arendt worden genoemd. En het denken bepaalt de film. Die toont niet alleen hoe iemand denkt, maar hoe denken zelf onderwerp wordt van reflectie: Arendt ontwikkelt de stelling dat gedachteloosheid aan de basis ligt van extreem immorele handelingen. Continue Reading ›

Interview met ‘Filosofie Magazine’

UnknownFilosofe Tinneke Beeckman over de publieke rol van de intellectueel” Interview door Maarten Meester, naar aanleiding van mijn stuk ‘Kritisch denken moet, ook al doet het pijn‘, in DM, 3 augustus.  Het verscheen op Filosofie Magazine, op 21 augustus.  

“Intellectuelen hebben het aan zichzelf te danken dat zij niet meer zo serieus worden genomen, schreef de Belgische filosofe Tinneke Beeckman in De Morgen. Zij geeft met name postmoderne filosofen de schuld.  Continue Reading ›

Opiniemakers van Morgen, in ‘De Morgen’

UnknownDe Morgen maakt tijdens de zomer een reeks waarin gevestigde opiniemakers elke zaterdag iemand voorstellen. Etienne Vermeersch vroeg mij om een bijdrage te schrijven over de rol van intellectuelen.

opiniemaakster van morgen, Tinneke Beeckman

copyright – Bob Van Mol

Waarom koos hij mij? “Er zijn verschillende redenen waarom ik ervan overtuigd ben dat Tinneke Beeckman tot de Vlaamse opiniemakers van morgen kan gerekend worden, al is ze dat ook al vandaag. Er is vooreerst haar voortreffelijke academische loopbaan tot op heden: ze doctoreerde in 2003 in de moraalwetenschappen magna cum laude; ze was achtereenvolgens aspirant en postdoctoraal onderzoeker aan het FWO en ze schreef in deze context een reeks waardevolle publicaties. Continue Reading ›